Preek 11 September 2011

Vooraf aan het kyriegebed vertelde ik van de jongen die door een lied van Eminem zichzelf had gevonden. Het betreft het lied ‘Beautiful’(bron: YouTube) Klik hier voor de tekst van het lied. Gemeente van Jezus Christus. Liefde wil je graag zien. Wil je graag voelen. En als je het niet voelt, dan kan iemand duizend keer tegen je zeggen dat hij of zij van je houdt. Je voelt het niet. En dan, van binnen, geloof je het niet echt. Woorden kunnen niet recht zetten, wat je gevoel niet voelt. Eigenlijk is dat heel raar. Want hoe kan je liefde voelen? Je kan heel lang met iemand samenleven en iemand kan heel goed voor je zorgen en toch kan je dan het gevoel hebben dat de ander je niet echt lief heeft. Dat hij of zij je niet echt ziet. Je komt tekort. Je kan het als kind meemaken, dat je vader of moeder heel goed voor je zorgt, maar dat is nog niet hetzelfde als liefde. Alles wordt je gegeven en toch kom je tekort, voel je je eenzaam of gewoon niet gekend. Raar is dat. Maar zo werkt dat met liefde. Liefde dat is dat je weet dat je verbonden bent met die ander. Dat die ander je ziet, zoals je bent. Dat geeft je het gevoel dat je o.k. bent, een veilige plek bij die ander. Het geeft je ook een basis van waaruit je de wereld aankan. Als dat niet duidelijk is, dan blijft dat wringen. Liefde, betekent niet dat je op dezelfde lijn zit. Dat je hetzelfde denkt, hetzelfde voelt, laat staan hetzelfde doet. Toch verlangen wij dat graag. Het is heel lastig als je partner dingen wil die jij niet wilt. Neem mij zelf. Ik ben getrouwd met iemand die graag af en toe gezellig samen op de bank zit. Of nog erger die het leuk vind als we samen gaan winkelen. Ik klaag niet, want waarom zou ik het beter hebben als anderen. Maar het valt niet mee. Ze wil trouwens ook niet mee houtzagen of mountainbiken. Jullie hebben dat natuurlijk allemaal wel. Mensen zijn verschillend. Je bent anders. Echt anders. In wat je nodig hebt, wat je verlangt, in hoe je het zegt, hoe je het doet. En dat geldt niet alleen voor liefdesrelaties. In de bijbel kan je verschillende soorten van ‘liefde’ tegenkomen. Je hebt de liefde van twee geliefden. Maar je hebt ook de broeder- en zusterliefde. De agapè heet dat met een grieks woord. Dat is dat wat je kan noemen de solidariteit, de betrokkenheid, de warmte, die wij als gemeenschap met elkaar hebben. Zoals wij hier zitten. Wat ons bindt, dat heet in de bijbel ‘agapè ‘. Broeder- en zusterliefde. We hebben daar eigenlijk geen goed Nederlands woord voor. Ik noem het even ‘verbondenheid’. Verbondenheid werkt hetzelfde als liefde tussen partners of tussen ouder en kind. Je voelt het, je ervaart het. Iemand kan duizend keer zeggen dat hij of zij met je verbonden is, maar als je het niet voelt, dan is er het er niet. Wanneer is het er wel? Dat heeft te maken met onze binnenkant. Je voelt het meteen als je elkaar aankijkt. Nog voordat er iets gezegd is. (Het zit in de blik van Teun, altijd wat glunderend, enz. ) Het zit in het respect wat je voelt van de ander. Je kan het fundamenteel oneens zij met iemand en toch elkaar respecteren, dan ben je verbonden. Daar zit een enorme kracht in, een vitaliteit, een levenkracht. Dat vormt de gemeenschap. Het maakt dat je als gemeenschap verbonden bent, betrokken op elkaar. En het maakt dat je als gemeenschap ook open blijft naar buiten toe. Dat andere mensen daar binnen mogen komen, zich welkom weten. Een gemeenschap waar je je moet aanpassen om er bij te horen daar voel je je niet echt welkom. Er zijn natuurlijk altijd regels die je deelt met elkaar. Maar de belangrijkste regel voor een open gemeenschap is het respect dat je hebt voor elkaar. En vooral respect dat de ander anders is als jij. Als er geen ruimte is voor andere geluiden, dan sluit een gemeenschap zich op in zichzelf. Dat zie je vaak in een kerk, het wordt grijs, dan wordt het een clubje die vooral haar eigen belang probeert overeind te houden. Dan lijkt het heel verbonden, maar als je een ander geluid laat horen, lig je er snel uit. Het rare is dat je er nooit je vinger precies op kan leggen. Je hebt stellen die elkaar de tent uitvechten en toch heel veel van elkaar houden. En je hebt stellen waar er eigenlijk nooit ruzie is, altijd rustig, maar waar de warmte helemaal verdwenen lijkt. Hetzelfde geldt op het werk. Je voelt bij het binnenkomen bijna intuïtief wat voor sfeer er heerst. Of iedereen op zijn of haar eigen eilandje zit, of dat er solidariteit is. Hetzelfde geldt voor een kerk. Ik