Preek 20 augustus 2017

Uitleg en verkondiging – Thema:  “Wat is geloven?”  n.a.v. Jesaja 56:1-7  en  Mattheüs 15:21-28

 

Geliefden in onze Heer Jezus Christus,

 

Op de gestelde vraag in het thema zou ik kunnen antwoorden met de woorden van Hebreeën 11:1. Daar staat: “Het geloof nu is de zekerheid van de dingen, die men hoopt, en het bewijs van de dingen, die men niet ziet.” Als u dat onthoudt of uit het hoofd leert, dan zouden we nu naar huis kunnen gaan. Maar dat is nog niet de bedoeling. Want naar aanleiding van de gelezen Schriftgedeelten, wil ik daar toch nog wel wat over zeggen. Niet te veel, want bij een lang betoog verslapt de aandacht en kan het meest essentiële je misschien toch nog weer  ontgaan.

 

Wat is geloven? Geloven. Zijn er wel mensen, die niet geloven? Het ligt er maar aan, wat we onder geloven verstaan. Geloven kun je opvatten als het niet zo goed weten. Want als je iets gevraagd wordt waarop je antwoordt met  –  Ik gelööf het wél  –  dan geef je daarmee aan, dat je het niet zo heel zeker weet. Bovendien kun of wil je met de woorden  –  Ik gelóóf het wel  –  aangeven, dat je het wel voor gezien houdt. Er dus juist niet meer in gelooft. Je maakt je er niet meer druk om. Je spant je er niet meer voor in. Je hebt er geen fiducie meer in. Geloven doe je in iets of iemand of een partij. Als je de opiniepeilingen mag geloven is het geloof in een gunstige ontwikkeling van de economie in Nederland weer in stijgende lijn voor de komende tijd. Blijft natuurlijk op dit ogenblik weer de grote vraag welke ontwikkelingen zich in de Europese Unie zullen voordoen, en wat de gevolgen daarvan zijn.

 

Met het voorgaande heb ik proberen duidelijk te maken dat ieder mens op de één of andere manier wel geloof heeft. Iets zeker weet. Ergens vast op vertrouwt. Het wonderlijke is dan ook dat de definitie van geloof in de Hebreeënbrief zonder meer toegepast kan worden op alle soorten van geloven, zonder dat daar in het bijzonder de naam van God bij genoemd moet worden. Wie godsdienstig is, zal geloven natuurlijk direct met een god of godheden of een hogere macht in verband brengen. Maar daar buitenom kan er evenzogoed sprake zijn van geloven.

 

Nu zal binnen de gemeenschap van onze Heer Jezus Christus, geloven altijd onlosmakelijk verbonden worden met de Heer, onze God, Schepper van hemel en aarde, die het volk Israël bevrijdde uit het diensthuis van de slavernij in Egypte. De christelijke kerk is niet voor te stellen zonder het geloof in Jezus van Nazareth als de Zoon van God en de Zoon van mensen, die met ontferming over Gods schepselen bewogen, zó geleefd heeft, dat zijn aardse bestaan eindigde aan het kruis op Golgotha. Dáár willen we het vanmorgen over hebben. Wat geloven is in de God van Israël, de enige God, én Jezus Messias.

 

We willen dat doen aan de hand van de twee gelezen Schriftgedeelten. Het opschrift boven het gelezen gedeelte uit het boek Jesaja luidt: Redding, ook voor buitenstaanders. Redding.  Eeuwig leven wordt daarmee bedoeld. Leven en wonen en werken in vrede en gelukkig zijn. Nu blijkt de eeuwen door, tot op de dag van vandaag, het nodig te zijn vreemdelingen in bescherming te nemen. Nu is de problematiek van vreemdelingen, asielzoekers en vluchtelingen ook uitermate groot en complex. Als je de omstandigheden waaronder de Jezida’s de eeuwen door hebben moeten leven op je in laat werken, dan rijzen je de haren ten berge. We staan er bij en kijken er naar. Maar er is niet zo maar een oplossing voor te vinden. En het is maar afwachten of de plannen van de wereldmachten voor de te nemen maatregelen, daartoe een steentje zullen bijdragen. Toch is het goed dat iedereen  kijkt naar en rekening  houdt met ….. het pleidooi dat Jesaja houdt.

 

De profeet komt op voor de mensen, die op dat moment niet met álle rechten in de geloofsgemeenschap opgenomen worden. Let er wel op, dat ik zeg  –  gelóófsgemeenschap. Dat heeft alles te maken met datgene wat we onder geloven verstaan. Nee, ik moet zeggen wat we onder geloven behóren te verstaan. Nu maakt Jesaja onderscheid tussen twee categorieën mensen. Heeft hij het over vreemdelingen, dan worden daar niet-Joden mee bedoeld. In de tweede plaats noemt hij de eunuchen. Mannen, die gecastreerd zijn.

