Preek 1 juli 2012

Een menigte van mensen volgt Jezus. Vanwege de enorme drukte, onderwees hij vanaf een boot op het meer, staat er.
Hij spreekt in gelijkenissen tot hen, aldus Marcus, omdat de mensen het anders niet begrijpen.
Daarna steken Jezus en zijn leerlingen het meer over, als het avond is geworden. De menigte wordt weggestuurd.
Ondanks de schijn van het tegendeel is Jezus hier de hoofdpersoon. Het gaat over hem, maar Marcus neemt niet eens de moeite om zijn naam te noemen. Het is slechts ‘hij’ en meer niet. En dat blijft in het hele verhaal zo. Jezus is de hoofdpersoon en tegelijk lijkt het hier vooral over ons leven te gaan.
Ik heb de bijbelverhalen vroeger altijd zo gehoord als gebeurtenissen die letterlijk zo hebben plaatsgevonden. Maar dan kom je wel in de problemen, vind ik. Want het is vrij absurd dat als je in doodsnood bent op zee, dat je dan rustig kunt liggen slapen.

Ook op het meer zijn ze niet alleen. Als Jezus even wegvaart van alle drukte, varen er meteen een heel stel boten mee. Er is hen geen rust gegund. Maar behalve dat steekt er een zware storm op.
Dat gebeurde wel vaker, want het meer van Genesareth ligt heel diep, meer dan 200 meter onder de zeespiegel en wordt omringd door hoge bergflanken. Het meer ligt er normaal gesproken rustig en stil bij. Maar na warme dagen kunnen er onverwacht valwinden in het lage drukgebied van het dal schieten, die loodrecht op het wateroppervlak stoten. Ze zwepen de golven op en voor boten is het uiterst moeilijk om veilig de haven te bereiken. Zo snel als dit spoken opkomt, zo snel verdwijnt het ook weer. Even later ligt het meer er weer rimpelloos bij. Het wonder is dus hierdoor makkelijk te duiden. Dat die storm plotseling ging liggen – zo zegt men dan – is helemaal niet zo wonderlijk. Dat kwam daar wel meer voor.
Maar zo’n storm is wel uiterst gevaarlijk voor wie op zee verkeert. Dan is het wel wat anders dan een spectaculair natuurverschijnsel. Er breekt dan ook paniek uit bij de leerlingen. De golven beuken tegen de boot aan en de boot loopt vol water. Voor hen is het een kwestie van pompen of verzuipen. Met man en macht hozen om niet met man en muis te vergaan.

Jezus ligt dus achter in de boot op een kussen te slapen. Een groter contrast is haast niet denkbaar: een heftige storm tegenover een slapende man op het achterdek. Jezus straalt rust uit, tussen mensen die totaal in paniek zijn, omdat ze denken dat hun laatste uur geslagen heeft. De leerlingen maken Jezus wakker en verwijten hem dat hij onverschillig is tegenover hun doodsnood. Jezus stilt dan de storm en het wordt volkomen stil.
Maar wat vooral opvalt is dat hij daarna de leerlingen verwijt dat zij zo weinig vertrouwen hebben. Dat is hier belangrijk. Het gaat hier over angst en vertrouwen. De twee meest bepalende grondhoudingen van het leven.
Wat is angst?
Soms schrik je heel even, soms ben je een hele tijd lang bang. Een griezelige spin is iets anders dan een ernstig ongeluk dat een trauma veroorzaakt. Ik las laatst dat mensen die die schietpartij op het Noorse eiland hebben meegemaakt vorig jaar, ontzettend schrikken als alleen een deur dichtslaat b.v. De angst zit in hun bloed door die ervaring.
We vinden angst in principe negatief. We willen het graag kwijt, we zijn blij als iemand ons geruststelt. Maar angst kan ook positief zijn. Angst kan een signaal zijn, een soort stoplicht dat ons remt, dat ons dwingt na te denken, goed te kijken, b.v. bij gevaar, voordat we iets beslissen.
Angst kan dus blokkeren, maar ook voorzichtig maken, waarschuwen voor naderend gevaar: een natuurlijk alarmsysteem.
Het is een kunst om goed met onze angst om te gaan. Haar te erkennen, bespreekbaar en mogelijk hanteerbaar te maken.

