Preek 25 December 2011

Kinderverhaal
Stefan was op bezoek bij zijn opa. Opa was figuren voor de kerststal aan het maken, hij sneed ze uit van hout. Een paar stonden er al klaar op de tafel.
En toen Stefan aan het kijken was, merkte hij ineens hoe alle figuurtjes gingen leven en dat hij zelfs met hen kon praten. En de herders, koningen, Maria en Jozef waren niet meer klein en hijzelf niet meer groot, maar hij zat tussen hen in zonder op te vallen. En zo ging Stefan samen met hen de kerststal binnen. Daar zag hij het Kindje Jezus en het Kind zag hem. Opeens sprongen bij Stefan de tranen in de ogen. “Waarom moet je huilen?”, vroeg het Kind Jezus. Omdat ik helemaal niets voor je heb meegebracht.
“Ik zou inderdaad heel graag iets van je hebben.”, antwoordde het Kind.
Stefan zei: “Ik wil je alles geven wat ik heb.”
” Er is één ding dat ik graag van je zou willen hebben, ” zei het Kind Jezus.
De jongen wist het wel: “mijn nieuwe computer?”
“Nee, nee” antwoordde het Kind Jezus, “een computer heb ik helemaal niet nodig.
Daarvoor ben Ik niet op de wereld gekomen. Ik wil iets anders van je hebben.
Ik wil van jou die hele mooie, speciale kerstbal waarmee je deze morgen de kerstboom wou versieren.” “Maar die heb ik vanmorgen net kapot laten vallen, stamelde Stefan.” ‘’Ik vind het zo erg’’. Maar dat stomme ding was ook zo breekbaar.
“Juist, jij moet me altijd dat brengen wat je in je leven kapot gemaakt hebt of wat kapot is gegaan en waar je verdriet van hebt. Want zulke dingen gebeuren.
Ik wil het weer heel maken. Wil je Me dat ook beloven?” “Ja, ik zal het doen, als je me daarbij wilt helpen.” Stefan was al een beetje opgelucht.
Wanneer je bij Mij komt, zal Ik je helpen, zei het kind. Ik vind het niet erg dat je niet alles goed doet en je mag best verdrietig zijn. Daar hoef je je niet voor te schamen.
Vraag je opa om een nieuwe kerstbal. En bedenk: de bal is prachtig, maar ook breekbaar. Maar eigenlijk is alles wat prachtig is, ook breekbaar. Anders is het niet echt mooi.
Wees dus zuinig op de bal.’’
Stefan beloofde het. Nog lang moest hij nadenken over die wonderlijke ontmoeting met het kerstkind.

Overdenking
De schoonheid van het breekbare leven, heb ik de overdenking van vandaag genoemd.
We hoorden het kinderverhaal: iets wat prachtig is, is breekbaar. Anders is het niet echt mooi.
Een kerstbal is vanouds van glas. Het zijn de mooiste ballen. Ze glanzen en schitteren veel meer dan de kunststofballen. Maar ze zijn breekbaar. Regelmatig valt er één kapot. En je hebt glanzende scherven en splinters op de grond. Jammer! Zonde…

De breekbaarheid van kerst zit ‘m trouwens niet alleen in de kerstbal, maar in het hele kerstverhaal. In het hele leven zou je eigenlijk moeten zeggen. God wil daar juist op inspelen blijkbaar.
In het kerstverhaal horen we van een meisje van 16 (of zo) dat ongehuwd zwanger is, van een geboorte in een stal tussen de beesten. Met de os en de ezel als schorriemorrie. En ook een klein kind is breekbaar en teer.
Het kerstverhaal is in ieder geval geen verhaal van succes en macht, van pracht en praal en buitenkant.
We weten het allemaal wel, maar om de eigenlijke boodschap weer onder alle opsmuk vandaan te halen, heeft in Nieuw Zeeland b.v. een kerk een billboard gemaakt met een foto van Maria die schrikt van haar zwangerschapstest.

De anglicaanse St. Matthew-in-the-City-kerk (Auckland) wil met de billboard over de zwangerschapstest wijzen op de reële problemen die de Bijbelse hoofdrolspelers doormaakten.
‘Ze was ongetrouwd, jong en arm. Deze zwangerschap zou haar toekomst bepalen.’ De knusheid van het kerstfeest laat volgens hem weinig ruimte voor dergelijk leed. ‘Velen in onze samenleving lijden. Sommigen vanwege geldgebrek, anderen vanwege een slechte gezondheid, geweld of iets anders.’
De realiteit van het leven, van leed en gebrokenheid zijn dus vanaf het begin aanwezig in het heilsgebeuren tussen God en de mensen. God wil zich laten zien in dit kind in een armzalige stal.
God daalde af op ons niveau, zegt het kerstverhaal, zodat wij niet hoeven op te klimmen. God wil menselijk worden. Klein, kwetsbaar, zwak, onmachtig. Worden wij daar beter van dan? Zitten wij daar op te wachten?
Nee en ja, al is voor dat ja meestal een omdraaiing van denken nodig, om dat te kunnen beamen.
Onze voorbeelden zijn misschien eerder popsterren, filmsterren of andere beroemde mensen.
Mensen met een succesverhaal, met veel macht en invloed. Op hen kun je jaloers zijn, zulke mensen wil je wel vereren. Daar kun je tegen opkijken. Die hebben aanzien. Daar kun je mee thuiskomen, voor de dag komen.