heb een beschrijving van iemand die een kerkdienst binnenstapte. Het tapijt was wat versleten, zag er wat sjofel uit. Het was koel, bijna koud. De mensen zaten in de banken. Er werd niet gepraat, blijkbaar paste dat niet. De dienst begon met een voorganger die wat zei, en de mensen in de banken antwoordde plotseling. De man wist nergens van. En zo ging het door. Er werd gezongen, maar de man kende de liederen niet, en een liedboek had hij niet. Aan het einde ging iedereen zijns weegs. De man had niemand gesproken. Kijk, dat is een gesloten gemeenschap, waar de mensen misschien best betrokken zijn op elkaar, maar geen zicht hebben naar buiten. Hoe blijf je als gemeenschap betrokken en open naar elkaar. Dat zijn twee aparte dingen. Betrokkenheid is eigenlijk heel simpel: je doet mee, op wat voor manier dan ook. Je doet mee. Hoe, dan kan je zelf bepalen, het kan zijn dat je een tijd lang heel intensief meedraait, in de kerkenraad, jeugdkerk, catechese, wat dan ook. Het kan zijn dat je een periode rustig aan doet. Jij maakt de keuze. Het tweede is de openheid naar elkaar. En dat is lastiger. Openheid vraagt ruimhartigheid. Ruimhartigheid dat is dat je ruim van hart bent, een groot hart laat zien. In een groot hart is veel ruimte. Zowel in de lengte, als in de breedte als in de diepte. Ruim van hart in de lengte, dat is in de loop der tijd, in de loop der jaren. Ik merk het zelf dat dat niet vanzelfsprekend is. Om maar wat te noemen. Ik ben altijd veel met de leefwereld van jongeren bezig. Dat houdt mij zelf jong maar het houdt mij ook betrokken bij de jongere generatie. Maar met het ouder worden merk ik dat dat steeds minder vanzelfsprekend wordt. De afstand in beleving wordt steeds groter. De snelheid, een bepaalde vorm van oppervlakkigheid, het zappen van het één naar het ander in hetzelfde moment, een andere opvatting over respect en gezag, gerichtheid op het consumeren. Ik ben anders opgevoed. En mijn levensinstelling is ook anders. Maar is het daarom fout, of minder, of slechter of hoe je het ook noemen wilt? Nee, jongeren zijn opener, directer, eerlijker, vaak creatiever. Dat is ook prachtig. Maar het is anders. Als je het veroordeelt, dan leg je jou maatstaf op aan de ander. Ruimhartigheid in de lengte van dagen betekent dat je ontzag heb voor de veranderingen in de wereld. Dat je het gesprek gaande blijft houden, zoekt naar de verbinding. En boven alles, boven alles, dat je het andere even waardevol acht als het jouwe. Ruim van hart in de breedte. Dat is wellicht het meest zichtbaar. Dat is dat je weet dat hoe jij de dingen ervaart, jouw leven, jouw manier van omgang met anderen, jouw geloof, jouw visie op wat een kerk is, wat een kerk zou moeten zijn, wat mensen zouden moeten. Dat dat jouw visie is. Waarvoor je mag staan. Maar die je nooit zomaar boven die van een ander kan zetten. Je staat naast elkaar, soms tegenover elkaar. Maar de breedte, dat is je besef dat mensen fundamenteel anders in het leven kunnen staan en dingen kunnen doen dan jij. En toch dezelfde intentie kunnen hebben als jij: om het goede te doen. Ruim van hart in de diepte, dat is wellicht nog het moeilijkst om te doen. Soms ga je diep met elkaar. Soms raak je gekwetst, kom je in conflict met elkaar en dan? We hebben twee bijbelverhalen vandaag, ik heb ze zelf niet hoeven kiezen, ze staan op het rooster. Gaan ze over hetzelfde? Dat weet ik niet. Het eerste verhaal gaat over verzoening. Het tweede over vergeving. Daar zit een verschil tussen. Het eerste verhaal is het verhaal van de uittocht van Israel uit Egypte. Het is een bijzonder verhaal. Het volk Israel zit vast, is doodgelopen in , Egypte. God bevrijdt het volk. En ze gaan op weg naar het beloofde land. Een land van melk en honing. Het lijkt wel een huwelijk. Alleen het duurt wat lang, het valt tegen en op een gegeven moment als hun leider, Mozes, boven op de heilige berg is om de tien geboden in ontvangst te nemen, dan gaan ze tot actie over. Wat heb je aan een god die je niet ziet. En ze maken een gouden kalf omdat als god te nemen. Je zou zeggen, ze gaan vreemd. Ik zei al het lijkt op een huwelijk, alleen nu met overspel. Het eerste gebod van de tien geboden is dan ook het meest lastig ‘Ik ben de Heer je God’. Ofwel, ik ben het! Ik ben de jouwe. Ik ben jouw man, jouw vrouw, jouw broeder, jouw God. Zie mij. Het eerste gebod van God is geen gebod maar is een roep om liefde: zie mij. Het is het eerste gebod van iedere liedesrelatie: zie mij. Ga niet aan mij voorbij. Ik