Preek 8 maart 2015

Gemeente van Jezus Christus.

 

“Het Huis waar Gij Uw naam en eer hebt laten wonen bij de mensen”.

Dat huis is de Tempel. De Tempel van Jeruzalem.

En zelfs de mus en de zwaluw vinden er een nest. Zullen er veilig wonen.

Die Tempel is Jezus Christus. Breek hem af. Hij bouwt hem in drie dagen weer op!

Jezus is de woonplaats van God op aarde.

In Hem gaan God en mens op een wonderlijke manier samen in een vast verbond.

Die Tempel is ook de gemeente.

Lichaam van Christus waar de Geest van God Zijn wegen schrijft in de tijd.

Ook in onze tijd.

Die Tempel, tenslotte: die Tempel dat zijn wij.

Jij en ik: “voor een tijd een plaats voor God”, zoals de dichter Gerrit Achterberg het zegt.

 

De Tempel in Jeruzalem. Daarover gaat het eerst.

Het is de plek waar de Tora gegeven wordt. Waar het Woord geschiedt.

Waar alles wat over ons geschreven is volbracht gaat worden, deze veertig dagen.

 

Tora! Tien Geboden. Alles wat Mozes Israël heeft geleerd om te doen.

Het is meer dan “wet”. Het is meer dan een “gebod”.

Veel meer dan wat mag en wat vooral niet mag.

Het is het verhaal van de geschiedenis van God en Israël. De weg die Hij is gegaan:

met Abraham en Sara. Met Mozes en Mirjam. Met Debora en David.

Weg uit Oerland Ur. Bevrijd uit angstland Egypte.

Door de woestijn met rook – en vuur kolom.

In het Beloofde land en in het Babel van de ballingschap.

Waar het volk ook gaat, God blijkt steeds mee te gaan.

In die geschiedenis heeft Hij zich laten kennen:

Zò ben Ik voor u. Eerste woord van de Tien Geboden: “Ik heb u bevrijd!

Niemand mag ooit weer een slaaf van u maken.

Ik ben God die er bij is zelfs in het dal van diepe duisternissen.

Die niet aan de kant blijft staan als het leven moeilijk, gevaarlijk wordt”.

Vanuit die geschiedenis, vanuit de Tora, weet Israël:

zo is onze God. Een Bevrijder is Hij. Zo mogen wij met Hem omgaan!

Geen strenge regels die het leven verlammen.

Gods geboden zijn mijlpalen langs de weg. Een hek om de tuin.

Bakens die de veilige vaarroute aangeven.

Binnen die huisregels van het Verbond ga je veilig en kom je thuis.

 

Johannes vertelt: als Jezus komt komen ook deze regels weer tot leven

De Bijbel – voor het gemak vertalen we Tora vanmorgen verder maar met Bijbel:

Zo wil de Bijbel in ons leven zijn: een richtlijn, geen wetboek.

Een vingerwijzing voor iedere dag! Een weg die de Geest schrijft in onze tijd.

Een verhaal dat ook over jou gaat.

In het Woord van God komen ook wij aan het woord.

Levende werkelijkheid. Als Jezus komt…..Weet je nog?

 

-1-

Het verhaal van vanmorgen wordt door Johannes verteld in één adem met het water – en wijn wonder. Wij mochten de bruiloftsgasten zijn te Kana in Galilea.

Daar stonden die watervaten. Volgens het gebruik van de Joden.

Een regel uit hun omgangsvormen met God.

Water om zich te reinigen en zo zuiver voor God te komen.

Het stof van de wegen waar langs je gekomen bent – ook vaak de wegen van de pijn —

voor dat je binnenkomt wordt het weggewassen. Schone voeten, schone handen!

Die vaten waren leeg!

De woorden van de Bijbel waren holle klanken geworden.

Lege symbolen. Bijbelse taal die niemand meer wil leren.

Begrijpelijk misschien. Wel jammer. Je kunt de Bijbel niet zo maar opzij schuiven.

Dan raakt de wijn van het leven al te gauw op.

Jezus laat eerst die vaten weer vullen. Bijbelse normen worden in ere hersteld.

