Preek 8 Januari 2012

Gemeente van Jezus Christus.

Wanneer ben je een rijk mens. Je kan al haast voorspellen wat voor antwoord je krijgt op die vraag vanaf een kansel. En toch ga ik ook dat antwoord geven want het is alles behalve vanzelfsprekend.
U weet, we zitten in een recessie. En de kranten en het nieuws staan er dan ook bol van. Waar het mij om gaat, dat is de toon. De toon is steeds deze ‘Het gaat slecht met Nederland’.
Niet alleen met Nederland natuurlijk, dat weten we wel. In Griekenland leeft nu al 1 op de 5 mensen op of onder de armoedegrens. Daar zijn duizenden ambtenaren die maanden lang gewerkt hebben zonder betaald te krijgen en nu zijn ze op straat gezet, zonder loon. En daar geldt niet meteen ‘eigen schuld’, onze wereld zit zo in elkaar dat de bovenkant geen hoofdpijn heeft als de economie zijn hoofd stoot. Wat betreft staat de wereld op zijn kop. En dat is niet normaal.
En ik zou graag dat wereldbeeld omdraaien.
‘Het gaat slecht in Nederland’. Ik ga het niet bestrijden. We hebben in onze eigen dorp genoeg mensen die er mee te maken hebben. Bij wie de baan op de tocht staat. Of die een bedrijf hebben en mensen moeten ontslaan die jaren lang bij je in dienst zijn geweest. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.
Maar er is wat mis met die uitspraak en dat is dit.
In december, een maandje terug, heeft het CBS berekend dat Nederland het op één na rijkste land van Europa is. En we horen ook tot de top 10 in de wereld. Weinig landen zijn zo veilig, zo goed georganiseerd, zo schoon, zo transparant en zo sociaal als Nederland.
Gaat het slecht met Nederland? Gaat het slecht met ons?
Het is waar je naar kijkt. En dan hoef je niet te ontkennen wat er gebeurt. Bijvoorbeeld dat er in december 25% meer mensen een beroep hebben gedaan op de voedselbank.
Waar het mij om gaat, dat is onze blikrichting. Als het economisch moeilijk gaat, en dat gaat het, dan richten we ons blik op eigen behoud, we willen terug naar wat we hadden en nog meer, we willen nog meer.
In mijn ogen is dat de geest, de mentaliteit die heerst in de berichtgeving.

Dat is geen toeval want die mentaliteit heerst niet alleen op economisch gebied.
Ik ben bang dat dat de mentaliteit is die ons wordt opgedrongen in onze hele levensstijl.
Maar, nu het goede nieuws, we trappen er gelukkig niet helemaal in.
De meesten van ons zijn betrokken in vrijwilligerswerk.
De voorzitter van DOS, zo is mij verteld, ik weet niet of het klopt, de voorzitter van DOS bidt dat de tegenstander goed onderuit mag gaan. Dat is toch mooi.
Ik bedoel , het is mooi dat hij dat vrijwilligerswerk doet, en zo zijn de meesten van ons betrokken.
De meesten van ons dragen ook bij in goede doelen, helpen deze kerk overeind houden met de kerkbalans, geven geld aan de diakonie, aan andere goede doelen, noem maar op.
Dus laten we niet oordelend zijn. Want zo beroerd doen we het niet.
De meesten van ons zijn oprecht met hart en ziel betrokken op niet alleen onze familie, maar ook op onze omgeving. We willen graag goed doen aan elkaar. En we willen graag wat voor elkaar betekenen. Dat is een grote rijkdom en die laten we ons niet afpikken.
Laten we dat afspreken als enige goede voornemen voor 2012, we laten ons niet in het hoekje zetten van de hebzucht, van egoïsme, van het negatieve.
Wij willen leven en met elkaar meebouwen, meedragen aan het leven van onze gemeenschap.
Latan we daarom liever de goede kant kiezen en elkaar stimuleren met verhalen hoe goed te doen, hoe de rijkdom die we met elkaar hebben, hoe we die kunnen delen en hoog kunnen houden.
Daar moet het toch over gaan.
Want dat is het evangelie waar ik in geloof.
En dat wil ik vandaag uitleggen aan de hand van het o zo bekende verhaal van het bezoek van de wijzen uit het oosten.
Want als de bijbelverhalen ergens goed voor zijn, dan is het wel dat vanzelfsprekende wereldbeeld waar de bovenkant zijn hoofd niet stoot als het moeilijk is, te weerleggen en om te draaien.

