Preek 27 mei 2012 Eerste Pinksterdag

Als je deze kerk binnenkomt is het eigenlijk al Pinksteren! Als ik naar de preekstoel kijk, is het alsof er een overvloed van goddelijke genade, van geestdrift, vanuit boven naar ons toestroomt, op ons neerkomt. Een uitbundige volheid van kleuren en bloemen daalt over ons neer en wil ons begeesteren!
Een stroom die ons meeneemt naar buiten en via de bundels boven de deur de wereld instroomt. Dat is toch de kern van Pinksteren.
Bezoekers van het Feest van de Geest hebben dat zo ook ervaren. In het gastenboek staan tenminste omschrijvingen als: Sprakeloos van bewondering, nog nooit zoiets gezien, hemels, heel-heel erg inspirerend, heel bijzonder, heel indrukwekkend. Hier word je stil en blij van. Topperdetoptop. De preekstoel staat voor mij voor de bruid van Christus, zegt iemand. (En fluitekruid hoort bij een bruid!) De symboliek zegt meer dan een preek: zien en genieten..

Het is niet voor niets dat wij Pinksteren vieren in de maand mei. (hoewel: af en toe valt het laat, in juni).
De uitbundige groei en bloei in de natuur, die als een soort explosie uitbarst, moet ons wel doen denken aan een overvloedig scheppende God die ons van zijn prachtige gaven doet genieten. Zo overstelpend mooi is het dat je er a.h.w. dronken van wordt. Pinksteren als bloemenpasen. Na een lange winter, als alles in de natuur dood lijkt en grauw is, wordt het als een wonder toch weer lente en breekt het leven in mei als niet te stuiten door.

Dat ervaarden de leerlingen van Jezus van binnen toen ze daar in Jeruzalem waren. Verweesd voelden ze zich, want hun grote vriend en meester die hen bij God had gebracht, die hen een nieuw leven had gegeven, was er niet meer. Er viel niets meer te genieten of te vieren. Zo kun je dat voelen na een ingrijpend verlies. Het leven heeft zijn glans en kleur verloren.
Er was daar in Jeruzalem wel een gemeenschappelijk verlangen, denk ik. Ze waren allemaal bij elkaar om te bidden. Om niet alleen maar bij de pakken neer te gaan zitten, kwamen ze samen in hun gemeenschappelijk verdriet, in een gemeenschappelijke behoefte. En in dat gemeenschappelijk verlangen, gebeurde het dat ze op een dag werden gegrepen door iets dat hen overmande. Dat hen in bezit nam en hen deed overstromen van geluk en vreugde. Er kwam weer beweging daar in hun leven. Ze voelden het weer tintelen en gaan stromen.
Een ruisen als van een geweldig gedreven ademen ontstaat. Tongen als van vuur en heilige geestesadem komt over hen. Ze ervaren een grote eenheid.
Er is geen scheiding meer tussen Jezus die weg is en hen, alles en iedereen is met elkaar verbonden. Je kunt dat soms hebben: een ervaring dat je je één voelt met alles en iedereen. Een gelukzalig gevoel. Ik zal straks nog zo’n ervaring voorlezen.

Mensen, groepen, volken, allemaal verschillend en ze verstaan elkaar.
Je spreekt je eigen taal, je bent uniek en je verstaat elkaar toch. Als de geest over een mens komt, vallen concurrentie en jaloezie weg, dan mag de ander anders zijn en ben je toch verbonden. Dan word je boven je kleine denken uitgetild en krijg je vleugels.
Er zijn vele gaven, maar het is één geest, zegt Paulus. De een krijgt de gave van wijsheid, de ander van genezen, weer een ander van kennis, of van profeteren enz. In iedereen is de geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeenschap. Een lichaam bestaat ook uit vele delen en ze hebben elkaar allemaal nodig, hoe verschillend ze ook zijn.
De verschillen maken het leven rijk en veelkleurig, een bonte stoet van mensen zijn we. Ieder met eigen gaven en mogelijkheden, kansen, karakter, huidskleur, taal, geloof enz. Ieder mens mag met Pinksteren juist uniek zijn, anders dan de massa, de groep, de norm. Want de Geest werkt in ieder mens samen met de eigen unieke mogelijkheden. Als je ontdekt dat ieder wezen in de natuur tot zijn eigen aard geademd wordt, geheel eigen, geheel uniek, dat ontstaat er een verlangen uit te zien naar het wonderlijke van mijn eigen diepste wezen en het diepste wezen van ieder ander.
Pinksteren is dat het leven in een mens opbloeit als een mooie bloem in het voorjaar. Bloemen in verschillende kleuren zijn het en ze vormen toch samen één prachtig boeket. Eenheid onder mensen, eenheid met de natuur, met alles.
Zoals de stroom die vanaf boven ons meevoert, kunnen wij niet blijven zitten, de beweging is te sterk. Wij zijn geroepen om uitbundig te groeien en te bloeien, tot wasdom te komen en vrucht te dragen. In het spoor van Jezus. Wij doen niet langer voor hem onder.