Preek 23 juli 2017

Uitleg en verkondiging     –     Thema:  “Groeien.”

 

Geliefden in onze Heer Jezus Christus,

Groeien heeft te maken met groter worden. Pas geboren kinderen worden gevoed en goed verzorgd. Je ‘ziet’ ze dan groeien. Wanneer we in het voorjaar jonge plantjes in de tuin zetten, dan denken we wel eens dat we er nog wel meer hadden kunnen plaatsen. Maar na een paar maanden kunnen ze zó gegroeid zijn, dat we al weer aan het snoeien moeten. Dat is tenminste mijn ervaring wel.

Wanneer je nieuwe buren krijgt, kijk je misschien eerst wel eens de kat uit de boom. Je weet immers nooit welk vlees je in de kuip hebt gekregen? Vriendschap en vertrouwen moeten groeien. Er is een heel proces voor nodig om dat mogelijk te maken. Als wielrenner kun je ook niet zomaar eventjes de Tour de France winnen. Benieuwd of de gele trui drager van gisteren dat vandaag doet. Als voetbalteam kun je ook niet zomaar even kampioen worden. Wat zullen de Nederlandse dames ervan terechtbrengen? Door training en soms door schade en schande moet je daar naar toe groeien

In tijden van slechtere economische vooruitzichten groeien de spaartegoeden van veel particulieren. Omdat de consument dan minder geld besteed, groeien de winkelvoorraden. Ook kunnen de financiële tekorten van middenstanders groeien. Hieruit kunnen we opmaken dat groeien niet altijd positief geduid kan worden. Mensen kunnen groeien in wijsheid en liefde en geloof. Maar het tegendeel behoort ook tot de mogelijkheden. Groeien in het doen van het kwade en in ongeloof.

Nu zijn de woorden van de profeet uit Jesaja 40 bestemd om ons mensen te doen groeien in het geloof. Geloof in de God, die Schepper is van hemel en van aarde. Hij is God van Israël, maar ook van de volkeren, ja, van heel de wereldgeschiedenis. Het volk Israël moet tot de erkenning komen dat het in ballingschap in Babel verkeren, voor een groot deel te wijten is aan eigen schuld. Bovendien moet het groeien in het vertrouwen dat God het uiteindelijk goed zal maken. Terugkeer naar eigen huis en vijgenboom in het beloofde land zal zeker gerealiseerd worden

In de lezing uit het boek Jesaja worden meer vragen gesteld dan antwoorden gegeven. Dat wil zeggen, er is maar één antwoord mogelijk. Want welke vragen er ook gesteld worden als: Wie heeft de wateren met de holle hand omvat? Wie heeft de bergen gewogen op een weegschaal, de heuvels met balans en gewichten? En ……  met wie wil je God vergelijken, hoe is hij uit te beelden? Met wie wil je mij vergelijken, zegt de Heilige, aan wie ben ik gelijk te stellen? Daarop is alleen maar het volgende antwoord mogelijk:  Niemand!  Niemand! God steekt overal torenhoog bovenuit en overtreft alles wat een mensenkind in z’n stoutste dromen ook maar ooit zou kunnen dromen.

In hoofdstuk 40 van het boek Jesaja wordt ook onder woorden gebracht op welke wijze men zich een eigen gekozen God kan vervaardigen. Geld noch goud, tijd noch hardhout wordt gespaard. Best mogelijk dat het volk Israël door de geweldige rijkdom en macht die de  Babyloniërs ten toon spreidden, ook onder de indruk waren gekomen van de macht van die zelf gemaakte goden. Maar dan geeft de profeet een indrukwekkende beschrijving van Israëls God. Hij is niet alleen de God van Israël en van de volkeren, maar ook van heel de wereldgeschiedenis.  Of de mensen in die tijd en of wij vandaag nu kunnen begrijpen of niet, hoe het zit met die macht van God en met Zijn Heer-zijn van heel de wereldgeschiedenis, feit was en is en blijft  –  God is met niets en niemand te vergelijken en Hij gaat Zijn ongekende gang.

Het is echter wel een gang waarvan wij mogen geloven en waar wij op kunnen vertrouwen, dat die gericht is op het ons mensen het goede en geluk, geborgenheid en vrede te bezorgen. In ieder geval zal alles en iedereen uitgeschakeld worden, wat en wie ons mensen en God, onze Heer, ook naar de kroon wil steken. God zelf zal er voor zorgen dat deze wereld en wij mensen tot onze bestemming komen. Daarom wordt in de gelijkenis over het onkruid in de akker de mogelijkheid geboden om te blijven bestaan voor Gods aangezicht, zonder dat mensen en boze machten de kans krijgen uit te roeien wat hen niet aanstaat.

