Preek 8 juli 2012

Gemeente van Jezus Christus

Jona, die rare profeet, die zijn eigen gang gaat.
Eigenlijk is het een heel raar verhaal, meer een sprookje. Maar dan wel een gruwelijk sprookje.
Want wie wordt nu opgeslokt door een vis en komt daar levend uit.
En wie is er zo egoïstisch dat hij liever een stad vernietigd ziet worden
dan dat hij zijn eigen ongelijk moet erkennen.
Nou, dat laatste is heel simpel, kijk maar naar Syrië.
Om je macht te behouden zijn mensen in staat een land in een oorlog te storten met duizenden doden, gemartelden, verwonden, grote mensen en kinderen.
Mensen kunnen bij hun volle verstand zijn, net zo als wij, en toch grote monsters worden.
Zeg nou zelf, als Jona, de profeet, een afdakje maakt tegen de zon, en op een berg gaat zitten kijken hoe de stad Ninevé zal worden omgekeerd. Wat is dat voor een mens?
Afschuwelijk toch.
Het sprookje van Jona is een gruwelsprookje.
Laten we maar eens kijken of we er nog wat mee kunnen doen.

Het is een bijzonder verhaal. In ieder geval voor theologen.
En dat heeft te maken met hoe het verhaal is geschreven en is opgebouwd.
Het eerste testament is eigenlijk een Joods boek. We hebben het wel binnengehaald in onze christelijke kerk, maar het is een Joods boek. Van hun geloof en hun God.
Dat verklaart ook wel wat van Jona, want zeker in de tijd, voor sommigen extreme groepen nog steeds, waren alle niet-Joden heidenen en zoals altijd bij extreme groepen zijn dat dan vijanden van God. Ja kan het een beetje vergelijken met de volgelingen van Al Kaida en aanverwanten: geen enkel respect voor anders gelovigen. Alles vernielen, vermoorden, het mag in naam van jouw God.
(Voor de duidleijkheid, dat geldt niet voor alle Joden, maar je komt het wel vaker tegen in de bijbel. En overigens, het geldt ook niet voor alle Islamieten.)

En daar zitten we meteen in het hart van het boekje Jona.
Want het hele boekje Jona is een protestschrift tegen die opvatting dat je naam van jouw god alles is geoorloofd.. Met Jona in de foute hoofdrol
Ik leg iets uit over de opbouw.

De belangrijkste verhalen van Israel zijn de verhalen van de aartsvaders, Abraham, Isaak en Jacob en het verhaal van de uittocht van het volk Israel uit Egypte.
Het zijn prachtig geschreven verhalen. De laatste aartsvader, Jacob moet wegtrekken vanwege een enorme hongersnood. Dan gaan ze naar Egypte. Eerst stuurt hij zijn zonen, die komen dan weer terug en dan gaat hij zelf mee.
Het bijzonder in die verhalen is, dat elke keer als die mensen naar Egypte trekken, dan staat daar geschreven ‘en hij daalde af naar Egypte’, of beter vertaald, ‘hij daalde af naar het dodenland’ Mitsrajim in het hebreeuws. Egypte werd het dodenland genoemd, de pyramides, je weet wel
Heel consequent staat daar elke keer ‘hij daalde af’.
En als ze dan wegtrekken uit Egypte, door de Rode Zee, de Rietzee, dan staat daar elke keer, en zij trokken op.
Dus eerst naar beneden, afdalen, de diepte in, en dan omhoog.

Wat zie je nu bij Jona.
God roept hem ‘Sta op’. Dat hoor je wel vaker in de bijbel. Als de boel in beweging moet komen staat er ‘sta op’. Bij Abraham als hij op weg moet, de discipelen die Jezus moeten volgen, steeds weer. Sta op in Gods naam, blijft niet zitten bij wat vroeger was.

Jona heeft geen zin om naar die heidenen te gaan, of beter gezegd, want het gaat natuurlijk niet om zin hebben. Hij is principieel tegen. Die heidenen gaan toch verloren.
En dan staat er:
HIJ DAALDE AF NAAR JAFO
VOND EEN SCHIP
EN DAALDE ER IN AF
dan komt er een grote storm
en dan staat er:
JONA ECHTER DAALDE AF IN HET SCHEEPSRUIM

Hoor je het: steeds verder daalt hij af naar het dodenland
en hij valt in een diepe slaap.
Het stormt en hij valt in een diepe slaap.
Wie vorige week hier was heeft het zelfde verhaal gehoord over Jezus,
het stormt en Jezus was in diepe slaap.

Het stormt, het kleine schipje maakt water, de mannen zijn doodsbang, doodsbang
en ZIJ SCHREEUWDEN, EEN IEDER TOT ZIJN GOD
Het zijn heidenen met ieder zo zijn eigen godje. En geen van die godjes hoort of verhoord.
Dan maken ze Jona wakker en zeggen STA OP
ROEP TOT JE GOD
MISSCHIEN WIL DIE GOD ZICH OM ONS BEKREUNEN

Of Jona dat ook doet, weten we niet, ze gooien het lot, en de loterij valt op Jona.
En dan moet hij zich wel bekend maken:
HEBREEËR BEN IK, JWHW, DE GOD VAN DE HEMEL, VREES IK,
DIE GEMAAKT HEEFT DE ZEE EN HET DROGE

JHWH
De Naam van God in de bijbel is iets bijzonders.
Het is eigenlijk de eigennaam van God.
Je hebt heel veel goden en je hebt Adonai.
Als het over god in het algemeen gaat, dan staat daar geschreven Elohim.
Zoals die mannen bidden EEN IEDER TOT ZIJN GOD
Maar als het dan om die specifieke naam gaat, dan staat er Adonai.
Ik kom daar zo op terug.

