Preek 19 januari 2014

Inleiding

Een koorddanser in de nok van het circus roept omlaag: denken jullie dat ik geblinddoekt over deze kabel kan lopen? Applaus: ja! En denken jullie dat ik dat ook met een kruiwagen kan? Jazeker! Geloven jullie dat ik dat óók kan met iemand ín mijn kruiwagen? Een nog enthousiaster “ja!” klinkt omhoog. Wie van jullie wil er dan nu plaatsnemen in mijn kruiwagen? Dan blijft het doodstil. Niemand durft, ook al gelooft iedereen dat de acrobaat heel goed is.

Vertrouwen en angst kunnen in een mens heel dicht bij elkaar liggen. Vandaag willen we dat wat uitzoeken. Om te geloven heb je vertrouwen nodig. Geloof is eigenlijk een ander woord voor vertrouwen. Veel mensen weten niet zo goed hoe het zit met hun geloof. Ze vinden dat ze te weinig geloof hebben bijvoorbeeld.

Wat vraagt het van ons mensen om te geloven of om je te kunnen toevertrouwen aan een ander en de grote Ander? Zijn we ons ervan bewust wat vertrouwen inhoudt en wat ons ervan af kan houden?

Dat lijkt me belangrijk om dichterbij ons geloof in God te komen. Zelfkennis is belngrijk om tot godskennis te komen, geloof ik. Een paar mensen (ikzelf doe ook mee) vertellen daar straks iets over. Ze baseren hun inzichten op het enneagram, een psychologisch,  spiritueel model, dat mensen indeelt in negen verschillende types die allemaal hun eigen deugd en ondeugd hebben. Het model geeft inzicht in hoe het bij je werkt.

We kijken eerst naar Petrus, rotsvast in zijn geloof, lijkt het. Maar we kennen ook zijn andere kant. Kunnen we iets van hem leren? We gaan ook nog even in groepjes uit elkaar straks om te proberen iets van onszelf te vertellen over hoe je denkt dat het bij jou zit met de mogelijkheid van vertrouwen en wat het in de weg kan staan.

 

Vraag: kun je na wat je hebt gehoord bij jezelf nagaan wat jij nodig hebt om te kunnen vertrouwen en wat je ervan af kan houden? Misschien kun je je een situatie herinneren dat je kon vertrouwen en dat het jezelf verwonderde. Of dat je bang was en niet kon vertrouwen. En: kun jij vertrouwen dat als je valt, dat je wordt opgevangen door God?

 

Preek

Petrus is denk ik de bekendste discipel van Jezus geworden. Hij komt ook het meeste voor in de evangeliën. Hij is een haantje de voorste, is impulsief en roept b.v. als eerste als Jezus aan zijn leerlingen vraagt: ‘’wie ben ik?’’ ‘’U bent de Christus, de zoon van de levende God.’’ Hij is moedig, neemt risico’s, wil voor Jezus door het vuur gaan. Je kunt er jaloers op zijn.

Maar juist dat soort mensen valt ook het makkelijkst door de mand. We kennen de andere kant van Petrus ook. We hoorden net het verhaal van het lopen over het water. Als over de woeste baren iemand aan komt lopen en de leerlingen denken  dat het een spook is, maar het is Jezus die zichzelf onthult, roept Petrus : heer, als u het bent, zeg dan dat ik over het water naar u toe kom lopen. En Jezus zegt: Kom!  Het gaat even goed, maar dan slaat zijn vertrouwen om in angst vanwege de harde wind. Hij zinkt. Later is er de  de verloochening  van Jezus, 3x  maar liefst, door de rostvast gelovige Petrus. Ik denk dat het goed is dat we allebei zijn kanten kennen. Want die hebben we zelf ook: vertrouwen en angst, moed en lafheid, kracht en zwakte.

Het gaat vandaag over wat  vertrouwen is, en geloof.   Het impulsieve, goed bedoelde, fanatieke ijveren voor Jezus van Petrus,  het blijkt geen bodem te hebben.  Letterlijk en figuurlijk zakt hij in het verhaal door die bodem heen. Hoe komt dat? Ik denk dat het hem ontbreekt aan zelfkennis.  Dat hij zijn eigen schaduw niet kent.  Als je die onder ogen durft te zien en leert te accepteren, weet je pas wat  echt nodig is om te kunnen vertrouwen.  Dan is vertrouwen een kracht die je kunt toelaten ondanks jezelf. Dan kun je boven jezelf uitgroeien. Omdat je door die donkere kant van jezelf bent heengegaan.  Petrus moet eerst zijn eigen angst onder ogen zien, voordat hij tot verdiept vertrouwen kan komen. Dat inzicht ontbreekt er, denk ik, aan bij Petrus. Hij kent de diepte van zijn  eigen angst nog niet. Hij roept en doet al voordat hij weet wat hij doet.