Dan wordt water wijn en is het feest, dan is het leven gered. Het gewone wordt bijzonder!

 

Zo ontmoeten we Jezus vandaag in de Tempel.

Ook daar moeten de woorden van God weer tot leven komen.

Wat is er aan de hand?

Het wordt Pasen in Jerusalem.

Van heinde en ver zijn de mensen gekomen om het Paaslam te slachten.

Zo doet Israël dat al honderden jarenlang in die eerste maand van de lente.

Op die vaak lange pelgrimsreis kan je natuurlijk niet je eigen schaap meenemen.

Trouwens: nu Israël in steden woont heeft lang iedereen geen eigen vee meer.

Goede dagen voor de schapenfokkers.

Zij huren ruimte voor hun handel in de Voorhof van de Tempel.

Waarom niet? Daar worden ze straks toch ook geslacht?

Misschien zijn de herders uit Efratha’s velden er ook wel met hun kudde.

Zij verkopen hun lam graag aan de pelgrim.

Daar zijn de kramen waar je geld kunt wisselen. Iedereen heeft in die dagen Romeins geld.

Maar dat mag je niet in de collecte doen. In de offerkist van de Tempel mag alleen Joods geld.

“Collectebonnen”, zou je kunnen zeggen. Heb je die niet? Wij wisselen graag.

Daar zijn de duivenhandelaren. Duiven. De offerdieren voor mensen met een smalle beurs.

Rijken offeren een rund, een schaap, een geit. De armen een paar duiven.

Je kunt ze hier kopen.

Wat is er toch mis mee? Waarom wordt Jezus zo kwaad. Wat is er tegen deze dienstverlening aan de pelgrim die vaak van ver komt?

 

Dit is er tegen!

In de dagen voor Pasen worden de schapen wel heel erg duur. En de wisselkoersen rijzen de pan uit. Er wordt grof geld verdiend aan dit Paasfeest. De heren van de Tempel verhuren de marktkramen voor veel, voor veel te veel geld. De zorg voor mensen is handel geworden.

De kwaadheid van Jezus hoor je goed in wat Hij zegt. Bij Matteüs nog feller dan bij Johannes.

“Het huis van Mijn Vader is een plaats om te bidden. Jullie maken er een rovershol van”.

De zorg voor mensen is roofgoed geworden. Marktwerking. Moet dat?

Tegen dienstverlening is Jezus niet opgetreden. Tegen uitbuiting en woeker gaat Zijn woede.

Het vee drijft Hij weg. Het geld gooit Hij op de grond. Weg er mee! Alleen voor de duivenhouders is Hij milder zo lijkt het. Zij mogen hun dieren meenemen. Viel er aan duiven niet zo veel te verdienen? Herinnert Jezus zich hoe ook Zijn vader en moeder aangewezen waren op zo’n duivenoffer, arm als ze waren?

-2-

Johannes gaat ons uitleggen wat hier aan de hand is.

We mogen mee kijken achter de feiten. Er is meer aan de hand dan wat er echt gebeurt!

Na Pasen, na Pinksteren, toen het Evangelie overal werd verteld, toen hebben ze het begrepen. Hier wordt werkelijkheid wat Israël al lang had gezongen in één van zijn Psalmen:

“De hartstocht voor Uw Huis zal Mij verteren”.

Het is een verhaal voor de lijdenstijd. Matteüs, Markus en Lucas laten dit gebeuren plaats vinden in de Stille Week.

Jezus kiest met al wat in Hem is voor de Tempel. Voor die plek waar God Zijn Naam en eer laat wonen bij de mensen. Daar – immers – kan je terecht met je verdriet, je zorgen, je pijn, je vreugde ook, je liefde en je dankbaarheid.

Daar legt de priester de handen op en spreekt woorden van vergeving.

De Tempel is een plek om bij God te zijn voor heel het volk. Voor alle volken.

 

“Wie heeft U aangesteld om dit te doen?”

De priesters, de schriftgeleerden, de tempel – top…. Ze zijn er niet echt op tegen wat hier gebeurt. Maar waarom Hij? Wie is Hij om dit te doen?

Jezus antwoord met een raadselspreuk. Zo ging dat wel meer onder theologen in die tijd.

