Preek 14 oktober 2012

Gemeente van Jezus Christus,

In de kerk hebben we een eigen agenda met een eigen kalender. Een kalender die overigens wel aansluit bij de jaargetijden.
Bij die kalender horen ook liederen en lezingen.
Zo is de psalm van vandaag psalm 119. Ik heb hem maar niet helemaal laten zingen, wat dat zijn 66 coupletten. Het is de langste psalm in de bjbel en het is eigenlijk een loflied op de thora.
De thora, dat zijn alle richtlijnen, wij zeggen de wetten, die in de bijbel voorkomen.
Deze psalm staat op vandaag omdat de Joden deze week het feest van de thorah, vieren, simchat thora
Dat betekent de ‘vreugde van de wet’.

Nu zijn we in Nederland aan alle kanten omringd door regeltjes en wetten en om daar nou een lofzang op te zingen.. Laten we zeggen, dat ligt er aan hoe hard je rijdt.
In de bijbelse traditie doen we dat wel, waarom? Omdat die regels bedoeld zijn om de mensen te helpen.
En ik denk dat je wel kan zeggen dat in de christelijke traditie, in de kerken, die regels vaak zo zijn ingevuld dat er nog weinig te vieren valt.
Dan krijg je een – excuus voor het woord – dan krijg je een truttige kerk met een opgeheven vingertje. Daar houden we niet van.
Of je krijgt een kerk die de mensen klein houdt. En volgens mij is dat ook niet de bedoeling.

Het probleem met regels is wel bekend. Als het vaste, rigide wetten worden, dan kan het onaangenaam worden.
Een maand of zo geleden was er een rechtzaak van een man die een boete van dik honderd euro had gekregen omdat hij het klokhuis van zijn appel uit de auto had gegooid. Regels zijn regels,zullen we maar zeggen.
Overigens, de man werd wel schuldig bevonden, maar de straf werd voorwaardelijk. Dus hij hoefde niet te betalen als hij niet meer zou doen.
Een mooi land.

Maar die regels.
Regels hebben we nodig. Voor de veiligheid, voor het overzicht.
Bijbelse regels zijn ook zo bedoeld, ze moeten je helpen om je te bepalen bij wat in je leven belangrijk is.
En we weten wel, je heb richtlijnen nodig in het leven
Je hebt richtlijnen nodig voor je kinderen, anders blijven het monstertjes. Je leert ze respect, je leert ze solidariteit, verantwoordelijkheid en oneindig veel meer.
Je hebt ook richtlijnen nodig voor je relatie. Aandacht voor elkaar, ruimte, betrokkenheid, zorg. Als je dat niet doet en er vanuit gaat dat de liefde vanzelf stroomt, kan wel eens tegenvallen op den duur.
Richtlijnen voor je verhouding buitenshuis op je werk, met je huis, de buren, enz.
En richtlijnen voor jezelf. Al klinkt dat laatste misschien niet zo vanzelfsprekend.
We denken dat we de zaken voor onszelf wel op een rij hebben.

Waarom heb je richtlijnen nodig voor jezelf en op wat voor gebied dan.
Daarover gaan mijn woorden vandaag.

Het verhaal van de rijke jongeling.
Het trieste in het verhaal is dat de man alles doet wat moet. En als je al die regeltjes in de bijbel ziet, dan zijn het er nogal wat.
En op de één of andere manier denkt hij dat als hij zo volgens het boekje leeft, dat hij dan het eeuwig leven verdient.
Maar ja, je weet nooit, dus hij gaat het maar eens afchecken bij Jezus.
‘Wat moet ik doen om het eeuwig leven te beërven?’
Het meest trieste in het verhaal is misschien wel dat hij zijn visie op het leven uitstelt tot hij dood is.
Hij denkt, hij gelooft, dat als hij volgens het boekje leeft, dat hij dan na zijn dood eeuwig zal leven.
Daarin is hij niet enige, er zijn veel mensen die zo geloven.
Het kan zijn dat dat klopt, dat er een ‘wordt vervolgd’ is, dat weten we niet. Geloof in een leven na de dood, is in die zin niet te bewijzen.
Maar het trieste bij die rijke jongeling is, dat hij zijn hele leven nu dus richt op wat er nog niet is. Wat hij gelooft dat zal komen.
Dan laat je toch wat liggen. Het nu, dat je er nu bent, misschien morgen ook, maar dat weet je niet.
En, dat je denkt dat al die regels bedoeld zijn om een voldoende te halen.