Is het mogelijk als de golven over je heen spoelen, niet overgeleverd te zijn aan de doodsangst, maar geloof te hebben? Is dat vrome, goedkope praat of is dat een realiteit die geschapen kan worden? Vertoont Jezus onverantwoordelijk en onverschillig gedrag door te liggen slapen of is dit toch een daad van vertrouwen te noemen?
Je hebt op de gevaren die het leven van buitenaf binnenvallen meestal weinig of geen invloed. Zoals hier bij de storm op het meer. Maar wat in onszelf gebeurt en hoe wij hierin staan tegenover God, daarin valt de beslissing voor heel ons leven. Of wij ten prooi vallen aan angst of paniek, of ons leven kunnen overgeven in de handen van God.

Er is de angst in de storm. Er is een reële dreigende situatie. Maar er is ook de werkzaamheid van het geloof, waardoor je God een rol toeschrijft.
En door die toeschrijving verandert de eigen situatie, verander jezelf. Angst moet je proberen te bezweren voordat ze je totaal gaat beheersen. En angst overwin je door het tegenovergestelde van angst te voeden: het vertrouwen.
Wanneer wij, zoals de figuur van de slapende Jezus in de boot, proberen innerlijk tot rust te komen als stormen ons overvallen, dan zullen de golven gaan liggen en de wind luwen. Het gaat erom te leren hoe je midden in de storm tot vrede komt. Om het bootje van ons leven dieper te verankeren en op dat punt te vertrouwen waar, onder het woedende meer, een vaste grond ons staande houdt.
We mogen die ene soort vrees, de angst, inruilen voor die andere vreze, de vreze des Heren, dat is het vertrouwensvolle ontzag voor God, dat alle andere ontzagwekkende fenomenen relativeert. Dan kan het na een zware storm volkomen stil worden.