Het verhaal van de wijzen uit het oosten.
Laten we beginnen met te zeggen dat het er helemaal geen 3 hoeven te zijn. Er staat dat ze goud, mirre en wierrook cadeau gaven. Maar er staat nergens dat ze met z’n drieën waren.
En als we dan toch bezig zijn, of het wijzen waren weten we ook niet, wat er staat dat het magiërs waren. Ik weet niet of je goed wijs bent als je allerlei dingen uit de sterren denkt te kunnen lezen. Misschien wel.
En dan die ster. Onzin, heeft u ooit een ster boven een huis zien staan. Dat kan, maar waarschijnlijk kwam u toen net uit de feesttent.
Het verhaal van de wijzen uit het oosten is een toneelstuk. Misschien wel echt gebeurd, dat weet ik niet. Maar daar gaat het niet om. Het gaat er om wat het verhaal wil laten zien.
En wat het verhaal wil laten zien, dat is dat andere verhaal, de wereld omgekeerd.
Dat als je de Naam van God ergens wilt verbinden met ons leven, dat je dan een ander verhaal krijgt dan het heersende verhaal van ‘het gaat slecht en we moeten vooral op ons eigen letten’.

We gaan heel dicht naar het verhaal toe. Wat lezen we. Ik zei net al, als je het over de drie wijzen uit het oosten hebt, dat staat er niet. Wat staat er wel? Ik volg de N.B.G. vertalilng want die vind ik hier iets duidelijker dan de Nijeveense Vertaling. Dat gebeurt niet vaak.

Beginnen we met de eerste woorden: TOEN NU JEZUS GEBOREN WAS. Daarmee verwijst Mt. naar wat daarvoor gebeurd is. Dat begint in hoofdstuk 1 met het geslachtsregister dat eindigt met ‘UIT WIE JEZUS GEBOREN IS, DIE CHRISTUS GENOEMD WORDT’. Daarna, vr. 18: ‘DE GEBOORTE VAN JEZUS CHRISTUS GESCHIEDDE ALDUS.’ Dan volgt het geboorteverhaal en dan hierzo: ‘TOEN NU JEZUS GEBO¬REN WAS’. Daar gaat het om, hij is de hoofdfiguur.
En meteen volgt hierop: IN DE DAGEN VAN KONING HERODES. Dat is de tweede hoofdfiguur. Die moet je in de gaten houden.
Dan begint het: ZIE WIJZEN UIT HET OOSTEN KWAMEN TE JERUZALEM, magiërs zijn het eigenlijk.
en wat vragen ze: WAAR IS DE KONING DER JODEN.
Je moet je dat even voorstellen. Herodes is de koning. En als je bij de koning wat gaat vragen, dan weet je best voor wie je staat. Die wijzen, die magiërs komen voor de koning en vragen notabene WAAR IS DE KONING. Niet voor niets vraag ik me af of ze wel wijs waren. Aan de koning vragen waar is de koning.
En dan nogmaals, notabene, in de vertaling van Breu¬kel¬man: WANT WIJ HEBBEN ZIJN STER GEZIEN IN DE OPGANG EN WIJ ZIJN GEKOMEN OM HEM TE AANBIDDEN. Of zoals de Leidse vertaling het zegt: WANT WIJ ZAGEN ZIJN STER OPGAAN. Zoals Lady Gaga stijgt op de hitparade. Wij zagen zijn ster opgaan. Zo moet je dat lezen.
Herodes wordt bespot. De magiers komen tot hem en vragen naar de echte koning. Zijn ster is opgegaan. M.a.w. Herodes heeft voor hen afgedaan. De ene koning wordt tegenover de andere koning gezet.
Vindt je het gek dat Herodes ontsteld is.