Ik denk dat een mens alleen kan leven van vertrouwen als ie ook weet wat  ‘m kan afhouden van vertrouwen. Als ie weet waar de kwetsuren zijn, de angsten, de schaduwkant.  Voor ieder mens is dat weer net even anders. Afhankelijk van je verleden, maar ook van je karakter.  Petrus moest het door schade en schande heen leren. Net als wij…

Maar misschien is de grootste daad van vertrouwen wel te erkennen dat je soms valt en dat je je dan durft te laten opvangen. Het was mooi te zien bij de kinderen. Jelte die als eerste riep dat hij niet bang is, maar als ik hem vraag zich te laten vallen, niet durft. Maar als de kinderen zeggen: ‘’we vangen je op’’, het toch doet.

Petrus riep het uit: Heer, red mij. En Jezus strekte zijn hand uit en greep hem vast.

Een jonge arend die leert vliegen lijkt soms te pletter te vallen, maar de moeder ziet het en duikt eronder om het jong op te vangen. Totdat het vliegen kan op eigen kracht.

Wijlen Henri Nouwen, priester, auteur van veel spirituele boeken, bezocht eens een circus en raakte gefascineerd door de trapezeact.  Hij werd bevriend met de trapezeartiesten. Hij schrijft:

Op een dag zat ik met Rodleigh, de leider van de groep in zijn caravan te praten. Hij zei: ‘Als ik spring, moet ik absoluut vertrouwen op degene die mij moet vangen. Jij denkt misschien, net als de meeste toeschouwers, dat ik de grote ster ben van de trapeze. Maar de echte ster is Joe, die me vangt. Hij moet me op het exacte moment uit de lucht plukken al ik mijn verre sprong naar hem maak.’ ‘Hoe lukt dat?’ vroeg ik. ‘Wel,’ zei Rodleigh, ‘het geheim is dat ik het vangen geheel aan Joe overlaat en zelf niets doe. Als ik na mijn salto’s op Joe afkom, moet ik gewoon mijn armen en handen uitstrekken en wachten tot hij me vangt en me veilig thuisbrengt.’ ‘Dus jij doet niets!’ zei ik verbaasd.  ‘Niets,’ herhaalde Rodleigh. ‘Het ergste wat een springer kan doen, is proberen de vanger te vangen. Het is niet de bedoeling dat ik Joe vang. Joe moet mij vangen. Als ik Joe’s polsen zou vastgrijpen, zou ik ze kunnen breken, of hij zou de mijne kunnen breken. Dat zou het einde zijn voor ons beiden! Een springer moet springen en een vanger vangen, en de springer moet met uitgestrekte armen en open handen erop vertrouwen dat zijn vanger er zal zijn.”

Zo mogen we God zien en vertrouwen. Als Iemand die die ons opvangt als wij vallen. Wij hoeven niets te doen. Wij mogen ons aan Hem toevertrouwen.

 

 3 Verhalen

Wat is mijn vertrouwen in God? Dat is nog best een lastig zaak. Want wie of wat vertrouw je dan? De dominee? De Bijbel? Jezelf? God? Wie is God eigenlijk voor mij?

Dat was voor mij allerminst zeker! Ik ben opgegroeid met de God van W.G. van der Hulst: een God die almachtig is, alles weet, alles ziet en echt alles kan als Hij dat wil, en die op de dag des Oordeels ook mij zal wegen, dus… vult u verder maar in. In die God probeerde ik te geloven toen ik 32 jaar geleden belijdenis deed. Maar ik had ook veel twijfels, veel vragen (onuitgesproken) bij recht en onrecht, twijfel over wat zonde was, gewoon wantrouwen in bepaalde mensen die zich christen noemden. Dat zal iedereen wel eens hebben, maar bij mij was dit sterk aanwezig. Ik twijfelde ook aan mijzelf, en ja, ook aan God. Dat zei je natuurlijk niet, want dat hoort niet, toch? Als iemand mij 25 jaar geleden had gevraagd wat vertrouwen in God voor mij betekent, had ik waarschijnlijk een “wenselijk” antwoord gegeven, afhankelijk wie ik tegenover me had.

Ik moet even iets van mezelf vertellen, misschien begrijpt u mijn twijfel dan beter. Mensen die mij niet goed kennen kijken er misschien van op, maar ik ben een berekenend type; ik zeg niet direct ja of nee op iets, eerst nadenken, eerst onderzoeken, want je weet maar nooit. Wie zei dat eigenlijk? Is dat wel helemaal waar? Ik twijfel gauw, ik scan mijn omgeving op zoek naar dubbele bodems, bedoelt hij wel wat hij zegt? Ik word toch niet in de maling genomen? Er zit altijd een soort stemmetje in mij die alles betwijfelt wat ik hoor of denk of denk te weten. Misschien herkent u dat wel iets bij u zelf.

