Preek 14 april 2013

Gemeente van Jezus Christus

 

We zitten vandaag al weer twee weken na Pasen.

Zo vlak voor Pasen is er altijd wel weer een straatinterview op t.v. waaruit blijkt dat het gros van de mensen niet weet waar het met Pasen over gaat. ‘Het voorjaar’, ‘de eitjes’ en sommigen denken dat Jezus toen gestorven is. Nee, dat hadden we al gehad.

Pasen is in die zin veel moeilijker te begrijpen dan kerstmis.

Kerst is kindje in de wieg dat daagt in het oosten, dat gaat er veel makkelijker in.

 

Pasen, niet voor niets begonnen we dit jaar in de paasochtend hier buiten op het hof. Tussen de graven van de mensen die ons lief zijn. En velen van ons hebben daar iemand heen gebracht.

Geen vrijblijvend stukje grond, maar grond doordrenkt van liefde en verdriet, boosheid misschien wel, eenzaamheid.

Maar hoe dan ook verbondenheid met wie niet meer bij ons zijn.

Achter onze kerk, daar liggen zij de mensen van voorheen.

zij vonden hier een rustplaats de naam gegrift in steen

Nog dieper dan hun namen staat voor velen hun gezicht

omdat zij ons steeds liever zijn

ons in het hart gegrift.

 

Pasen kan je alleen begrijpen als je het verbindt met je eigen doden.

Want die ervaring die je zelf hebt meegemaakt en waar je mee verder leeft,

dat is ook de grond om iets te vatten van waar het in het evangelie om gaat.

 

Er is een dichter, Rutger Kopland, dat is zijn schuilnaam, hij heet eigenlijk van den Hoofdakker, was psychiater.

Een psychiater heeft zich gespecialiseerd in psychische klachten, maar hij is vooral ook medisch geschoold. Dat betekent dus dat hij vooral ook kijkt naar de lichamelijke kant.

Zo leest hij dan ook altijd de medische rapporten van cliënten of patiënten.

Toen zijn moeder was overleden kreeg hij het medisch rapport van haar overlijden onder ogen.

Een gevoel van paniek overviel hem. Daar kon hij niets aan doen. Onthutst vroeg hij zich af waar die paniek vandaan kwam.

 

Toen ontdekte hij dat nergens in dat rapport hij zichzelf terug vond. Terwijl hij zoveel van haar hield.

Altijd was zij in zijn hoofd en hart aanwezig geweest, en hij in dat van haar.

Dat besef, dat hij niet meer in haar ‘zijn’ bestond.

Zo is het: wij zijn, wij bestaan in de liefde van de ander, wij willen ons gekend weten

dat maakt ons tot mensen, dat geeft ons leven zin.

 

Het grote verlies van je ouder is ook dat je niet mee kan laten zien. Kijk eens, een zoon, een dochter, je nieuwe huis.

Ik weet nog dat ik toen mijn vader was overleden terug reed.

Wij woonden in Friesland en waren naar Barneveld geweest.

Terug naar het noorden op de autobaan begon ik in één keer onbedaarlijk te huilen omdat ik bedacht dat mijn vader nooit de kinderen zou kunnen zijn die ik hoopte te krijgen.

Dat is de liefde die in je woont, door de ogen van de ander.

 

Om die ervaring gaat het.

En dan nu op weg naar Emmaüs.

Hoe zat dat bij Jezus?

Zeker is dat hij gemarteld en gedood werd, niet op Pasen, maar daarvoor op Goede Vrijdag.

En die twee mannen die hier op weg gaan, van Jeruzalem naar Emmaüs

Zij zijn verslagen, dood gelopen, en zien het niet meer zitten, zij zijn verblind

Wat is hen gebeurd, mens van Godswege,

Zij hebben leren zien dat je als mens gekend bent bij God,

Zoals de moeder van Kopland, niet alleen in het hoofd, maar in het hart

Daar krijgt het leven zin, daar krijg je zin in het leven, de rijkdom, het leven als geschenk.

 

Hoe moet je je dat voorstellen? Ik denk zo.

In de tijd van Jezus was de wereld anders dan nu.

Veel meer dingen overkwamen je. Ziekte, armoede, de dood, hongersnood, voorspoed, tegenspoed.

Men geloofde dat het hele leven werd bestierd, bestuurd door krachten en machten. Goden, duivels, hoe je het ook maar noemt.

Mensen waren ongeletterd, de meesten konden niet lezen of schrijven.

En de godsdienst was net als nu nog,

deels heel dichtbij, rabbi’s die leerden in de synagogen,

maar deels ook heel afstandelijk, zoals de paus, ook al lijkt hij heel aardig,

het blijft onbereikbaar.

Daarmee was God ook onbereikbaar, en je leven wat je overkomt, onbegrijpelijk.

 

De volgelingen vonden in Jezus een rabbi die God heel dicht bij bracht, niet veroordelend, niet een willekeurige macht of kracht, maar een God van nabijheid, van vergeving, zoekend naar verbondenheid.

Dat bevrijdt de mensen van het idee van de willekeur en de machteloosheid.

Je bent iemand in Gods ogen.

 

Wij ervaren dat niet meer in diezelfde mate.

Wij denken dat we heel veel kunnen controleren en zelf kunnen bepalen in ons leven. Dat is niet zo, dat weten we ook, morgen kan je er niet meer zijn, maar we leven wel in die illusie. We kunnen ook meer als toen.

 

Wat we gemeenschappelijk hebben, dat is die ervaring van dood en leven, van wat je overkomt, van dankbaarheid en verwondering, van verlies en verdriet.

En daar gaat het om: je bent iemand in de ogen van God.

 

Dat loopt dood bij die mannen op weg naar Emmaüs.

