Preek 7 Augustus 2011

Preek Matth. 14: 22-33

Het over het water lopen van Jezus is hét voorbeeld, denk ik, van het ongeloofwaardige, het bizarre van het geloof.
Vandaar dat Arie Boomsma een programma dat hij voor de EO zou maken over grappen over Jezus noemde: loopt een man over het water. Het programma ging trouwens niet door. De achterban maakte bezwaar.
Grappen worden er wel over lopen over het water gemaakt.
Ik zal er één vertellen.
Een pastoor, een monnik en een dominee lopen samen langs een beekje. Ze willen naar de overkant, maar er is in de verste verte geen brug te bekennen. Ze zijn behoorlijk moe van het lopen en besluiten even te pauzeren. Dan neemt de pastoor een besluit. Hij staat op, vouwt zijn handen, bidt en loopt vervolgens over het water naar de overkant.
De monnik staat even later ook op, bidt en loopt ook zo over het water naar de overkant.
De dominee is verbijsterd, maar kan niet achterblijven natuurlijk. Ook hij staat op, bidt en stapt op het water…. Met een plons valt hij er in.
De pastoor zegt hoofdschuddend tegen de monnik: “Hij heeft een groot geloof, maar hij weet niet waar de paaltjes staan.”
Kun je lopen over het water, zonder paaltjes?! Nee, feitelijk gezien niet!
Maar met veel training, een bepaalde techniek en schoenen, lukt het mensen om zo’n 10 stappen over het water te lopen. Ik kwam het tegen op internet. Heel snel, zodat je, voordat je naar beneden zakt, alweer de volgende stap hebt gezet. Maar uiteindelijk zink je toch. Je kunt het vergelijken met steentjes keilen aan de oever van een rivier of meer. Als je het goed doet, ketst de steen een aantal keren over het water, zonder te zinken. De kunst is zover mogelijk te komen.
Een andere manier om over water te lopen, die ik op internet tegenkwam, is om maizena in het water te doen. Als je snel loopt zink je niet, als je langzaam loopt wel. Wetenschappers blijft het intrigeren en mensen experimenteren ermee: kunnen mensen over water lopen…Het is bizar, het kan niet, maar het blijft ook een uitdaging.

Wat is nou de betekenis van dit verhaal over Jezus? Carel ter Linden heeft een boekje geschreven: ‘Wandelen over het water, bijbelse beelden en hun geheim’.
Hij zegt: je moet de wonderverhalen niet zo letterlijk nemen, de bijbel is geen geschiedenisboek, dat feiten vertelt. De bijbel is een geloofsboek.
Als je het letterlijk probeert te nemen, kom je er niet mee uit.
Terwijl vroeger nog wel het hele wereldbeeld door het christelijk geloof werd bepaald, heeft de wetenschap die rol intussen overgenomen. Bepaalde dingen kunnen we niet meer klakkeloos aannemen, ook zouden we dat wel willen. Lopen over het water? Nee, toch? We zijn zelf teveel bepaald door de wereld waarin we leven.

Waar gaat dit verhaal over? Ter Linden zegt: kinderen begrijpen dit verhaal heel goed. Zij beseffen dat het bij het gaan van Jezus over het water om de vraag gaat: hoe wij mensen met hulp van God de boze dingen om ons heen en de angst in onszelf de baas kunnen worden, zowaar als deze man van God de dreigende golven onder de voet liep. De vraag of het wel echt gebeurd is, stelt een kind niet. En als het op een gegeven wel die vraag gaat stellen, zou ie meteen moeten horen dat het hier om beeldtaal gaat. Anders heb je kans dat zo iemand de hele boel overboord gooit, als een verzameling ongeloofwaardige sprookjes. Helaas kijken nog heel veel mensen zo tegen het christelijk geloof aan, als een achterlijk, achterhaald gebeuren.

De leerlingen zijn op het water, Jezus is aan het bidden, alleen. Hij heeft het nodig. Temidden van alles wat op hem afkomt, al die mensen met hun nood, de aanwezigheid van de vader op te zoeken. Om weer tot zichzelf te komen. Te blijven vertrouwen dat hij gedragen wordt en niet bang hoeft te zijn. Maar de leerlingen zijn intussen wel bang geworden. Het spookt op het water. Er was harde wind en hoge golven. Maar Jezus laat hen niet alleen, hij komt naar hen toe over het water. Als de leerlingen een schim ontwaren op het water, raken ze in paniek en roepen: een spook! Net als kinderen geloven ze hier in spoken. Ze schreeuwen van angst.
Jezus zegt: blijf kalm, ik ben het. En Petrus, altijd haantje de voorste, roept, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen. En Jezus zegt: Kom!
En Petrus gaat. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. En hij begon te zinken. En Jezus grijpt hem vast. De wind gaat liggen. En Jezus zegt: kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?

Ik was met René in de Pyreneeën. Hij wilde mij een ijsgrot laten zien. We moesten een helling van ijs af, die voor mij behoorlijk steil was. Maar René zei dat het met van die ijzeren haken onder de schoenen prima te doen zou zijn. Dus met van die punten waarmee je in het ijs kon haken onder de schoenen en vast aan een touw, zette ik de eerste stap. Maar eigenlijk zag ik het niet zitten en was ik bang. En met de eerste stap, gleed ik al uit en roetste keihard naar beneden en trok René aan het touw mee.
Dus: op het moment dat je bang wordt, ben je eigenlijk verloren. Als de angst je de baas is, wil het niet meer. Je zult daar zelf ook wel voorbeelden van kennen. Maar als je blijft vertrouwen, ook in de nood, dan ben je veilig. Dan kun je a.h.w. over water lopen.
Als je je oog gericht houdt op Jezus en niet naar de hoge golven kijkt, gaat het goed. Dan is hij de baas en niet het diepe water. Dat probeert Jezus de mensen te leren. Er zijn hoge golven in het leven, en soms ben je bang dat je verdrinkt, dat je het niet redt.
Vertrouw dan op mij, zegt Jezus, op God de Vader, want die is altijd bij je. Dan verdrink je niet, maar ben je in Gods handen.
Zelfs al zou het niet goed aflopen. Jezus’ eigen leven liep niet goed af, maar toch wist hij zich geborgen bij de Vader.

Een illustratie tot slot: Een verhaal dat ik tegenkwam over oud-minister Vredeling. Het is oorlog en hij zit met gevaarlijk illegaal materiaal in de trein, terwijl de Duitsers komen controleren.
‘Ik deed het in mijn broek van angst. Ik hoor dat geluid nog, ik droom er nog van. Ze gingen van coupé naar coupé en dan hoorde je de portieren slaan, beng, beng, beng. Doodsbang was ik. Totdat ik naar buiten keek, naar de blauwe lucht en dat gezang mij ineens te binnen schoot: ‘Die wolken, lucht en winden wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden waarlangs uw voet kan gaan.’
En op slag was ik van die idiote, nerveuze spanning bevrijd. Ik dacht: laat ze maar komen, wie maakt mij wat? Dat is de waarde van het geloof.’