Preek 18 augustus 2013

Overdenking 18 augustus 2013

Het gedeelte dat we lazen uit het evangelie volgens Lucas, is onderdeel van het hoofdstuk dat deze en de afgelopen twee weken aan de orde is in het leesrooster. Je zou kunnen zeggen dat ze allemaal ongeveer hetzelfde thema hebben: wat is wijs, wat is dwaas? Wat doe je met kennis, wat doe je met bezit?

Dan is het gelezen gedeelte uit het boek Prediker een schitterende inleiding. De schrijver probeert vele mogelijkheden uit die het leven biedt, maar telkens zegt hij erbij dat hij wel de wijsheid behoudt. Hij blijft er om zo te zeggen met zijn wijsheid bij: goed opletten wat de gevolgen zijn of kunnen zijn. Hij let goed op, zorgt er voor dat zaken niet echt uit de hand lopen.

Maar, zo vraagt hij zich telkens weer af: wat levert het mij op?

Het boek Prediker werd in de derde eeuw v Chr. geschreven en staat in een lange en uitgebreide traditie die in Israël en de omliggende volkeren wijd verspreid was en die we nu kennen als de zgn. wijsheidsliteratuur.

Dit tweede hoofdstuk, dat we lazen, roept het beeld op dat alle genoegens geprobeerd mogen worden. Alle vormen van genieten, van behoeftebevrediging zouden we tegenwoordig zeggen, alles wordt uitvoerig onderzocht, geprobeerd, geproefd. Niets is verboden. Maar, zo vragen de schrijvers van die wijsheidsliteratuur zich steeds weer af, haalt het wat uit? Geeft het ook bevrediging? En telkens weer is hun antwoord, net als bij Prediker: nee, eigenlijk niet, het is allemaal als lucht. Maar tot verdere conclusies komen die schrijvers niet.

Ook Jezus laat zich meermalen uit over bezit. Nergens wordt iets verboden, maar hij voegt er wel elke keer de vraag aan toe: wat doe je ermee? Jezus spitst het dus telkens toe: Waar je hart ligt? Wie is de baas? Ben jij de baas over je bezit? Of is je bezit de baas over jou? Of zoals ik het vele jaren geleden een dominee heb horen zeggen: hang jij aan die oorbellen, of hangen die oorbellen aan jou?

Voor ons klinken die vragen nog hoogst actueel. Juist nu we nog midden in een economische crisis zitten. Een economische crisis die begon bij de kredietverstrekkers die werken vanuit hun motto: “live now and pay later”. De vragen zijn nog hoogst actueel: Hoe gaat het met jouw bezit? Wat doe je er mee? Juist in zo’n crisissituatie.

Want er zijn heel veel mensen die onder die crisis lijden, soms zwaar moeten lijden. En soms ook komen de gevolgen heel dicht bij: een familielid of een goede vriend komt zonder werk te zitten. Sommige mensen raken ook zelf hun baan kwijt. En je hoort van mensen, die elk dubbeltje moeten omdraaien, voordat ze het uitgeven. Zelfs je eigen portemonnee is eerder leeg dan vroeger. Al die mensen, dus ook u en ik, vragen zich af: hoe moet dit verder? Hoe komt het weer goed?

Terechte vragen, maar zijn het altijd de goede vragen?

Want als ik Jezus goed beluister gaat het om de vraag of de mensen die echt onder zo’n crisis te lijden hebben, of die mensen bij anderen, bij mij, bij ons in beeld zijn? Of zijn vooral degenen in beeld die het ondanks de crisis nog steeds goed hebben? Die rijke schatten verzameld hebben?

Het verhaal van Lucas begint met een ruzie over de verdeling van een erfenis.

Een van de omstanders zegt tegen Jezus: zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen. Er wordt niets verteld over de reden van deze uitspraak. Je zou nog in de verte aan de afloop van de gelijkenis van de verloren zoon kunnen denken.

Maar hier is blijkbaar toch wat anders aan de hand. Jezus zegt simpelweg: wie heeft mij als rechter of bemiddelaar over jullie aangesteld? En hij wijst de omstanders op een ander aspect. Hij wijst de toehoorders op een onderliggend gevaar: hoed je voor iedere vorm van hebzucht, want je leven hangt niet af van bezittingen, zelfs niet als je veel bezittingen hebt, je leven hangt daar niet van af.

