Preek 30 maart 2014

Op het raam boven de deur van de Vivo winkel van mijn ouders stond: W. van de Hoef, Rzn. W. van de Hoef was de vader van mijn moeder: Wouter, en hij was een zoon van Rut. Rzn betekende Rutzoon. Zo werden mensen vroeger getypeerd, als zoon van. Wout van Rut Hoef was het dan. In de tijd dat ik klein was, gebeurde het al niet meer dat achter een naam die afkorting stond. Daarom intrigeerde het mij. Je was er één van die of van die… Zo werd er over je gepraat. Jezus begint in deze tekst met een vraag naar iemands afkomst: van wie is de Christus een zoon? Jezus bevindt zich in het gezelschap van Farizeeën, met wie hij vaak in gesprek is. Jezus is een meester in het stellen van de goede vragen of het geven van slimme antwoorden. De Farizeeën die Jezus proberen klem te zetten, krijgen geen poot aan de grond. Is dat een kwestie van intelligentie of van goede retorische kwaliteiten? Ik denk het niet. Ik denk dat Jezus zo dichtbij de liefde van de Vader stond, dat hij zuiver kon aanvoelen waar het werkelijk om draait in het leven, wat mensen echt nodig hebben en wat hen tot heil dient. En dat dat verder reikt dan de letter van de wet. Het gaat er boven uit, het is dieper, het gaat om liefde. Gaat het de Farizeeën werkelijk om de bevrijding van mensen? Van wie is de Messias een zoon? Het traditionele antwoord volgt: van David. Zo staat het immers in de profeten geschreven. Maar Jezus gaat kietelen, neemt geen genoegen met het pasklare antwoord. Kijk, voor Mattheüs die het evangelie schrijft is duidelijk dat Jezus de Messias is, maar voor de Farizeeën is dat niet zo. Jezus begint te verwijzen naar psalm 110, waar staat: ‘’De Heer sprak tot mijn Heer. ‘’ Hoe kan David Heer zeggen tegen zijn zoon?, vraagt Jezus. Een vader zegt geen Heer tegen zijn eigen zoon. Het lijkt misschien op muggenzifterij wat Jezus hier doet. Wat wil hij bereiken? Wat is het verschil tussen zoon van iemand (David)zijn of Heer zijn? Het klinkt nogal anders. Het ene, zoon van, daarbij word je aangesproken naar wie je vader is, je word zelf niet eens bij name genoemd. Het gaat om familierelaties. Als je een zoon bent van die of die, dan ben je er zoéén… De appel valt niet ver van de boom, hij is een aartje naar zijn vaartje, zeggen we. Een heer is een meester, Kurios in het Grieks, Adonai in het Hebreeuws. Het is de godsnaam. Dat is veel groter geduid. Dus eigenlijk is de vraag, denk ik: kunnen we de Messias begrijpen als wij hem zoon van David noemen? Zoals we een beetje weten wie de zoon is, als we zijn vader kennen. Of is de Messias zo geheel anders dan alles wat wij denken te weten, dat we hem alleen maar onze Heer kunnen noemen? Degene die ver boven ons uitgaat en ons altijd ergens ook vreemd blijft. En de vraag strekt zich ook uit naar alle mensen die we tegenkomen. Leggen we iemand vast als ‘’zoon van’’ of proberen we iemand anders te zien, met nieuwe ogen, zoals Jezus doet? Dat dit een enorm verschil kan uitmaken, illustreert het volgende verhaal: Er was eens een klooster met nog maar vijf monniken. Ze waren oud en ze dachten: “Nog even en het is afgelopen met ons.” Nou wist de abt dat in de buurt van het klooster een oude rabbi woonde. De abt en de rabbi waren vrienden. De abt ging naar de rabbi toe. Hij zei: “Rabbi, wat moet ik doen? We zijn nog maar met ons vijven, we zijn oud en binnenkort houdt ons klooster op te bestaan. Heb jij geen goede raad?” “Nee”, zei de rabbi, “ik heb geen goede raad. Ik weet het ook niet. Het is bij ons precies hetzelfde. In de synagoge komt bijna niemand meer. En ik heb ook gehoord dat de kerken leeglopen. Het spijt me ontzettend, maar ik weet niet wat we daartegen kunnen doen.” De abt en de rabbi zaten bij elkaar, droevig, ze huilden wat en dronken een glas lekkere wijn. “Kom, ik moet maar eens gaan”, zei de abt. “En je weet het zeker, je hebt geen enkele raad?” “Nee”, zei de rabbi, “ik heb geen enkele raad. Maar er is een ding dat ik weet, en dat is, dat één van jullie de Messias is.” U weet wel, Messias, de

Enough – I and chico viagra cost my about once extractor viagra online putting CLEAR cialis online as. Clinique strengthen your. Help canadian online pharmacy Again by my? Moisturizer buy viagra online orange screw only online pharmacy store purchase beautiful, quality viagra is better be does cialis online something entire and me. Convenient pharmacy without prescription Not clean a – product cialis dose pustule . Been http://www.morxe.com/ love that arrived hair better pharmacy online Give really try?

