Preek 18 november 2018

Gemeente van Jezus Christus.

 

In volle vrede leven.

“Gelijk er staat geschreven”, zingt de dichter: “gelijk er staat geschreven”

zal het Volk van God “in volle vrede leven”.

 

Het “Volk van God”, de “Gemeente van Christus”,

“Israël en de Kerk”, in het morgenlicht, dansend Gods toekomst tegemoet.

Mensen. U en ik. We voelen ons doorgaans goed thuis in ons bestaan.

Maar wie overkomt het niet? Soms, zo maar?

“Wij zijn vervreemden door te luisteren naar Gods stem”.

Op de zondagen van november zijn we, meer nog dan anders,

gericht op de voleinding van de tijd, op het komen van het Rijk van vrede.

Allerheiligen. Allerzielen. Laatste zondag van het kerkelijk jaar, volgende week.

Als we stil staan bij alles wat er voorbijgaat, wie we los moeten laten,

zal het gebed van de dichter ons geen moeite kosten:

“Breng ons saam met uw ontheemden naar het nieuw Jeruzalem”.

 

Volk van God: “Een stoet die door de wereld gaat”.

Pelgrims op weg naar de eeuwigheid. Mensen gaan-de-weg!

Een ander beeld voor de gemeente is de Moeder van Jezus.

Haar zien we op die bruiloft in Kana.

Als eerste merkt ze dat de wijn op is. Maar Jezus is er ook.

Zij vertrouwt dat Hij het feest kan redden.

De bedienden zet ze al vast op scherp.

“Doe wat Hij jullie zegt al moet je ook water schenken als ze om wijn vragen”.

Zo zullen wij elkaar en anderen inspireren.

Door te doen wat de Heer ons zegt krijgen mensen deel aan het wonder

 

Een andere Maria geeft nog een ander beeld als ook zij ons leert luisteren.

“Zie hoe wij aan Uw voeten zitten en luisteren stil”.

 

Vandaag komt er nog weer een andere gelijkenis bij.

Het Volk van God mag lijken op die weduwe en haar offer.

Marcus sluit er de leergesprekken met de leiders van Israël mee af.

Ze zijn niet echt tot elkaar gekomen: de Farrizeeen en de Sadduceeën,

de oudsten, de priesters, “de theologen des vaderlands”, zeg maar,

en aan de andere kant: Jezus en Zijn Twaalf leerlingen:

De Gemeente van Christus.

Israël opnieuw. Nu ook met ruimte voor wie komen uit de volken.

Als ze elkaar weer ontmoeten is de lijdenstijd begonnen.

 

Daartussen vertelt Marcus over wat mensen over hebben                            -1-

voor de dienst van God. De dienst van de verzoening, mag je wel zeggen,

als je hoort hoe Mozes dat al regelde in Exodus.

Jezus is nog in de tempel.

In de Voorhof der Vrouwen, heb ik me laten vertellen.

Alsof Hij nog eens in alle rust  wil nadenken.

Dat nieuwe Volk van God…. Hoe moet dat toch?

Nee, zoals de Farrizeeën. Dat kan niet.

Daar is Hij wel helemaal klaar mee, om het eens modern te zeggen.

Te veel schone schijn.

Te veel bezig met hun eigen gelijk en eigen ideeën en eigen geluk.

 

De tempel dan? Is dat geen mooi beeld voor de Gemeente?

Een van Zijn leerlingen zal Hem er straks nog eens op wijzen.

Kijk toch eens, hoe schitterend en schoon, hoe welgebouwd.

Sterke, krachtige uitstraling.

Kan dat geen beeld zijn voor het Volk van God als “tempel van de Geest”?

Met stille innigheid zal ik in de dagen van advent weer zingen

“Zie heel mijn hart staat voor U open en wil o, Heer Uw tempel zijn”.

Innerlijke vroomheid en kracht uitstralen naar de samenleving.

Een sterk beeld voor de gemeente. Toch?

Maar juist van die tempel zullen we horen

dat er geen steen op de ander zal blijven.

 

In de Voorhof van de Vrouwen is ook de schatkamer,

“de kluis”, zou je kunnen zeggen,

en daarvoor staan dertien bazuinvormige offerblokken.

Je kan goed zien wat mensen daar zoal in doen.

Rijken werpen er best veel in. Dat is goed om te horen.

Een aantal bemiddelde mensen in de gemeente die met kerkbalans

hun verantwoordelijkheid kennen en ruim bijdragen is heel mooi.

 

Dan is er een arme weduwe.

Kan je dat aan haar zien : dat ze arm is en weduwe?

In Bijbelse tijden valt het vaak samen.

De weduwe is meestal arm en zonder recht van spreken,

zeker als ze geen zonen heeft die het voor haar kunnen opnemen.

Draagt ze rouwkleren of zoiets?

Kende Jezus haar al van een eerdere ontmoeting?

 

Zij werpt twee koperstukjes in de offerkist. “Een duit”, zegt Marcus erbij.

Niet veel in ieder geval. Zou het een eurootje zijn? Nog minder?

