Preek 16 december 2012

Gemeente van Jezus Christus

In de bijbel staat opmerkelijk weinig over de problemen waar de dertigers en ongeveertigers tegenaan lopen. Zo staat er bijvoorbeeld niets over wasmachines in.
Ook staat er niets in of mannen in staat zijn om een wasmand te zien.
En toch is die laatste voor veel vrouwen tegenwoordig een belangrijke vraag.
Wij hebben het in de voorbereiding op deze viering uitgebreid besproken en zijn tot de conclusie gekomen dat mannen wel in staat zijn de wasmand te zien. Alleen ze denken er niet over na waarom die wasmand op de trap staat.
Net zo min als dat ze begrijpen waarom de strijkplank op de gang blijft staan, of de kastdeur de hele week open blijft staan.
Gelukkig hebben we daar onze gesprekskring De Ontmoeting voor, waar we zulke levensvragen bespreken.
De Ontmoeting is een hele grote groep, er zouden wel twintig mensen kunnen komen. Maar dat hebben we nog nooit gehaald. Eerlijk gezegd, ik geloof niet dat we ooit de tien hebben gehaald.
Dat komt omdat de agenda’s zo vol zitten dat het voor de meesten altijd weer zoeken en kiezen is of je wel of niet komt.
En dat is niet uit vrijblijvendheid, maar dat heeft te maken met alle dingen die aandacht vragen.
Daar komt dat begrip sandwichgeneratie ook vandaan.
Zo tussen 30 en 50 zit je tussen meerdere generaties in.
Je hebt kinderen, of je wilt graag kinderen krijgen. En je hebt je ouders. En jij zit daar tussenin.
Daar is veel onderzoek naar gedaan.
Het blijkt een misverstand te zijn dat je in die leeftijd al veel te maken hebt met zorg voor je ouders. Dat komt pas later. We worden allemaal ouder, blijven langer vitaal. En de zorg voor onze ouders komt voor de meesten ook pas later, niet voor iedereen natuurlijk. Maar dan zit je zelf al in de vijftig.
Maar dat etiket van de sandwichgeneratie, blijft plakken op de dertigers en ongeveertigers omdat het wel de leeftijd is waar je heel veel tegelijk hebt te verstouwen.

Is dat anders als vroeger? Ben je drukker als vroeger?
In ieder geval is het zo dat de beleving anders is. En dat heeft vooral te maken met het idee dat je zelf je eigen leven kunt bepalen en kunt invullen.
En als jij niet gelukkig bent, dan doe je iets niet goed. Als jij niet happy bent met je werk, dan moet je daar wat aan doen. En als jij niet de ideale partner hebt, dan moet je vooral, enz.
Ik weet nog dat ik een keer met mijn vader stond te praten. Hij bracht me naar het station. Het ging over een man en mijn vader zei ‘die heeft pech, die heeft de verkeerde vrouw getrouwd ‘.
Het idee dat je kan scheiden, of dat je daar wat aan kan doen, dat kwam niet bij hem op. Het was als ware een gegeven. Net zoals werk, je mocht blij zijn als je een baan had met zekerheid. Zat je in het leger, of was je ambtenaar, dan zat je gebakken, dan had je zekerheid.
Nou, die zekerheid is er al lang niet meer. Haast nergens meer.
Maar ook, je bent nu zelf verantwoordelijk voor je eigen relatie, je eigen carrière, je eigen geluk, kortom je eigen leven.
En daar wil je natuurlijk als het even kan ook zo veel mogelijk uithalen.
Dat is die sandwich, waar je tussen alle wensen en mogelijkheden in zit van werk en carrière, ouders, kinderen, sporten, hobby’s, vrijwilligerswerk, liefdesrelatie, vriendschappen, zelfontplooiing.
En daarbij dus de druk dat jij zelf verantwoordelijk bent dat dat een mooi leven is.

Als je een beetje ouder wordt, dan wordt je een beetje wijzer. Mag je hopen.
Wat leer je.
Halverwege de berg is het ook mooi.
Maar dat moet je wel uitleggen.

