Preek 1 februari 2015

Dienst in het kader van de maand van de spiritualiteit: Gelukkig lichaam, lief lijf.

 

Welkom en Paaskaarslied: Uw woord is een lamp voor mijn voet..

Onze hulp

Kinderlied

Kindergesprek

Zijn jullie blij met jullie lijf? Ja, wat vind je mooi, kan het goed? Zijn er minpuntjes?

Parel met olie meegeven.

 

Over de viering:

Het is deze maand de maand van de spiritualiteit. Ik schreef er al over in Drieluik en het stond ook in de krant.

Spiritualiteit is een heel wijd begrip. Het woord spiritus zit erin, adem of geest. Wij als gelovigen zijn ook bezig met het geestelijke. Op geestelijk gebied is er van alles te koop. Yoga, meditatie, reiki, healing, en nog veel meer. In mijn vorige gemeente ging ik wel eens naar een magnetiseur, een strijker is het oude woord. Die man kwam ook gewoon in de kerk en was heel gelovig. Geloof en yoga of iets anders kunnen best goed samengaan, al wordt daar binnen de kerk soms aan getwijfeld en wordt het vaak als zweverig en navelstaarderij afgedaan. Natuurlijk is er van alles op die sprituele markt waar je je vraagtekens bij kunt zetten, maar dat kun je bij de kerk misschien ook wel. Maar er zit ook veel goeds bij en je kunt er niet omheen dat heel veel mensen daarmee bezig zijn, ook binnen de kerk.

Daarom vind ik het belangrijk aandacht te schenken aan deze maand en aan het thema ervan: Gelukkig lichaam, lief lijf.

De kerk heeft ook nooit zoveel op gehad met lichamelijkheid. Het ging om de geest, het ‘zwakke vlees’ moest onder de duim worden gehouden. Ger Groot schreef laatst in Trouw:

In het christendom van na de Reformatie, vinden we een soort lichaamsloosheid terug. De protestantse kerken ontdeden zich zoveel mogelijk van iedere zintuiglijkheid: voor het oog viel er weinig meer te zien, voor de neus niets meer te ruiken, en het oor kreeg alleen het Woord te horen. Zelfs gezangen moesten het soms ontgelden; in hun bewuste monotonie (eentonigheid) leken ze zo weinig mogelijk op muziek.

Doorgaans geven mensen tegenwoordig ruime aandacht aan hun lichaam. Soms grenst die aandacht aan verheerlijking. Ook een ander uiterste is mogelijk: minachting en verwaarlozing van het lichaam.

Ons lijf dus: wat voor verhouding hebben we ermee? Met ons lichaam kunnen we lopen, zitten, dansen en werken. We zijn blij en dankbaar dat wij een lichaam hebben. Ons lichaam stelt ons ook teleur. Niet altijd kunnen we doen wat we zouden willen. We zijn ziek, krijgen een ongeluk of ons lichaam raakt versleten.

Verzorgen we het goed, zijn we er lief voor als het pijn heeft of negeren we dat juist? Accepteren we ons lijf omdat het ons toch nog maar steeds draagt, ondanks alle moeite misschien?

De meeste vrouwen schijnen ontevreden te zijn met hun lijf, vanwege een schoonheidsideaal waar de meesten niet aan voldoen.

We luisteren zo dadelijk naar drie stukjes tekst waarin moeite met het lichaam naar voren komt.

Daarna horen we naar orgelspel en vraag ik u of u wilt nadenken over uw lichaam, een lichaamsdeel waar u misschien moeite mee hebt of wat het niet doet zoals u zou willen of iets wat aandacht nodig heeft. U kunt dat op het kaartje met het plaatje omcirkelen en er eventueel iets bijschrijven.

Daarna zingen we lied 834 en wil ik vragen of u het kaartje in uw handen wil houden en dan wil ik na het lied er een gebed/ zegen over uitspreken. Ook in de hoop, het vertrouwen, dat, waar nodig, er een stukje verzoening mag komen.