Angst: wat is het soms dichtbij. Het is een emotie die een van de grootste rollen speelt in ons leven. Al vanaf het moment dat we kind zijn: angst voor spoken, voor bliksem, of voor inbrekers. Angst voor oorlog, honger, watersnood, pijn, aantasting van het milieu, toekomst noem maar op. En hoeveel dingen in ons leven die we doen zijn vaak ook niet door angst ingegeven? Dan willen we koste wat kost controle houden.
Angst. Het is niet zo gemakkelijk te beschrijven wat het is. Maar we weten maar al te goed hoe dat voelt. Je voelt het in je buik, de knoop in je maag, dat benauwde gevoel van dreiging en dan niet weten hoe je moet reageren. De filosoof Kierkegaard heeft eens gezegd dat angst veroorzaakt wordt doordat je als mens weet dat je vrij bent om te kiezen, maar niet weet wat je moet kiezen. het is een soort radeloosheid: een dier hoeft nooit na te denken, doet vanzelf, weet niet van goed en kwaad. maar de mens weet dat hij vrij is. Hij is zich bewust van verschillende mogelijkheden, maar weet nooit helemaal wat de konsekwenties van zijn daden zijn. De grootste angst is de angst voor je vrijheid. Een indrukwekkende gedachte……
Angst is: geen greep meer hebben. In directe en acute verwarring verkeren, geen overzicht meer, niet weten wat te doen of hoe te reageren. En dat kan uitgroeien tot paniek en wanhoop.
Soms hoor je wel eens verhalen van mensen hoe diep het soms kan gaan: van “de toekomst als bedreigend zien” tot “het niet meer aankunnen van een situatie”, levensangst zeg maar. Wat kan het je kwetsbaar maken, hulpeloos ook!
Angst.Het is zo reëel, het hoort fundamenteel bij ons mens-zijn. Het is zo oud als de wereld zelf.
Wat te doen dan? Was het maar zo eenvoudig. Vertrouw maar op God, zeggen mensen wel eens maar als het zo simpel was. Maar dat is het niet.
Natuurlijk kun je soms wel iets. Ik kijk weer even naar ons verhaal. Om te beginnen: de mannen schreeuwen het uit, maken Jezus wakker en spreken hem aan: Heer, wij vergaan!
Dat is het eerste: je angst uit spreken en de ander daarop aanspreken. Je angst benoemen erover praten met anderen, een vader, een moeder, een hartsvriend. Door er over te praten gaat de angst misschien niet weg maar het kan zo wel al een beetje lichter worden, je ontneemt het al een deel van zijn kracht. Het lijkt zo simpel lieve mensen en zo klein maar vaak komen we er niet toe of pas heel laat toe. Dat is jammer want het kan zo bevrijdend zijn om elkaar te vertellen dat je angsten kent en er voor uitkomt. Dan herken je dat er ook anderen zijn die hetzelfde voelen. Gedeelde angst is halve angst.
Een tweede is dat je er soms ook heel gewoon zelf iets aan kunt doen, om je angst te overwinnen: als je uit angst voor de tandarts niet naar de tandarts gaat, dan kan die angst belachelijke vormen gaan aannemen. Maar door er naar toe te gaan telkens weer, overwin je de angst grotendeels.
En als je bang bent voor een examen ga je nog eens extra goed oefenen.
Angsten zijn er ook om er wat aan te doen, om ze te overwinnen, om de angsten niet over je te laten regeren, maar zelf het roer in handen te nemen.
Je kunt je ook afvragen: `Waar ben ik nou eigenlijk zo bang voor? Is die angst echt nodig?’ `De mens lijdt vaak het meest voor het lijden dat men vreest, maar nimmer op komt dagen…’ Als ik me beklemd voel of angstig, dan zeg ik zo’n spreuk tegen mezelf en dat helpt.
Maar soms ….. soms helpt niets meer. Soms lukt het echt niet om je angst te overwinnen Dan is de nood heel hoog zoals die mannen uit ons verhaal blijkbaar ook. Ze kunnen er niet overheen vliegen over dat water, ze kunnen er niet onderdoor, ze moeten er dwars doorheen….. En wij soms ook: we moeten oversteken, door het water, er zit niets anders op dan dwars door de ellende de angst en de pijn heen gaan. En hoe kom je dan van de angst naar het vertrouwen?
Is het dan mogelijk als de golven over je heen spoelen, niet overgeleverd te zijn aan de doodsangst, maar geloof te hebben? Is dat vrome, goedkope praat of is dat een realiteit die geschapen kan worden? Vertoont Jezus onverantwoordelijk en onverschillig gedrag door te liggen slapen of is dit toch een daad van vertrouwen te noemen?
Je hebt op de gevaren die het leven van buitenaf binnenvallen meestal weinig of geen invloed. Zoals hier op de storm.
Maar wat in onszelf gebeurt en hoe wij hierin staan t.o. God, daarin valt de beslissing voor heel ons leven. Of wij ten prooi vallen aan angst of paniek of ons leven kunnen overgeven in de handen van God.
Moet je vasthouden of kun je loslaten?
Een voorbeeld. Een verhaal dat ik tegenkwam over oud-minister Vredeling die met gevaarlijk illegaal materiaal in de trein zit terwijl de Duitsers komen controleren.
‘Ik deed het in mijn broek van angst. Ik hoor dat geluid nog, ik droom er nog van. Ze gingen van coupé naar coupé en dan hoorde je de portieren slaan, beng, beng, beng. Doodsbang was ik. Totdat ik naar buiten keek, naar de blauwe lucht en dat gezang mij ineens te binnen schoot: ‘Die wolken, lucht en winden wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden waarlangs uw voet kan gaan.’
En op slag was ik van die idiote, nerveuze spanning bevrijd. Ik dacht: laat ze maar komen, wie maakt mij wat? Dat is de waarde van het geloof. Het is een verarming, als je dat niet hebt meegekregen.’
Er is de angst en de nood van Vredeling. Dat is de toestand van de psyche. Er is een reële dreigende situatie. Maar er is ook de werkzaamheid van het geloof, waardoor je God een rol toeschrijft.
En door die toeschrijving verandert de eigen situatie, verander jezelf.

Wanneer wij – zoals de slapende Jezus in de boot – trachten innerlijk tot rust te komen, dan zullen de golven gaan liggen en zal de wind luwen. Als wij tegen onze angst kunnen zeggen: ‘o.k. angst, je bent er (want ertegen vechten werkt niet) , maar je bent niet de baas over mijn leven.’
Want onder de zwiepende golven is er een vaste grond die ons draagt.