Preek 16 september 2012 Startdienst

Heeft iemand wel eens aan u gevraagd: wat heb je nodig? Wat heb je broodnodig?
Om gelukkig te kunnen zijn.. Om goed te kunnen functioneren. Om je zorgen kwijt te raken.
En dan bedoel ik geen materiële dingen, niet gericht op alsmaar meer consumeren, maar dingen die je ziel voeden. Die er wezenlijk toe doen om mens te kunnen zijn, mens van God.
Ik herinner me dat mij de vraag eens werd gesteld door iemand die mij een tijdje begeleidde en ik vond het lastig. Ik wist geen antwoord, want ik dacht: ik moet niet zeuren, ik heb toch alles. Ik was niet aan het idee gewend dat ik iets nodig zou kunnen hebben. Dat ik mezelf die vraag mocht toestaan.

Het is niet vanzelfsprekend dat mensen van zichzelf weten wat ze nodig hebben. Misschien gunnen we onszelf te weinig. Vertrouwen we niet dat het leven echt goed voor ons kan zijn, vanwege slechte ervaringen. Zoeken we het zelf verder wel uit. Hebben we ooit geleerd om zelfstandig te worden en onszelf te moeten redden. Daarom is geloven niet zo gemakkelijk, God toelaten in je leven, de Bron van Liefde in je laten stromen.
In liefdesrelaties schijnt de zin: ‘’ik heb je nodig’’ weinig te klinken en als ie wel klinkt veel in beweging te kunnen zetten. Zo’n simpel zinnetje en zo moeilijk uit te spreken. Zo kwetsbaar voelen we ons wellicht naar elkaar, dat we dat niet durven.
Toch komen wij mensen vaak dingen tekort denk ik. Een luisterend oor, een stukje aandacht of begrip, een aai over de bol, een knipoog, een schouderklopje, een compliment. Waardering, dank, erkenning. Geaccepteerd worden zoals je bent, ook in je zwakheden. Dingen die we broodnodig hebben.
Brood is iets wat we dagelijks nodig hebben aan voedsel, het is een eerste levensbehoefte. Daarom staat brood ook symbool voor meer dingen.
De 1e vraag in het Onze Vader is: geef ons heden ons dagelijks brood. Geef ons wat we nodig hebben vandaag. We mogen erom bidden, erom vragen.

De bakker van vanmorgen had een antenne voor wat mensen nodig hebben, hij verkocht niet alleen brood, hij brak en deelde het met zijn klanten. Zij konden hun verhaal bij hem kwijt en in het delen raakten zij verbonden met elkaar.
De bakker was niet bang voor de zorgen van de mensen, hij zette zijn winkel en zijn hart ervoor open. Hij gaf ruimte aan de verhalen en gebruikte zijn brood om het delen gestalte geven. ’Laten we samen brood eten. Kom tot rust, je bent welkom.’ We delen in elkaars leven. Je bent niet alleen.
Dat is wat mensen broodnodig hebben, denk ik. Zonder dat ze het trouwens altijd beseffen.

In het bijbelverhaal wordt in 1e instantie over brood gesproken als maagvulling. De magen moeten gevuld worden, want die raken leeg. Het is avond geworden.
De mensen zijn die dag al in het delen bij elkaar. Jezus is de mensen aan het leren omdat hij met ontferming over hen bewogen is, omdat zij zijn als schapen zonder herder. Zij zijn al op adem gekomen, waar Jezus in het zachte gras, de mensen liefhad en genas.
Maar de leerlingen schieten in hun rol van verantwoordelijkheidsgevoel en bezorgdheid en gaan denken vanuit het tekort. Er is geen eten. De mensen moeten weg.
Nee, zegt Jezus, geven jullie hen te eten. Hoezo? Zoveel mensen en er is bijna niks. Dat is onmogelijk.
Er zijn maar vijf broden en twee vissen. Breng ze mij, zegt Jezus.

Het lijkt erop dat het woord tekort voor Jezus niet bestaat. Tekort heeft met angst te maken en die is opgeheven in het koninkrijk van God.
Als Jezus de broden en vissen gezegend heeft, doet hij hetzelfde als de bakker van vanmorgen. Hij begint te breken en te delen. En in het breken en delen gebeurt er iets. In de woestijn ontstaat een oase. Het groene gras, de grazige weiden, deze herder die met ontferming bewogen is omdat de mensen geen herder hebben, hij leidt ze ernaar toe. Naar een plaats van overvloed.
Er is overvloed van eten, er is overvloed van leven voor de mensen. Er is genoeg voor iedereen. Ja, zelfs veel te veel.
Niemand hoeft te hongeren en te dorsten in het leven zoals God dat voor de mensen heeft weggelegd.

Wie ontvangt kan zelf ook uitdelen. Meer dan verwacht. Leven dat wil delen, komt niet tekort. Delen is hetzelfde als vermenigvuldigen. Dat is geen wiskundige logica, maar het geheim van God.
De leerlingen hadden het ook gekund, als ze vertrouwen hadden gehad en niet in de bezorgdheid waren geschoten, in de angst voor tekort.

Twee dingen: je mag bij jezelf te rade gaan wat je nodig hebt. Je mag vragen om aandacht, om begrip, om een plek in deze wereld die goed is voor je. Want je bent bestemd te leven vanuit de overvloed van Gods genade. Dat was de missie van Jezus.
Ten tweede: als je dat gedeeld hebt, dat wat je nodig hebt, als je ervoor open staat het te ontvangen, dan kun je ook uitdelen naar anderen. Dan heb je altijd genoeg om weg te geven.
Zeven is voldoende, vijf en twee. Het lijkt weinig maar het is genoeg. Om te delen, ook van ons gevoel van tekort, om te ontdekken dat het kan worden tot een overvloed van 12 manden over.
Zodadelijk mag u een woord op het vlaggetje schrijven, iets wat u nodig hebt. De vlaggetjes worden verzameld en op een stukje krentenbrood geprikt. Aan de uitgang krijgt u een stukje krentenbrood met een vlaggetje van een ander. Daar staat ook een woord op. Over dat woord kunt u nadenken, of u zich erin kunt oefenen om dat weg te geven aan een ander, of u dat woord wil meenemen de komende tijd in. Ik wil u uitnodigen om tijdens de brunch het woord dat u hebt gepakt met elkaar te delen en het daar even over te hebben.