En hoe zit het nu met mijn vertrouwen in God? Ik zie God nu veel meer als een Vriend, een Bron, een Voorbeeld, Iemand vlak bij. Ik heb Hem wel nodig, maar ik denk dat Hij vooral mij (en u) nodig heeft om te laten zien wie Hij is! Dat geeft mij tegelijk een groot en diep verantwoordelijkheids gevoel en een enorme inspiratie om door te gaan, door te zetten, niet te twijfelen en te geloven in jezelf!

Dat vertrouwen was er niet zomaar; er is niemand geweest die mij dit heeft gezegd. Dit is bij mij een lang proces wat langzaam groeit en wat nog niet ten einde is. Dat stemmetje in mij is niet weg, oh nee, maar ik kan hem hoe langer hoe vaker het zwijgen op leggen, ik kan hem hoe langer hoe vaker herkennen als “de twijfelaar” en daardoor beter kiezen waar ik naar moet luisteren.

 

Albert Hoekerswever

 

Vroeger wist ik het allemaal zo goed !

Ik wist waar ik stond, hoe het zat met mij en het geloof.

Opgegroeid in een kerkelijk zeer actief gezin, kreeg ik veel geloofs-bagage mee.

Je kon mij, bij wijze van spreken wel langs de deur sturen, ik had mijn antwoorden wel paraat.

 

Maar zo langzamerhand,  met het klimmen van de jaren, is daar een kentering in gekomen.

Ik weet het allemaal niet meer zo goed!

Het geloof…….het is voor mij een mysterie, een zoektocht die me af en toe verwart, maar toch ook wel blijft boeien.

En misschien is dat goed…..misschien blijf ik op deze manier nieuwsgierig.

 

Ik ben iemand die graag de regie houdt, die zelf de touwtjes in handen wil nemen.

In de auto het liefst zelf achter het stuur zit omdat het lastig is een ander dat toe te vertrouwen.

Misschien is het die karaktereigenschap die me dwarszit als het op geloofsvertrouwen aankomt?

 

Of zou mijn Godsbeeld gevormd  kunnen worden  door de ontmoeting met mensen die in de loop van mijn leven  op mijn pad zijn gekomen.

De mensen die  voor mij het verschil maken en waarin  ik dan de hand van God zou kunnen zien, als ik mij daarvan wat meer bewust zou zijn…..

Misschien dat dan ook mijn Godsvertrouwen wat zou groeien…….

 

Lastig……

Ik weet wel dat ik een soort van gevoel van vertrouwen ervaar in de kerk, tijdens de rituelen zoals zingen en bidden. De verbondenheid met  het ongrijpbare zoals die al eeuwen door de mens wordt ervaren en beleefd.  Een gevoel van warmte, van thuiskomen…………

 

Klazien van Staalduinen

 

Ik ben eigenlijk heel goed van vertrouwen. Ik vertrouw mensen makkelijk, ik ben geneigd mensen in de eerste plaats te vertrouwen. En niet, zoals Albert vertelde, eerst te twijfelen en te berekenen. Dat klinkt positief, en dat is het ook wel, maar het heeft ook een andere kant. Het kan ook naïef zijn, een beetje dom. Een soort weerzin om te geloven dat het leven ook niet goed kan zijn en mensen soms niet te vertrouwen. Omdat ik wil dat er harmonie is en vrede om mij heen en in mij.

 

Ik heb ook wel een soort oervertrouwen in God. Ik geloof dat hij mijn dragende grond is. Ik kan me vrij gemakkelijk aan hem/haar overgeven. Ik hoef niet zonodig de regie over mijn leven te behouden, zoals Klazien  dat aangeeft. Tegelijk zit ook daar een soort zwakke plek. Mijn zelfvertrouwen is niet zo groot. Ik richt me snel op een ander. Dat is mijn schaduwkant. Ik zou juist vaker zelf de regie moeten houden. Ik denk dat mijn zelfvertrouwen gelijk op zou moeten gaan met mijn vertrouwen in God en de ander. Daar schort het nog aan.

Ik probeer te oefenen om mijzelf te zien zoals God mij ziet, dat hij mij liefheeft en aanvaardt zoals ik ben. Dat ik er mag zijn. Dat is mijn Godsvertrouwen, dat ik nodig heb om tot zelfvertrouwen te komen.

 

Marjan van Hal