Ik begin bij een mevrouw, Bronnie Ware. Zij is hulpverleenster in de terminale zorg in Australië en ze is bekend geworden door een artikel met de titel ‘ De vijf dingen waarvan stervende mensen spijt hebben. ‘
Hier komen ze:
5. Had ik mezelf maar wat meer geluk gegund.
4. Was ik mijn vrienden maar niet uit het oog verloren.
3. Had ik maar de moed gehad om mijn gevoelens te uiten.
2. Had ik maar minder hard gewerkt (vooral mannen).
1. Had ik maar de moed gehad om trouw te blijven aan mezelf, in plaats van aan de verwachtingen van anderen te voldoen.
Wat kan je daar uit opmaken.
Nr. 5, had ik mij zelf maar wat meer geluk gegund.
Hier kon ik gelukkig de tekst uit Prediker bij halen.
Alles heeft zijn tijd. Ik heb moeten erkennen dat er bij hen geen groter woord is, dan dat men zich verheugt en zich te goed doet in zijn leven.
Kortom, iedere mens die eten zal en drinken,
en het goede zal zien bij al zijn zwoegen
een gave van God is dat.

Het is heel simpel en je weet het ook je maakt van alles mee in je leven, goed en kwaad, alles op zijn tijd.
Veel, daar heb je zelf de hand in, veel ook niet, dat overkomt je.
Als je nu een hypotheek hebt op twee banen en een gezin, dan kan je wel dromen van ander werk, maar dan heb je ook met de realiteit te maken dat niet alles kan. En als je nu je baan verliest, dan heb je met de realiteit te maken dat je niet zomaar ander werk vindt. Laat staan als je spreekt over ziek worden.
Dat betekent niet dat je bij de pakken moet neerzitten. Integendeel.
Maar dat betekent wel dat je onder ogen moet zien dat veel dingen in het leven je ook overkomen, dat je dat niet aan je eigen falen kan toeschrijven.
En waartoe ik je dan zou willen uitnodigen is om te zien waar je geluk ziet, de goedheid.
Want je vastbijten in het tekort, en dan gaat het niet alleen over werk, hypotheek, huis, maar dat geldt in de volle breedte je relatie, je gezondheid, je zorgen, noem maar op, daarmee doe je jezelf tekort. Daarmee ontneem je zelf en dan ook de mensen om je heen de goedheid die je wel gegeven is.
En ik ben niet anders, ik weet ook wel dat dat soms niet eenvoudig is.
Maar dat is wel nr. 5 van het lijstje van Bronnie Ware
Nr. 5, had ik mij zelf maar wat meer geluk gegund.

Nr. 4. is ook wel interessant ‘Was ik mijn vrienden maar niet uit het oog verloren.’
De leeftijd waarin je de meeste vrienden verlies, dat is de leeftijd waarin jij midden in je gezin staat, dertig, veertig dus. Door drukte, door werk, door afstand, noem maar op.
Ik weet nog dat wij een keer waren verhuisd, Marjan was gehandicapt, had bekkeninstabiliteit, kon helemaal niets. Twee jonge kinderen. Voor de verhuizing hadden we veertig uur thuiszorg, na de verhuizing niets meer. Alles kwam op mij neer. Een oude vriend kwam langs. We hebben een uur gelopen en dat was zoet als honing. Dat gaf mij zoveel troost, zoveel moed, zoveel vreugde.
Dat. Nu nog, vrienden zijn een feest in mijn leven. Koester ze, laat het niet op zijn beloop.

Nr. 3. Had ik maar de moed gehad om mijn gevoelens te uiten.
Dat is geen eenvoudige. En ik zou daar heel lang over kunnen vertellen omdat mijn ander vak daar nogal mee te maken heeft. Ik vat dat altijd samen in het woord kwetsbaarheid.
De moed om kwetsbaar te zijn, om jezelf te laten zien.
We hebben het daarin de gedachtenisdienst over gehad, onlangs, hoe kostbaar het is als je ook je tranen kan delen met iemand. Omdat dat je bevrijdt.
Als je jezelf teveel binnenhoudt, dan krijg je dat als een boemerang terug. Je verlies dan sluipenderwijs, de vreugde, in je werk, je relatie, je leven.