Ik wil dat niet, ik kan dat niet en ik geloof dat niet. Ik leef nu.
Je kan morgen dood zijn, of ziek, of noem maar op.
Als je voorbij leeft aan vandaag, dan komt morgen altijd te laat.
En ik geloof dat één van de meest verraderlijke dingen van het leven is, dat je denkt dat je het kan controleren, kunt beheersen. Dat je het leven in de hand hebt, jouw leven. En dat je het wel prima doet vanuit jezelf.
Volgens mij werkt dat niet. Wordt je dan opgenomen door alles om je heen.
En verlies je toch het zicht op wat wezenlijk is, kostbaar is.
Ja, je weet het dan nog wel, maar je leeft er aan voorbij.

Eenvoudigweg door de drukte in ons bestaan.
Generatie dertig-veertig- vijftig. Daar zie je het het meest.
De sandwich-generatie.
Sandwich, dat is broodje, kaas, broodje. Je zit er tussenin. Waar tussenin?
Overal tussen in.
Tussen je kinderen en je ouders. De zorg voor.
Kinderen vragen veel tijd, aandacht, toewijding, zorg.
En je wilt ook als het even kan recht doen aan je ouders, tijd hebben voor.
Dat is al niet simpel.
Wat daarnaast heb je nog je werk, je hobby’s, de oranjevereniging, SOS-kinderdorpen, sport, je vrienden, elkaar, enz.
In de vanzelfsprekendheid van de dingen, in de kracht van je leven, de ‘flow’ kan het leven zo snel gaan dat je geen tijd hebt om er bij stil te staan.

Terwijl juist dat, stilstaan bij wat je is gegeven, dat te vieren, daarover je samen te verwonderen, je daaraan te warmen met elkaar, dat maakt het leven juist zo kostbaar.

Als je regelmatig zegt ‘eigenlijk zou ik’.
Dat mis je toch een boot. Dan zou je wel eens iets heel wezenlijks kunnen laten liggen. En je kan het niet overdoen.

Ik geloof dat je daarvoor regels nodig hebt. Regels voor jezelf.
Regels niet hoe je zo netjes mogelijk moet leven voor wat na hier komt, maar regels die je helpen om in het nu, vandaag je leven te leven en te beleven. Als het geschenk wat je nu, vandaag is gegeven.

Er zit een woordspeling in het verhaal van de rijke jongeling.
De rijke jongeling vraagt aan Jezus hoe hij het eeuwig leven kan beërven.
Als Jezus antwoordt, zegt hij ‘als je leven wilt’.
Jezus spreekt niet over ‘eeuwig leven’, hij heeft het over leven.
om het nu.

Als ik jullie wat mag meegeven, dat zou ik je daarvoor wat regels willen aangeven.
Regels om je spiritualiteit te onderhouden.
Spiritualiteit is een beetje een deftig woord, maar eigenlijk betekent het niet meer dan dat je beseft dat je leven kostbaar is, niet vanzelfsprekend, een geschenk, en dat als je bij jezelf wilt blijven, dat je die bron moet voeden, moet onderhouden.

Eerst even hoe niet:
Het is een open doel, ik heb André al gewaarschuwd dat ik hem zou scoren

Bij het doopgesprek vroeg André ‘kan ik ook na de preek in de kerk komen’
Nou André, na de preek in de kerk komen,
dat is net zoiets als voor het zingen de kerk uitgaan.

Het gaat niet om de preek, het gaat ook niet om de kerk.
Het gaat om de inhoud.
Als ik zie hoe jullie je inzetten zoals voor de Oranjevereniging, dan denk ik dat ik namens heel veel mensen spreek dat wij niet alleen heel veel waardering hebben voor je inzet, maar vooral ook voor de wijze waarop jullie dat doen.
En als ik dat als voorbeeld mag gebruiken.
Jullie weten precies hoe het werkt. Het feest kan pas een feest zijn als er ook regels zijn. Er wordt gedronken en niet weinig, maar er zijn grenzen. Als alles kan, dan zou het kapot gaan.
En die grenzen, die regels, maken het mogelijk dat het feest ook werkelijk dorpsfeest is en blijft.
In de kerk, bij SOS-kinderdorpen, bij de Oranjevereniging, SVN, dat maakt niet uit, je bent dienstbaar om met elkaar het leven menselijk te maken, te vieren.
Om die inhoud gaat het.
Je bent deel van de gemeenschap en je neemt een stuk verantwoordelijkheid om die gemeenschap menselijk te maken en te houden.

