Preek 25 mei 2014

Mijn jongste dochter was bezig voor haar zwemdiploma B waarbij ze 10 meter onder water moest zwemmen en vervolgens door een gat in een zeil dat in het water hing, heen zwemmen en daarna mocht ze weer boven water komen. Dat viel eerst nog niet mee en op een dag zat ze op de wc en hoorde ik haar zeggen: God, zorg er alsublieft voor dat ik door het gat kan zwemmen! Het is goed gegaan met het diploma zwemmen!

Het vraaggebed is ons misschien wel het meest vertrouwd. Er zijn immers altijd zoveel dingen die we verlangen, dingen die niet gaan zoals het zou moeten of die we graag zouden willen.

Alle moeite en verdriet die er is…Onvervulde wensen.

Ik heb ooit met de kerkenraad in mijn 1e gemeente, die tekst gelezen uit Lucas 11: bidt en u zal gegeven worden, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan. We waren eerst een paar minuten stil geweest, dus de woorden kwamen extra binnen.

Een man begon te huilen. Zijn hele leven hadden zijn vrouw en hij om kinderen gebeden, maar ze waren niet gekomen. Het was een aangrijpend moment.

Is bidden dan zinloos, omdat de zo gewenste kinderen niet kwamen? Ik geloof van niet.

Want is er soms een vader die als zijn zoon om een vis vraagt, hem een slang zal geven? En als hij om een ei vraagt, een  schorpioen?

Nee, een vader doet dat niet, laat staan je hemelse vader.

 

Je mag natuurlijk dingen vragen aan God. Maar het maakt wel uit wat en hoe.

Ik hoorde iemand zeggen: God geeft wel wat hij heeft beloofd maar niet alles wat je vraagt. Als je het Onze Vader bekijkt, is er maar één vraag waarbij je voor jezelf iets materieels krijgt, in het gebed. Geef ons heden ons dagelijks brood. Want dat heb je nodig om te kunnen leven.

Er is een film ‘’Bruce Almighty’’,  een comedy, die gaat over Bruce die zich niet gelukkig voelt. Hij vindt dat hij voortdurend tegenslagen moet verwerken. Wanneer hij denkt dat het niet meer erger kan, wordt hij razend en richt zich tot God. “Waarom ben je er nooit voor mij?” roept hij hardop. God beslist om voor een week Zijn goddelijke taken aan Bruce over te dragen. Zo kan Bruce eens ervaren hoe het is om God te zijn. Al snel wordt duidelijk dat God zijn een hele klus is. Hij moet luisteren naar alle gebeden over de hele wereld! Dit mat Bruce enorm af. Wanneer hij al deze gebeden probeert te verhoren, ontstaat totale chaos. Vlak voor elke trekking in de plaatselijke loterij van een stad in de VS, zoeken wel tienduizend mensen het contact met God op, om Hem te vragen: Laat U mij nu eens winnen a.u.b. Laat mij winnen! In de film laat God dat dan ook gebeuren: al de tienduizend mensen winnen de hoofdprijs, tegelijkertijd! Maar omdat ze allemaal hetzelfde winnende lotnummer hebben, moeten ze de hoofdprijs met elkaar delen. Iedereen krijgt uiteindelijk maar 25 dollar uitgereikt, i.p.v. een miljoen! De mensen worden woedend in de film, gaan in hun woede alles kapotslaan en elkaar te lijf. Al snel geeft Bruce de goddelijke krachten terug aan de “echte” God. Hij heeft nu veel respect voor God én besluit zijn leven te accepteren zoals het is. Misschien is dat wel de kern van bidden: je leven aanvaarden zoals het is.

 

Als het gebed alleen maar gericht is op de onmiddellijke bevrediging van specifieke behoeften en als het niet uitkomt er verbittering volgt, dan is het een gebed zonder gerichtheid op de persoon aan wie je het vraagt. Gebeden van hoop richten zich op de Gever. Er is vertrouwen dat het goedkomt, dat God je gebed hoort en je draagt, wat voor afloop er ook zal zijn.

Je hebt je nood, je verlangen gedeeld en dat mag rust geven en vertrouwen voor de toekomst. Hoe de uitkomst ook zijn zal.

 

Maar bidden is veel meer dan vragen en ook veel meer dan spreken. Bidden is vooral stil worden, ruimte maken, leeg worden. In die leegte kun je contact leggen met een diepere laag, met je kern, met God. Ik las bij de ‘’goeroe’’ Ekhart Tolle: Als je het contact met de innerlijke stilte in je verliest, verlies je het contact met jezelf. Wanneer je het contact met jezelf verliest, verlies je jezelf in de wereld.

Etty Hillsesum, een joodse vrouw die in de 2e wereldoorlog een dagboek bijhoudt, en een innerlijke weg leert te gaan, ontdekt steeds meer wat een biddend leven inhoudt. En hoe nodig het gebed is als de oorlog grimmiger wordt.

‘’De bedreigingen van buiten worden steeds groter, de terreur stijgt met de dag. Ik trek het gebed om me heen als een donkere, beschuttende muur, in het gebed trek ik me terug als in een kloostercel en treed dan weer naar buiten, ‘gesammelter’ en sterker en weer bijeengeraapt. Zich terugtrekken binnen de gesloten cel van het gebed, dat wordt voor mij een steeds grotere realiteit en ook

noodzakelijkheid. De innerlijke geconcentreerdheid richt hoge muren om mij heen op, waarin ik mezelf weer terugvind, me uit alle verstrooiingen weer bijeenraap

tot één geheel. En ik zou me kunnen voorstellen dat er tijden komen waarin ik dagen achtereen geknield lag, totdat ik eindelijk voelde dat er beschuttende muren om me heen kwamen te staan waarbinnen ik niet uiteen kan vallen en mezelf verliezen en te gronde gaan.’’

 

In de vertaling van Psalm 65 van Huub Oosterhuis hoor je de stilte in de woorden.  We horen de worsteling van een mens met nietigheid, schuld en onmacht, maar dan in de stilte alles nieuw gaat zien, de bergen, de golven, de wind, het struikgewas, het ruisen van de bomen, de rijkdommen van korenvelden: alles bloeit waar Gij uw voet zet.

 

In de stilte groeit het vermoeden dat bidden in de eerste plaats ontvangen is. Biddende mensen zijn mensen die met open handen in de wereld staan. Zij geloven dat de wereld het geheim van God in zich sluit dat zich aan hen zichtbaar wil maken. In de natuur, in mensen die je ontmoet, in situaties waarin je geplaatst wordt.

 

Deze houding van ontvankelijkheid is geen eenvoudige zaak, want ze maakt je kwetsbaar. De wijsheid van de wereld zegt: het gaat erom je staande te houden, je vast te klampen aan wat je hebt, je te beveiligen tegen hen die je willen beroven.

Wanneer je geen wapens draagt, geen vuisten maakt, dan vraag je erom om berooid en beroofd te worden.

Maar bidden vraagt om je handen te openen voor God. Het is een langzaam opgeven van de krampachtigheid waarmee je je handen dichtgeknepen hield en een toenemende bereidheid je bestaan te aanvaarden, niet als een bezit dat verdedigd, maar als een gave die ontvangen moet worden. Daarom is bidden leven met open handen, waarbij je je niet schaamt voor je zwakheid, maar je realiseert dat het voor de mens volmaakter is zich door de ander te laten leiden dan alles in eigen hand te willen houden.    (H. Nouwen)