Preek 7 oktober 2012

Dat sterke mannen met vrouwelijke wapens, met listige verleiding en sexappeal, worden veroverd, is een oud thema in de literatuur. In de bijbel zien we Simson en Delila, maar ook Jaël en Sisera en Salomé en haar vader Herodes. Judit en Holofernes zijn ook zo’n paar.
Heeft Judit inderdaad de juiste weg bewandeld zoals de tekst eindigt?
Omdat in al deze verhalen ook sprake is van geweld, zijn ze niet zo simpel te duiden. Het verhaal van Judit is zeker een spannend verhaal en voor het volk Israel heeft het een goede afloop, maar er blijven waarschijnlijk genoeg vragen over..

Het verhaal van Judith heeft altijd tot de verbeelding gesproken. Veel kunstenaars en dichters zijn met haar bezig geweest. In Groningen en Antwerpen was een paar jaar geleden een tentoonstelling Fatale vrouwen.
Judit kwam ook op de tentoonstelling voor en ik heb het boek aangeschaft dat hierbij is uitgegeven. Judit staat ook in het boek beschreven.
Zij wordt wel als een zogenaamde fatale vrouw beschouwd, een femme fatale, een vrouw die door haar verleidingskunsten een man de afgrond in krijgt.
Maar in het boek wordt gezegd dat in de psychoanalyse een fatale vrouw beschouwd wordt als iemand die affectief verwaarloosd is in haar jeugd en daarom later relaties seksualiseert. Als garantie van lichamelijke nabijheid en opwinding, vormt seksualiteit een natuurlijke antistof tegen het gevoel van leegte, doodsheid, kilte en eenzaamheid dat het gevolg is van een gebrek aan warmte en tederheid in de vroege jeugd. ‘Fataal zijn’ is dan een lot van deze vrouwen.
Dat lijkt echter bij Judit niet het geval te zijn. Het is bij haar geen lot, maar een keuze. Als vrome weduwe, kiest ze voor deze daad, omdat het voor haar als vrouw dé manier is om te voorkomen dat de machtige, krijgszuchtige Holofernes haar volk ombrengt.

De vrouw als lustobject, die haar verleidelijkheid moet inzetten om iets bij mannen voor elkaar te krijgen. Veel vrouwen stuit dit nog steeds erg tegen de borst. Als het om kracht gaat, delf je als vrouw het onderspit tegenover een man. Daarom is het verstandig om als vrouw je eigen mogelijkheden te gebruiken en daarmee te spelen. Je kunt ook zeggen: gebruik als het nodig is dat wapen in de strijd dat je als vrouw is gegeven! Dat je daarin bepaald geen slachtoffer hoeft te zijn, laat Judit duidelijk zien. Judit is hier trouwens geen object maar een krachtig handelend subject! Ze weet precies wat ze doet en laat zich b.v. niet dronken voeren door Holofernes.

Het doel lijkt hier de middelen te heiligen. De moord op Holofernes wordt niet afgekeurd.
Daarom zijn er bewerkingen van Judit in boeken of films die het verhaal een andere afloop geven. Dat Judit toch spijt heeft dat ze een mens heeft moeten doden.
Twee jaar geleden met het Feest van de Geest was er een gedichtenvesper, omdat de man van de kunstenares, Theo de Jong gedichten schreef en ook een verhaal vanuit Judit had gemaakt. Ik heb toen dat verhaal voorgedragen. Judit zegt daarin na de moord: aan de lokken tilde ik het dode hoofd op en keek hem aan. Ik schrok: ik zag ineens wat ik al die tijd niet had gezien: mooie ogen gebroken, de lippen van lachen leeg. Ik rilde. Waarom had God mij geen andere weg gewezen? Een zonde kan vergeven worden, een leven nooit teruggegeven. Duizelig greep ik mij vast, het houvast van het denken kwijt. Mijn slavin wekte mij uit mijn wanhoop, die zag welke afgrond in mijn ogen lag.
Judit wordt op deze manier wat menselijker, wat symphatieker, denk ik.
Ze worstelde wel met haar geweten om een man te moeten doden om haar volk te redden.
Het boekje Judit is inderdaad wel nationalistisch geteint en het geweld van Judit wordt er niet in veroordeeld, maar verheerlijkt. Nee, God wordt verheerlijkt en de moed van Judit.

Je moet wel bedenken dat er een totale oorlogsdreiging is waarop Judit slim praktisch en vindingrijk reageert.
Holofernes is het die gewelddadig is door het volk af te snijden van voedsel en water. Het zijn, zoals altijd, de vrouwen en kinderen, die hiervan het slachtoffer worden.
Het is eigenlijk ontzettend moedig om in je eentje, met minder kracht dan een man heeft, de mannelijke vijand tegemoet te treden. Argeloos als een duif en arglistig als een slang. Met ook het risico dat je plan niet slaagt en je zelf gevangen of gedood wordt.

Voor mensen, die leven onder machtssystemen, in het groot of in het klein, is dit verhaal van Judit een verhaal van hoop. Het laat zien dat je kunt weigeren slachtoffer te worden en zelf het heft in handen kunt nemen. Dat je als vrouw een sterke man te slim af kunt zijn. Het is een verhaal om mensen die verslagen en geïntimideerd zijn een hart onder de riem te steken.

Nog overtuigder raakte ik van het goede van Judits daad toen ik het volgende las.
De Duitse schrijver Erich Kästner schreef na de bevrijding in 1945:
Toen ik in de herfst van 1938 na een kort bezoek aan Londen afscheid nam van mijn Engelse vertaler, zei die niet zonder galgenhumor: ‘Zo, en als je weer in Berlijn bent, schiet dan alsjeblieft die gek van jullie dood’. Ik ging terug en heb naar men weet de gek niet doodgeschoten. De mensheid bestaat voor het grootste deel uit lieden die ‘hun gekken’ niet dood schieten. Of pas als die zelf enkele miljoenen andere mensen hebben doodge¬schoten, doodgeslagen of op andere wijze omge¬bracht. Nee, de mensen schieten hun gekken niet dood. Judit heeft de ‘gek’ van haar tijd een kopje kleiner gemaakt. Daarmee onderbrak zij de gangbare geschiedenis van tirannie en broedermoord.

Wat is dus de boodschap van dit verhaal? (Tegen Mannes zei ik al door de telefoon: een man gaat altijd voor de bijl voor een vrouw die hem verleidt!)
Als vrouw mag je daar gebruik van maken in situaties van machtsongelijkheid.
Maar ook dat je als een mens in staat bent om in je eentje het lot te keren, de geschiedenis een andere wending te geven. Dat Godsvertrouwen samen gaat met zelfvertrouwen, dat je zelf een instrument bent om Gods heilzaam plan op deze wereld te verwerkelijken.
Je kunt/mag het niet aan God overlaten. Wij zijn de handen van God. En dan kun je, zelfs als vrouw of juist als vrouw! een tyranniek man te slim af zijn.

We zijn gezonden door de Heer, zijn onze handen bereid om hier op deze plaats te bouwen aan zijn rijk? Want niet door englenkracht, komt uit dit aardse dal een nieuwe wereld voort, waar vrede heersen zal. Op mij rust nu de taak om in gehoorzaamheid, uw wil te doen o Heer, tot alles is bevrijd.