Preek 22 augustus 2015

Preek I kon. 16, 29 – 17,6; Matth. 6, 25-34

 

Ik had het moeilijk met de preek deze keer.
Want als je I Kon. 16 en 17 goed leest, dan komt het huiveringwekkend dichtbij.Het is economisch gezien een gouden eeuw geweest voor Israël, die tijd van Achab, zeggen historici. Het geld groeide tot in de hemel en juist dan staat de profeet Elia op om onrecht aan de kaak te stellen.

Als je dat tot je door laat dringen, wat wil dit dan zeggen?

Hoe moet je zo’n verhaal uitleggen in onze tijd waarin het ook alleen maar gaat om economische groei en de god van het geld, de mammon, allang de god van Israël, de god van de weduwe, de wees en de vreemdeling van zijn troon heeft gestoten.

Ook wij leven in een tijd van afgoderij. Als je het verhaal goed beluistert. Ik kan het niet anders lezen.

Een collega (Ad van Nieuwpoort) schreef een recensie die ik las over een boek van Houellebecq: Het gat na de dood van God in het westen. Hij citeert en zegt:

‘’Het kapitalisme is het leven aan het verwringen . Alles is een handeltje geworden. Alles wordt erdoor vergiftigd, tot en met de kunst. Economie is gerationaliseerde religie geworden. De economie wakkert eeuwig het verlangen aan en veroorzaakt daardoor onvoldaanheid en ongeluk.

De Islam biedt een ideologische en spirituele dimensie die na het verdwijnen van de grote verhalen en de dood van God node gemist werd in Europa. De westerling is niet meer zelf tot bezieling in staat. Het project van de verlichting is uitgelopen op een nietszeggende, platte en decadente cultuur van consumentisme met achter de zogenaamd beschaafde façades een angstwekkende leegte. Dit boek vormt een aanklacht tegen de westerse cultuur en haar politiek die volstrekt gedateerd is en niet meer in staat blijkt om de huidige problemen waarmee zij mondiaal wordt geconfronteerd het hoofd te bieden. Ze lijkt zich te hebben neergelegd bij de gang der dingen en heeft nauwelijks meer enige morele weerstand omdat ze door en door cynisch is geworden.’’

Ik las dit boek ten tijde van de aanslagen in Koeweit, Tunesië en Frankrijk. Gestoorde gekken beginnen te schieten op westerse badgasten die liggen te zonnebaden op Arabische stranden. En tegelijkertijd bevolken grote stromen vluchtelingen failliete Griekse vakantie-eilanden die simpelweg huis en haard verlaten om aan de hel van Islamitische Staat te ontkomen. Noord-Europa houdt niet alleen de hand op de knip maar sluit ook nog het liefst de grenzen. Hoe lang nog?

We hebben deze dagen een kritische spiegel hard nodig. Een tegenstem die ons onrustig maakt, doet opstaan en ons de vraag voorhoudt waar wij eigenlijk staan.

 Op de Duitse tv zender ARD was er vorige week zo’n tegenstem. De journaliste Anja Reschke zorgde voor oproer door na de nieuwsuitzending de kijker persoonlijk toe te spreken. ‘Als u niet vindt dat alle vluchtelingen nutteloos zijn en opgejaagd, verbrand of vergast moeten worden, laat dan van u horen’, zei Reschke.

Twee minuten lang richtte Reschke zich gisteren tot de kijker. Tijdens haar betoog zei de journalist onder meer geshockeerd te zijn over hoe sociaal aanvaard racistische commentaren op het internet zijn geworden. ‘Tot voor kort verscholen dergelijke commentatoren zich nog achter pseudoniemen, maar deze dingen worden tegenwoordig op het internet gezet onder de echte naam’, aldus Reschke.

‘Blijkbaar hoef je je niet meer te schamen om dingen als ‘dat smerige ongedierte moet verdrinken in de zee’ op het internet te posten. Je kickt zelfs op het aantal likes dat je uitspraak krijgt’, zei Reschke.

Gisteren las ik dat er mensen zijn die deze uitspraken opzoeken en met naam en toenaam onder elkaar zetten, op internet. Heel goed!

Het groeiend aantal racistische commentaren draagt volgens Reschke bij tot haat en geweld tegen vluchtelingen.

Ze besloot haar betoog dan ook met een oproep aan alle fatsoenlijke Duitsers. Het volstaat volgens de journaliste niet om te denken dat er overal racisten zijn en hen vervolgens te negeren. ‘Als u niet van mening bent dat alle vluchtelingen nietsnutten zijn die opgejaagd, verbrand of vergast moeten worden, laat u dan horen.’

Een vrouw die de moed heeft om zendtijd op tv te gebruiken om een profetisch geluid te laten horen. Een soort Elia.

In welke tijd zijn we in de bijbel als Elia verschijnt?

Na de dood van koning Salomo breekt in het twaalfstammenrijk een burgeroorlog uit om de troonsopvolging. Met als resultaat dat het rijk in tweeën scheurt. Koning Jerobeam van het Noordelijk gedeelte, van Israël, ziet dat zijn mensen op het Zuidrijk Juda, op Jeruzalem, gericht blijven als het om de godsdienst gaat. Daar staat de tempel.

