Preek 18 december 2016

De woorden van Zacharia

 

Die dag zal …….

 

Op die dag ….

 

Op die ene dag ………

 

Als die tijd aanbreekt …………. dan …….

 

Welke dag? Wanneer dan? Ooit? Nooit?

 

In de Trouw van afgelopen donderdag een foto: Aleppo, burgers die het geweld ontvluchten. In grote delen van Aleppo is de verwoesting compleet. Een stad veranderd in puin. Niets is nog wat het ooit was geweest.

 

Op die dag ……. Nee, niet die dag.

Maar welke dag dan wel?

 

Die dingen zien die getuigen van Gods nieuwe wereld.

 

Teksten die haaks staan op de hedendaagse werkelijkheid.

Teksten die volledig voorbijgaan aan het huidige tijdsgevoel.

 

‘Het is wat’ zeggen veel mensen – of – ‘Hoe komt het?’

 

Zelf moest ik denken aan Gerard Reve. Hij schreef:

 

Graf te Blauwhuis voor buurvrouw H. te G. Hij rende weg, maar ontkwam niet, en werd getroffen, en stierf, achttien jaar oud. Een strijdbaar opschrift roept van alles, maar uit een bruin geëmailleerd portret kijkt een bedrukt en stil gezicht. Een kind nog. Dag lieve jongen. Gij, die koning zijt, dit en dat, wat niet al, ja ja, kom er eens om, Gij weet waarom het is, ik niet. Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?

 

Dat koninkrijk van U, weet u wel, wordt dat nog wat?! Die zin, dit jaar vijftig jaar geleden geschreven, deed destijds heel wat stof opwaaien. Zo praat je niet tegen God moet men gedacht hebben. Reve schrijft de zin in een gedicht over het tomeloos verdriet van een mens, het verdriet over een geliefde, een zoon in dit geval. Het is een kreet recht uit het hart. Een hartenkreet tegen alle leed en ellende die een mens kan overvallen, en de toon is scherp net als het lot van de enkeling soms vlijmscherp is.

Dat koninkrijk van u, weet u nog wel, komt daar nog iets van? De chaos buiten je, maar ook de innerlijke chaos. Wat gebeurt er om mij heen en in mij? Welke storm is er voorbij geraasd? En wat nu weer?

 

Als het puin zo hoog ligt, dat je hele uitzicht wordt gestuit en er geen uitzicht meer is, enkel nog overleven, doorgaan omdat het moet. Zo kan het zijn.

 

Teksten over koninkrijk en tekenen vinden dan geen weerklank maar ketsen af en toch is er, ook in dit gedicht, contact met die Ander, die ander met hoofdletter: ‘Gij weet waarom het is, ik niet.’ Reve laat God niet los.

 

Ik doe een misschien wat bevreemdende uitspraak maar ik doe hem toch. Ik weet dat er mensen zijn die midden in hun diepste verdriet, midden in de meest bizarre ellende oog hebben voor dat wat anders aan hun oog voorbijgaat.

 

Zelf herinner ik mij het zitten in de consistorie de dag dat mijn vader werd begraven. Het zonlicht viel door de hoge ramen en speelde met mijn familie. De organist speelde onnaspeelbaar het Stabat Mater van Pergolesi. Ik was tot op het bot verdrietig maar dat spelende zonlicht, die klanken en de vertrouwde gezichten om mij heen deden mij van het leven houden. Alles van waarde kwam even bij elkaar in dat zonlicht dat speelde met wie mij dierbaar waren.

Ik dwaal af. Ik dwaal af van het koninkrijk of was dat misschien wel even het koninkrijk?

 

In de begintijd van het christendom leefde de gedachte dat spoedig de wereld zou veranderen. Het koninkrijk zou niet lang op zich laten wachten. Maar het duurde wel lang en uiteindelijk maakte die verwachting plaats voor de overtuiging ‘Vergeet het maar’. Slechts een enkeling waagde zich nog weleens aan een voorspelling, die steevast werd gelogenstraft door de feiten. De wereld verging niet en het koninkrijk bleef uit.

 

Een tastbaar koninkrijk dat op die en die dag arriveert en dan de wereld doorgetwittert wordt, nee, dat beeld heeft nauwelijks nog levenskracht. Het valt niet naar beneden als een pak sneeuw.

