Preek 7 december 2014

Gemeente van Jezus Christus.

 

Wonen.

“Midden in wat mensen zijn heeft Hij willen wonen”.

Jezus komt niet even langs. Geen tijd om Zijn jas uit te doen. Weg is Hij al weer.

Zo gaan duizend en één van onze bezoekjes.

Het woord alleen al: “Even een ‘bezoekje’ brengen.”

“Echt contact is niet de bedoeling”, is de titel van een boek van Connie Palmen.

Het gaat over het houden van lezingen.

Robert Dijkgraaf komt een zaal vol mensen vertellen over het “oneindige”.

Voor de televisie luisteren ook wij geboeid.

Maar echt binnen komen in het leven van al die mensen?

Dat gaat niet! Professor Dijkgraaf moet weer terug naar Amerika. Echt contact? Nee….

Is dat niet ook zo met dominees en hun preken?

 

Het lijkt wel te gelden van heel veel relaties. Zelfs al bel je wekelijks met je zus….

Ook al ken je elkaar al van dat je op school zat…. Ook al volg je wel het meeste van wat je kinderen doen… Echt contact…? Jezelf helemaal laten kennen omdat je veilig bent bij de ander? Haar mee laten kijken in de geheimen van je hart omdat zij die toch wel raadt?

Wonen bij elkaar? Zelfs onze mooiste relaties hebben vaak meer iets van kamperen. Je bent elkaar al weer uit het oog verloren voor er echt iets kon gebeuren.

 

Wonen!

Midden in wat mensen zijn heeft Hij willen wonen! Jezus dus wel.

Hij die woonde in het hart van God. Hij heeft het Vaderhuis verlaten en is onder ons komen wonen. Bij Hem gaat het wel degelijk om een echt, diep, eerlijk contact.

Wonen is toch iets van: blijven, erbij blijven, aarden, wortel schieten.

“Hier koos de Heer zich vaste voet”, noemde doctor Jager zijn boek over het land Israël.

Dat is wonen: een vaste betrouwbare plek. En dat midden in wat mensen zijn!

 

Midden in wat mensen zijn. Daar begint het Evangelieverhaal van deze zondag mee.

Maar dan gaat het niet – nog niet – over God of over Jezus.

Dan gaat het over Johannes de Doper. Een vaste gast in de dagen van Advent.

Die wonderlijke mens tussen de tijden.

Hij is nog volop verbonden met oud – Israël: alles van Mozes en de Profeten krijgt weer gestalte in hem. Gaat weer stromen in deze mens. Kind van Elizabeth – ‘God is mijn eed’ betekent haar naam. “God is mijn vertrouwen meer dan waard”, zouden wij zeggen.

Kind ook van Zacharias – die naam betekent: ‘God zal aan je denken’.

Twee oude mensen. Oude mensen zonder kinderen.

Alsof het grote dat God is begonnen met Abraham en Sara, met Mozes en Mirjam, met David en Bathseba, alsof al de goede plannen van God met mens en wereld vastlopen.

Onvruchtbaar. Geen toekomst. Het wordt echt niets met dat Koninkrijk van vrede en recht.

 

“Dacht je dat?” vraagt God. “Dacht je echt dat ik jullie zou vergeten? Dat Ik niet meer van ontferming zou weten? Dat dacht je toch niet echt?!!?”

En Zacharias staat met de mond vol tanden. Met stomheid geslagen. Totdat dit kind…

kind van een nieuwe toekomst! Als hij geboren is moet hij wel Johannes heten.

Johannes betekent immers: ‘God is vol van genade!’

“Midden in wat mensen zijn wil God zelf komen wonen”.

-1-

Johannes de Doper. Mens tussen de tijden. Nog volop oude testament. Oud, maar niet voorbij. Volop nieuwe testament. Voor goed begonnen toekomst van God.

 

Maar dat weten ze nog niet in Jerusalem.

