Preek 1 december 2013

Gemeente van Jezus Christus

 

Het verhaal van Tamar staat in deze adventstijd als alternatieve lezing op het leesrooster.

Marjan had dat natuurlijk gezien, dus jullie begrijpen, ik had weinig andere keus.

Met enig politiek laveren is het me toch gelukt om zelf het verhaal te mogen doen.

 

Tamar, de vrouw die voor haar recht opkomt, en hoe.

Het bijzondere van dit verhaal is dat het in de bijbel staat. Want het is geen fraai verhaal, het gaat over verraad, hoererij, onrecht. Maar goed, daar staat de bijbel vol van. Het is een wreed verhalenboek. Wat misschien nog wel meer bijzonder is, dat is de rol van de vrouw hier. Want de tijd waarin dit verhaal speelt, en werd opgeschreven is een tijd van een onmiskenbare mannenmaatschappij.

En dit verhaal staat er dwars op. Deze vrouw haalt hier haar recht.

 

En dat is echt iets bijzonders in de bijbel.

Steeds op de kruispunten staat daar een vrouw op. En het is door die vrouw dat dan het verhaal van God met de mensen doorgaat.

Als je even verder kijkt in de bijbel, in het evangelie van Mattheus, dan zie je dat dat opent met een geslachtsregister van Jezus.

Allemaal mannen op een rij tot en met Jezus.

Tussen al die mannen worden een paar vrouwen genoemd. Tamar, Rachab, Ruth en ‘de vrouw van Uria, dat is Bathseba en tenslotte Maria.

En als je nu vraagt wat hebben die vrouwen gemeen in hun geschiedenis, dan heeft het bij allen te maken met een wat twijfelachtige verhouding rondom de seksualiteit.

Tamar zet zich in als een hoer, Rachab wordt genoemd als een hoer, met het rode koord, Ruth duikt zomaar onder de dekens bij Boaz, de letterlijke vertaling laat daar niets te vragen over, Bathseba is betrokken in overspel. En over Maria nog maar te zwijgen want wie de biologische vader van haar zoon is, weten we nog steeds niet.

Door die bijbel heen zit een rood koord van verhalen geweven waarin de man in zijn zwakke kant wordt getroffen. De seksualiteit. Er wordt met hem gespeeld.

Het is niet de mannenmacht die het verhaal van God met de mens doorgang doet vinden. Steeds wordt hij even buiten spel gezet.

 

Voordat we al te zeer met rode oortjes komen te zitten is het misschien wel goed om iets uitleg te geven over dameskleding.

Je hebt een djelabba, dat is gewoon een lang gewaad dat zowel door mannen en vrouwen kan worden gedragen. Mijn toga lijkt in die zin verdacht veel op een djelabba. Je ziet het veel in Marokko.

Dan heb je de nikaab, dat is eigenlijk niet meer dan een hoofddoek, die vind je vooral in Arabië. Gedragen door vrouwen. Die kan op verschillende manieren worden gedragen. De mannelijke variant is de tulband. Niet zo’n cake, maar zo’n hoofddoek.

En dan heb je de burka, die bedekt het hele lichaam, inclusief de ogen. De vrouw kan door een gaasje naar buiten kijken. De man ziet niets van wat onder het kleed beweegt. Gedragen door vrouwen waar de Taliban het voor het zeggen heeft.

Iets vindt je er van terug in het gaas van een trouwjapon wat voor het gelaat wordt gedragen.

Alleen wij willen dan wel graag zien wie we trouwen.

 

In een ander bijbelverhaal, wordt Jakob, één van de aartsvaders, er mee bedrogen. Hij wil met de jongste dochter van Laban trouwen, maar na het huwelijksfeest blijkt er iemand anders onder het gaas te zitten. Hij kon dus niet zien met wie hij trouwde.

Alleen dat is al een reden om de burka te verbieden. Je wilt toch wel weten wat voor vlees je in de kuip hebt.

 

In het verhaal van vandaag gebruikt een vrouw de hoofddoek om zichzelf onherkenbaar te maken voor de man die haar bezoedelt.

Het zegt ook iets over de armoede, de blinde drang van een man om klaar te komen, het gezicht van de vrouw doet er hier niet toe.

 

Ik zei het al: seksualiteit is de zwakke kant van de man.

De discussie die steeds weer wordt gevoerd in de media over die gewaden gaat dan ook daarover. Mag een vrouw zich laten zien in haar lichamelijkheid.

De andere kant is dat de seksuele blik van de man blijkbaar niet ter discussie staat. Die wordt als vanzelfsprekend beschouwd.

