Paaswake 7 April 2012

Zie ik jou?

Ik zie je wel
denk ik
maar jij zegt
dat ik alleen maar zie wat ik zien wil
als ik naar jou kijk
Is het dan zo duister hier
dat ik het niet meer helder heb

is de afstand in mijn ogen zichtbaar
voor jou
spreekt mijn hart dan zo duidelijk
dat ik het ook niet weet

Stef Bos: Jezus en Judas

Ik zoek
maar vind niet
het is duister
en ik struikel hier
over prikkeldraad

Waarom dan
is deze nacht
zo anders dan alle andere nachten?
Waarom samen komen
in een donkere kerk
jongeren die waken de nacht door
en waarom duizenden mensen met hen
de wereld rond?

Op al die plaatsen klinken deze woorden:
Deze nacht komen wij samen
staan wij stil
bij de duisternis
en het licht.

Wij verwachten de ochtend
en de komst van het Licht.
Het licht van Christus in ons midden.
Deze nacht is de doorgang
van het levensverhaal
van Jezus Christus
een verhaal dat begon met een man
in een klein land, een vlekje op de wereldkaart
Israël.

Hij trok rond met zijn volgelingen
vertelde gelijkenissen en verhalen
Hij genas zieken van hun kwalen
en hij bleef rechtop staan tegen de machthebbers en het geweld.

En ik
en jij
wij
verbinden ons met dat verhaal
omdat het ook ons verhaal is

Waar wij stuklopen op onszelf
ondanks al onze goede bedoelingen

Waar ik me mooier voordoe dan ik ben
mijn woede verberg achter een glimlach
mijn eenzaamheid achter schel geschater en gelach
wie ben ik ?

Waar wij stuklopen op de mensen om ons heen
die mij niet zien staan
die onbegrijpeljk dwars
mij tegenstaan
die ik niet begrijp
waar ik bang voor ben
of zij voor mij

En waar wij stuklopen op wat heet ‘de wereld om ons heen’
als ik kijk naar het journaal
lees in de krant
een panorama van oorlog
van misverstand en misbruik en geweld
elke dag
ergens anders
het zelfde
Ach, zo vaak dan vraag ik mij niet wie ik ben
sudder zachtjes door de dagen
totdat
totdat ik struikel over prikkeldraad

waar mijn leven weer eens aan stukken ligt
en ik niet weet
wat ik nog zie

Wij zingen: Psalm 139, 1 en 2

Heer, die mij ziet zoals ik ben,
dieper dan ik mijzelf ooit ken,
kent Gij mij, Gij weet waar ik ga,
Gij volgt mij waar ik zit of sta.
Wat mij ten diepste houdt bewogen,
’t ligt alles open voor uw ogen.

Gij zijt zo diep vertrouwd met mij:
wie weet mijn wegen zoals Gij?
Gij kent mijn leven woord voor woord,
Gij hebt mij voor ik spreek gehoord.
Ja overal, op al mijn wegen
en altijd weer komt Gij mij tegen. 
Ik wil licht

Genesis 1, 1-4

In het begin schiep God de hemel en de aarde.
De aarde was verwarring en chaos.
Duisternis over het gelaat van de oermaalstroom.
De Geest van God zweefde boven het watervlak.

God sprak: licht word! licht werd.
God zag het licht: dat het goed is.
God scheidde tussen het licht en de duisternis.

Wat is licht?
En wat is duisternis.
Als in de bijbel wordt gesproken over licht,
dan gaat het niet over het licht dat wij zien met onze ogen.

Dat kan je ook wel lezen als je goed kijkt,
God schiep het licht op de eerste dag
de zon pas op de vierde dag.
Dat licht van de eerste dag is een ander licht.

Het is het licht dat begint vanuit een duisternis die ons omringt
als je goed kijkt
en toch niet ziet
als je stukloopt en struikelt
over het prikkeldraad

Licht
dat is de hoop waarvan wij leven
licht dat is
dat ik, dat jij
dat wij leven kunnen, mogen
met wat geluk aan onze zijde

Licht
dat is dat ik zin ervaar
en liefde
en mij gedragen weet
niet ’s nachts in mijn dromen
eindeloos val of wordt opgejaagd
Licht
dat is dat als het donker wordt hier buiten
ik rustig slapen kan
geen zorg om mijn gezondheid
of om school, om werk of thuis

Licht, dat is vrede
als vanzelfsprekendheid
geen bommen, geen soldaten
die mijn leven kapot maken
voor één of ander dwaas idee.

