Preek 25 december 2012

Gemeente van Jezus Christus,

Wij verlangen er naar om iemand te zijn die geliefd wordt.
Door je partner, door je ouders, door je kinderen, je vrienden.
En je wilt dat ook graag op zijn tijd horen en in ieder geval ervaren.
Een glimlach, gestreeld, een kus, bemind, een woord.
Waardering krijgen voor wie je bent.

Wij verlangen er naar om ons zelf te mogen zijn.
Met onze streken en onze schaduwkanten, maar vooral ook dat we worden gezien in dat we het goed voor hebben, goed bedoelen, ons inzetten om het goed te doen.
Kijk eens, dat ben ik.

En we verlangen er naar dat ons leven zo zin heeft, dat we er plezier in hebben.
Of misschien moet je zeggen ‘vreugde’, het zit wat dieper dan plezier alleen.
Dat we door het leven gedragen worden als op de stroom van een rivier.

En als God er is, dan willen we eigenlijk dat God toch ook begrijpt dat we alles proberen om het leven goed te maken.
En als God er is dan begrijpen we helemaal niets van alle ellende die er is in de wereld en op zijn tijd in ons eigen leven.
Dat laatste maakt het soms erg lastig om te geloven dat God er is.

Het geboorteverhaal van Jezus Christus begint daarom in de nacht. In het duister.
Want de echte vragen, die ons het leven moeilijk maken, die komen niet als het ons goed en makkelijk gaat, maar juist als we het niet zien zitten.
Als het duister is.

Dat is het geheim van het kerstverhaal dat niemand buiten deze muren snapt. Als het alleen maar de buitenkant gaat van lichtjes en zo.
Om bij het begin van ons geloof te komen moet je eerst heel dicht naar jezelf toe gaan. Naar de binnenkant dus.
*
Twee mensen gaan op weg,
Het zijn gewone mensen. Een bouwvakker, een timmerman, en zijn vrouw.
Ze stappen in hun autootje, een ezel was het in die tijd.
En ze gaan op weg.
Ze verdwalen wat, in een stadje dat het hunne niet is. Ze zoeken onderdak maar vinden het niet.
En strandden ergens in een garage, een stal in die tijd.

Het wordt avond, het wordt donker, ze zijn moe.

De eerste keer dat ik in Israël was, ik was op weg met de bus, niets geen onderdak geregeld natuurlijk, ik was student en zocht buiten wel een plekje, die eerste dag, het werd heel vroeg donker. Midden in de zomer al tegen 8-en.
Dat heb je in die landen, hoe dichter je naar de evenaar gaat, hoe vroeger het donker wordt.
Soms gaat dat zo.
Dan wordt je overvallen door de avond, dan is het zomaar duister.
Je werk komt onder druk, ziekte jij zelf, je liefde, je ouders, je kind, je relatie, een vriend, vriendin. Zomaar plots. Van het één op het andere moment is het leven anders. Val je.
Zo overvalt het duister je soms onverwacht.

Bij ons wordt het langzamer donker. De dag verglijdt als het ware in de avond.
Soms gaat het zo.
Drijf je langzaam in de sleur, de drukte en de dingen van alle dag het duister in. En ontdek je op een gegeven moment dat het niet meer gaat.
Voel je geluk wegsijpelen tussen je vingers door als los zand.
Waar vreugde was, is niet meer. Is dit het nou.

Het geboorteverhaal van Jezus Christus begint daarom in de nacht. In het duister.
Want de echte vragen, die ons het leven moeilijk maken, die komen niet als het ons goed en makkelijk gaat, maar juist als we het niet zien zitten. Als het duister is.

Nacht, de hemel is duister.
Er komen engelen, boodschappers van God.
Mensen met vleugelen die God gezicht geven.
Ze zingen een liedje.
Als een moeder bij een kind.
Het licht op in het duister als zij zingen.
Een kind wordt geboren, een leven kwetsbaar, tastend.
Jij.
Ik. Ik zei al, om het te begrijpen moet je naar de binnenkant.
Daarom, een kind wordt geboren, jij, ik.

Wij worden geboren, wij worden mens.
Niet alleen meer dat biologische, dat lichaam, dat bewustzijn, dat pratend wezen, die mens die we al zijn.
Waar we ons hele leven al mee te maken hebben.
Die ‘ik’ die zoekt, die werkt, die droomt en verlangt. Tegen het leven aan knalt en soms als op vleugels vooruit schiet.

Wij worden anders, opnieuw geboren,
als wij ontdekken dat juist waar alle antwoorden te kort schieten
waar we geen antwoord hebben op het leven
wij zelf niet het antwoord hoeven te geven op het leven.

Dat je leven, ten diepste, je ziel, zeggen we dan
dat dat niet iets is, wat je zelf overeind hoeft te houden,
moet bewijzen
waar moet maken.
Maar dat jij er bent, omdat God je tot leven heeft geroepen.
Zoals een kind geboren wordt.

In jezelf draag je het geheim van het leven met je mee.
Dat God je tot aanschijn heeft geroepen.

Dat is niet iets moeilijks, iets verhevens.
Het gebeurt, bij iedereen, bij iedere Jozef en Maria.
Je hoeft er niet voor te hebben gestudeerd.
Daar heeft het niets mee van doen.

