Preek 15 maart 2015

Preek over Jozua 4 en Johannes 6, 1-15.

 

Vorig jaar zomer waren wij in Engeland en reden langs Stonehenge, een magische stenencirkel, duizenden jaren oud. Men zegt van 2300 v Chr. En je vraagt je af hoe toen al mensen in staat waren zulke enorme zware stenen op die plek te krijgen. Op 21 juni, de Zonnewende, komen mensen daar massaal naar toe om de zon achter een van de stenen op te zien gaan.

Een jaar eerder had ik Avebury al bezocht. Ook een mythische plek in Engeland, waar stenen in een grotere cirkel, verder van elkaar staan. (een stuk minder toeristisch). Bijzonder om daar rond te lopen, zo’n eeuwenoude geschiedenis.

Die stenen vertellen een verhaal. Ze blijven het vertellen want stenen zijn duurzaam.

In Stonehenge zou het om een grafkamer zijn gegaan. Dat komt dan overeen met onze Drentse hunebedden, waarvan er twee zich vlakbij in Havelte bevinden.

Het blijft boeien, die oude stenen, zo knap gerangschikt. Het verhaal dat erbij zou kunnen horen, blijven wij graag vertellen.

In de lezing in Jozua gaat het ook over gedenkstenen. De 12 stammen trekken eindelijk het beloofde land Kanaän in. Zoals ooit het volk Israël door de zee trok o.l.v. Mozes. Free at last. Het wonder geschiedde: de wateren weken. Ze kwamen aan de overkant, thuis.

Jozua had opgedragen: een man uit elke stam dient een steen mee te nemen, neem die mee op je schouder naar de overkant. ‘’Als dan later je kinderen vragen wat deze stenen betekenen, dan moet je vertellen: Israël is de Jordaan overgetrokken en wel over de droge bedding. Want God heeft de Jordaan drooggelegd.’’ De stenen bij de Jordaan schijnen er trouwens gelegen te hebben vanaf ergens rond het jaar 1400 voor Christus. Volgens de joodse overlevering in de Talmud waren die stenen nog te zien door de generatie die na de herbouw van de tweede tempel in Israël leefden. Drie rabbijnen zouden erop hebben gestaan. Dat is minsten 900 jaar later!

 

Ook aan de joodse paasmaaltijd vraagt een kind: waarom is deze nacht anders dan de andere nachten? En dan vertelt de ouder het verhaal wat een wonder het is dat het volk Israël door Gods hulp door de Rietzee kon gaan en verlost werd van de tirannie van Egypte.

De kracht van gedenken en het blijven vertellen van de verhalen.

Ik heb een beeld bij me, gekocht in Amerika. Het heet the story teller. De verhalenverteller is afkomstig van het volk van de indianen waar verhalen van generatie op generatie worden doorverteld. Verhalen als levensles. Verhalen die je troosten, bemoedigen, aanmoedigen, je het geheim van het leven vertellen.

Het grootste geheim is, denk ik, dat het mogelijk is dat je aan de overkant kunt komen, terwijl je zelf denkt dat je zult verdrinken. Dat is het bijzondere van deze tijd voor Pasen: dat we door de woestijn of door het water trekken, met Jezus, maar straks ontdekken dat het Pasen is. En vandaag door deze verhalen ook al een beetje eigenlijk. Deze zondag heet wel klein Pasen.

En die stenen: tastbare dingen helpen erbij. Die zie je en die roepen de vraag op: waarom staan die stenen daar? Waarom heb je die foto staan, waarom draag je die ketting. Nou omdat daar een verhaal bij hoort wat belangrijk voor me is en dan kun je het vertellen.

Mijn moeder begint steeds vaker verhalen te vertellen bij voorwerpen die ze in huis heeft staan en die nog van haar grootmoeder zijn geweest. Een spiegel op de schoorsteen die bij haar grootmoeder hing en dat ze daar als jong meisje in keek en wat haar oma toen zei. Een glazen kan/fles met een deksel waar vroeger advocaat in zat en dat ze dat als meisje niet mocht hebben terwijl het haar zo lekker leek. Bij het ouder worden wordt het verleden steeds belangrijker en het is een deel van onze familiegeschiedenis. Hier gaat het vooral ook om onze geloofsgeschiedenis natuurlijk.

Wat is zo waardevol dat je moet doorgeven aan volgende generaties? Verhalen van bevrijding, van hoop, wonderen. Je mag ze niet vergeten, want het is nooit vanzelfsprekend dat je erdoor kwam. Door zo’n woestijn, zo’n waterervaring. Daarom is het goed een monumentje op te richten, zodat je er altijd aan herinnerd zult zijn. Leg dus je eigen steentjes neer, als je ergens doorheen gekomen bent!

Bijzonder is dat dat monument niet alleen geschiedenis is, in het laatste vers staat: voor jullie is de Jordaan drooggelegd, het was zo en zal ook zo zijn. Ook in de toekomst.

Het is eigenlijk een doopverhaal, kopje onder gaan in het water, maar er ook weer worden uitgetrokken. Als een nieuw mens.

En dan is het andere verhaal van de wonderbare spijziging een verhaal over het avondmaal.

Eigenlijk is het verhaal van de spijziging ook eerst een verhaal over tekort: 5000 mensen en bijna geen eten.