Daar horen de leiders van volk en tempel – de Hogepriester en de Schriftgeleerden:

Tweede Kamer en Generale Synode, zouden wij bijna wel kunnen zeggen.

Bij ons duidelijk gescheiden. In Israël een eenheid.

Zij horen van die beweging rondom Johannes. De geruchten liegen er niet om.

Eèn van de Evangelisten weet het jaren later nog gloedvol te beschrijven. Niet alleen heel Judea, dat bergland waar Zacharias en Elisabeth wonen, is onder de indruk.

Niet alleen Galilea waar mensen wonen die wel zo’n beetje van alles en nog wat geloven en dus altijd wel openstaan voor weer wat nieuws. “Heel Israël”, schrijft de Evangelist,

“Heel Israël gaat naar hem uit!”

En dan hoor je als leiding van Kerk en Land toch wel te weten wat er aan de hand is.

 

“Wie ben jij?”, komt een regeringsdelegatie officieel vragen.

“Dat doet er eigenlijk niet toe”, zegt Johannes. Het is blijkbaar niet van belang wie hij is.

“Midden onder u staat Hij….die gij niet kent. Nog niet kent”.

“Bij Hem die na mij komt moet je zijn”.

En dat doen we dan nu ook maar! Volgende week zullen we Johannes wel weer ontmoeten.

Hij is niet de Messias. Hij is niet Elia die sommigen verwachten voor dat de Messias komt. Hij is niet de Grote profeet. Nog zo’n openbaring van God die men verwacht voor de eindtijd komt. God nog één keer in ons midden zodat niemand echt nog om Hem heen kan.

 

Hij is dat allemaal niet.

Daarom wijst hij ook op die Ander! Misschien zag u het wel op dat grote altaarstuk van Matthias Grünewald in een museum in Colmar. Hij schilderde Johannes de Doper met zo’n extreem lange vinger waarmee Hij wijst op de Gekruisigde. Duidelijker kan het niet: bij Hem moet je zijn. Ik heb gehoord dat Karl Barth een copie daarvan boven zijn bureau had hangen.

Misschien zouden meer theologen dat moeten doen. Dit is immers onze taak. Dit is waarom je ambtsdrager bent geworden. Dit is wat de gemeente van Christus altijd weer doet. Wijzen op Christus. Bij ons moet je niet zijn. Mensen kunnen wel veel voor je betekenen. Een pastor kan een eindje met je oplopen als je het zelf even niet ziet zitten. Je buurvrouw ook wel. Je zwager misschien. Uiteindelijk betekenen we pas echt iets voor elkaar als “in u de ander Gods heil aanschouwen mag”.

 

Midden onder u staat Hij! Dan wordt Advent spannend.

Want dit is niet zomaar iets van vroeger en toen en lang geleden.

Dit is een woord van nu. “Midden in wat mensen zijn wil Hij komen wonen”.

We kennen immers nog wel dat beroemde woord van Jezus: “Waar twee of drie in mijn naam samen komen daar ben Ik”. Kijk dus maar uit.

Vanmorgen zijn we met veel meer nog dan twee of drie in Zijn Naam deze dienst begonnen.

Zeker is het niet vanzelfsprekend, dat God ook naar de kerk komt als wij weer gaan, zo waarschuwt een theoloog ons terecht…. Nee. Vanzelfsprekend wordt het nooit!

Toch, met goed vertrouwen mogen we van Johannes leren geloven:

Midden onder u is Hij gekomen.

Waar de Geest van God is. De heilige Geest van God daar is Jezus Christus! De Levende.

Weet u eigenlijk wie er naast u zit? Hebben jullie elkaar begroet toen je weer je oude vertrouwde plekje koos? Is het uw partner? Uw kind? Een onbekende gast in ons midden?

-2-

Of – het kan! Kan het? Is Hij het misschien. Komt de Heer zelf zomaar even naast ons zitten?

