Preek 16 maart 2014

De stille man op de ezel die in een soort optocht Jeruzalem binnenrijdt , doet de stad op zijn grondvesten schudden. Het werkwoord dat hier gebruikt wordt, daarmee wordt een aardbeving aangeduid of een geweldige emotie . Heeft het ermee te maken dat deze koning zo anders is als iedereen had gehoopt en verwacht? Dat hij niet als echte koning op een paard binnenrijdt, maar op het lastdier, de ezel? Jezus had van alles kunnen zeggen over zijn koningschap. Maar dit is veel effectiever. De mensen zien nu hoe zijn armoede eraf straalt. Dringt dan na deze wonderlijke intocht het besef door dat dit geen held is in de gewone zin van het woord?  Is het zo dat de stilte en zachtmoedigheid die van deze man uitstraalt de mensen als het ware een spiegel voorhoudt? Dat ze geconfronteerd worden met hun eigen gebral: wel hosanna roepen, maar met hetzelfde gemak een dag later: kruisig hem. Dat ze inzien dat de zweep erover moet, de bezem erdoor moet, door hun zielenhuis, dat weinig met stilte en zachtmoedigheid te maken heeft? Dat hun beeld van de Messias niet klopt?

Mensen willen vaak een held om te vereren, om tegenop te kijken, zodat ze zelf buiten schot kunnen blijven. Niet naar binnen hoeven kijken en luisteren naar de eigen innerlijke stem die om aandacht vraagt. De ziel die misschien moet worden vrijgemaakt van dingen die het zicht belemmeren.

De ontmoeting met een werkelijk vrij mens kan een schokkende ervaring zijn. Je kunt erdoor geconfronteerd worden met je eigen gevangenschap. Je beseft hoe je opgesloten bent geraakt in vastgeroeste denksystemen of allerlei belangen. Je ontdekt hoe je alles bekijkt door de bril van winst en verlies. Jezus is het hier die je hele handeltje overhoop gooit, zoals op het tempelplein. ‘’Heilig je huis en houd het dus vrij van de verslaving aan goud en genot’’, zongen we.

De Messias, de Mensenzoon is geen sterke held in de zin van een krachtpatser. Niet iemand die jouw problemen oplost of die de Romeinen het land uitjaagt.

Hoewel dit ook niet het hele mensenverhaal is. Vorig jaar maart toen kardinalen samen kwamen om een nieuwe paus te kiezen, schreef iemand:

‘’Vandaag begint het conclaaf. Ik denk dat al het damasten en fluwelen kardinaalsrood tot weinig dient. Wat nodig is, is een ruw habijt van gerafelde stof, dat de huid openschuurt, openschuurt naar de oorspronkelijke joodse man die alle hebben en houden en zijn openschuurde naar bevrijding. Ik denk dat we een nieuwe Franciscus nodig hebben.’’

Ze kreeg gelijk, die nieuwe Franciscus kwam er. De meeste mensen zijn blij met hem vanwege zijn eenvoud, de manier waarop hij mensen nabij is, zo gewoon is. Een jaar later spreken we van een revolutie van de tederheid of van de theologie van de omhelzing. Omhelzing zorgt ervoor dat geloof echt ontstaat, zeker als er een omhelzing plaatsvindt met iemand die arm, mismaakt of ziek is. We kennen de beelden van de paus die gehandiapten kust, de voeten wast van een aids- patiënt.

Dat raakt ons meer dan een machtig man die boven ons staat. Gelukkig..
Het is wel mooi dat in de grote spirituele tradities de weg van de held niet de weg van de krachtpatser is, maar de weg van een mens die op weg durft te gaan.

Het begon bij Abraham. Er is een stem die roept, roept om je diepste verlangen te volgen, tot aanschijn te komen, tot voltooiing, om het eigen unieke mens zijn te leven. Om God te vinden.

En daarvoor dient het oude vertrouwde achtergelaten te worden. De oude beelden over mijzelf, alle aanslibsel van onmacht, angst, kwetsuur, die klein houden, beperkt. Wie ben ik? Misschien moet ik het beeld dat ik van mezelf heb gevormd in de loop der jaren loslaten om bij mijn ware, mijn oorspronkelijke zelf te komen. Bij het beeld van Gód dat ik ben.

 

En soms moet dit reiningen wel met harde hand gebeuren. Jezus, de zachtmoedige, ziet dat het gebedshuis, de tempel, tot een rovershol is gemaakt. Geldwisselaars en duivenverkopers zijn druk met hun handel i.p.v. met hun dienst aan God. Jezus jaagt ze weg en gooit de tafels en stoelen omver.

Zachtmoedig is niet, zoals ik vorige week ook zei, een watje zijn, over je heen laten lopen, maar identiek zijn aan de armen, ellendigen en geringen, die geen middel hebben om zich te kunnen behelpen, om hun recht op te eisen. De zachtmoedige weet dat hij helemaal op God is aangewezen.

De blinden en verlamden zijn dat ook, en de kinderen. Zij staan dichtbij God. Zij horen bij uitstek thuis in het huis van God.

Daarom wordt Jezus heilig verontwaardigd. Omdat er voor hen geen plaats meer is.

Zij zijn op liefde aangewezen, zij zijn afhankelijk van anderen. En wij allemaal natuurlijk, maar dat besef kan ver weg zijn gezakt.

In deze 40 dagentijd worden we opgeroepen om het terug te vinden.

De stilte in jezelf, de zachtheid, de onmacht, de angst en kwetsuur.

Het kind in jezelf, je eigen blindheid en verlamming.

Zondag Reminiscere: gedenk uw barmhartigheid God.

‘’Houd mij in leven, wees gij mijn redding’’, want ik ben maar klein en soms hulpeloos en alleen. Ik ben niet groter dan een kind en niet sterker dan een lamme of volmaakter dan een blinde. Ik hoor bij hen. En daarom hoort u zachtmoedige koning het meest bij ons. U komt het meest nabij.

De middeleeuwse mysticus Meister Eckhardt zei al in een preek over dit verhaal,  dat de tempel van Jeruzalem, die door Jezus gereinigd werd, ons hart is. Ons hart waarin alles leeft: onze angst en onze reactie daarop, onze machtswellust, onze hebzucht, onze mentaliteit van onderdanigheid en van afhankelijkheid. Maar ook ons verlangen naar vrijheid, de moed om te leven, het geluk van de menselijkheid en de kracht van de liefde.

 

Gij die ver voor ons uit

doordrong in ’t land der angst

help ons in ’t donker, o

Heer, u te vinden.