Preek 2 maart 2014

 

Bij Jesaja 49: 13-18

en  Matteüs 6: 24-34

 

In de lezingen van vandaag worden wij op een heel directe manier aangesproken op de vraag: hoe staat u persoonlijk in het leven?

En dan gaat het even niet over de vraag hoe het ervoor staat met ons werk; de hypotheek; de auto of het huwelijk; hobby of vrijwilligerswerk; kerkgang of hoe we stemmen.

Nee, de vraag gaat over iets dat minder duidelijk is aan te wijzen en dat tegelijk belangrijker is dan dit alles. Het is een vraag naar onze mentaliteit. Waarop richt je je in het leven? Jesaja vraagt het zo: kun je verder kijken dan de dingen die je met je verstand kunt bedenken? Kun je je openstellen voor dat “wat alle verstand te boven gaat” (Filippenzen 4: 7)? Of: heb je vertrouwen in de Eeuwige? – En zoals we weten is vertrouwen de basis voor elke goede relatie tussen mensen. Zowel in vriendschap en huwelijk als in zaken en in het grote geheel van de economie, waar het vertrouwen op de beurs eruit ziet als een nerveuze wijzer van de klok die de koers van het moment aanwijst. En dat is dan nu een digitale klok.

 

In onze tijd voelen we er niet meer zo voor om ons directe vragen te laten stellen. Daar is al gauw het gevoel: bemoei je niet met mijn zaken, dat bepaal ik zelf wel. Kritische vragen heb ik niet nodig en zeker niet van de kerk. Je kunt dat toch allemaal evengoed zelf bedenken, en anders haal je het van internet. Daar staan hele leuke en handige dingen op en tips die je in het leven kunnen helpen. Of je gaat Yoga doen, of mediteren of je in het Boeddisme verdiepen. Maar jezelf in de kerk laten bevragen door het Woord van God, of de wet van Mozes of woorden van Jezus? Nee, dat is iets van vroeger, dat hoort meer bij opa en oma.

 

Maar persoonlijk ben ik blij dat ik nog altijd aan een kerkdienst kan meedoen, als voorganger of als kerkganger, dat maakt voor mij niet zo veel verschil. Er blijven trouwens altijd nog heel veel mensen over, ook jongeren, die graag een dienst meemaken. Je kunt er stilte vinden, orgelmuziek, persoonlijk gebed en voorbeden voor anderen en voor de verscheurde wereld waarin we leven. Hoe moet het in Godsnaam verder in Oekraïne, Syrië, Egypte, in Centraal Afrika of in Thailand? Nog maar een paar burgeroorlogen erbij met alle gruwelen vandien?

Hoe moet het trouwens in ons eigen land, zal de werkgelegenheid voor de huidige jongere generatie ooit nog op peil komen? Hoe gaat het straks met mijn kinderen en kleinkinderen?

De kerk is toch zo’n prachtige ruimte om je daarop te bezinnen. En je bent er niet alleen, er zijn altijd ook anderen van wie je weet dat zij op eenzelfde manier op het leven betrokken zijn. Mensen die zich eveneens afvragen: komt het allemaal wel zo goed als ik altijd had gedacht? Je kunt wel gelovig zijn, maar dat is wel iets anders dan goedgelovig.

 

Jesaja spreekt tot mensen die door de vijand afgevoerd waren naar een ver en vreemd land. Zij dreigden in hun zorgen te verdrinken, werden wanhopig en somber, sommigen ronduit depressief. “De Heer heeft me verlaten, Hij is me helemaal vergeten” dachten ze. Midden in die ellende spreekt de profeet hen aan en vraagt: denk je dat God zo harteloos zou kunnen zijn, dat Hij zijn eigen kinderen zou vergeten? Nee hoor, God zegt: ik vergeet jou nooit, ik heb je in mijn handpalm gegrift. Dat slaat tegelijk op heel het volk en op ieder heel persoonlijk.

Hiermee doet Jesaja dus een beroep op het vertrouwen van de mensen, op hun geloof dat ze uiteindelijk niet verloren en vergeten zijn. Hun vertrouwen op iets wat er niet direct is, maar toch komen kan. Ja dat je er eigenlijk op mag rekenen, dat het ook allemaal weer een keer goed komt. Zeker, er is ook een stem in jezelf die zegt: daar zie ik niets van, allemaal praatjes. En toch ligt juist hier een fundamentele keuze in ons leven. Op welke stem in mezelf wil ik af gaan, die van de wanhoop of die van de hoop?

 

Jezus maakt deze vraag nog een stuk concreter door te zeggen: het is een keus tussen God of de Mammon. De Mammon is zeker de Geldgod, maar staat tegelijk voor alle vormen van materialisme. En is het eigenlijk niet zo, dat als we wanhopig worden, we ons aan allerlei materiële zekerheden gaan vastklampen? Dat we denken: Godsvertrouwen? Wat koop ik ervoor? Ik wil zekerheid. Dus geef mij maar een goede verzekering voor alle risico’s. En het beste ziekenhuis, dan is het stervensrisico ook nog gedekt. Zo is het materialisme een manier van denken geworden die al ons doen en laten beheerst. Toch is bekend, dat al die veiligheid en materiële zekerheid ons steeds onzekerder en banger hebben gemaakt tegenover de dood. De Bijbel heeft niets tegen rijkdom, maar geld en goed moet je hart niet overheersen, daar wordt je alleen maar krampachtig van en niet gelukkiger.

 

Ook in de dagen van de evangelieschrijvers waren de mensen blijkbaar geneigd zich zorgen te maken of het allemaal wel goed kwam. In de Griekse uitdrukking voor ‘je zorgen maken’ klinkt iets door van dat je door die zorgen bent bezet. Je hoofd is er zo vol van, dat er geen ruimte meer is voor wat je eigenlijk het belangrijkste vindt in het leven. Al je gedachten zijn dan gericht op de vraag: wat zullen we eten, welke boodschappen moeten er komen, kan ik het allemaal nog betalen? Welke jas, broek, jurk of schoenen trek ik vandaag eens aan? Heb ik nog wel iets leuks in de kast? Wij kunnen dit eenvoudige lijstje in onze rijke omstandigheden nog véél langer maken. En ieder van ons heeft natuurlijk weer een ander lijstje van zorgpuntjes.

Maar, houdt Jezus de mensen voor, je kunt er toch niet zo veel aan veranderen, aan hoe het is. Neem dus een voorbeeld aan de vogels die de dag door scharrelen en morgen wel weer verder bouwen aan hun nest. Het is prachtig als je er goed uitziet, dat doen de vogels ook. Maar wees niet zo als een bezetene aan het consumeren en geld tellen. Vertrouw je toe aan de dag van morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (of ‘last’, zoals de NBV vertaalt). Wees zorgelozer, vrijer, blijer en gelukkiger. Richt je op de gerechtigheid van het Koninkrijk van God, dat wil zeggen: heb God lief boven al het andere en heb je naaste lief als jezelf. En dat doe je heel concreet door de ander evenzeer recht te doen als jezelf. Je kunt de ander niet liefhebben zonder haar of hem ook recht te doen. Zorg voor goede relaties met de mensen in je omgeving is belangrijker dan de boodschappen. Als je je daar vooral op toelegt, komen al die andere dingen ook nog wel een keer. Op de tweede plaats. Die is ook van belang, maar het is niet de eerste.

Amen.