Moet je dan maar concluderen dat het gewoon niets wordt met dat koninkrijk?

 

In een van zijn boeken schrijft de theoloog Anton Houtepen: Nergens wordt het Koninkrijk van God gevestigd, overal wordt het gezocht.

 

Maar wordt het ook gevonden? Hoe dan? Waar?

 

Houtepen benadrukt dat teksten over het koninkrijk verwijzen naar iets dat van belang is juist voor deze aarde, voor ons, voor dit leven, deze geschiedenis. Het gaat niet om tekenen die duiden op een ingrijpen van Gods kant. Het gaat om tekenen die wijzen op een ingrijpen van onze kant.

 

Waar zet je op in?

Wat zoek je?

Waar blijf je voor gaan?

 

Het koninkrijk komt niet van elders, vanuit een andere dimensie. Het is dichtbij, het ligt onder handbereik. Het is er als je de ander ziet, hoort, erkent. Het is er als je een ander mens in je hart sluit. Het is er als je niet voorbijgaat aan de weerloze ander. Het is daar waar gerechtigheid – recht voor iedereen – wordt waargemaakt.

 

Het staat voor welwillendheid, onverdeelde goedheid, zorg en rechtvaardigheid. Het koninkrijk is geen voorbije belofte maar een concrete hoop voor hier en nu, voor dit leven hier. Het is je dagelijkse klus en het komt aan het licht daar waar iets ontluikt van vrede en gerechtigheid. Advent, tijd van verwachting, van hoop,

 

Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?

 

Misschien antwoordt God wel en horen wij het niet. Misschien dat wij de mogelijke aanwezigheid van het Geheim in ons dagelijks leven van iedere dag niet of nauwelijks opmerken.

 

Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?

 

God kaatst ‘m terug. Die geboden van rechtvaardigheid, compassie, die jullie nu al eeuwen in handen hebben en die jullie zijn voorgeleefd. Lukt het al een beetje?

 

Op het eind van zijn leven sprak mijn vader, tot grote vreugde van zijn predikant, over het kruis. Het hield hem bezig dat er mensen bij het kruis stonden die meer acht sloegen op Jezus dan op elkaar. De predikant zag er een aanleiding in om voor de rouwdienst het kruis als thema te kiezen. Ik heb letterlijk hemel en aarde moeten bewegen om hem daarvan te weerhouden. Het spelen van het ‘Stabat Mater’ door de organist was mijn wisselgeld.

 

Stabat mater dolorosa; de moeder stond bedroefd

 

Het ging mijn vader niet om de verticale blik – de blik naar omhoog – maar juist om de horizontale, het acht slaan op je medemens.

 

De droom van het koninkrijk is nooit af. Het is onze klus om die droom naar vermogen te realiseren, dat we die droom niet opgeven, dat verlangen in ons levendig houden.

 

Het koninkrijk dat daar is waar God aanwezig is of zoals Klaas Hendrikse in een van zijn boeken schrijft: God gebeurt.

 

En waar God gebeurt, is het koninkrijk.

In een vrije vertaling van psalm 133 door Karel Eykman verwoord:

 

Dat was toen daar.

Het was zo’n aardige zomeravond.

De zon had geen haast om onder te gaan.

Wij waren blijven hangen in de tuin.

De kinderen hoefden nog niet naar bed ze speelden joelend verstoppertje met de hond in het hoge gras.

Er werd een fles opengetrokken en op de tafel gezet.

Hanna en Aart waren er en Karel met Jettie.

Kleine Kaspar maakte grapjes bij Elisabeth op schoot.

Pauline kwam nog met hapjes aan.

Martin had zijn gitaar meegenomen hij speelde Beatles en Katja wist de woorden.

Het refrein neurieden we allemaal mee liefde is alles wat je nodig hebt.

 

Dat was toen daar.

Ik zag de mensen om mij heen op wie ik zo gesteld ben.

Mijn hart was gelukkig om ons bij elkaar in het zachte schemerlicht.

 

Dat was toen daar.

Ik weet nog dat ik dacht als het ergens is, is het hier

als het ooit is, is het nu.

Dit is de plek waar God zou willen wonen.

Volgens mij kan hij zo aanschuiven.

Hier geeft de heer zijn zegen.

 

Amen