Hij laat dan navraag doen waar de Christus geboren zou worden. En dan volgt de tekst EN GIJ, BET¬LE¬HEM, LAND VAN JUDA, ZIJT GEENSZINS DE MIN¬STE ON-DER DE LEI¬DERS VAN JUDA, WANT UIT U ZAL EEN LEIDSMAN VOORTKOMEN, DIE MIJN VOLK ISRAEL WEIDEN ZAL.
Er is iets eigenaardigs aan de hand met die tekst, het is een citaat uit Micha 5,1, maar hij klopt niet. De Micha-tekst luidt: EN GIJ BETHLEHEM EFRATHA, AL ZIJT GIJ KLEIN ONDER DE GESLACHTEN VAN JUDA, UIT U ZAL MIJ VOORTKOMEN DIE EEN HEERSTER ZAL ZIJN OVER ISRAEL.
Micha heeft het over de GESLACHTEN VAN JUDA, letterlijk de DUIZENDTALLEN, daar gaa het dus om het volk, om de gewone mensen, u en ik.
Matheus maakt daar LEIDERS VAN JUDA van. Weer die leider, die koning. Matheus is hier bezig met een ko¬nings¬verhaal, over de geboorte van een koning. Tegenover al die leiders wordt dit ene leider gezet. Wiens ster rijst.
De ene koning tegenover de andere koning.

Grappig hè, dan hebben we zes verzen gelezen en dan zie je dat er allerlei dingen worden gezegd, waar we zo maar overheen lezen

Dan begint het gesjoemel, Herodes stuur geen geleide mee met de magiers om hen te begeleiden. Wat je naar de gewoonte van de gastvrijheid zou mogen verwachten. Nee, hij laat in het geheim nauwkeurig navraag doen wanneer het kind gebo¬ren zou worden. En hij huichelt dan nog OPDAT IK HET HULDE GA BEWIJ¬ZEN. Waarom moet hij weten wanneer dat kind geboren wordt. Wat is dat voor een nauwgezet plan. Nu, dat hebben we vorige week kunnen horen.
Hier gaan de magiërs op weg. En in plaats van dat ze begeleid worden door een delegatie uit Jeruzalem, wat je van een beetje gastvrij koning kan verwachten, gaan ze alleen.
Alleen, nee, ze worden begeleid door die ster.
Het is maar een vraag hoor, maar waarom leidde die ster hen niet meteen naar Bethlehem? Waarom moest die eerst naar Jeru¬zalem? Daar komt toch alleen maar ellende van.
Voor zo’n vraag moet je even een stapje terug doen.
De ene koning, Herodes, wordt bespottelijk gemaakt. Er komen een stel magiërs bij hem, die heel goed wisten dat hij koning was, en die vragen waar is de koning?
En door dit incident in Jeruzalem ontstaat een ander inci¬dent. De kindermoord van Bethlehem. Het uitwijken van Jozef en Maria. Hier begint het lijdensverhaal van Jezus. Waar eindigt dat verhaal? Precies, met de bespotting van Jezus waar ze hem een purperen mantel omgooien en roepen WEES GEGROET GIJ KONING DER JODEN!

