Preek 15 september 2013

Ds. M.W. van Hal

Wat betekent psalm 23 voor mij?

 

Bij het beeld van de herder moet ik me altijd eerst even heen worstelen door oude zoetsappige plaatjes van een herder met een hemelse blik en een lammetje op zijn schouder. Het doet me denken aan zalvende dominees die het liefst een

schaap maken van een mens. Die tekst hing in de hal van wijlen buurvrouw Candia Boeke: ‘hoed je voor herders die een schaap maken van een mens.’

Maar als ik dat van me heb afgeschud, intrigeren de woorden meteen na het woord herder mij enorm.

Mij ontbreekt niets.

Mij ontbreekt niets. Wie zegt dat de dichter na? Kan ik dat zeggen? Hoe kon David dat eigenlijk zeggen op de vlucht voor koning Saul?

De werkelijkheid waarin wij en ik leven is geen werkelijkheid waarin ons niets ontbreekt. Misschien ontbreekt ons niets aan materiële dingen, maar iedereen worstelt op zijn tijd, maakt zich zorgen, heeft verdriet, is niet gelukkig. Kun je dan deze psalm zingen?

Misschien wel niet nee, maar je zou ‘m eigenlijk juist dan moeten zingen, heb ik ontdekt, en velen met mij. Want dan heb je ‘m juist nodig.

 

Iemand heeft eens tegen mij gezegd: als je onrustig bent en je kunt niet slapen, zeg dan bij het inademen ’De Heer is mijn herder’ en bij het uitademen ’mij ontbreekt niets.’

En doe dat net zolang tot je rustig wordt en de woorden in je zijn gedaald.

Dat werkt! Dat is precies de kracht van deze psalm en van geloven.

Dat de woorden eigenlijk te mooi zijn om waar  te zijn, dat ik het leven soms helemaal niet zo ervaar, en dat ik daarom me eraan mag toevertrouwen, zodat ze waar wórden.

Er zijn dus twee lagen, die van de feiten of van je eerste gevoel van: mij ontbreekt van alles én de laag van het geloofsvertrouwen. En psalm 23 helpt mij om bij die tweede, diepere laag te komen.

Om als ik me opgejaagd voel, te zeggen: mij ontbreekt niets, hij leidt mij naar grazige weiden en rustige wateren. Om me dat voor te stellen, om aan het kabbelende water me in het zachte gras neer te vleien en te geloven dat alles goed is.

Ik heb wel eens in een geleide meditatie de mensen meegenomen vanuit de drukte een poortje door naar een andere wereld. Waar je de vogels hoort fluiten, waar je het ruisen van de bomen hoort in de wind, waar de zon op je gezicht schijnt en je op een plek komt met kabbelend water. En je gaat er ontspannen liggen in het gras aan het water. En zie het is goed. Het leven lijkt even volmaakt. Je weet voor altijd dat dit bestaat.

De mensen vinden deze meditatie heerlijk. Daarom is psalm 23 vast de mooiste psalm die er bestaat! Gods droom en die van de mensen komen er in bij elkaar.

 

Ds. R. Kok

Ik heb in de liturgie twee foto’s geplaatst.

Als ik wat ruimte over heb in de liturgie zoek ik op internet naar afbeeldingen.

Ik zocht bij ‘De Heer is mijn Herder’. Deze vond ik het beste passen.

Eentje op het middenblad van een lammetje, een snoepie.

 

Misschien geeft dat voor mij wel het gevoel weer van mijn basisschooltijd.

De lagere school heette dat toen nog.

Wij gingen nooit naar de kerk maar ik zat wel op een christelijke school. En daar moesten we elke maandagochtend een psalm uit ons hoofd leren. Zondagavond laat probeerde ik die er dan nog in te stampen wat nooit echt lukte omdat ik te laat begon. Ik had dan ook nooit een tien voor psalmversjes. Jij waarschijnlijk wel.

 

Toen ik van die school afging kreeg ik een bijbeltje, een mooi klein zakbijbeltje. En ik begon daar in te lezen. Na een paar hoofdstukken gaf ik het op, ik snapte er niets van. En daarmee kwam er ook een einde aan mijn wat vage christelijke opvoeding.

 

Blijkbaar moest ik eerste eindeloos verdwalen, mij zelf verliezen, en alle ellende meer die je als jongere mee kan maken als je probeert je zelf te vinden, vrienden te hebben, een lief te vinden en dan ook nog moet weten wat je worden wilt.

 

Ik ben in de kerk geraakt. En zelfs dominee geworden. Ik denk dat jij daar toch wel veel schuld aan hebt. Misschien dat ik anders een andere kant zou zijn opgegaan. Dat had zo maar gekund.

In die kerk als ik bezig was met de kerkdiensten stuitte ik elke keer weer op die psalmen. De meeste vind ik eigenlijk niet mee te zingen door de oude stugge taal, de beelden die mij niet aanspreken.

Alleen die psalm 23 is mij ongelofelijk lief. Die hoort ook bij mijn begrafenis.

En waarom? Ik weet het niet. Het is een gevoel. Het zit in de melodie, het liefelijke. Ook in de tekst.

Ik heb het ook meerdere keren met groepen gedaan met meditatie. Je gaat op de grond liggen, ogen dicht en één leest dan heel rustig de psalm voor.  Rust,  zomer, de koelte van water, de warmte van veiligheid, geborgenheid. Zo voel ik dat.

Dat is die eerste afbeelding van het lammetje.

 

En dan is daar die tweede afbeelding. Schapen op een verlaten weg, ergens in een berggebied. Ze lijken zo verlaten.

Ook dat is een beeld van mijn leven. Ik ben een Einzelgänger, ben graag alleen. Feestjes vind ik een crime. Ik ben niet van sociale contacten. Wel van persoonlijke contacten, goede gesprekken, waarin je jezelf kan laten zien. Deelt met elkaar.

Voor mij zijn die schapen op de afbeelding niet verlaten. Ze leven daar gewoon in de verlatenheid en kunnen zich daar prima redden.  Hoe onherbergzaam het er ook uit kan zien.

 

Ook deze schapen lopen niet zo maar rond. Ergens, ooit, is er een herder die ze weer oppikt. Misschien pas in de winter als het koud wordt.

Wie zal het zeggen.

 

Voor mij is dat het leven.

Ik geloof niet dat mij iets bespaard blijft om Gods wil.

Geen ziekte, geen ongeluk, geen dood.

En toch geloof ik dat mijn leven geborgen is in Gods hand.

Hoe, dat weet ik niet.

Maar dat is voor mij de betekenis van ‘mij ontbreekt niets’.

Ik heb een grond, waar ik niet op kan staan,

en toch weet ik mij gedragen.