 

Drie verhalen over mijn lichaam

 

Isa Hoes: Ik werd geboren met één flapoor, aan de linkerkant, en ik kan me niet herinneren wanneer ik me daaraan ging storen. Wel weet ik nog dat ik vanaf mijn tiende probeerde mijn oor plat te drukken door mijn haar erover heen te kammen en het in een strakke staart te doen. Ik ging de deur niet uit voordat mijn haar was weggewerkt. Niemand zei er ooit iets over en voor zover ik me kan herinneren werd ik niet gepest, maar ik vond het toch verschrikkelijk. Mijn flapoor maakte mij voor het eerst bewust van het feit dat ik een lichaam had, dat dat lichaam kon afwijken van het beeld in mijn hoofd, van hoe ik het zou willen, en dat ik misschien iets aan mijn lichaam zou willen veranderen. Al die jaren daarvoor had ik met mijn lichaam geleefd zonder daar vragen over te stellen. Op het moment dat ik begon te balen van mijn oor, was dat voorbij. Sindsdien is mijn lichaam een voortdurende zoektocht voor mij. Howel ik ernorm met mijn flapoor zat, vond ik het tegelijkertijd moeilijk dat ik daar zoveel aandacht aan besteedde. Er waren ergere dingen, wist ik, en ik schaamde me dat ik me hier zo druk over maakte.Pas op mijn twaalfde durfde ik tegen mijn moeder te zeggen dat ik heel ongelukkig was met mijn flapoor.We waren na het eten in de keuken, mijn moeder deed de afwas en ik hielp haar met afdrogen. Ineens moest ik huilen. Het zat me zo hoog, ik kon niet accepteren dat ik de rest van mijn leven met een flapoor zou rondlopen. Mijn moeder zag hoe erg ik het vond en probeerde mij niet eens meer te overtuigen dat het zo lief stond. Diezelfde week nam ze me mee naar een specialist en een operatie werd ingepland. …

Ok als puber was ik behoorlijk onzeker over mijn uiterlijk. Mijn benen vond ik niet mooi, mijn wangen te dik en mijn voeten raar met die gekke teentjes.. Allemaal onzin natuurlijk maar op dat moment voor mij de waarheid. En dus droeg ik jarenlang geen rokjes en geen open schoenen. (Uit het essay ‘Kompas’)

 

Mijn lichaam:

(Van een vrouw uit een groep waarin ze schreven over het minst en meest vertrouwde lichaamsdeel)

Wat is voor mij het minst vertrouwde lichaamsdeel?

Dat is niet zo moeilijk. Dat zijn mijn heupen. Als 15 jarig meisje ontdekte ik op een foto dat ik veel bredere heupen had dan een ander. Al gauw probeerde ik deze te verbergen. Ik was er altijd mee bezig. Ook nu nog. Plooien in mijn rug, deuken in mijn billen. Er liever niet naar kijken. Soms toch weer kijken. Dieet. Deuken en plooien weg. Maar toch weer die brede heupen en altijd maar jeuk.

Een maatje meer dan de bovenkant. Spiegel tegenover spiegel. Kijken of het soms nog wat meevalt.

Nee, het valt niet mee. Lijnen. Soms voel ik mij alleen maar dikke kont.

Als ik kleren ga kopen, heb ik er de meeste hinder van. Broek net weer te strak. Nog grotere maat. Gelukkig maak ik meestal mijn broeken zelf en door steeds maar weer een stukje bij de naad aan te knippen, past de nieuwe broek weer.

Leuk ondergoed kopen? Sexy? Niet voor mij. Er is niets leuks aan. Gewoon tenten, die staan nog een beetje normaal. Af en toe nog wel eens een poging, maar deze belandt dan weer achter in de kast.

In de omgang met anderen vind ik het heel rot, dat ik zo’n dikke kont heb. Ze mogen er vooral niet aankomen. Liever niets over zeggen. Dit neem ik hem meestal al uit de mond door er zelf een opmerking over te maken.

Toch probeer ik de laatste tijd om mijn billen en heupen te accepteren. Mijn jeuk is daardoor ook wat minder geworden. Hoewel het er soms nog wel is. Nee, van mijn heupen zou ik graag een paar kilo wegsnijden.

 

Mijn lichaam: Uit het boekje ‘Het goede lichaam’ van Eve Ensler.

Mijn moeder zag me nooit. Ze zag alleen acne. Vijf jaar lang moest ik twee keer per week mee naar de dokter. Die stelde mijn gezicht bloot aan van alles, hij nam de maat en kneep erin. Hij liet het toegetakeld achter. Hij zette er ook een röntgenapparaat op, vijf minuten per keer. Dat was lang voordat we alles wisten over röntgenstralen. Hij brandde de onderste huidlaag van mijn gezicht weg. Na die bezoekjes reden mijn moeder en ik samen rond. Dan huilde ze en ik huilde ook. ’Ik kan toch geen gelukkig mens zijn, Helen?’ zei ze dan. ‘Je zus zit met polio in een rolstoel. Je vader is dood en jij Helen, jij hebt acne!’