Ik herinner mij nog dat ik een keer in Utrecht, vlak bij de Dom, op een terrasje zat, gezellig, aan twee kanten van de straat. Biertje. Op een gegeven moment komt daar een mooie meid voorbij: tik, tik, tik. Minirok, figuur. De blik van al die mannen. Geweldig.

De kracht van de seksualiteit, de zwakheid van de man.

 

Mag een vrouw zich zo laten zien? U begrijpt van mij wel. Ik hou van schoonheid.

En wij zijn het gewend.

En mag ik zo naar een vrouw kijken. Ja hoor, zelfs van Marjan. Want ik doe er niets mee. Ik kan naar een mooie vrouw kijken, maar niets is mij liever dan mijn lief.

 

Ik herinner mij de boosheid van de vader van Marjanne Vaatstra. Omdat de moordenaar op de vraag waarom hij het had gedaan had gezegd: ‘toen ik haar zag, dacht ik ‘die is voor mij’’.

 

Het spel van kijken en bekeken worden en van je laten zien

verliest zijn onschuld precies op dat moment

waarop jij besluit een stap te doen naar de ander

omdat jij wat meer wil.

 

Positief: zo begint een relatie, je ziet iemand en je stapt er op af.

Of negatief: zo begint ook overspel, hoererij, of erger.

Het spel verliest zijn onschuld precies op dat moment waarop jij besluit een stap te doen naar de ander omdat jij wat meer wil.

 

In dit oude verhaal van Tamar, het verhaal is duizenden jaren oud, Israël bestond nog niet eens, was de maatschappij zo ingericht dat mannen buitenshuis voor het geld zorgden. Zij waren in het maatschappelijk verkeer de baas. Binnenshuis daar was de vrouw de baas. In veel Islamitische culturen is dat nog zo. Niet in allemaal, Marokko, Tunesië, Turkije, Pakistan, Indië, om er een paar te noemen, is dat niet zo.

Als een man kwam te overlijden dan had de vrouw geen inkomen meer en verviel zo tot armoede. Daarom was er een regel dat als een man kwam te overlijden, en dat gebeurde nogal eens, dat dan een broer met de vrouw moest trouwen. Zo behield ze economische zekerheid.

Tamar trouwt met Er. Er komt te overlijden. In de tekst staat ‘Er was slecht in de ogen van de Heer, daarom liet de Heer Er sterven.’

Dat geloofde men in die tijd, alles werd bepaald door God of door de goden. Als je dood ging, ziek werd, hongersnood, alles. Dat was een straf van God.

Met wat wij nu weten is dat niet meer acceptabel zo te geloven.

 

Tamar trouwt dan met de broer van Er, zo wordt recht gedaan.

Alleen, deze man, Onan, daar komt het oude woord ‘onanie’ vandaan. Dat is een ander woord voor zelfbevrediging. Onan, zo staat geschreven, ‘liet zijn zaad op de grond terechtkomen’. Hij wilde geen kind.  Hij ging voor het zingen de kerk uit.

Je snapt wel dat heeft niets met zelfbevrediging te maken, en dit verhaal wordt zelfs misbruikt om homoseksualiteit te veroordelen. Onzin.

 

Onan doet dat uit nijd, hij wist dat als hij zo een kind zou verwekken dat het zou gelden als een kind van zijn overleden broer. En dat wil hij niet.

Niet Onan zou de eer toekomen, maar zijn overleden broer Er. En blijkbaar had hij zo’n bloedhekel aan zijn broer dat hij dat zelf na het overlijden van zijn broer niet wilde. Diens naam moest wordt geschrapt.

Dat hij daarmee tekort deed aan Tamar, voor wie dat wel belangrijk was, een zaak van eer, en van economische zekerheid. Dat doet er voor hem niet toe.

Tamar wordt niet gezien. Ze wordt gebruikt. Goed voor een wip, niet voor de vrucht van de liefde. Het kwaad van Onan is dat hij Tamar niet ziet.

Wat hij deed was slecht inde ogen van de Heer daarom liet de Heer ook hem sterven.’

Dat geloofde men in die tijd, alles werd bepaald door God of door de goden. Als je dood ging, ziek werd, hongersnood, alles. Dat was een straf van God.

Met wat wij nu weten is dat niet meer acceptabel zo te geloven.

 

Er is nog een broer, de derde in rij, maar zijn vader Juda wil niet nog een zoon uitleveren aan die vrouw, straks gaat hij er ook nog aan. Juda is bang voor Tamar. Heeft zij een boos oog, dat haar mannen sterven.