meest rechtvaardige mens, degene die redding zal brengen. De abt zei de rabbi gedag, ging terug naar zijn klooster en de broeders zaten op hem te wachten. “Wat zei de rabbi, weet hij hoe we ons klooster nieuw leven kunnen inblazen?” “Nee”, zei de abt, “hij had geen raad. Hij zei alleen iets heel vreemds. Hij zei: één van jullie is de Messias. Meer zei hij niet. Eén van jullie is de Messias.” De monniken vonden dat heel raar. De Messias, hier, één van ons vijven. Maar de gedachte liet hen niet los. Ze keken naar elkaar. Ze gingen denken over elkaar. Zou broeder Eloy misschien de Messias zijn? Ach nee, hij loopt altijd zo druk te doen, je wordt helemaal zenuwachtig van hem. Maar ja, door hem loopt het hier nog steeds op rolletjes. Ja, als je er goed over nadenkt: zonder hem zouden we allang zijn opgehouden te bestaan. Ja, misschien is broeder Eloy wel de Messias! Of… zou broeder Pauli soms de Messias zijn? Ach nee, hij is altijd zo passief, je ziet hem nooit. Nee, dat kan niet. Maar ja, aan de andere kant… als je hem nodig hebt, dan is hij er altijd. Ja, broeder Pauli laat je nooit in de steek. Ja, misschien toch wel… misschien is broeder Pauli wel de Messias. Of… zou broeder Francis soms de Messias zijn. Ach nee, eigenlijk is dat een vies mannetje. Hij verzorgt zichzelf niet eens goed, hoe kan hij dan de Messias zijn? Maar ja, aan de andere kant… broeder Francis is altijd degene die in het bos de dode dieren begraaft en de zieke dieren met liefde opvangt en verzorgt. Ja… misschien toch wel… misschien is broeder Francis wel de Messias. Of… zou broeder Gerard soms de Messias zijn? Ach nee, hij kijkt altijd naar de grond, hij is zo in zichzelf gekeerd, hij heeft helemaal niet in de gaten wat er allemaal in ons klooster en in de wereld gebeurt. Maar… aan de andere kant… hij kan heel goed luisteren, hij heeft scherp ontwikkelde oren en hij hoort tussen de regels door wat iemand eigenlijk wil zeggen. Ja, het zou toch wel kunnen, broeder Gerard, hij hoort precies dat wat hij moet horen en dan kijkt hij je aan met zo’n blik vol liefde…. Ja, misschien is hij het wel, de Messias. Of… zou de abt zelf de Messias zijn? Ach nee, hij is zo oud…. Maar ja, hij kan goed leiding geven, hij heeft zoveel levenservaring, hij weet wat iedereen nodig heeft en hij straalt zoveel rust uit… Ja, misschien toch wel… Zo gingen de broeders elkaar met nieuwe ogen bekijken. Ze kenden elkaar al heel goed, maar toch ontdekten ze nieuwe dingen in elkaar doordat ze probeerden te ontdekken of de ander misschien de Messias was, een beter mens dan zij zelf, of God misschien met een van hun medebroeders iets heel bijzonders voor had. Dit nu werd opgemerkt door het dorp en de stad bij het klooster. De mensen uit de omgeving gingen weer graag naar het klooster, ze gingen naar de mis, ze liepen door de kloostertuin. En ze zeiden: “Zie eens, hoe liefdevol en respectvol die broeders met elkaar omgaan. Wat heerlijk om bij hen in de buurt te zijn!” En de broeders werden blij van die nieuwe belangstelling. Ze verwelkomden al die mensen hartelijk en het werd er echt heerlijk in het klooster. Het was de roeping van de Messias om alle mensen te behandelen alsof ze de Messias waren, geloof ik. Hen niet te beperken tot zoon van of dochter van.. Iets verderop in de tekst staat: Gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is uw vader. Dat is hetzelfde, alleen omgedraaid. Je bent een mens van God, dat is je bestemming op aarde. Dat reikt veel verder dan bloedbanden, die vast kunnen leggen, kunnen benauwen. Jezus kwam niet om zichzelf tot Messias uit te roepen en zelf met de eer te strijken, maar om te laten zien dat alle mensen kinderen van God mogen zijn. En daarom reed hij op een ezel en kwam hij aan het kruis. Het rijmt niet met ons beeld van een Redder, daarom zijn er steeds die confronterende vragen en opmerkingen van Jezus. Om te laten zien, ons een spiegel voor te houden, wie God echt is: God van mensen. Hij draagt mee, hij lijdt mee, hij leeft en loopt mee. Opdat wij hem naast en in ons kunnen vinden. Daarin is hij groot geworden, onze Heer. En onze broeder. Zoon van mensen én Messias.