Hij maakt van het heiligdom Bethel een nieuw heiligdom door er enkele beelden op te stellen van stierkalveren en te zorgen dat er voldoende priesters zijn. Het werd al snel het nationale heiligdom, waar Jeruzalem bij verbleekte. Maar dat verbond de godsdienst van Israël wel met de Baälcultus, de godsdienst van het hebben, het materialisme . Vanaf dat moment raakte de Heer in het Noordrijk steeds meer vergeten, ook de koningen na Jerobeam gingen door op het pad dat hij was ingeslagen. 1 Koningen 12-16 vertelt daar het één en ander over, om uiteindelijk uit te komen bij koning Achab: Hij was de ergste van allemaal, op eigen houtje laat hij een tempel voor Baäl bouwen in Samaria.

Maar wie de God van Israël afschaft, ziet de humaniteit van de samenleving te gronde gaan. Dat is de basisovertuiging van de bijbel. De God van de bijbel hoort namelijk het roepen van armen en verdrukten.

Achab is de koning die zeer succesvol is in de wereld van hebben en bezit, van macht en invloed. En de dienst aan Baäl past daar dus goed bij. Recht en barmhartigheid hebben afgedaan, het gaat om macht en succes.

En Achab is gehuwd met Izebel, de dochter van een stadsvorst uit Phoenicië, het land van Tyrus en Sidon. Politiek een zeer verstandig huwelijk, erg gunstig voor de internationale handelsbelangen van Israël. Zo werd in de tijd van Achab Jericho weer opgebouwd. Maar Jericho moest ooit vallen, omdat de stad model stond voor een goddeloze wereld. Door het geloof is Jericho gevallen, daarvan spreken haar ruïnes, staat er geschreven. Bij de bouw van de stad zouden er kinderoffers zijn gebracht. De geschiedenis herhaalt zich, want hier wordt gezegd: ‘Ten koste van zijn oudste zoon, Abiram, legde hij de fundamenten, en de poortdeuren bevestigde hij ten koste van Segub, zijn jongste zoon.’ De waan van groot, groter, grootst, leidde tot het opofferen van Achabs eigen kinderen.

Economische groei vraagt altijd mensenoffers.

In onze tijd is dat niet anders. Als een bedrijf minder winst maakt, dan het had gehoopt, zet het vaak mensen op straat.

Wij mekkeren over asielzoekers en vluchtelingen, terwijl er in Jordanië, Turkije en Libanon tentenkampen zijn met 10.000en vluchtelingen.

Hoe rijker een land is, hoe minder betrokken op de minst bedeelden, kun je zeggen.

De ABN Amro bank had een netto winst van 600 miljoen euro, stond vrijdag in de krant. Dat raakt mij omdat iemand uit mijn zeer nabije omgeving, die een hypotheek heeft bij de ABN Amro, zijn hypotheek wilde aanpassen omdat zijn vrouw was ontslagen en geen ander werk kon vinden. De Bank heeft hen maanden aan het lijntje gehouden, gepest met vaagheid en afspraken waarop werd teruggekomen en hen een boete van 40.000 euro opgelegd. Door alle zorgen belandde hij deze zomer in een psychiatrische kliniek. De banken zouden deze verhalen moeten horen.

Ook de verhalen over de mensen die zelfmoord pleegden vanwege financiële problemen.

Moet je alle schuld en verantwoordelijkheid bij die mensen leggen of is ons systeem daar verantwoordelijk voor? Het systeem is zeker verantwoordelijk.

En dan opeens staat daar een man voor koning Achab. Alsof hij uit de hemel komt vallen. Zijn naam is El-jahoe: de Here is God. Niets wordt er vermeld over geboorte, opvoeding of roeping. Niemand is op zijn komst voorbereid. Maar hij laat wel direct van zich horen. Hij spreekt: Zowaar de Heer leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta:  de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen, tenzij ik het zeg! En profetisch geluid is het, te midden van het kwaad.

Een onheilstijding kondigt hij aan, een economische recessie.

Misschien zouden wij niet zeggen dat God voor een droogte zorgt, maar als je zo handelt als in de tijd van koning Achab en van ons, dat er vanzelf recessie komt. Het is een kwestie van oorzaak en gevolg.

Een droogte slaat het land en dan is Elia ook ineens weer verdwenen. God stuurt hem weg, naar de wadi Kerit. Hij schuilt daar in een kloof, leeft van het water uit de rivier en van het vlees en brood dat de raven hem ‘s morgens en ’s avonds brengen. Terug naar de woestijn moet hij, waar God zijn volk spijzigde met manna en kwakkels.

De mensen moeten, net als Elia, weer klein worden, leren te leven van vertrouwen en ontvankelijk worden, open, beseffen dat ze het leven niet in de hand hebben, afhankelijk zijn van de goedheid van anderen, beseffen dat we elkaar nodig hebben i.p.v. zelfgenoegzaam en hard en onbarmhartig worden.

Mattheus leert ons hierin over de vogels en de bloemen, die gevoed worden en getooid en ze werken niet en maaien niet en toch worden de vogels gevoed en zien de bloemen er prachtig uit.

Het gaat er niet om natuurlijk dat je passief met je handen over elkaar gaat zitten, maar om een levenshouding van vertrouwen, om zijn i.p.v. hebben.

Daar gaat het volgende gedicht over, waarmee ik afsluit:

Een gedicht van Ed Hoornik:

Op school stonden ze op het bord geschreven, het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven, de ene werklijkheid, de andre schijn. Hebben is niets.
Is oorlog. Is niet leven. Is van de wereld en haar goden zijn. Zijn is, boven die dingen zijn uitgeheven,
vervuld worden van goddelijke pijn. – Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten. Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.
Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken, is kind worden en naar de sterren kijken, en daarheen langzaam worden opgelicht.

(Ed Hoornik)