 

Orgelspel (nadenken) over lichaamsdeel

Mensen kunnen eigen moeite/aandachtsplek op kaartje aangeven.

 

Lied 834: Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht

 

Laten we bidden:

Lieve God, hier zijn we dan met ons lichaam,

we voelen ons thuis in ons lichaam of zijn ervan vervreemd misschien.

Maar ons lichaam is toch ons huis.

Wij bidden u om verzoening met lichaamsdelen die het niet doen zoals wij zouden willen, die ons in de steek laten, waarvoor wij ons schamen, of waarvoor wij geen zorg kunnen opbrengen, lichaamsdelen die wij gevoelsmatig hebben afgestoten of echt hebben moeten missen.

Genees ons lichaam waar nodig. Raak het aan met uw aandacht en tederheid.

Dat wij een mens uit één stuk kunnen zijn.

Wij dragen aan u op de lichaamsdelen die wij hebben opgeschreven, aangekruist om ze bij u neer te leggen en er genezing voor te vragen.

In uw naam mogen wij de zegen erover uitspreken.

Want u hebt juist wat zwak is, lief.

Gezegend is ons lichaam, in al onze kwetsbaarheid, in de onvolkomenheid die wij voelen.

Het mag er zijn in uw ogen, U hebt het lief. U koestert het in uw bescherming. Het is goed zoals het is. Amen

 

Nu wij onze pijn en moeite bij God hebben neergelegd mogen wij ook de dankbaarheid voelen, de lof uitzingen over ons lichaam dat door God zo schoon is geweven.

We zingen:

Lied 868, 3, 2

 

Lezing psalm 139 13-16a en 1 Kor. 6, 19,20.

 

Lied: 139, 7, 8, 9

 

We kijken naar een filmpje van zo’n 8 minuten. Het komt eigenlijk in plaats van de preek.

Tijdens een voetwassing, ook een heel lijfelijk gebaar, interviewt Annemiek Schrijver in het programma Ikonhuis Annemiek Vroom die met een erfelijke ziekte is geboren. Zij vertelt over haar bijzondere relatie met haar lichaam.

https://www.youtube.com/watch?v=LU-c0zO9Js8

 

Gedicht Annemiek Vroom: Wanneer het lichaam spreekt

 

Mijn lichaam spreekt en vraagt

of ik eindelijk wil stoppen

met het gaat nog wel

wanneer ik besef

dat ze mij toebehoort

verbonden zijn

ik weer haar grenzen voel

weet wat ze geven kan

 

Mijn lichaam vertelt

hoeveel verdriet ze heeft

dat haar signalen

zo pijnlijk zijn

hoe graag ze me wil brengen

daar waar ik wil zijn

en hoe ze vecht

het vol te houden

 

Mijn lichaam huilt

wanneer ze me hoort

omdat ze weet hoe graag

ik haar vormen anders zie

omdat ze weet hoe graag

ik samen sterk wil zijn

omdat ze weet hoe graag

ik haar wil laten zien

 

 

Mijn lichaam is stil

op de momenten dat ik vraag

of ze me daar kan brengen

waar mijn vrije geest wil gaan

als ik haar vraag te dansen

eindeloos onvermoeid

en we samen weten

dat het niet gaat

 

Ik vertel mijn lichaam

dat ik zo trots ben

op wie ze kan zijn

waar ze me brengt

door haar spreken kan

door haar stralen kan

door haar strelen kan

door haar mens kan zijn

 

Ik koester mijn lichaam

omdat ik weetdat mijn hoop op beter

kom maar op

daar gaan we weer

nog even doorbijten

breekbaarder is

dan zij, lijf

 

Ik fluister haar

dat ik bang ben

als het niet meer gaat

wanneer haar signalen

de pijnen

groter zijn

dan alle krachten van mijn ziel

We praten samen

over de balans

die we

telkens opnieuw zoeken

telkens opnieuw vinden

ik naar haar luister

zij mij draagt

onbreekbare synthese

 

Dan kan ik dansen

met mijn ziel

dan kan ik vliegen

met mijn geest

dan vertrouw ik haar

en zij mij

dan zijn grenzen stof

voorbij

 

Stilte

 

Lied 833 3x

Neem mij aan, zoals ik ben, wek in mij wie ik zal zijn, druk uw zegel op mijn hart en leef in mij.