En dan vertelt hij de gelijkenis van de rijke man. Een gelijkenis die eindigt met de vraag voor wie de schatten zijn van iemand die spoedig komt te overlijden.

Je vraagt  je dan af: wordt dat ook weer een ruzie over de erfenis? Herhaalt de geschiedenis zich keer op keer? Of gaan mensen nadenken? Gaan mensen zich misschien afvragen: Wat is wijs, wat is dwaas?

Prediker beschrijft alle genoegens van een rijk, gevuld leven. Bezit, volle schuren, slaven en slavinnen, nodig om alle diensten die bij zo’n groot bedrijf horen te vervullen. Muziek en dans, eten en drinken en alle denkbare genoegens. Prediker vraagt zich dan af: Wat blijft er van over? En zijn antwoord is nogal mager: Eigenlijk niets duurzaams, eigenlijk blijft er van al die inspanningen, van al die rijkdom, van al die genoegens niets duurzaams over.

Ook die rijke man van de gelijkenis: vraagt zich af of hij nieuwe schuren zal bouwen in plaats van de bestaande, grotere, nog grotere. Om alle bezit en al zijn opbrengsten te kunnen bergen. Onwillekeurig moet je dan denken aan de karikatuur die Walt Disney ooit tekende: Dagobert Duck zwemmend in zijn geld. Dagobert Duck neemt een duik in zijn geldpakhuis.

Maar de vraag blijft: voor wie zijn al die schatten opgeslagen? Voor wie zijn al die voorraden bestemd? Voor de armen en verdrukten? Voor weduwen, wezen, vreemdelingen, vluchtelingen? Komen die in zo’n situatie duidelijk in beeld? Wordt er dan aan hen gedacht?

Helaas is het meestal zo dat in de wereld de machtigen en de rijken het meest en het eerst in beeld zijn. Denk maar even aan wat er een paar weken geleden op de televisie te zien was. Er was een ontbijt georganiseerd voor afstammelingen van slaven waarbij zij bediend werden door bekende Nederlanders. En op wie was de verslaggever gefocust? Jawel: de man van 25 miljoen en meer op de bank.

Dat thema: wie staat centraal, op wie is de focus gericht. Dat thema komt in de bijbel steeds terug. We zongen het in Psalm 146. We lazen het bij Lucas: voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen? Zelf kun je er niets meer mee. Waarvoor zijn ze dan wel bestemd? Voor wie worden al die oogsten opgeslagen?

Het begint bij die ruzie over een erfenis: maar de echte vraag is: waar draait het om? Wat is wijs in deze wereld? Wat is dwaas?

Om je heen kijkend in onze wereld kun je eigenlijk niet anders dan constateren dat er veel uiterlijk vertoon is: schone schijn. Zelfs, of misschien wel juist in de vermaaksindustrie die we dagelijks op de televisie kunnen waarnemen.

Maar gelukkig kun je ook waarnemen, als je het wilt zien tenminste, dat er ook veel goeds gedaan wordt met bezit. Toegegeven: meestal is dat onzichtbaar, wordt het gedaan door mensen die niet tot de categorie der BN’ers behoren. Maar het gebeurt tenminste.

Nergens in de Bijbel staat dat je niet van bezit mag genieten, dat je geen appeltjes voor de dorst mag hebben.

Maar als een ander dorst heeft: voor wie zijn dan de appels die jij hebt bewaard en opgeslagen? Mag die ander er dan zo nodig ook van meegenieten? Mag die ander dan van jou een appeltje om zijn dorst te lessen?

Die vraag is nog steeds actueel en zal dat tot in lengte van dagen blijven. En dus zal er veel wijsheid nodig zijn om een menswaardige samenleving voor de hele mensheid te bouwen wereldwijd, maar ook dicht bij huis, om de hoek, bij de buren. Met steeds die zelfde vraag als spiegel voor onze neus: voor wie zijn dan de schatten die jij hebt opgeslagen?

Amen.