Het heeft wel van doen met jouw binnenkant.
Of je aan jezelf voorbij leeft, dat kan je lang volhouden.
Of dat je trouw bent aan jezelf.
Op zoek naar…
aanspreekbaar zijn, een open blik
raakbaar zijn, je niet afgesloten voor het leven, de ander, jezelf
en dus
want dat is hetzelfde, open voor het geheim.
Want al is het iedereen gegeven, het ligt niet op straat.
Al draagt iedereen het in zich,
je kan het niet bewijzen.
Al is het de bron van je bestaan, de grond waarop je loopt.
je kan het niet zelf oproepen.

Het verhaal van de geboorte van Jezus Christus begint in de nacht.
In het duister.
Omdat als alles goed gaat in het leven, het erg makkelijk is om gewoon maar door te leven.
Daar is ook niets mis mee.
Begrijp me niet verkeerd, geniet er van als het leven je goed af gaat.
Maar als het duister is, dan komen de vragen.
En van wie moet je het dan hebben.
Er staat geschreven

Er zijn in de omgeving herders
die in het open veld
door de nachtwaken heen
waken over hun kudde.
Kijk, zulke mensen.
Mensen die als jij het duister in ziet
in het open veld, zich niet terugtrekken in hun veilige huizen.
maar die door de nachtwaken, door het duister van de nacht heen,
waken.
Mensen die zich niet afsluiten, maar er bij komen.
Mensen die heel dicht bij je komen
als jij je klein voelt en kwetsbaar bent.
Sterke man, sterke vrouw. Dan even niet.

En die zeggen,
kijk eens, jij, jij bent een kind van God.
Jij bent Gods zoon, Gods dochter,
jij.
Misschien niet met zulke mooie religieuze woorden.
Want daar gaat het niet om. Het gaat om de inhoud.
Misschien met een hand, een gebaar, een kop koffie.
Een goed verstaander hoeft de naam van God niet te horen
om Zijn Aanwezigheid te proeven.
God is immers de Liefde, de Barmhartige, De Rechtvaardige,
God krijgt gezicht door ons.

Die herders, dat zijn geen theologen en geleerden,
geen beroepsgelovigen of heiligen.
Het zijn gewone mensen.

Het enige wat ze niet doen, dat is
dat ze de ogen niet sluiten voor het wonder.

De herders voegen zich bij Christus
niet als een kerkvorst met veel tamtam
niet als een geleerde in woorden gesierd
maar in hoe zij geraakt zijn door wat zij hebben meegemaakt
zo staat geschreven:
en zij vreesden met grote vreze.

Geen wonder, zou je kunnen zeggen
‘als ik een engelenschaar zou zien zou ik ook vrezen met grote vreze’.
Maar dat beeld van engelen, komt alleen voor in de verhalen,
dat zijn geen engelen die je op straat tegenkomt.
Het verhaal is bedoeld om je gevoelig te maken.
Om je de ogen te open.
Je moet het voor je ogen zien gebeuren.
Bij die stal.
En dan verstaan hoe het in jouw leven is gegaan.

Echte engelen dat zijn mensen die als op vleugels naar je toekomen
als het duister is.
Niet meer maar ook niet minder.
Wij zijn dus zelf ook engelen.
Brengen licht in Gods naam.

Herders zijn de mensen
die bij je staan om zich te verwonderen
over wie jij bent, dat jij bent.
Een kind van God.

Komt het verhaal al dichterbij?

Wij zijn als Jozef en Maria,
zoeken altijd onderdak in waar wij gaan en staan.

Wij zijn als engelen die licht kunnen brengen
als iemand in het duister gaat.

En wij zijn de herders
die niet in grote woorden, maar in de eenvoud van wie wij zijn
onze kunnen verwonderen
en oog in oog komen te staan met een engel
en dan op weg kunnen gaan.

Waarheen?
Naar Bethlehem om te zien
zoals staat geschreven
‘Het woord dat is geschied’

Misschien is dat wel de belangrijkste zin
uit dit verhaal
‘Het woord dat is geschied’.

Er staat niet dat ze naar een baby’tje gaan kijken,
maar er staat geschreven ze gaan zien naar
‘het woord dat is geschied’.

En dat ‘woord dat is geschied’ op dat moment
in dit geboorteverhaal is
Jezus Christus.

Wat heeft hij ons te zeggen.
Dat de Liefde van God
geen verheven theorie is, geen theologie,
maar de praktijk waarin een mens
die kapot loopt op het leven
in het duister verdwaalt
onvoorwaardelijk een plek mag vinden.
Dat heette vroeger ‘verzoening’ of ‘genade’.
Tegenwoordig kan je zeggen
‘je mag thuiskomen bij God’.
je hoeft niet moeilijk te doen.
Het leven is al moeilijk genoeg.

Maar dat is juist waar dit verhaal begint
Die mens daar geboren ergens in Israël, groeit op,
leeft, loopt en geneest de mensen in Gods naam .
En zijn verhaal gaat door.
Niet omwille van hem, maar om ons.
Om het geheim van de geboorte van Christus in ons hart.

Waar wij verstaan dat kerst, de geboorte van Christus tot doel heeft
om ons te leren verstaan.
Dat wij kinderen van God zijn.
En het geheim van het leven in onze ziel met ons meedragen.
En in ons geboren wil worden.
Iedere dag
Amen.

Omdat eenvoudigen verstaan
Wat door geen ingewikkeld zoeken,
Noch lezen in geleerde boeken
Begrepen wordt of nagegaan,

Zijn herders toen in uwen stal
Geknield en hebben u aanbeden:
Dit is tweeduizend jaar geleden
En nog weet elk het overal.

Geen mens heeft ooit hun naam gemeld,
De rest van hun onschuldig leven
Is door geen wetenschap beschreven,
Wordt slechts aan kinderen verteld.
(Anton van Duinkerken)