En Jezus was een rabbi, een leermeester, een Schriftgeleerde net zal zij.

“Breek de Tempel af en in drie dagen bouw Ik hem op”.

Wat een onzin.

Herodes is al zes en veertig jaar bezig deze Tempel te bouwen en Hij – in drie dagen?

 

Een raadselspreuk vol diepe wijsheid. Wie begrijpt het?

Wat de mensen nu ver van zich werpen, niet begrijpen, laster vinden, daar zullen ze straks aan mee werken. Op Goede Vrijdag, als ze eindelijk Jezus gevangen nemen, zal het tegen Hem gebruikt worden. In hun handen, voor hun ogen zal dit raadselwoord werkelijkheid worden.

Als Hij aan het kruis hangt zullen mensen het Hem spottend toeroepen.

Die Tempel waar mensen God ontmoeten. Waar je heen kunt gaan voor troost en vergeving. Waar je welkom bent om je kind bij God te brengen. Waar je de weg van God in jouw leven kunt leren. Die Tempel blijkt Jezus zelf te zijn.

Bij Hem kan je terecht met je schuld, met je zorgen, met je woede ook wel en met je hopeloosheid, met al je drukte en met je stilte.

Daarom is er geen plek voor woekerwinsten en geld verdienen over de rug van de armen.

Daarom is er geen plek voor het lawaai van de markt.

Geen plek voor mensen die alleen kunnen leven ten koste van de ander.

Geen plek voor het rovershol. Inderdaad: breek die Tempel gauw af.

In drie dagen zal Jezus de Tempel bouwen die werkelijk weer Huis van gebed, Huis van troost, Huis van wijsheid zal zijn.

 

En die nieuwe Tempel: dat is de gemeente van Christus.

Zo ongeveer zegt Paulus het.

De gemeente: Lichaam van Christus is de Tempel van de Heilige Geest.

Hier in Nijeveen bent u de plek waar mensen God ontmoeten.

Waar ze terecht kunnen met hun zorgen, hun schuld, hun vreugde, hun liefde.

U bent de plek waar mensen niet leven ten koste van de ander. Hier leef je van je dagelijks brood. Hier vind je vreugde bij de wijn van het Koninkrijk. Hier worden zonden vergeven. Hier is een plek om lief te hebben, samen te delen, samen te spelen. De verdrukte wordt recht gedaan en de arme gekleed en gevoed. De vreemdeling, de vluchteling krijgt meer dan bed en bad en brood.

-3-

Dat maakt de gemeente kwetsbaar. Wie wil er zo nog bij horen?

Die gemeente wordt heel klein. Misschien breken ze haar wel helemaal af.

In Noord – Afrika, in Klein – Azië waar het ooit allemaal begonnen is vind je van de kerk nauwelijks meer iets terug.

Zal de Geest in onze afbrokkelende kerken nog Zijn Tempel vinden?

 

En ik en jij? Zijn wij dan toch nog met vreugde lid van die gemeente?

Toen ik hier op 7 december mocht voorgaan zongen we met een adventslied:

“Zie, heel mijn hart staat voor U open en wil, o Heer, Uw tempel zijn”.

Geldt dan voor jou, voor mij, wat Paulus van ons samen zegt?

Is jouw leven, is mijn bestaan ook een Tempel van de Geest?

 

Kunnen mensen bij mij terecht als ze God willen ontmoeten?

Kunnen zij bij jou terecht voor stilte en troost.

Met hun vragen en zorgen, met hun liefde en dankbaarheid?

Ons leven: tijdelijk een plaats voor God in deze wereld?

 

En als het wordt afgebroken?

Door wanhoop. Door onverschilligheid. Door vermoeidheid. Door ongeloof?

Door ziekte en tenslotte: door de dood?

 

Wees niet bang, zegt Jezus: als jouw aardse tempel wordt afgebroken bouw Ik jou weer op.

Mijn Woord, Mijn verhaal, Mijn Tora, begonnen met Abraham en Sara,

gedaan door Mozes en Mirjam, sterk geworden in Debora en David,

vervuld in Jezus Christus:

Gods woord bestaat in eeuwigheid.

 

AMEN.