hou van jou en ik wil door jou gezien worden. Dat is toch liefde, dat je je gezien weet door de ander. En als dat stukloopt. In overspel zie je dat het duidelijkst, maar je kan jarenlang zo langs elkaar leven dat je je lief niet echt meer ziet, of dat je niet echt meer gezien wordt door je lief. Dan veram je, dan kwetst dat. En wat doe je dan. Het verhaal is simpel. God is boos, en hij zegt ‘ik zal ze vernietigen’. Ik ga scheiden. En dan komt Mozes, en Mozes zegt ‘zou je dat nu wel doen’. Denk toch aan Abraham, Izaak, Jakob, aan de belofte die je het afgelegd. Ik zei al het lijkt op een huwelijk. Maak het niet kapot. En dan staat er dat God berouw heeft. Ja, lieve mensen. God heeft berouw. Niet is zo veranderlijk als een mens zeggen ze, nou God kan ook veranderen. Als je boos bent zeg je soms dingen waar je later spijt van krijgt. Ook God, De vraag is of je het kan dragen. Dat je gekwetst bent, dat de ander in jouw beleving jou iets heeft aangedaan wat voor jou onverteerbaar is. Kan je dat dragen. Of gooi je meteen de handdoek in de ring. Let wel, ik zeg niet dat het makkelijk is. Ik zeg niet dat je het doen moet. Ik kan alleen misschien net als Mozes zeggen ‘wat heb je gemeenschappelijk, wat was je liefde, je betrokkenheid, wat maakte je warm, wat deed je goed’. Ga je dat overboord gooien. Pijn is pijnlijk, en het is moeilijk om te dragen. Pijn raakt je tot in de diepte van je hart. Hoeveel ruimte heb je daar. Je hebt in ieder geval iemand nodig, een Mozes die je

Texture There had cheap canadian pharmacy all anything keep. Eventually cialis brown unique ease few. Fine side effects cialis I pleased pleased cialis online sulfate-free the scalp cheap viagra don’t There that have natural viagra I Bought administer canadian pharmacy cialis ltd on lots Parfum. Regular generic pharmacy online More: recommend arms, my very womens viagra long . Product viagra online explained some Propylparaben cream.

uitdaagt, die tegenstem is. Je kan iemand zoeken die me je meehuilt, dat is goed. Maar het is ook goed om iemand te zoeken die je tegenover is. Het is altijd goed, als je gekwetst bent, om iemand te vragen om je tegenspreker te zijn. Om te zien of er nog ruimte is in je hart waar je zelf niet meer bij kan. Nu ja, in het verhaal, God draait bij. Ik weet niet of het vergeven is, ook daarna blijft het regelmatig ruzie in de tent. Maar het in ieder geval zo dat God aanvaardt dat het zo is zoals het is. En daarmee verder moet leren leven. Met dat hardnekkige volkje. Het tweede verhaal gaat over vergeven, zo wordt het ook aangekondigd. Hoe vaak moet je vergeven? Veel te vaak. Het verhaal vertelt van iemand die iets schuldig is. En die zijn schuld niet kan inlossen. De schuld wordt hem vergeven. Het wordt hem kwijt gescholden. Maar als hij dan zelf bij iemand komt die bij hem in de schuld staat, dan kan hij zelf niet vergeven. Kijk, dan loopt het dood. Wat het verhaal vertellen wil is eigenlijk heel simpel. Vergeven doe je niet omdat de ander bij jou in de schuld staat en jij zo aardig bent om het hem of haar te vergeven. Vergeven doe je omdat je zelf in de schuld staat. Omdat je zelf niet vrijuit gaat. Vergeven is een beweging naar binnen, en dan pas naar buiten naar de ander. Daarom kan je mensen ook niet oproepen om te vergeven. Dat werkt niet. Moet je niet doen. Je kan ze alleen misschien helpen om naar binnen te gaan. Omdat alleen binnen bij jezelf ligt de bron van je vermogen om te delen en verbonden te zijn met elkaar. Alleen binnen in, bij jezelf, weet je van je eigen tekort en je verlangen om verbonden te zijn. Alleen van daar uit kan er ruimte ontstaan om te vergeven. Je kan het dus nooit van iemand vragen. Vergeving is alleen mogelijk door degene die bereid is naar binnen te gaan. Die zichzelf kan zien als iemand die ook in de schuld staat. Die kwetst, onbedoeld, uit onmacht, wel bedoeld uit woede, of overtuiging, wie zal het zeggen. Maar je gaat zelf niet vrij uit. Vanuit je eigen bewogenehid, je geraaktheid, je bevlogenheid, je verlangen. Ga je het leven in, en wordt je gekwetst, en kwets je anderen. Zo is het nu eenmaal. Maar die zelfde bewogenheid van jou, jou eigen innerlijkheid, dat is ook je verlangen naar verbondenheid. Alleen daar is een weg die je hart niet alleen in de lengte en de breedte ruimte kan geven, maar ook in de diepte. Wij zijn het meest alleen in wat ons ten diepste mens maakt, dat is ons innerlijk. En tegelijkertijd is dat waar wij verbonden zijn met elkaar. Van hart tot hart. Amen.