 

’Gebroken zijn is in het christelijk geloof belangrijk. ‘Dit is mijn lichaam’ is een uitspraak van Jezus. Hij spreekt die woorden uit als hij voor de laatste keer eet met zijn vrienden. Hij roept ons op die maaltijd te herhalen om hem te gedenken. Wanneer wij hem gedenken dan herinneren we ons zijn kapotgeslagen lichaam. Dus niet vanwege een gezond lichaam, maar juist door een gebroken lichaam worden we herinnerd aan de man die stierf door geweld terwijl hij zelf geweldloos leefde. Ook wij zijn, net als Jezus maar kwetsbare mensen met geschonden lichamen. Dit is mijn lichaam, het betekent dat hij in zijn zachtheid ons niet in de steek zal laten.’’ (Dick Stap, Open Deur, jan. 2014)

Hier ben ik, dit is mijn lijf, hier mag uw woord geboren worden, zei Maria. Ook wij hebben ons lijf te bieden aan de Aanwezige, zodat hij in ons en uit ons als echt mens geboren kan worden. ‘’ (Willem Marie Speelman, Open Deur)

Ons lijf als tempel, woning voor de Allerhoogste.

Om dat te oefenen als het ware, ons lijf aandacht te geven, zalven we zo dadelijk ons gezicht en handen met olie. Om ons lichaam open te stellen, het te aanvaarden als een wonder en het klaar te maken voor de taak van het tot woning dienen voor Gods geest. Zoals in de bijbel koningen, priesters en profeten werden gezalfd voor hun taak. Ook Jezus wordt in de bijbel door een vrouw gezalfd. En bij de doop en bij het sterfbed worden ook wel de zintuigen van mensen gezalfd.

 

We gaan eerst een lied zingen over het mooi maken van ons gezicht, over het leven bloot en onomwonden. Daarna zal ik de bedoeling van de olie uitleggen. Het koortje zal het lied voorzingen.

 

Lied 789 Delf mijn gezicht op, maak mij mooi

 

Zalving

Ik wil u vragen of u de parel met olie wil openmaken door tegelijk te draaien en te trekken aan het bolletje bovenop. Het is goede, geurige rozenolie, die ook heel vet is. Vandaar dat er een glaasje omheen zit en en u een zakdoekje hebt gekregen. Om niet te knoeien. U kunt wat olie aan uw vinger doen en we zullen achtereenvolgens op onze ogen, oren, mond en handen wat olie aanbrengen om ze te zalven.

 

Met mijn ogen zie ik het licht.
Mijn ogen zalf ik opdat ik echt leer zien, de dingen waar het werkelijk om gaat in het leven; de dingen die me verwonderen doen; de schoonheid in mensen, in het wonder van de natuur;

de kleine lichtpuntjes in het donker; dat mijn ogen zacht blijven en stralen zullen.

 

Met mijn oren hoor ik wat er gaat gebeuren.
Mijn oren zalf ik opdat ik zal kunnen luisteren; ook naar gevoelens achter de woorden; naar de klanken van muziek die de ziel in vervoering kunnen brengen; dat ik een luisterend oor mag hebben voor wie me nodig heeft, dat verhalen van hoop mijn oren blijven bereiken

Met mijn mond spreek ik.
Mijn mond zalf ik opdat ik woorden van troost kan zeggen, de goede woorden weet te vinden en op tijd weet te zwijgen. Ik zalf mijn mond opdat ik niet ondoordacht oordeel. En ik zalf mijn mond, opdat ik ermee kan kussen en zingen.

Met mijn handen koester, vecht en werk ik.
Mijn handen zalf ik opdat ik kan vasthouden en ook loslaten. Opdat ik kan aanraken en liefkozen. Ik zalf mijn handen ook, opdat ze kunnen delen, troosten en zegenen.

Dankgebed en voorbeden, stil gebed, Onze Vader

 

Collecte

 

Slotlied: 146c 1, 7

 

Zegen St. Patrick

De Eeuwige zij vóór je, om je de juiste weg te wijzen.
De Eeuwige zij áchter je, om jein de armen te sluiten en te beschermen tegen gevaar.
De Eeuwige zij ónder je, om je op te vangen wanneer je dreigt te vallen.
De Eeuwige zij ín je, om je te troosten wanneer je verdriet hebt.
De Eeuwige omgeve je als een beschermende muur, wanneer anderen over je heen vallen.
De Eeuwige zij bóven je, om je te zegenen.
Zó zegene jou de goede God, vandaag, morgen, en tot in eeuwigheid. Amen.

 

Ik nodig u uit bij de koffie nog even te delen met degene die naast u zit, de mensen bij u aan tafel, wat u hebt ervaren in deze dienst.