Preek Witte donderdag 5 April 2012

Gemeente van Jezus Chris¬tus

Aan het begin van de paascyclus. Staan we ook stil bij het begin van het einde van die ene mens.
Een einde wat geen einde was. Maar de geboorte betekende van onze kerk.
Rond Jezus Messias.
Het is een raar verhaal.
Hij die in heel zijn leven heeft geprobeerd om aan de mensen te verkondi¬gen:
God is niet degene die ver weg is,
God is niet degene die onvatbaar hoog in de hemelen zit. Waar je naar reiken moet.
Met bidden of netjes leven of wat dan ook.
Hij werd zelf slachtoffer van diezelfde mensen
en diezelfde leer die God voor gewone mensen onbereikbaar maakt.
Een leer waarin je als je gelovig bent, wel erg gelovig moet zijn.
Een leer waarin je als je bij de kerk wilt horen, wel erg christelijk moet zijn.
Een kerk waarin het avondmaal niet meer is wat het was, zoals toen daar bij Jezus.

Het was pesach, het Joodse pasen, het feest dat begint met een vraag:
de vraag die bij ons vaak in de paasnacht klinkt:
WAAROM IS DEZE NACHT ANDERS DAN ALLE ANDERE NACHTEN.
En dan volgt het verhaal van de uittocht.
Een feestmaal: met maar één doel: dat je leert begrijpen dat het bevrij¬dingsverhaal van Israel ook ons verhaal is.
Om te leren zien dat je bent geboren om een vrij mens te zijn.
Alleen dan is het een verhaal anders dan alle andere nachten.

Ik zal u één voorbeeld geven.
We hebben onderhand wel geleerd, vooral door t.v. en internet, dat ons geloof in Jezus Christus niet het enige geloof op deze aardbol is.
De pretentie dat wij het enige ware geloof hebben is niet meer vol te houden. Het idee dat wij de waarheid hebben is een misverstand gebleken.
Niet alleen in het groot, maar ook in het klein.
Wij moeten leren zien, dat alleen al binnen ons geloof zoveel verschillen aan meningen en overtuigingen zijn dat wij op dat vlak nooit op een eenheid uitkomen.
Wat bindt ons?
Wat is wezenlijk ?
In een tijd waarin alle zekerheid wordt afgebroken en wordt gerelativeerd.
Wat is het werkelijk waardevolle van ons geloof?
Is het niet dit ene:
dat een mens meer is dan een lichaam,
meer dan een biologi¬sche toevallig¬heid in een onverschillige wereld,
dat er een God is. Of beter gezegd: dat wij geloven in God.

Eigenlijk weten we niets van God,
tenminste,
niet met de ogen waarmee we kijken naar deze preekstoel, of naar de ramen,
niet met de oren waarmee we een stem horen, of een geluid
God is niet te zien of te horen zoals wij dingen waarnemen.
Maar bestaat God daarom niet?

Wij geloven in God, omdat ons over God verteld is. Vele verhalen.
En omdat die verhalen van God ons geraakt hebben.
Op een manier die je niet kunt zien of horen zijn wij geraakt.
Zijn we gaan zoeken, hebben we zekerheid gevonden of juist niet.
Overigens, de meeste mensen denken dat anderen minder twijfelen dan zij zelf.
’t Is maar dat je het weet.
Dat is geloven: niet dat je alles op een rijtje hebt, maar dat je geraakt bent door verhalen die je zijn verteld en die jij op je beurt weer mee verteld.

Wat wij weten van God is niet zoveel.
We proberen dat uit de verhalen naar boven te halen en zeggen dan: Kijk dat is God.
De één zegt: God is een streng God en Hij zal ons onze ongerechtigheden zeker aanrekenen. De ander zegt: God is liefde, is vergevingsgezind.
En wie de waarheid heeft, wij weten het niet.

Wat weten wij wel?
Jezus Christus. Mens van Godswege ons gegeven.
Wat leerde hij?: hebt elkander lief
Hoe vierde hij avondmaal?: hij waste zijn discipelen de voeten.
Wat zei hij daarbij?: ik heb jullie een voorbeeld gegeven,
jullie moeten het¬zelfde doen.
Waarom dan al die vragen: ben ik wel goed genoeg, geloof ik wel echt?
Waarom dan altijd proberen beter te zijn dan je bent?

Als je iemand de straat over helpt.
Iemand troost.
Iemand vreugde brengt door een bezoek.
Is dat niet hetzelfde als wat Jezus doet: dienstbaar zijn in alle eenvoud.

Sommige mensen denken dat je heel veel goeds moet doen om te geloven.
En streven dan en zoeken en twijfelen.
Ik denk dat dat heilloos is.
Zoveel moeite kost het niet om iemand goed te doen.
Je moet gewoon wat hartelijk zijn, van binnenuit, dat is je toch wel meegegeven.

De weg van bevrijding is niet dat je dingen moet, maar juist dat je wat mag.
Je krijgt een kans, om te ontdekken, om bloot te leggen, zichtbaar te krijgen, waarom je leven kostbaar is.
Eén van mijn favoriete uitspraken op de preekstoel is: als je op je sterfbed ligt, denk je niet aan al die keren dat je gewerkt hebt, maar wat je gedaan hebt, met je kinderen, familie, vrienden, partner, noem maar op.
Waar je genoten hebt van het leven. Die extra stap hebt gedaan.
Ik geloof dat je mag zoeken om eerlijk te zijn.
Om het goede in je hart, wat je van God gegeven is, om dat te laten spreken.
Het goede in jezelf kan alleen spreken, als ook dat wat je bindt, wat je vasthoudt, wat je verdriet doet, wat je kwaad maakt, als dat een plek mag krijgen in je omgang met andere mensen.
Dat betekent dat je tegen mensen die je vertrouwt ook je verdriet uit leert spreken.
Dat betekent dat je leert om op een zorgvuldige manier je uit te spreken tegen wie je gekwetst heeft, wat je kwaad heeft gemaakt.

Wie alle verdriet binnenhoudt, houdt ook alle vreugde binnen.
Wie alle kwaadheid binnenhoudt, houdt ook de goedheid binnen.

Is dat niet de bedoeling van de paasmaaltijd zoals Jezus die ook vierde:
om te leren dat je als mens bedoeld bent voor de vrijheid:
dat begint bij jezelf: leer ontdekken dat jij aan het Woord mag komen,
dat je niet hoeft te slikken wat je niet slikken wilt,
dat je een kostbaar mens bent
dat je veel liefde hebt te geven
en veel liefde nodig hebt.
Al lerend mag je ontdekken dat de bijbel daar vol van staat:
verhalen van mensen die net als ons van alles doen,
vooral ook van alles fout doen,
maar omdat ze God onder ogen willen komen,
een weg gaan die alleen mensen kunnen gaan:
een weg van bevrijding.

Laten wij niet te veel pretenties hebben.
Laat de waarheid maar aan God over, daar is zij veilig voor onze gewelddadig¬heden.
Laten wij maar gewoon de weg gaan, zoals wij deze dagen zullen gaan.
Dat is de weg van het geloof.
Door het leven en de onmacht, het lijden en de dood.
Om God mag weten hoe uit te komen bij een morgen die pasen ons brengt.

Die weg begint hier: waar wij met elkaar in navolging van Jezus Christus heel eenvoudig delen brood en wijn,
met elkaar bidden, hand in hand,
met elkaar zingen en vieren
dat wij zijn bedoeld
voor juist dat: om een mens te zijn van de vrijheid.
De vrijheid die God ons geeft.
Wij zijn het zelf die dat ontdekken mogen. Amen.