Ik denk niet dat Onan zijn vader heeft gezegd wat hij Tamar flikte. Hoe dan ook Juda is bang en geeft niet waar Tamar recht op heeft.

Ze komt vast te zitten in de tent. Zonder man, zonder kind, zonder perspectief.

Ze wordt niet gezien.

En dan neemt ze zelf het recht in eigen hand.

Op een onthutsende manier.

Juda tuint er in. Ik zei het al, De kracht van de seksualiteit, de zwakheid van de man.

 

Wat is nu de kern van dit verhaal.

Zien en gezien worden.

Tamar wordt niet gezien.

We lezen niets over de verhouding tussen Tamar en haar eerst man Er. We lezen alleen dat wat Er deed, kwaad was in de ogen van de Heer.

Ik kan mij niet voorstellen dat iemand die zijn leven invult met structureel kwaad doen, op wat voor manier dan ook. Dat je dan de ander echt in de ogen kan kijken. In alle openheid, kwetsbaarheid. Ik weet wel dat mensen het doen.

Maar daar zit iets kreupels.

Ik kan mij niet voorstellen dat haar man Er Tamar echt heeft gezien.

 

Met Onan is dat duidelijk. Hij gebruikt Tamar als een hoer. Goed voor een wip, maar niet voor de vruchten van de liefde.

De derde zoon, ook hij heeft een naam, Sela, die ziet haar ook niet. Hij kruipt weg achter zijn vader voor die enge vrouw. Ook als hij volwassen is, neemt hij niet zelf de verantwoordelijkheid die van hem wordt geeisd.

Met Juda is het dubbelop. Hij ziet haar niet in haar recht, laat haar liever wegkwijnen in haar tent. En hij ziet haar niet als hij haar neemt.

 

Wat haar rest is zichzelf te laten zien. Zodat ze gezien wordt.

Op een trieste manier. Zoals Onan haar als een hoer gebruikte, dan nog maar een keer, bij zijn vader. Hij had het van geen vreemde.

 

En juist dit, dat zij niet gezien wordt. Dat zij daartegenover zichzelf laat zien.

Precies dat, dat wordt in die bijbel het verhaal van God en de mensen.

Haar naam wordt weer genoemd in het geslachtsregister van Jezus Christus.

Tussen al die mannennamen in. Zo van, weet je nog wel, dat verhaal.

Zie je het wel.

 

In deze overdenking veel aandacht voor de seksualiteit. Ik hoop dat het niet afschrikt. Ik heb wel eens het idee dat daar te weinig over wordt gesproken vanaf de kansel. Of alleen in moraliserende negatieve zin.

Er gaat overal zo ontzettend veel mis op dat gebied.

En de bijbel wordt er maar al te vaak in misbruikt.

Het gaat natuurlijk niet om de seksualiteit op zich.

 

Het gaat erom of je de ander ziet. Blijkbaar is dat heel belangrijk in de bijbel:

dat je de ander ziet. Dat je niet voorbij gaat aan de ander.

En als je niet gezien wordt, dan is dit verhaal een wel heel dwarse uitnodiging om jezelf te laten zien.

Om op te komen voor je recht. Je hebt er recht op om gezien te worden.

Niemand mag jou gebruiken.

 

Het is zelfs zo belangrijk dat als je niet gezien wordt, dan kan het verhaal van God met ons niet doorgaan.

Dus waar jij voorbij gaat aan de ander, daar kan het verhaal niet doorgaan.

Zo sterk.

 

En nog sterker. Als jij je niet gezien weet, dat mag je jezelf laten zien.

Want dat is wat elke keer weer boven komt drijven uit al die verhalen.

Waar jij je niet gezien weet, daar komt het verhaal te spreken over God die naar ons omziet.

Dat is God ten voeten uit:

waar ik jou zie, en jij mij ziet, daar gaat het verhaal van God met ons door

daar krijgt God gezicht in mijn ogen die jou zien

en in jou ogen die mij zien

en ten diepste mag ik weten

dat ik, als ik mijn niet gezien voel,

op mag staan en zeggen kan ‘zie mij, je kan niet zomaar over mij heen, en niet zo maar om mij heen. ‘

 

Steeds weer zijn ze er, die mensen, of die structuren, die de ander niet zien, die jou niet zien, desnoods over je heengaan.

Maar onweerstaanbaar is daar die rode draad, die niet gelooft in mannenmacht en overheersing.

Die rode draad die vandaag in de advent begint bij deze vrouw en tot kerstmis doorgaat in de geboorte van Jezus Messias.

 

Die gelooft dat onze menselijkheid haar grond vindt in die simpele woorden:

zie je mij?

Amen.