Preek 12 augustus 2012

Het evangelie van deze zondag is letterlijk en figuurlijk grensoverschrijdend en grensverleggend. Jezus gaat naar het buitenland, steekt de grens over, maar hij steekt nog een andere grens over. Maar de vrouw is degene die begint..

Het meest bijzondere van dit verhaal is het korte gesprek tussen Jezus en de vrouw.
Het lijkt er op dat deze buitenlandse vrouw hem een nieuw licht werpt op zijn opdracht, waarvoor hij is gekomen. Zij is degene die echt grensoverschrijdend is. Een ander moet Jezus de ogen openen voor wat hij zelf in huis heeft, maar nog niet ziet, zou je kunnen zeggen. Jezus kan van mening veranderen in relatie tot een ander. Wat vinden wij daarvan? Daarover straks meer.

Jezus trekt zich terug. Hij is moe, is het zat. Hij wil Israel uit. In het gedeelte hiervoor heeft hij zich verbaasd over de discussies over wat rein en onrein zou zijn. Hij heeft geprobeerd om de mensen bewust te maken van hun eigen gedrag. Het lijkt alsof de teleurstelling over hun onbegrip Jezus doet besluiten weg te gaan naar een gebied waar hij niet tekens geconfronteerd wordt met interpretaties van geboden, die mensen knechten i.p.v. bevrijden. In den vreemde zal hij met rust gelaten worden. Hij gaat een huis in en wil niet dat men het weet.

Maar dan is daar die vrouw. Een Syrofenicische, een Griekse van geboorte. Een niet jood.
In Tyrus woont zij waar Jezus nu is. Tyrus is het beeld van het bezeten heidendom, zou je kunnen zeggen, van Izebel van Tyrus. Ze is afstammeling van een rijke cultuur en een rijk volk dat lang heeft geheerst over Galilea. Het is dus niet vanzelfsprekend dat er een ontmoeting plaatsvindt tussen Jezus en de vrouw.

Deze vrouw heeft een zieke dochter, bezeten is ze door een demon.
Het is het allerergst als er iets is met je kind. Als het ziek is of als het niet goed gaat met hem of haar. Je kind is je alles, je eigen vlees en bloed. Voor je kind wil je het beste. Geluk, voorspoed, toekomst.
Voor je kind ga je door het vuur en durf je misschien ook dingen die je voor jezelf niet zo gauw zou doen.
Na haar zijn er nog vele andere moeders gekomen die het niet opgaven. Het meest bekend zijn wel de dwaze moeders ui Argentinië, denk ik. Beroemd is ook de moeder van de kerkvader Augustinus, Monica. Lange jaren heeft zij voor haar zoon gebeden, toen die op allerlei dwaalwegen ging. Een bisschop moet tegen haar gezegd hebben: ‘Een kind van zoveel tranen kan niet verloren gaan.’
De vrouw uit ons verhaal gaat het huis binnen waar Jezus is. Ze zal van hem gehoord hebben, van zijn genezingskrachten. En zij vraagt hem de boze geest uit haar dochter te drijven.
Jezus antwoordt bot, mooier kun je het niet zeggen.
Het eten is eerst voor de kinderen, het is niet goed de kinderen het brood af te pakken en het de honden te voeren. De vrouw wordt hier dus vergeleken met een hond! Eigenlijk staat er het verkleinwoord ‘hondjes’, in die tijd was ‘hondjes’ een scheldwoord voor heidenen, voor mensen buiten Israël.
De gangbare uitleg is dan dat Jezus voor de joden is gekomen en niet voor de heidenen. Dat hij zo zijn roeping verstaat. Hij is gekomen voor de kinderen van Israel. Punt uit!

Een andere uitleg die ik las, intrigeerde me wel. Die zegt dat de vrouw na deze uitspraak van Jezus beseft dat ze inderdaad als een hondje om genade had gebedeld. Dat ze hulpeloos leefde, als slachtoffer, gekwetste moeder vanwege haar zieke kind. Ze was gevangen in een cocon van onmacht en wanhoop. Alle kracht en geloof was uit haar weggestroomd.
En toen ze als hond werd aangesproken, realiseerde ze zich dat het waar was wat hij zei. En meteen draaide ze zich om en ging rechtop staan. Jezus bevestigde haar niet in haar slachtofferschap, maar hield haar een spiegel voor. Als je je als een hond gedraagt, zul je ook als een hond behandeld worden. Je krijgt een schop en bent stil.
Ineens realiseerde ze zich dat ze zo had geleefd en dat ze dat niet meer wilde.

