Preek 10 Juli 2011

Is er nog een boer in ons midden die weet hoe je zaait met de hand?
Kan die het eens voordoen?
(Er kwamen drie mannen naar voren die het hebben voorgedaan en erover hebben verteld)
En hebben de kinderen wel eens iets gezaaid?
En weten jullie hoe je een grasveld maakt?

Graszaadjes zijn heel licht. Als je ze niet goed in de grond drukt, worden ze weggeblazen door de wind of weggespoeld door de regen of ze drogen uit door de zon. En er worden soms draadjes over het gras gespannen omdat anders de vogels het opeten.

Dit gegeven uit de natuur gebruikt Jezus om iets duidelijk te maken aan de mensen.
Jezus vertelt vaak gelijkenissen. In dit hoofdstuk staan er maar liefst zeven.
Een verhaal werkt als een soort spiegel. Jezus zegt hier niet: je moet dit of dat, of je bent dit of dat, zus of zo. Maar als je het verhaal hoort, kun je zelf weten en bedenken wat het voor jou betekent. Waar je er zelf in voorkomt.
Je moet dus niet alleen horen, maar het ook proberen te verstaan. En dat is nu juist het probleem bij veel mensen. Veel mensen horen wel wat Jezus zegt, maar ze verstaan het niet met het hart.
In de gelijkenis is er niks mis met het zaad. Maar niet alle zaad valt op de goede plek. Jezus weet er zelf alles van. De mensen die hem volgden zijn niet allemaal zo standvastig en volhardend. Bij een heleboel zit het niet zo diep.
Dit verhaal gaat er dan ook over: ben jij een goede plek?
Zodat het zaad in goede aarde kan vallen en groeikracht heeft om vrucht te dragen.
Maar echt vrolijk word je in eerste instantie niet van deze gelijkenis. Driekwart van het zaad komt verkeerd terecht. Jezus schetst de wereld als een plek waar veel verloren gaat, gedood wordt, kapot gemaakt wordt.
Maar zo beleven veel mensen de wereld en hun leven ook. Jezus geeft er ruimte aan. Zoveel gaat kapot, er is zoveel onmacht en verdriet

In het verhaal valt een deel van het zaad op de weg en het wordt door de vogels opgegeten. Mattheüs laat Jezus vanaf vers 18 de gelijkenis uitleggen. Het zaad dat op de weg valt, duidt op de mensen die het woord van God wel horen maar niet verstaan. Alsof ze zichzelf langs de kant van de weg, niet zo de moeite waard vinden. Alsof ze denken: je komt ter wereld en je verdwijnt weer. Wat wil je nog meer? Er is geen wereld met waardigheid, grootheid, schoonheid en dromen. Dat is een illusie. Je bent onderworpen aan de wetten van de natuur, aan de strijd om het bestaan. That’s it. Zulke mensen geloven niet in het hemelrijk dat is gelegd in de spiegel van onze ziel.

Het zaad dat op steenachtige bodem valt, is het beeld voor de mensen die enthousiast raken over het Woord van God, maar het alleen laten doordringen in hun emoties. Ze zijn impulsief. Ze hebben geen uithoudingsvermogen, zijn mensen van het moment. Het geloof schiet geen wortel.
Angst voor de diepte is ook algemeen menselijk. Diepere gevoelens angstvallig vermijden, op de vlucht blijven voor wat in de kelder van je levenshuis woont en alleen op de 2e en 3e verdieping blijven. Niet afdalen naar de onderstroom van onze onbewuste gevoelens en verlangens. Maar juist in de diepte is God en er hoeft niets verdrongen te worden. Juist daar groeit het geloof en kan het wortel schieten.

De doornstruiken of distels staan voor de mensen in wie het zaad wel opbloeit, maar bij wie het door tegenslagen, zorgen of rijkdom wordt overwoekerd. Het geloof wordt bij hen door dagelijkse zorgen en bezigheden verstikt. Door de waan van alledag. Heel logisch natuurlijk. Tegenslagen, ziekte en dood drijven een mens af van God, vanwege het verdriet dat dan groter is dan het vertrouwen en de rust in God. Als het goed is, komt het terug en slijt het diepe verdriet, de crisis.
Bijzonder is dat rijkdom hier ook genomen wordt. Ook rijkdom houdt je af van God, je hebt hem niet nodig als je alles hebt en zolang het je voor de wind gaat.
Dat geldt ook voor de wan van alledag. Je bent druk en je komt niet toe aan een moment van bezinning. Zolang het je goed gaat, redt je het wel. Maar als het tij keert…

Ik zei het al: het klinkt aan de ene kant niet rooskleurig allemaal. Aan de andere kant is het realistisch, is het de ervaring van veel mensen, dat de dingen je bij de handen kunnen afbreken. Dat je wel wilt, maar het niet goed lukt, dat je niet altijd de juiste prioriteiten stelt.

Maar dan komt het wonder. De mensen die niet alleen het Woord van God horen maar het ook verstaan, dragen veelvoudig vrucht. Veel meer dan je zou kunnen verwachten of durven dromen: 100-voudig, of 60-voudig of 30-voudig. Terwijl een normale oogst 10 of 15- voudig opbracht. De mensen die door de twijfel en teleurstelling heen durven gaan, de diepte in. Die niet oppervlakkig willen leven, geen genoegen nemen met de waan van de dag,

Het evangelie kan wel mondjesmaat lijken, maar er kan ook een enorme, niet te bevatten, kracht van uitgaan! Het kan mensen ver boven zichzelf doen uitstijgen, zodat de oogst overweldigend is.
Er is geen boer die zaait zonder dat ie erop vertrouwt dat het loont.
Klaas Bijker zei het zo mooi, je zaait als boer royaal, want je wilt een goede oogst. Ook al is de opbrengst ongewis, je gaat voor de goede afloop.
Wij zijn door God niet zomaar aan het leven toevertrouwd. Niet zonder bedoeling, zonder betekenis. Wij mogen ons toevertrouwen aan Gods handen, de zaaier in de eeuwigheid. Want hij wist wat hij deed toen hij ons overgaf aan de stroom van de tijd.
Bij Hem vindt ons leven zijn beloning, zijn opbrengst, zijn vrucht en dank.