Preek 11 Maart 2012

Het oordeel is onafwendbaar. Dat is de boodschap van Ezechiël vandaag.
Een niet zo vrolijk en bemoedigend bericht.
Een deel van het joodse volk is in Babel in ballingschap.
Trouweloos ontrouw aan God zijn ze. Ze hebben Gods leefregels die heil en rechtvaardigheid brengen, overboord gegooid. Daarom zal Jeruzalem, de heilige stad, verwoest worden.
God zal het volk straffen op viervoudige wijze, staat er. Door honger, door kwaadaardige wilde dieren, door het zwaard en door de pest.
Het liegt er niet om. En als je denkt dat je je achter de heilige, rechtvaardige mannen Noach, Daniël of Job kunt verschuilen, heb je het mis. Vier keer, bij alle plagen, wordt dit wederom gezegd. Deze rechtvaardigen kunnen alleen hun eigen ziel redden, niet die van een ander.
Je bent zelf verantwoordelijk voor je daden, voor je situatie. Een ander kan je niet redden.
Het is een nieuw geluid, dat van de persoonlijke verantwoordelijkheid. Geen fatalisme, niet in de slachtofferrol gaan zitten omdat je voorouders fout waren en jij er niks aan kunt doen. Geen collectieve schuld.
Het komt op jou aan.
Het is dus anders als bij Abraham die nog mocht pleiten voor de redding van Sodom en Gomorra.
Dat een ander jou niet kan redden, is waar. Je zou het zelf vaak willen, een ander redden.
Ik had laatst de moeder van een alcoholistische dochter aan de lijn, wanhopig. Ze deed er alles aan haar dochter te redden, te helpen. Het brak haar bij de handen af, ze ging er zelf aan onderdoor. Iemand moet zelf willen, zelf kiezen. Er is geen andere weg.
‘’Jezus redt’’, is een bekende kreet. Is dat eigenlijk wel zo in het licht van Ezechiël, in het licht van het voorbeeld van die moeder? Ik weet het niet. Het moet altijd van twee kanten komen. Iemand/God steekt zijn hand naar je uit maar jij moet die pakken. Je moet zelf altijd de verantwoordelijkheid van je eigen leven op je nemen. Hoe zwaar dat ook kan voelen. Niemand anders kan het van je overnemen. Ook als je iets verkeerds hebt gedaan en de schuld drukt. Zelfs God of Jezus kan dat niet. Schuld kan alleen vergeven worden als je je schuld erkent en tot inkeer komt.
God is hier dus geen God die alles met de mantel der liefde bedekt. Elke dag worden we geroepen om op onze voeten te gaan staan en te kiezen voor wat waar en recht is.
Het leven is niet vrijblijvend. In deze tijd voor Pasen wordt dat vooral duidelijk aan de weg die Jezus ging. Er is voor hem geen andere weg blijkbaar dan kapot gemaakt te worden. Maar niet door God, door mensen. Om te sterven aan het kwaad. En zo de angst te overwinnen.

Er is geen andere weg voor Jeruzalem dan eerst tot op de bodem vernietigd te worden. Pas daarna kan er iets nieuws ontstaan. Als alle illusies zijn weggevaagd, en alle hoop de bodem is ingeslagen, pas dan kan nieuwe hoop worden geboren. Alles moet vaak eerst helemaal kapot lopen, voordat een mens tot inzicht komt, tot inkeer. Zo werkt het vaak.

Het gedeelte eindigt gelukkig wel met deze hoop. De ondergang is niet het einde, zij heeft een doel, om mensen tot inkeer te brengen. Al moeten ze eerst tot de bodem.
Een deel zal ontkomen en overblijven, zegt Ezechiël, zij zullen naar de ballingen komen en hen troost schenken. Vertroosting. Een prachtig woord.
Pater Jan van Kilsdonk zegt over vertroosting: het is de trilling waardoor in die ander zelf, die zich dichtgeslagen voelt, de innerlijke bron weer geopend wordt. Die bron is dichtgeslipt en vervuild geraakt. Dat die weer helder wordt en in beweging komt, zodat achter zijn schuld zijn onschuld voelbaar wordt, achter zijn onmacht zijn veerkracht, achter zijn wanhoop zijn verwachting.

Die innerlijke bron bij mensen openen, dat zag Jezus als zijn roeping en Ezechiël uiteindelijk ook. Maar vaak moet er eerst allerlei puin worden geruimd bij mensen. Voordat iemand op eigen benen wil staan. Maar dan kan vertroosting ook binnen stromen, als verkwikkende weldaad Gods.
De hoop overwint altijd. Het wordt Pasen.