En ook hier gebeurt een wonder. De vijf broden en twee vissen blijken genoeg om 5000 mensen te voeden. Waar het brood gebroken en gedeeld wordt, is er altijd genoeg. 12 stenen in Jozua, 12 manden brood als teken in Johannes. Tekenen van redding, tekenen van een wonder.

12 stammen in Israël, 12 leerlingen van Jezus, ze staan symbool voor de hele mensheid. Voor iedereen is overvloed van genade weggelegd. Bij elkaar zijn, de maaltijd delen op het groene gras, een verwijzing naar de grazige weiden van psalm 23, waar het je aan niets ontbreekt.

Ik eindig met het verhaal van de soepsteen: een verhaal waar een steen én maaltijd houden samenkomen. Om aan je kinderen door te geven, zodat ze weten dat het nooit zo donker is of het wordt weer licht.

 

Ergens in een ver dorpje in de bergen voelden de mensen er zich niet meer gelukkig.
Vroeger was dat anders. Wanneer de zon van achter de bergruggen tevoorschijn kwam, gingen ze fluitend aan het werk.
Maar nu was het anders. Iedereen keek sip, en iedereen dacht alleen maar aan zichzelf.
Ja, er was hongersnood in het dorp.
Iedereen dacht, dat er eten tekort was, en daarom spaarde iedereen al het eten dat hij kon bemachtigen op in zijn kelder.
Op een dag, kwam er een vreemde man in het dorp aan.
Hij was schamel gekleed, was in dagen niet meer geschoren en zag er graatmager uit.
Maar, hij had blinkende, fonkelende ogen en een gezicht dat altijd leek te lachen.
“Waarom kijkt iedereen zo sip?” vroeg de man.
“We hebben honger, en er bijna niets te eten” kreeg hij als antwoord.
De vreemdeling krabde even in zijn stoppelbaard, zette zijn hoge hoed wat naar achter en dacht na.
Opeens zei hij: “Ik zal voor jullie soep maken”
“Soep?” vroegen de mensen, en waarmee zouden we dan wel soep maken?”
“Geen nood” zei de man; “Ik heb immers een soepsteen bij. En daarvan maak je de lekkerste soep ter wereld.”
De mensen van het dorp die het hoorden, konden hun oren niet geloven: Een soepsteen, neen, daar hadden ze nog nooit van gehoord. En het nieuws verspreidde zich als een vuurtje in het dorp.
“maar ik heb nog een ketel water nog” zei de man. De mensen haalden een grote ketel met water en zetten die op het vuur.
Met een groot gebaar haalde de man voorzichtig de soepsteen uit zijn zak en legde die in het water dat al begon te koken.
Even later ging hij proeven.”Hmmmm…heerlijk” zei de men; “Maar de soep zou nog iets beter zijn, als we er wat aardappelen bij deden; heeft er soms iemand een paar aardappeltjes?”
Sommige mensen die hoopten om ook eens van de soep te mogen proeven, brachten een paar kleine aardappeltjes aan.
Na een tijdje proefde de man weer: “Prima!” zei de man maar het zou nog beter smaken, als we er wat groeten bij deden.” Wie enkele groenten kan missen mag straks ook een bordje van mijn heerlijke soep.” Verlegen kwamen enkele bewoners met nog wat prei en selderij, en een vrouw bracht een een bond worteltjes.
Het begon al heerlijk te ruiken op het marktplein, en steeds meer mensen kwamen kijken en snuffelenrond de grote soeppot. “Ze is bijna klaar, maar als we er nu nog wat kruiden en wat zout zouden indoen, dan zal het de beste soep van heel de wereld zijn. Oh ja, en misschien hebben we ook nog een stuk soepvlees.”
De dikke herbergier, die een echte smulpaap was, droomde al van een heerlijk bord soep en kwam met een groot stuk soepvlees aangezeuld.

De geur van heerlijke soep vulde heel het dorp. Het duurde niet lang, of iedereen stond al klaar met een bord en een lepel om van de heerlijke soep te proeven.
Toen de soep klaar was, werd de soep uitgedeeld, en iedereen mocht er een bord van nemen, want iedereen had ook iets van zijn eigen voorraad gegeven.
Alle bewoners begonnen te smullen en te smakken. Zo’n heerlijke soep hadden ze nog nooit geproefd. En telkens kwamen ze weer om hun bord te vullen. Ook de kinderen aten hun buikje rond. Iedereen voelde zich weer blij, en je kon zien aan de mensen, dat ze er echt van genoten hadden. De speelman haalde weer zijn viool uit, en de mensen begonnen te dansen en te lachen.

Het dorp was weer in vreugde. “Het spijt me.” Zei de vreemde man, maar ik moet vertrekken. Alle mensen vonden het jammer. “Maar de soepsteen mag je houden” zei de man. Om zulke lekkere soep te maken, moet je telkens doen, zoals je vandaag gedaan hebt: samen delen van wat je nog thuis hebt, zodat iedereen ervan kan genieten.”

De mensen knikten en voelden zich dolgelukkig, dat ze de soepsteen mochten houden.
De man was blij, dat hij de vreugde in het dorp had teruggebracht.
En eventjes buiten het dorp bukte de man zich……Hij raapte weer een steen van de grond en stak die in zijn zak.