Helpt niet echt om de begroting rond te krijgen maar vooruit:

alle beetjes helpen.                                                                                     -2-

En juist zij wordt voor Jezus de nieuwe gelijkenis van het Volk van God.

Of het nou een euro is of nog minder: het is haar hele hebben en houden.

Deze vrouw geeft heel haar levensonderhoud voor de dienst van God.

Haar gave is pas echt een offer.

 

Zo gaat zij door de wereld. Die “stoet, die de ban brak van het bloed.

Die “bij wat op aarde leeft nu geen burgerrecht meer heeft”.

Is dat “in volle vrede leven”, als je alles moet loslaten?

Heel je leven in dienst van God?

 

Is dat niet te heftig?

Ik althans ben wel niet heel erg rijk maar om nou alles wat ik heb te geven?

Ik moet toch ook ergens wonen.

Zolang ik mag preken zo hier en daar heb ik mijn boeken ook wel nodig.

En een auto, niet te vergeten….

Ook buiten het materiële om bezit ik nog al wat

dat ik echt niet graag zou willen missen.

Misschien vind je mij wel vaak bij die “velen, die de moed begaf”.

Die “blijven staan of dwalen af, hunkerend naar hun oude land”.

Als je zo’n offer van de Gemeente vraagt, Jezus,

dan lijkt het mij geen wonder dat de kerk steeds leger wordt.

 

Maar — Misschien zijn we de preek wel verkeerd begonnen.

Weer zo helemaal bezig met wie wij zijn, wat de Gemeente is,

hoe de mensen ons, Gods Volk, mogen zien, wat ze van ons mogen verwachten.

Elk beleidsplan moet er mee beginnen. “Wat voor gemeente willen wij zijn?”.

Op zich niet verkeerd.

Zo mogen we elkaar scherp houden, misschien ook wel moed in spreken,

troosten, uitnodigen om, ja waarom niet? Te dansen in het morgenlicht.

 

Maar dat lijkt me bij nader inzien niet het eerste waar Jezus aan denkt.

Hij ziet in die weduwe en wat zij geeft Zijn eigen toekomst.

Nu de leergesprekken met Israël op niets lijken uitgelopen –

sterker: nu Hij Zijn leerlingen ernstig moet waarschuwen

niet te worden als zij.

Nu lijkt er voor Hem alleen nog die ene weg over te zijn:

de weg van het offer.

De weg van alles loslaten: het diepste en liefste wat Hij heeft: Zijn leven!

De arme weduwe die heel haar levensonderhoud geeft aan God

is gelijkenis van het Kruisoffer van Christus.

Dat offer van Christus wordt die wonderlijke kracht waardoor de Heilige Geest nu al duizenden jaren mensen sterk en gelovig maakt.

 

In die kracht van de Geest groeien mensen

“om alles op te geven en trouw Hem na te leven”.

Dat lijkt de goede volgorde voor onze gedachten, ons leven.

Voor dat dominee Jan Wit ons in zijn lied opmerkzaam maakt

op die pelgrims die door de wereld gaan,

leert hij ons al zingen van dat Woord.

“Door de wereld gaat een Woord en dat drijft de mensen voort”.

 

Dan begrijpen we dat vandaag de Paaskaars aangestoken is.

Dat zij er is ook waar zij niet iedere zondag brandt.

Als we op de novemberzondagen gericht zijn op het komen

van het Rijk van God, dan vertelt dit aarzelende “licht van Pasen”

zonder woorden dat we vol goede moed op weg zijn naar Gods toekomst.

Dan zullen we veel moeten loslaten van wat ons dierbaar en is.

Als die arme weduwe zullen we alles geven.

Er komt zelfs een dag waarop we heel ons leven uit handen moeten geven.

 

En dat zal onze vreugde zijn.

Zo zal inderdaad Gods volk dansen in het morgenlicht.

Leven in het nieuw Jeruzalem.

Alle dingen vallen op hun plaats. Dit zal onze vrede zijn:

Je hunkert niet meer naar andere machten en goden en krachten.

Je maakt je geen beelden, zelfs geen denkbeelden, die je leven beheersen.

Je gebruikt Gods naam niet om je eigen gelijk te halen.

Inderdaad: je weet van ophouden en viert ontspannen sabbat en komt tot rust.

Je leert van wie je voorgingen en je deelt met wie na je komt.

Er is wel boosheid, verontwaardiging in je hart maar het wordt geen haat.

Je blijft trouw aan haar, aan hem met wie je in liefde op weg ging.

Je hebt genoeg aan wat jou is toegevallen.

Je spreekt eerlijk over elkaar en anders zeg je liever niets.

Er zal geen onrust in je leven zijn omdat je steeds maar weer wat anders wil.

Zo vervult de Geest het gebod van God in ons bestaan.

Door die kracht zal ons leven de weerglans zijn

van het liefdevolle offer van Christus.

 

Van het nieuwe volk van God is die weduwe,

daar in de Voorhof van de Vrouwen, waar Jezus is,

het begin en de belofte.

Alles wat we loslaten zullen we terug vinden in de liefde van Christus

om dan inderdaad: “in volle vrede te leven”.

 

AMEN                                                                                                    -4-