 

Jesaja wijst op datgene, wat onlosmakelijk onderdeel is van het geloven in de God van het volk Israël. Dat is het onderhouden van de thora, de geboden van God. Nu kan dat bij ons overkomen, en wij hebben dat in het christendom, in navolging van de Farizeeën, er helaas ook dikwijls van gemaakt, dat dit grotendeels vorm gegeven wordt in het je stipt houden aan allerlei regeltjes. Nu kunnen we daar natuurlijk ook niet zonder. Maar geloven mag er ook nooit en te nimmer volledig in opgaan. Ik zou willen zeggen, wie optimaal gelooft, die houdt zich als vanzelf aan het door God gegeven richtsnoer ten leven.

 

De profeet van het boek Jesaja, dit zeg ik expres zo, omdat het laatste gedeelte van dit boek niet meer van de hand van Jesaja zelf is, maar waar zijn naam wel aan verbonden wordt. De profeet dus, bracht al licht in het leven van veel mensen, die tot dan toe nog dikwijls in duisternis gehuld waren. Profeten zijn gezanten van God. Zij geven de beloften van Gods redding, van Gods heil door. Hoewel de profeet Jezus in zijn vaderstad niet was geëerd, was Hij toch Degene, die hét Licht der wereld is. Hij wil licht brengen voor álle mensen, in het bijzonder voor hen, die het leven op aarde dikwijls als één duister tranendal ervaren.

 

En hoe velen zijn dat er vandáág? Slachtoffers van gewelddadigheden overal ter wereld. En wie gaat er niet gebukt onder de corruptie en het geweld in Afrikaanse landen als Soedan en Congo?  Het is helaas niet zo moeilijk om een lange lijst met namen te maken van landen waar leven in feite geen leven is. En worden op vele plaatsen in de wereld mensen niet bedreigd door hongersnood? En wordt economische terugslag in de wereld niet het eerst en sterkst gevoeld bij de minst bedeelden? Je zou er moedeloos van worden. Geloof in verandering en verbetering wordt dan wel heel erg op de proef gesteld. Ja, zou geloven in de God van Israël dan nog wel met zich meebrengen dat je ondanks alles uitzicht op een volmaakte toekomst kunt behouden? Wat betreft de verhouding tussen Israëli’s en Palestijnen kunnen we daar een héél zwaar hoofd in hebben. Hoewel, soms heb je wel eens een heel klein beetje de gedachte: Zou het er dan tóch van komen?

 

Maar wat heeft geloven daar mee te maken? Nu kan en moet ik u en jullie zeggen dat ik al meerdere malen heb mogen horen dat het geloof in God in soms heel hachelijke situaties een kracht in mensen is, waardoor zij overeind kunnen blijven. Waardoor zij het leven, met al zijn bizarre situaties, áán kunnen. Zij ervaren de hulp en de steun, de warmte en de liefde van gemeenteleden om hen heen. Geloof geeft moed en kracht en hoop dat het, hoe dan ook, wel goed zal komen. Laten we met deze gedachten in het achterhoofd, nog eens kijken naar het gelezen gedeelte uit Mattheus 15. Daaruit blijkt dat de Here Jezus, nadat Hij werkzaamheden had verricht in de omgeving van de zee van Galilea, zich terugtrok naar de omgeving van Tyrus en Sidon.

 

Een Kanaänitische vrouw, komend uit het zojuist genoemde gebied, spreekt de Here Jezus aan en legt Hem een probleem van levensbelang voor. Smekend roept zij tot Hem  –  Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David, mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon.  –  In de oorspronkelijke taal staat voor het woord medelijden een woord, dat veel juister aanduidt, waar het om gaat. De vrouw vraagt om ontferming, om barmhartigheid. Wanneer zij Jezus aanspreekt met Heer, Zoon van David, dan sluit zij zich daarmee aan bij de in Israël bekende Psalmbede. Geeft zij als niet-Joodse, daarmee blijk van een ontwakend Messiasgevoel? Hoe het ook zij, we kunnen niet anders dan constateren dat zij zeer volhardend is in haar vertrouwen op Jezus. Ondanks alles.

 

Ja, ondanks alles. Want de discipelen zien haar liever gaan dan komen. En ook Jezus houdt de boot af. Hij ontmoedigt haar en probeert van haar af te komen. Is het heil, de redding, dan toch alleen voor Israël? De afloop van het gebeuren laat ons wel anders zien. Want de in haar geloof volhardende vrouw krijgt van Jezus te horen  –  U hebt een groot geloof. Wat u verlangt zal ook gebeuren. En wat blijkt? Haar dochter was genezen van dat ogenblik af.

 

Door het rotsvaste geloof van de vrouw, die er volgens de gangbare Joodse opvattingen niet bij hoorde, wordt zij niet afgewezen. Dat de honden eten van de kruimels, die vallen van de tafel van hun baas, wil zeggen  –   Zowel heidenen als Israël zullen gevoed worden met het brood, het heil, de redding van God, onze hemelse Vader. Niemand uitgezonderd. Het onvoorwaardelijke vertrouwen van de Kanaänitische vrouw wordt door Jezus aangeduid als “geloof”. Daarom kunnen wij christenen op de vraag, wat geloven is, antwoorden met  –  zelf niets hebben, zelf niets belangrijker vinden, buiten het vertrouwen op Jezus, onze Heiland. Onvoorwaardelijk vertrouwen op de Heer en de zoon van David, sluit in, de concrete ervaring van het heil. Vrede en geluk. Nu en eeuwig. Amen.