Licht
dat is
dat ik leven mag

Wij zingen: ‘Licht dat ons aanstoot’

GotZ 127

Licht dat ons aanstoot in de morgen,
voortijdig licht waarin wij staan
koud, één voor één, en ongeborgen,
licht overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet uitval, dat wij allen
zo zwaar en droevig als wij zijn
niet uit elkaars genade vallen
en doelloos en onvindbaar zijn.

Licht, van mijn stad de stedehouder,
aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
draag mij, ik ben jouw kijkend kind.
Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt. 
Duisternis

De duisternis
komt over je
als zwart plastic en als prikkeldraad
neemt de vanzelfsprekendheid weg
van alles wat zo goed en veilig was
je loopt dood in een dal
waarin slechts botten liggen
van alle kansen die zijn weggevaagd

In de bijbel is daarvan een visioen
een dal ligt vol met dorre doodsbeenderen
van doden, van mensen die niet meer zijn
eens was dat zo, een vlakte vol skeletten
van mensen die waren omgebracht
de ‘killing fields’ zo heet die plaats
tot op de dag van vandaag
en dat beeld van de dood. |

totdat de wind gaat waaien

Verbijsterd liep ik te dwalen
door de killing fields, één kale,
doodse, stervensdooie boel.
Beenderen en botten
lagen rondom te rotten
in een stinkende modderpoel.

Opeens hoorde ik geluiden
die ik niet goed kon duiden.
Wat was dat toch voor gekraak en gekrak?
Als stokken in ritmisch gestommel
als een soort drummend getrommel
een aanzwellend gehakketak.

Langzaam begonnen skeletten
zichzelf in elkaar te zetten.
Vandaar kwam al dat geluid.
Ze kregen hart en nieren
er kwam ook vlees met spieren.
Ze zaten even later strak en sterk in hun huid.
Is nergens meer iets te beleven
geen teken van leven meer gegeven,
als je denkt dat het definitief is gedaan,
dan zeg ik wat ik zag met eigen ogen
dat we dit altijd hopen mogen:
met de Heer trekt het leven weer aan.

Wij zingen: Gezang 161, 1, 3, 5

Uit uw hemel zonder grenzen
komt Gij tastend aan het licht
met een naam en een gezicht
even weerloos als wij mensen.

Als een vuur zijt Gij verschenen
als een ster gaat Gij ons voor
in den vreemde wijst uw spoor
in de dood zijt Gij verdwenen.

Als een woord zijt Gij gegeven
als een nacht van hoop en vrees
als een pijn die ons geneest
als een nieuw begin van leven. 
Het Licht van Christus in ons midden

Wij dragen het het Licht van Christus
opnieuw in ons midden
ieder jaar opnieuw
zo ook vannacht.

Omdat wij geloven
dat de duisternis niet het laatste woord
dat voorbij de dood
de liefde blijft bestaan
en wij het leven doordragen
in de mensen om ons heen
van hart tot hart
van mond tot mond
van hand tot hand

Zo geven wij het Licht ook door aan elkaar
Zoals Christus eens eeuwen geleden
het Licht van Zijn Vader doorgaf aan zijn leerlingen
en die aan hen die met hen meetrokken
en zo de eeuwen door
tot op de nacht van vandaag
de wereld rond
mogen wij delen in het Licht van Christus

Melodie gez. 184, Met de boom des levens…

Brandend van verlangen
Brandend van verlangen,
witte toorts van licht,
midden in een lange
doodsnacht opgericht –
refrein:
Kaars van God gegeven,
schitter in dit uur,
Christus, wees ons leven,
wees ons vreugdevuur!