Begrijpt u de zin van dit verhaal. Het gaat hier niet over de wonderlijke avonturen van Jezus. Nee, Mathheus laat hier duidelijk zien dat hier een koning komt die anders is dan andere koningen. Dat het leven van deze koning van het begin tot het eind een lijdensverhaal is. Maar dat dat niet alles is.
ZIE! weerklinkt er weer. Zoals in het begin ZIE, WIJZEN UIT HET OOSTEN KWAMEN. Die wijzen, die magiers die doen mee in het gebeuren van Godswege. Daar gaat het om. God begint iets. En daar wordt geroepen ZIE!. En waar Herodes, een diktator met veel bloed aan zijn handen, prototype voor al die mensen die dat kapot willen maken, de eerste in de rij die in het Mat-theusevangelie naar voren komen om dat leven kapot te maken, waar Herodes dat wil verhinderen.
Daar klinkt opnieuw ZIE! De ster leidt ze naar Bethlehem. EN ZIJ VERHEUGDEN ZICH MET ZEER GROTE VREUGDE.
Wat God begint, dat is niet kapot te maken.

Het laatste wat we dan horen is dat de magiers langs een andere weg uitwijken naar hun land. Net zoals direkt daarop Jozef en Maria moeten uitwijken naar Egypte, het begin van het lijdensverhaal. Maar ook het begin van het verhaal dat God iets nieuws is begonnen in Jezus Christus. En daar zijn wij het vervolg van. Daarvoor zitten wij hier.

Het laatste wat we dan horen is dat de magiers langs een andere weg uitwijken naar hun land. Net zoals direkt daarop Jozef en Maria moeten uitwijken naar Egypte, het begin van het lijdensverhaal. Maar ook het begin van het verhaal dat God iets nieuws is begonnen in Jezus Christus. En daar zijn wij het vervolg van. Daarvoor zitten wij hier.
Wat daar begint, daar zijn wij op dit moment met elkaar het vervolg op.

Zie. Als er in de bijbel het woordje ‘zie’ staat, dan moet je goed opletten, want dan gaat er iets van Godswege gebeuren.
Zie, kijk, dan zie je de magiërs daar naar Bethlehem trekken om te zien naar het kind ons geboren.

En daarbij gaat het daarom, en oh, u weet dat toch al lang, u kunt hier zo zelf de preek houden, daarbij gaat het er niet om dat kindje.
Ja, nog sterker, het gaat zelf niet om het kindje Jezus.
Het gaat erom dat wij in die mens, het kind van God ontdekken, en in zijn leven ook ons leven, en daarin dat wij zelf kind van God zijn.
In de Oosters Orthodoxe kerken viert men kerst dus pas deze zondag, omdat het hier omgaat, dat wij Christus leren zien in die ene mens daar, en in elkaar, en in onszelf.

Waarom is dat een tegenverhaal?
Heel eenvoudig. Omdat wij daardoor een ander perspectief krijgen op ons leven.
Dat het meest voorname van ons leven dat is, dat wij leven mogen. Dat het leven een geschenk is. Dat zomaar uit de hemel is komen vallen. We zijn hier!
God, we zijn hier.
Wat maakt je leven kostbaar? Waar je deelt met elkaar. Waar je van betekenis bent voor elkaar.
Waar je voelt ‘ik doe er toe’. We verlangen er toch allemaal naar dat we er toe doen, dat we gezien worden, gewaardeerd, bemind?
Kijk, dat is het wat ons leven zin en licht geeft.
Daar kan geen geld tegenop.

Vanuit dat perspectief gaat het niet slecht met Nederland. Want wij hebben alle kansen, en alle mogelijkheden om met elkaar elkaar het leven zoet te maken.
Laat ze maar roepen over de euro en de banken. Wat ons te doen staat, dat is met wat ons gegeven is, in geld en goed, in de kwaliteiten die we hebben, met onze handen, onze ogen, onze mond, onze oren. Om daarin voor elkaar tot betekenis te zijn.
Heel bijbels gezegd: tot naaste.

Kortom 2012: de hoofden fier omhoog, de harten geopend, de handen gestrekt naar elkaar. Gelukkig nieuwjaar.
Mag de zegen van de Barmhartige je leven verrijken en doen proeven van de hemelse heerlijkheid die ons gegeven is die rijkdom te delen met elkaar. Amen.