Ik deed in 2003 een intensieve pastorale training met een groep van 8 vrouwen o.l.v. twee supervisoren, mannen. De co- supervisor zoals dat heette, die nog in opleiding was, vroeg bij alles wat hij deed ons om toestemming. Of hij het gordijn dicht mocht doen, of hij met een dikkere stift op het bord mocht schrijven, of hij iets dichterbij ons mocht komen staan. De reactie was dat we ‘’nee’’ gingen zeggen. ’s Avonds hadden we het erover en iemand vergeleek hem met een hond. Omdat hij zich zo slaafs gedroeg, kregen we de neiging hem een schop na te geven, hem te minachten.

Hoe dan ook. Ze geeft Jezus gelijk maar ze voegt er meteen wat aan toe.
‘’De honden eten toch onder de tafel de kruimels op die de kinderen laten vallen.’’

We komen net terug uit Griekenland en Bulgarije waar je veel zwerfhonden en –katten hebt.
Als we op een terrasje zaten, lagen de zwerfkatten te wachten op ‘’de kruimels.’’ Eigenaars van het restaurant joegen de katten nooit weg. Ook zij hebben recht op eten en leven, was blijkbaar het idee. Mager als ze waren, gaven we hen ruim te eten.

Jezus is onder de indruk van haar antwoord. ‘Dat hebt u goed gezegd’, zegt hij tegen haar.
‘Ga naar huis, de demon heeft uw dochter verlaten’. Als de vrouw er durft te staan en zich niet laat afschepen, als ze Jezus verslaat met zijn eigen argumenten, dan maakt dat indruk.
De vrouw durft een grens over te steken. Om Jezus aan te spreken en vervolgens ondanks de belediging (of moet je zeggen dankzij de belediging!) rechtop te blijven.

Ook Jezus gaat een grens over, letterlijk en figuurlijk. Sommige mensen houden niet van het idee dat Jezus zou veranderen dankzij mensen. Dat zou zijn goddelijkheid aantasten. Maar hier vind je geen aureool, geen stralenkrans boven zijn hoofd. Hier geen verhevenheid boven alle mensen uit, maar een menselijk gelaat, een menselijke reactie. Hij geeft toe dat de vrouw gelijk heeft. Dat ze in haar recht staat. Dat ze een punt heeft. Dat het bijzonder is dat ze blijft staan en volhardt, niet opgeeft.
Abraham presteerde het trouwens ook, dat hij God tot andere gedachten bracht toen het over de verwoesting van Sodom ging. Geloven is immers een relatiewoord.
Jezus heeft ook als mens het geheim van zijn eigen leven moeten ontdekken in ontmoeting met anderen, hier aan de hand van deze vrouw.

Je mag dus assertief zijn naar God, naar Jezus, slagvaardig en nuchter tegenover God zijn en je mag Jezus met zijn eigen wapens verslaan…
God laat zich overwinnen als wij Hem vangen op zijn woorden, als wij Hem niet loslaten zoals Jacob bij Jabbok die man, die engel, die voor hem een vijand was geworden en hem een dreun gaf, niet losliet en zei: ik laat u niet gaan tenzij Gij mij zegent.

Wij hoeven ons door niets uit het veld te laten slaan. Dat gebeurt natuurlijk wel in ons leven, maar als wij onze kracht hervinden, ons laten wakker schudden, zal er genezing en bevrijding zijn. Altijd weer. Als wij grenzen over durven gaan, zal God met ons meegaan en zijn eigen grenzen ook overgaan.
De eerlijke vasthoudendheid van deze vrouw mag ons voorbeeld zijn. Dus je niet laten meenemen door de verlammende gedachten dat het toch niets worden kan, maar je overgeven, steeds opnieuw, aan de honger naar heelheid en recht.

Vaclav Havel heeft gezegd:
Diep in onszelf dragen we hoop, als dat niet het geval is, is er geen hoop.
Hoop is de kwaliteit van de ziel en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt.
Hoop is niet te voorspellen of vooruit zien. Het is een gerichtheid van het hart, voorbij de horizon verankerd.
Hoop in deze diepe en krachtige betekenis is niet hetzelfde als vreugde, omdat alles goed gaat
of bereidheid je in te zetten voor wat succes heeft.
Hoop is ergens voor werken, omdat het goed is niet alleen omdat het kans van slagen heeft.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme, evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Wel de zekerheid dat iets zinvol is afgezien van de afloop, het resultaat.
Deze vrouw wil als teken van hoop in onze harten voortleven.