Nr. 2 wil ik ook maar kort houden vandaag. Had ik maar minder hard gewerkt.
Laat ik daar één elementje van naar boven halen. Ik geloof dat de meeste mensen hun werk goed willen doen. Ook met passie, in ieder geval met zorg en zorgvuldigheid. Dat is mooi, dat is goed.
De vraag is en blijft ook altijd van waaruit je dat doet. Open en bloot gezegd: als het bij ons thuis minder gezellig is, dan ben ik meer bezig met mijn werk.
En dat is een hele gemene, want hoe meer ik werk, hoe fijner de mensen voor wie ik werk dat vinden. Je wordt dus nog beloond ook.
Maar hoe meer ik werk, hoe minder kans er is dat het thuis gezellig is. Ben teveel weg, te druk, te moe. Noem maar op.
Snap je, het punt is dus niet dat je veel werk. Maar dat je daar een prijs voor betaalt op een ander gebied. Dat waar je huis, je basis, je lief en je leven ligt.
Daar gaat het om.

Ik kom bij nr. 1.
En je kan je afvragen, waar is God gebleven in deze preek. Nou, hier komt die:
Had ik maar de moed gehad om trouw te blijven aan mezelf, in plaats van aan de verwachtingen van anderen te voldoen.

Trouw blijven aan mijzelf. Wat is dat eigenlijk.
Ik weet nauwelijks wie ik zelf ben, soms weet ik niet wat ik voel. Verlies ik mijzelf, laat ik zomaar passeren en gebeuren wat ik eigenlijk niet wil. Laat ik los wat mij zo dierbaar is.
Wat is trouw zijn aan mijzelf.

Ik weet het niet.
Ik weet dat ik trouw ben aan mijzelf als ik hier sta en preek niet met mooie verhalen, maar met een eerlijk verhaal, hoe ik zelf zoek en dwaal en soms kan vinden.
Ik ben trouw aan mijzelf als ik u zeg, dat ik niet weet wie God is, maar dat ik wel geloof dat ik geboren ben in Gods hand, zonder dat ik daar een beeld bij heb. Ik zie mij zelf meer als een golfslag in de zee, en als mijn golf op het land staat is de zee nog altijd daar.
Ik ben altijd tastend en zoekend, naar wat ik verlang, in mijn werk, in mijn liefde, in mijn hele mens-zijn.
En ik als ik met mijn vrienden spreek dan gaat het meestal daarover. Dat wat mij inspireert, waar ik enthousiast van wordt, wat mij raakt, wanhopig maakt of blij. Dat wat mij in beweging houdt.
En dat weet ik , dat is trouw zijn aan mijzelf. Als ik daar mee in gesprek blijf, met mijzelf, met de mensen om mij heen. En met God. Al doe ik dat niet met woorden.
Ik bid voor mijzelf eigenlijk nooit met woorden. Als mensen dat vragen dan zeg ik wel eens ‘mijn leven is mijn gebed’. ik bedoel dat humoristisch omdat iedereen verwacht dat een ds. bidt, maar ik bedoel het ook met ernst.

God is voor mij de bron waar uit ik leef, de stem die mij oproept om te staan voor waar ik in geloof en daaraan trouw te blijven.
God is voor mij het appèl om mijn eigen gelijk altijd weer tussen haakjes te zetten, omdat de ander altijd anders is en meestal net zozeer in zijn of haar gelijk staat.
God is voor mij de liefde in de ogen van wie mij lief zijn, de warmte in de ogen van mijn vrienden.
God is voor mij, jij die hier zit en met mij hoort naar deze woorden
God is onder ons, in ons tussen ons. God is er.
Amen.