Liturgisch bloemstuk 24 februari 2013

Thema: Kwaad met kwaad vergelden. Bij de lezing uit 1 Samuël 24.

De schikking bestaat uit een weg van lavastenen. De weg verbeeldt de tocht die koning David en Jezus gaan als de koningen naar Gods hart. De weg van David is geen geplaveide weg, maar een weg vol struikelblokken. Op de puinhoop van het koningschap van Saul moet hij het rechtvaardige koningschap handen en voeten zien te geven en daarbij laat David zijn verbinding met de Eeuwige niet los. De kroon verwijst naar dit koningschap. De bloemen en het waxinelichtje geven uitdrukking aan de weg van David en Jezus, die naar nieuw leven leiden. Het paarse stuk doek verwijst naar Sauls macht die gebroken is. Davind snijdt een stuk van  Sauls mantel af maar doodt hem niet. Hij vergeldt geen kwaad met kwaad. Dit is het koningschap naar Gods hart. Vandaar de rode bloem. Er branden op deze 2e zondag van de 40 dagentijd twee waxinelichtjes op de weg naar Pasen.

Dat jouw leven
anderen tot zegen mag zijn
je ogen met mildheid kijken,
je handen open en zorgzaam zijn
je oren luisteren
je woorden oprecht zijn
je hart bewogen wordt
voor de mensen op je weg.
Dat de Eeuwige jouw weg zegent.