Jona ziet dat hij de oorzaak is van de ellende en laat zich overboord gooien
de mannen willen er nog niet aan, ze proberen hem nog naar de kant te roeien,
het zijn dappere mannen, oprechte mannen die niet zomaar een leven overboord willen gooien
maar het wil niet
en dan moet het maar, de profeet wordt gejonast.
En de mannen, die heidense mannen, ze bidden dan tot JHWH.
De zee valt stil en zo staat gescheven
TOEN VREESDEN DE MANNEN JWHW MET GROTE VREES
hetzelfde kom je tegen in het stormverhaal met Jezus
… Ie moeten niet bange wezen
veur hoe de wind soms stiet
Angst is mar veur eben,
spiet is veur altied

Jona wordt opgeslokt door een grote vis
– je bent God of je bent het niet –
JONA WAS IN HET INGEWAND VAN DE VIS
DRIE DAGEN EN DRIE NACHTEN
Je weet het , ten derde dage is het tijd om op te staan.

Jona bidt tot God, alleen is het geen smeekbede, het is een dankgebed.
Elke zin uit zijn gebed komt rechtstreeks uit de psalmen, Jona zegt niets nieuws.
Alleen één zin niet, precies in het midden van zijn gebed klinken andere woorden:
MIJ OMVINGEN DE WATEREN TOT STIKKENS TOE
DE OERVLOED OMGAF MIJ
RIET WAS GEWONDEN OM MIJN HOOFD

Jona was afgedaald zoals eens Jacob een zijn zonen
afgedaald en afgedaald, tot in het land van de doden,
hij daalde tot de bodem van de zee
en net als het volk Israel door de Rietzee trok
zo zegt hier Jona
MIJ OMVINGEN DE WATEREN TOT STIKKENS TOE
DE OERVLOED OMGAF MIJ
RIET WAS GEWONDEN OM MIJN HOOFD
Ook Jona moet afdalen naar het dodenland en door de zee trekken om weer op te kunnen staan.
En zo gebeurt het dan ook
STA OP, GA NAAR NINIVE

Jona moet wel.
We komen bij het echt wonder in dit verhaal.
Want die vis, ach,een beetje god, kan dat wel regelen.
Het echte wonder gebeurt in Nineve.
Het is een grote stad, zo staat gescheven. een godsgrote stad
zelfs in de ogen van God
DRIE DAGEN GAANS
daar gaan we weer.

Hier komt het wonder:
JONA BEGON DE STAD IN TE KOMEN, ÉÉN DAG GAANS
EN HIJ RIEP EN ZEI:
NOG VEERTIG DAGEN EN NINEVE IS ONDERSTEBOVEN GEKEERD!
DE MANNEN VAN NINEVE GELOOFDEN GOD EN RIEPEN EEN VASTEN UIT
de koning legt zijn mantel af
een ieder is in zak en as
en zij keren zich om
een ieder van zijn kwade weg
Kijk, dat is het wonder.
Niet die vis, leuk, maar daar ben je god voor.
Het wonder zijn die mensen die ten eerste dage zich al omkeren omdat ze zien wat ze mis hebben gedaan.

Nineve wordt omgekeerd,
maar niet zoals Jona had bedacht,
voor de vernietiging,
maar voor behoud.

En nu de boodschap.
De naam van god.
Ik vertelde al over die twee woorden voor god
Elohim, die algemene naam van god en Adonai die heilige Naam voor de God van Israel.
De mannen in het schip zij baden eerst een ieder tot hun god, maar als ze de profeet jonaste baden zij tot Adonai.

Maar in Ninevé. Daar komt die Naam niet voor, daar gaat het wel over god. Maar dan over die algemene naam van god.
Het zou ook te gek zijn om te bedenken dat zo’n hele heidense godsgrote stad zich zou bekeren tot het jodendom. Een vis die een mens opslokt, o.k. en dat je dan de psalemen declameert in het binnenste van de vis, ach, moet kunnen.
Maar een hele stad die zich zomaar bekeert tot JHWH.
Dat hoeft blijkbaar ook niet.
Niet voor God.

Wel voor Jona, hij heeft het niet zo op die heidenen.
Hij gaat rustig zitten kijken of de stad wordt omgekeerd.
Maar de stad was al omgekeerd, alleen niet van buiten, maar van binnen.
Omgekeerd waren de mensen, weg van hun kwade pad.

Zo wordt een verhaal geschreven, midden in het verhaal van Israel.
Over een mannetje, een godsman, vergis je niet, die op zachtzinnige wijze moet leren dat God er niet alleen is voor het eigen volk eerst.
Maar een God is voor ieder die oprecht zoekt om oprecht te zijn.
Zijn Naam doet er niet toe.

Dit is een verhaal gericht tot een ieder die zijn eigen god voorop zet.
En die zegt ‘mijn god’ dat is de echte.

Mag ik het ruw zeggen:
Het kan mij niet schelen in welke god u gelooft, meer dan dat wil ik met je delen hoe je leeft.
Zoeken met elkaar, om menswaardig te zijn.

Maakt het dan niet uit welke god? Ja, voor mij wel, want dit is mijn taal, mijn geloof, mijn huis, en jullie zijn mijn naasten.
Maar mijn geloof is niet het gelijk van de wereld.

Meer dan ons geloof, als ons iets verbindt met elkaar dan is het dat:
respect voor elkaar, juist ook waar wij verschillen
trouw in wat wij samen verlangen, menswaardigheid, gemoedelijkheid, vriendelijkheid en uiteindelijk leven in vrede met elkaar met onszelf en met God.
Die altijd weer die Andere is.
Amen.