 

“Midden in wat mensen zijn heeft Hij willen wonen”

Als Huub Oosterhuis dit verhaal van de Doper goed heeft verstaan als hij het ons vanmorgen zo leert zingen dan roept dat minstens nog twee gedachten bij ons op.

 

De eerste: God is er. God is ons zo nabij, zo wonderlijk nabij. Zo nabij dat je zomaar aan Hem voorbij kunt gaan. Zomaar kan je menen dat Hij niet bestaat. Zomaar kan je in alles je eigen gang gaan. Hij zal het toch wel niet weten.

Theologisch zeg je dan: Gods openbaring is tegelijk zijn verhulling.

God maakt zichzelf bekend. Advent: Jerusalem let op! Vreugdebode Sion verhef je stem. Verhef je stem met kracht. Nijeveen: vergis je niet: Hier is uw God!

Is Hij meer dan een roepende in de woestijn?

Als je dan verschrikt, bang, blij, verbaasd opkijkt…. Waar is Hij dan?

Dan zie je een mens….. een mens…. zoals je er zelf één bent.

Met Kerst wordt dat straks nog vreemder. “Hier is uw God”, zingen we dan met talloze kerstliederen en concerten. En als mensen ons vragen: waar dan? Waar is Hij?

Dan staan we bijna met de mond vol tanden. “Daar is Hij”, zeggen we nu toch wel wat verlegen. “Daar, dat kind in die voederbak”.

Een jonge moeder en haar pasgeboren kind. Is dat God?

Het moet niet gekker worden! Het wordt nog gekker! Toch? Over niet al te lange tijd staan we in gedachten weer bij dat Kruis op Golgotha en verbijsterd leert een andere dichter ons zingen: “Is dat?” Die Gekruisigde. “Is dat.. is dat mijn koning?” Mijn Heer? Mijn God?

 

Midden in wat mensen zijn heeft Hij willen wonen.

Die eerste gedachte dus: je kunt Hem zomaar over het hoofd zien. Een kind…nou ja zeg, een kind! Een asielzoeker. Een…. Weet je veel? Hij immers: zo menselijk als wij – één van de dorpstimmerman. Moet je daar rekening mee houden?

Een laatste gedachte nog. Misschien wel het meest ontroerende van deze zondag.

Wonen komt God in wat mensen zijn.

Wat mensen zijn?

Mensen zijn prachtig, mooi, sterk, liefdevol, wijs, jong, creatief tot op hoge leeftijd en vol energie. Mensen zijn ook zo dom, zo driftig, vol eigenbelang en hebzucht. Mensen zijn ook vol pijn, gebroken relaties, verdriet, ziekte, rouw, diepe ellende en – ja toch? Vaak ook nog door eigen schuld, door wat wij anderen aandoen en anderen ons. In de grote wereld, oorlogen, geweld, verkrachting – en dichtbij: in je eigen gezin, op je school, in de kerk soms ook nog wel. Geniepig of openlijk elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Dat alles wat je in de kerk zonde noemt: niet beantwoorden aan je bedoeling; niet tot ontplooiing komen.

Geen eigen gezicht! Mensen toch….o, mensen toch!

 

En daar! Midden in die ellendige, verrotte wereld, die ook onze wereld is,

is Hij komen wonen.Echt, een diep, eerlijk, intens en vooral liefdevol contact met die wereld, met ons is echt Gods bedoeling. Zo zeer is echt contact Zijn bedoeling dat Hij in Christus heel ons verloren leven voor Zijn rekening heeft genomen. Jezus: God zal ons redden is Zijn naam.

Wonderlijk Kerstfeest: God had onze wereld zo lief. God had in wat mensen zijn nog zoveel vertrouwen dat Hij durfde komen. Dat Hij wel durfde komen… als een Kind.

 

“Zie heel mijn hart staat voor U open en wil o Heer Uw woning, uw tempel zijn”.

AMEN!                                                                                                                             -3-