Liturgisch bloemstuk 8 maart 2020

2e zondag Veertigdagentijd 8 maart

Onze levensreis gaat soms door woestijnen van moeilijkheden en verdriet.
Zo is het ook met Jezus’ reis naar Jeruzalem: er is kritiek en wantrouwen en
hij voelt dat het nog erger zal worden.

Maar dan is er een bijzonder moment op een berg: Jezus staat in stralend wit licht en Mozes en Elia voegen zich bij hem. Op hun woestijntochten hebben zij ook bijzondere ervaringen gehad op een berg: Mozes op de Sinaï, Elia op de Horeb. Zij hebben daar iets van God ervaren en kracht gekregen.

Maar zij kregen daar ook een opdracht zodat zij op weg moesten.
Jezus en zijn leerlingen ervaren op de berg iets van God.
Petrus wil dat het zo blijft: hij wil tenten opzetten om op de berg, in dat
stralende licht, te blijven.

Maar het is de bedoeling dat Gods tent bij de mensen wordt opgezet,
dat Gods licht en Gods liefde komen in de donkere dalen van de wereld.
Jezus zegt: ‘Sta op’, en hij neemt hen mee, de berg af, om te werken aan hun
opdracht.

Hoe fijn het ook is in het stralende licht en in onze geloofsgemeenschap:
wij moeten aan het werk en onze opdracht ligt buiten de veilige muren van de kerk. Maar het stralende licht mogen wij meenemen als bemoediging en inspiratie.

Rond de stip zijn grassen als stralen tussen het weefsel geplaatst.
Samen vormen de stralen een stralenkrans rond een nog niet bloeiende
hyacintenbol met een groen groeipunt.
Het licht is er al, maar voor een groot deel nog niet zichtbaar.