God wordt ook nog vaak vereenzelvigd met macht, kracht en grootheid. Onaantastbaarheid en onoverwinnelijkheid. Omdat we hem graag als een ster vereren en aanbidden, hebben we hem op een voetstuk geplaatst. Net als Jezus.

Je mag bij God wel aan kracht denken, maar als je dat doet, moet je denken aan Paulus. Hij zegt: mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.
Dat is echte kracht. Als je je zwakheid aanvaardt. En onaantastbaar ben je alleen als je je grenzen accepteert. Dan heb je n.l. niks meer te verliezen. Dan kan niemand je meer wat doen.

De schoonheid van het breekbare leven zie je in een pasgeboren kind.
Een groter wonder is er denk ik niet als de schoonheid van een kind. Puur, teer en weerloos is het en daarom raakt het ons hart. Het kerstkind vraagt ons: geef me een kado, geef me je eigen leven dat vaak als een kerstbal kapot en uit elkaar valt.
Kerst betekent eigenlijk dat je weer klein durft te worden, als een kind. Dat je in het kind in de kribbe jezelf ziet. Iemand die is aangewezen op liefde en aandacht. Die getroost en gevoed wil worden.

Er was iemand die een eigen kerststal had gemaakt, net als de opa van Stefan. Hij boetseerde alle figuren, alleen Jezus wilde maar niet lukken. Hij kreeg er geen leven in. De kribbe bleef leeg.
Na veel verontwaardigde reacties, bedacht hij op een gegeven moment het verhaal dat de lege plaats in de kribbe door de mens mag worden ingenomen.
De lege kribbe is een uitnodiging aan de lange rij geschoffeerden en gekwetsten op moeder aarde om zich de liefde en de aandacht van de personen in de stal te laten welgevallen. Zij die in hun jonge jaren nooit zijn geknuffeld, bewonderd, bemoederd en bevaderd, mogen plaatsnemen in de kribbe en zich laven aan warmte en tederheid. Omringd door herders en wijzen wordt voor even de eenzaamheid doorbroken. Niet langer alléén in de nacht van het bestaan, maar gebakerd in liefde. De kribbe als een warm bed van erkenning. Daar te zijn waar je naam in ere wordt genoemd en je niet langer als nummer aan de straat bent prijsgegeven. De kribbe als een hartelijk thuis voor ieder mensenkind.
Je zou, bij wijze van proef, de kribbe van de kerststal in de Sint Jan te Den Bosch eens van het kindeke moeten ontdoen. Met daarbij de uitnodiging aan alle bezoekers om, helemaal voor niets natuurlijk, in de kribbe plaats te nemen. Dan zal het kerstwonder geschieden.
Stel je voor: de lege kribbe in de Sint Jan wordt een groot succes. Van het hele land stromen mensen toe. Om de rij wachtenden voor de Sint Jan te ontlasten, worden elders in het land ook kerststallen met lege kribbes opgericht. Een landelijk keten in doe-het-zelfartikelen schenkt gratis bouwpakketten. Bij iedere kerk verschijnt een heuse stal. Het wordt een kerst als nooit tevoren. Iedereen waant zich weer voor even kind, geniet van de werkelijke liefde, geschonken om niet.
Daar op de grond, in de kribbe, mag je weer klein zijn en voel je hoe weldadig het is als je niet de schijn hoeft op te houden, je groter hoeft voor te doen dan je bent. Je beseft daar dat je breekbaar bent als een kerstbal, maar dat dat niet erg is. Want God is mens geworden, is afgedaald om bij jou te zijn in die breekbaarheid. Juist daar kun je hem ontmoeten. Daar is de schoonheid van het leven. Waar de binnenkant open ligt. Daar vindt heling plaats en de geboorte van nieuw leven.
Hoe teder heeft de Heer mij aangeraakt
en mij gestreeld als zuidenwind de bomen.
Zijn liefde heeft mijn luiken losgemaakt
zodat er volop licht kan binnenstromen.
Hij roept mij zacht en zo ben ik ontwaakt
en zie verbaasd wat mij is overkomen.