Maar thuis, voor jezelf.
En ik gebruik daarbij het beeld van de doopkaars.
We hebben gehad over de doopkaars. Het was even zoeken waar die andere was gebleven.
Een doopkaars krijg je niet voor niets. Je kan hem gebruiken. Op verjaardagen, bij speciale gelegenheden, wanneer je wilt.
Waar het om gaat is dat je met elkaar, als gezin en zo ook voor jezelf momenten creëert waarop je stiltstaat bij het leven, bij het wonder, bij de verwondering.
En geloof me, het aansteken van een kaars brengt een ander licht binnen dan het geven van een cadeau, een zoen, een felicitatie
Dat andere licht, dat is dat je iets van buiten binnen laat komen in je leven.
Dat is de onvanzelfsprekendheid van wat je is gegeven. Juist in waar je bestaan het meest kwetsbaarheid is, bij die mensen die je het meest lief zijn.
Die je viert, als een wonder, als een geschenk.
Het verrijkt je leven omdat je jouw leven en van de mensen die je lief zijn, betrekt in het grote geheel van het leven dat ons is gegeven.

Kijk maar eens hoe je je kinderen opvoed.
Je wilt ze overdragen wat voor jou kostbaar is.
Alles wat jij als goed beleeft, als belangrijk, de verontwaardiging tegen kwaad, de kracht van moed, de vreugde, de inzet van samen dingen doen, noem maar op.
Dat wil je overdragen aan je kinderen. Alsof je zegt: kijk, dat is belangrijk, dat maakt je leven mooi, en kostbaar en daar wordt jij een mooi mens van.
Kijk maar eens wat voor agenda je hebt.
Alles wat jij hebt meegekregen van jouw ouders en wat je door wilt geven.
En ook die dingen dat je zegt ‘die wil ik anders doen’.
Dat kost veel energie, aandacht, dat is iets waarin je dagelijks soms heel bewust, soms bijna onbewust mee bezig bent. Daarin vorm je je kinderen om je liefde door te geven.

Nu, om daar ook ruimte maken voor datgene wat ons mensen overstijgt.
Of misschien moet je zeggen: de grond van je bestaan.
Ik weet niet of het boven ons is of onder ons. Misschien wel beiden.
Dat is dat wat wij delen juist in de kwetsbaarheid van ons leven.
Dat we elkaar dierbaar zijn. Dat we zo Gods-dankbaar zijn voor onze kinderen, voor elkaar, voor het leven. Daar zijn geen woorden voor.
Maar je moet het wel benoemen, er bij stil staan.
Omdat het je leven voedt, omdat het de grond is van je bestaan.
Omdat het je omgeeft als een wolk
Omdat daar ook je verlangen huist, om daar deel van te zijn, dat je gezien wordt dat er recht wordt gedaan, niet alleen aan jezelf maar als het even kan aan al die mensen die je tegenkomt.

Dat is spiritualiteit, dat je daar bij stil staat, dat je dat viert.
Daar tijd en ruimte voor maakt.

In de kerk hebben wij daar de Naam van God verbonden.
Niet omdat we dan weten waarover we het hebben.
Maar omdat we op die manier een naam kunnen geven aan ons verlangen om deelgenoot te zijn van die mensen die dat ook verlangen en herkennen.
Omdat het ons helpt om te beseffen dat we een grond hebben onder ons, niet vast te leggen, maar ze is er.
Een hemel boven ons, niet een oude man met baard, maar de aanwezigheid van de Liefde met een hoofdletter.
Daar, de Naam van God, als Naam van wat ons bestaan zinvol maakt.

Zoals je regels hebt voor alles, zo is het goed om regels te hebben voor jezelf om die spiritualieit, zo noem ik dat, ook vorm te geven.
Voor mij is het de bron van mijn bestaan.
Als ik met mijn hoofd tegen een muur loop, mijn kwetsbaarheid naakt op straat ligt,
dan weet ik mij gedragen door de Bron die mij voedt
juist dan
in mijn onmacht, mijn tekort, mijn begrenzing, dat ook ik ziek kan worden, dood zal gaan
en
in mijn vreugde, mijn dankbaarheid, mijn zoektocht zachter te zijn voor wie mij lief zijn,
met aandacht en zorg mijn werk te doen
daarin.
Dat wij elkaar zo tot medemens zijn,
huis van liefde met wie wij samen leven
bron van vreugde,
omdat God de bron is van ons bestaan.
Hoe we die Naam ook noemen met of zonder woorden.
Amen.