Ze hadden zo gehoopt. Op dat verhaal, dat levensverhaal van God met ons.

Nee, het loopt ongenadig dood.

 

Ze gaan terug naar huis.

Op die 3e dag voegt zich een 3e bij hen, de Opgestane

Ze zien het niet zitten, ze zien niet wie het is, hun hoop, hun geloof in die goede God, hun visie, hun visioen is verduisterd

En Hij vraagt: wat zijn dit voor gesprekken die jullie met elkaar voeren

 

Dat is Jezus ten voeten uit: hij geeft niet ongevraagd antwoorden, hij vraagt, hij nodigt uit.

Als een zieke tot hem komt vraagt hij ‘wat wil je dat ik doen zal’.

Zo ook hier, niet het antwoord, maar het gesprek, de ontmoeting.

Dat is heel wezenlijk, pas als de mannen kunnen vertellen, van hun hoop, hun geloof, hun geraakt zijn, en hoe dat dood loopt, pas dan kan er iets gebeuren

Pas door te delen in je verdriet, kan er ruimte komen.

Andersom gezegd: als je voorbij gaat aan je verdriet, of aan het verdriet van de ander, dan is geen enkel antwoord zinvol. Want dan vindt het geen grond.

Pas door te delen in je verdriet, kan er ruimte komen.

 

De mannen vertellen.

In die ruimte gaat Jezus dan de Schriften uitleggen

Waarom de Schriften?

Heel duidelijk: omdat het om God gaat.

Hoe kan ik verstaan dat God aanwezig is, in mijn leven.

Dat kan niet plat, zo van God bedoelt zus en zo, dat weten we ook wel.

Wie de hand van God direct in zijn of haar leven wil zien, die maakt het zichzelf moeilijk.

Zo kunnen wij God niet plaatsen. Zo direct.

Dat wil niet.

In de gesprekskring die we van de week hadden zeiden we ‘het is veel eer achteraf, dat je kan spreken van God.’ Terugkijkend op. Zo ook hier:

Niet het vooropgezette plan, maar de loop van Mozes en de profeten als stem en stroom tegen de stroom in.

 

Er is een oud Joods verhaal dat de Almachtige tot 26 keer toe de wereld heeft geschapen en het lukte maar niet goed. De laatste keer zei de Almachtige, ’t is goed zo. Nou, daar hebben we nog wel wat op aan te merken.

 

Wat wel beschreven staat is het project van Abraham, een man die een land krijgt beloofd, het Beloofde land, het enige wat hij bij zijn dood heeft gekregen is een graf voor zijn vrouw, het echec van Sinai, het echec van Tabor met Elia, en ga zo maar door.

De bijbel is een aaneenrijging van verhalen van mislukkingen.

En, van leven door de dood heen, steeds weer.

Wat er ook gebeurt, het verhaal gaat door. Steeds weer.

 

Het is keer op keer opstaan uit de dood

 

Zo komen zijn in Emmaüs, en Jezus lijkt verder te gaan. Zo staat geschreven:

‘EN HIJ DEED ALSOF HIJ VERDER ZOU GAAN’

Ja, zo is het ook nog eens: je moet hem wel binnennoden, binnenvragen,

Als je hem aan je deur voorbij laat gaan, dan gebeurt er niets

Je moet de verhalen ook toelaten, proeven, toetsen aan je eigen levensverhaal.

Pas als je ze binnenlaat, dan kan het je ook raken, dan kan er wat gebeuren.

 

Als ze hem binnenhalen gaan ze aan de maaltijd

Zoals op de avond voor zijn dood, breekt hij het brood en deelt hij de wijn

en op dat moment waar op Jezus zichzelf weer deelt, zien zij de Opgestane

 

Jezus verdwijnt uit hun midden

ze hebben hem dan niet meer nodig, want – zo schrijft Nico ter Linden, hij is vanaf dat moment in hen.

De ervaring van de liefde, na het overlijden, hij of zij komt je nader aan het hart, in je.

 

Stef Bos: reizen door de nacht

http://www.youtube.com/watch?v=D3L6RZ94K78

 

Zo kwam ik thuis als een verloren zoon
Ze lag daar wit en stil
Ik kuste haar, het was als in een droom
Waaruit je wakker worden wilt
Zij had haar ogen vastbesloten dicht
En haar lippen waren koud
Voor de rest was alles om ons heen zo bekend en zo vertrouwd
En alles dat ik haar nog zei, het was
Alsof ik in mijzelf praatte
Alsof degene die daar voor mij lag
In mij was gevaren
In mij was gevaren

 

Daar raken wij aan elkaar.

Daar raken jouw doden en mijn doden ons in het hart.

En daar ook kun je verstaan de betekenis van Pasen voor jou.

 

De Opgestane is in ons, zijn verhaal, zijn levensverhaal, zijn lijdensverhaal, God met ons, is ons verhaal.

Zijn verlangen om gezicht te zijn van een God die ons als een baarmoeder omgeeft,

die grond is waarin wij zijn geworteld,

die de bron is van onze liefde.

Zo.

 

Wij worden tot mensen door de liefde en de zorg van de mensen die ons groot brengen.

Een Amerikaans spreekwoord zegt ‘it takes a whole village to raise a child’, je hebt een heel dorp nodig om een kind groot te brengen.

Dat is de gemeenschap die wij vormen.

Wij worden tot mensen door de liefde en de zorg van de mensen die ons groot brengen.

En we geven dat door. Aan elkaar en aan onze kinderen.

En daarin ook het verhaal van God met ons.

ja, nog een stapje verder, op weg naar Pinksteren

Gods Geest in ons

Wij zijn de dagers van Gods liefde.

Het gezicht, de handen, de voeten, de ogen.

 

Amen.