Duister zijn de dagen,
donker is de tijd,
haast niet te verdragen
wat ten hemel schreit –
Waakvlam van de vrede,
wachter in de nacht,
vuurkolom die heden
waakt en op ons wacht –

Fakkel van verzoening,
druipend uit de doop,
recht naar Gods bedoeling,
breekbaar als de hoop –
Hunkerend naar boven,
smelt Gij aan de vlam,
sterft Gij zienderogen
korte, stompe stam –
Licht dat uit de doden,
uit de nacht verrijst,
vlam die niet te doven
naar de dag verwijst –
Brandend van verlangen
toont Gij Gods gezicht:
liefde, onbevangen,
vrolijk levenslicht!
Bron: André Troost, Dat geloof ik. De mooiste verzen om te zeggen en te zingen

Als ik kijken kon had ik je wel gezien

Als ik horen kon had ik wel geluisterd

Als ik bidden kon had ik je naam wel gnoemd

Als ik maar…

Ik had je willen vertellen over mijn geloof
mijn hoop, mijn twijfel maar ik durfde niet

Ik had je willen zeggen
dat het anders kon
niet veel anders
maar wel heel anders
maar kwam er niet van

Het komt er maar zo zelden van

Ik had je kunnen zeggen
dat er antwoorden zijn
ik begrijp ze ook niet
maar ze zijn er wel
maar je hebt er nooit naar gevraagd

Ik had kunnen zeggen
God, Jezus, leven, hoop.
Maar ik wist niet
dat je het wilde weten

De woorden liggen op mijn tong
in een mond vol tanden

Ik had je willen zeggen….

nee…
… ik wil je zeggen
dat je niet alleen bent
dat God van je houdt,
en Jezus en zo

en ik ook trouwens
Wij bidden:

U bidden wij toe
Christus van de opstanding
U die uw leerlingen voorleefde in de liefde tot door de dood heen
leer ons moedig te zijn en oprecht

U bidden wij toe
Christus de zachtmoedige
U die uw leerlingen leerde de weg te gaan van vergeving
leer ons zachtmoedigheid

U bidden wij toe
Christus van het Licht
U die uw leerlingen leerde dat geen duisternis zo duister is
of de Vader is daar
leer ons vertrouwen

U bidden wij toe
Christus van de opstanding
U die uw leerlingen voorging op de weg van het Leven
leer ons u te volgen met heel ons hart

Uw Geest van Liefde vervult de wereld
en brengt haar tot haar bestemming
Christus, uw Geest vervult de wereld
en bewoont een ieder van ons.

Amen.

melodie: Weest gegroet gij eersteling der dagen (gezang 221)

Morgen gaat een nieuwe dag beginnen
met een ander, gloednieuw licht.
Wat ons neerdrukt is te overwinnen
met hernieuwd en helder zicht.
Laat begeest’ring tot ons hart doen spreken
nu het duister van ons is geweken
’t Licht van Christus om ons heen
draagt ons door de nacht nu heen.

Groet de nieuwe zon die rijst in ’t oosten.
Voel de gloed van elke straal.
’t Licht dat onze ziel weer warm zal troosten
ons weer tilt uit de spiraal.
Leer het hart weer onbeperkt te dansen
Koester opgewekt de nieuwe kansen
maak een einde aan de nacht.
Weet dat straks de zon weer wacht.

Begeestering
Op de wanden van de toren
zijn zij allemaal beschreven
de dromen angsten en gedachten
waaruit mijn leven is geweven

ik denk, ik praat, ik zoek, ik schuil
want mijn verhaal
waarin ik lach en huil
hoeft niet een ieder echt te weten

en toch als niemand hoort van wat mij raakt
wat spreekt in mij heel diep van binnen
ga ik verloren in een eenzaamheid
waarin ik mij zelf niet meer kan vinden

mijn delen is zoeken hoe ik mijzelf kan zijn
een weg te vinden in een wereld waarin pijn
en plezier als vanzelfsprekend lijken te bestaan
en ik mijn eigen pad moet gaan

wie wijst mij waar en wie gaat er mee
op wie kan ik vertrouwen
deze nacht wil ik mijn handen vouwen
in een gebed van papier en klei

straks wacht de ochtend ook op mij