Gaan we de gelijkenis proberen uit te leggen, dan komen we al gauw in de problemen. Koren en onkruid. Dan moet ik even denken aan de hovenier die ervan uitgaat dat er geen onkruid bestaat. Wat wij als onkruid kunnen beschouwen, noemde hij ongewenste begroeiing. Overigens was hij er wel van overtuigd dat die verwijderd moest worden. Hoe het ook zij, in de gelijkenis wordt ervan uit gegaan dat alles maar samen moet opgroeien, zonder daarbij corrigerend op te treden. En dat is juist iets waar wij mensen zo bijzonder veel moeite mee kunnen hebben. Vindt er dan hier en dan daar in de wereld niet bijna een politieke aardverschuiving plaats omdat een meerderheid van mening is dat er veel strenger, harder ingegrepen moet worden? Wie had de uitslag van de laatste verkiezingen in Amerika en Nederland en Frankrijk kunnen voorspellen?

Zou deze gelijkenis dan suggereren dat we alles maar op z’n beloop moeten laten en dan zullen we misschien wel zien waar we uitkomen? Dat denk ik zeer beslist niet. Want dan staan daar wel heel veel woorden van God tegenover, die van het tegendeel blijk geven. Koren en onkruid. Symbolen voor het goede en het kwade. Het koren, om mensen voedsel te verschaffen. Te doen groeien en in leven laten blijven. Onkruid, daar doen we helemaal niets mee. Het dient nergens toe. Het is zelfs in staat het goede te bedreigen en ten onder te doen gaan. Dat kan nooit de bedoeling zijn van God onze Heer, en van Jezus Christus, zijn Zoon, onze Verlosser en Bevrijder.

Als ik het thema voor de verkondiging aan de hand van de gelijkenis over het onkruid in de akker, “Groeien”, noem dan wil ik daar het volgende mee zeggen. In de eerste plaats moet ieder mens, schepsel van God, gelegenheid krijgen te leven, te groeien. Dat wil niet zeggen dat we niet corrigerend, niet richtinggevend mogen optreden. Daarom is het ook zo goed dat ouders regels stellen waar kinderen zich aan moeten houden. Brengen gelovige ouders ook hun kinderen al in aanraking met het evangelie van onze Heer Jezus Christus.  Daarmee geven ze te kennen dat ze zich willen laten gezeggen door Gods woord en willen leven in navolging van Jezus Christus. Maar dan vinden ze dat ook van heel groot belang voor hun kinderen en willen dat die christelijk opgevoed worden. Dat ze niet alleen lichamelijk mogen groeien, maar ook in het geloof.

Groeien in wijsheid, eerbied, liefde en respect, voor elkaar, voor het leven en voor God. Groeien mogen in het onderscheiden van het kwade en dat te weren. Groeien in het elkaar de goede weg te wijzen. Groeien, zonder uit te roeien. Daarmee bedoel ik dat we elkaar kansen bieden om te leven. Het is niet aan ons mensen om het groeien van de ander onmogelijk te maken. Bij het bijeenhalen van het onkruid zouden wij immers tevens het koren kunnen uittrekken. Bij het nemen van al onze maatregelen mogen onschuldige mensen daar dus nooit de dupe van worden. En hoe dikwijls maken we ons daar schuldig aan? En zeggen we dan niet vergoelijkend  –  De goeden moeten wel eens met de kwaden lijden? Begrijpelijk, maar niet in overeenstemming met Jezus’ verkondiging in de gelijkenis van het onkruid in de akker.

 

We kennen allemaal de teksten over het oordelen en geoordeeld worden. Ten aanzien van het groeien en laten groeien en het groeien te bevorderen, hebben we een grote en grootse taak. Een opdracht waar we ons leven lang aan kunnen werken. Eveneens moeten we groeien in het terughoudend zijn ten aanzien van het oordelen. Wij dienen te groeien in het mogelijk maken dat mensen tot hun bestemming komen zoals God het bedoeld heeft. God Zelf zal er voor zorgen dat het kwade uitgeroeid wordt. Geen kans meer krijgt om te groeien. God Zelf zal ons tot Zich brengen. Dat is de heilrijke belofte die ik mag verkondigen naar aanleiding van deze gelijkenis. Van levensbelang voor al Gods schepselen.

 

Amen