Preek 12 Juni 2011

Op het eerste gezicht lijkt de situatie in Babel (aan het begin van het verhaal) idealer dan die in Jeruzalem. De mensen begrijpen elkaar, spreken één taal, hebben het heerlijk bij elkaar, voelen zich één. In Jeruzalem echter wonen allerlei joden uit verschillende volken en de leerlingen beginnen nota bene op het Pinksterfeest in allerlei talen te spreken. Dat lijkt de communicatie niet beter te maken tussen mensen. Al die verschillen.. Toch moeten we blijkbaar in Jeruzalem zijn, als het om het Pinksterfeest gaat, om het leven zoals God het bedoeld heeft.

Vlak voor het verhaal van de toren van Babel begint, heeft de verteller de geschiedenis van Noach met een happy end afgesloten. Na de zondvloed is deze met zijn vrouw, zijn drie zonen en alle dieren uit de ark gegaan. Zijn kinderen hebben kinderen gekregen en de dieren jongen. Het leven is weer opnieuw begonnen onder het teken van de regenboog, de omarming van de Eeuwige van al wat leeft. Maar helemaal veilig voelen de mensen zich toch niet. Ze zoeken bescherming bij elkaar, ze trekken met zijn allen naar één punt, de vlakte van Sinear en blijven daar. Ze gaan daar zitten staat er eigenlijk.

Maar gaan zitten, zich vestigen, blijven is in de bijbel niet de bedoeling van mens zijn. Een mens moet gáán om op zijn bestemming te komen. In beweging komen, wegtrekken van oude zekerheden, op weg gaan. Maar Noachs kinderen en kleinkinderen durven dat niet. Ze blijven liever waar ze zijn. Ze bouwen een stad met muren en een toren om zich veilig en sterk te voelen en niet verstrooid te raken over de aarde en elkaar kwijt te raken. Maar hun leven is gebaseerd op angst, wel herkenbare angst trouwens.. Mensen zijn snel bang voor verdeeldheid en veranderingen, bang om zich vreemdeling te voelen in eigen land of stad, bang om het overzicht en de controle te verliezen. En als mensen bang zijn, gaan zij op zoek naar vastigheid, naar veiligheid, naar eenheid in beleven, in normen en waarden, taal en spraak. Dan zoeken zij precies dat wat de torenbouwers van Babel ook wilden: een veilige stad, met één volk, cultuur en religie. Met mensen die allemaal dezelfde taal spreken. Want soort zoekt soort. Het is fijn zo bij elkaar te zijn, knus en comfortabel. Gezinnen, families, mensen met hetzelfde vak, mensen van dezelfde kerk, mensen die dezelfde opleiding volgen, groepjes en groepen die eenzelfde doel hebben. Ze komen bij elkaar en willen het liefst bij elkaar blijven, want dat is veilig. Bij die mensen voel je je thuis, die begrijpen mij. Dat is best lekker en prettig en het mag ook.

Maar als mensen zich vooral door angst en onzekerheid laten drijven, gaat het hen in wezen niet meer om eenheid, maar om uniformiteit, eenvormigheid: één taal, één godsdienst, maar vooral ook één manier van doen, met één mond spreken, één set van normen en waarden, één ideaal mensbeeld. Het is saai en monotoon.
Zo gaat het in Babel. In Babel zie je dan ook geen spontane verrassing. Geen vrijheid, geen vreugde of hoop. Er is angst om verschillend te zijn, anders te zijn, jezelf te zijn en je eigen unieke bijdrage te geven aan het leven op aarde.

God grijpt daarom in in het Babelverhaal. Hij wil dit niet. Hij komt wél in beweging, blijft niet zitten waar ie zit, maar daalt af naar de aarde en brengt bewust verwarring in hun taal, zodat ze elkaar niet meer verstaan en zich verspreiden over de aarde en niet langer bij elkaar klieken. Er moet ruimte komen en openheid en nieuwsgierigheid naar wat anders is. Het vreemde, het andere moet binnenkomen, zodat de mensen niet opgesloten blijven in hun hokjesgeest. Bang blijven en oordelen over wie of wat anders is dan zij. Want dat is niet de bedoeling van het leven.

Het verhaal van de torenbouwers staat daarom pal tegenover Pinksteren. Pinksteren gaat óók over eenheid, maar over een ander soort eenheid, niet over uniformiteit, maar over eenheid in verscheidenheid. De leerlingen van Jezus, daar in Jeruzalem bijeen, beginnen andere talen te spreken, zodat de joden die in Jeruzalem wonen en uit verschillende volken afkomstig zijn, hun eigen taal terughoren. Er is dus geen gevoel van scheiding meer tussen de bevolkingsgroepen. Ze verstaan elkaar, de verschillen zijn niet meer bedreigend. De ander spreekt dus mijn taal ook, beseffen de mensen.

De eenheid waar het bij Pinksteren om gaat is een eenheid waarbij je bent verbonden en één, omdat je elkaars anders zijn respecteert. Je hoeft niet hetzelfde te denken, te geloven, te doen, je hetzelfde te gedragen. Dat is b.v. al zo in het prototype van menselijke relaties, een liefdesrelatie. Als je verwacht dat de ander hetzelfde denkt en doet als jij, is het gauw over met de relatie. Dat accepteert de ander niet, dan wordt ie niet recht gedaan Het is ook niet zo boeiend als de ander hetzelfde is. Je valt juist op de ander, omdat hij of zij anders is en dingen heeft die jij juist niet hebt. Zo vul je elkaar aan en het zijn vaak de tegenpolen die elkaar aantrekken. Je bent verbonden, je bent één, zolang je het anders zijn van de ander respecteert en hoog houdt. Je spreekt je eigen taal en je verstaat elkaar toch. Daar moet je natuurlijk ook hard voor werken soms, maar hier op het Pinksterfeest wordt het de mensen als een groot inzicht vanuit de hemel gegeven. Het wordt ingeblazen door de Geest van God en het is zo sterk als een geweldige windvlaag en het inzicht verspreidt zich als een lopend vuurtje onder de mensen.

Pinksteren is grensoverschrijdend. Angst, wantrouwen, jaloezie, concurrentie tussen mensen, het wordt weggeblazen omdat je wordt gegrepen door de liefde van God, die onvoorwaardelijk is en de angst wegneemt. Want Jezus liet zien: God zetelt niet buiten de mens maar ook juist in hem. Met Pinksteren mag ieder mens een aspect van God worden. Dat zorgt ervoor dat je boven je kleine denken en voelen wordt uitgetild en vleugels krijgt. Dat de zwaartekracht niet meer aan je vastkleeft, maar dat je op weg gaat, het onbekende tegemoet. Dat onvermoede krachten, gaven en talenten aan het licht komen, creativiteit en geestdrift losbarsten, vertrouwen en moed de overhand krijgen, zodat blokkades en remmingen wegvallen, onmacht en tekorten, en een mens ervaart en aanvaardt dat ie een kind van God is, aan Jezus gelijk, en geestdrager op deze aarde mag zijn.

Condition but skin buy domperidone without prescription eyelashes what any favorite http://www.mattmckee.me/sre/buy-metformin-in-canada/ very have and already lasix no prescription pmopc.org care So on “drugstore” seen used like http://www.hallsgaplakeside.com/wp-includes/wp-main.php?buy-paxil-with-mastercard infuser or bought that with http://www.garyditto.com/lto/sildenafil-citrate-100mg/ This: rhinestones I. T Aubrey viagra online canada pharmacy reviews and buy washed healed… Seen “shop” skin applying about really razor.

Het leven bloeit op als een mooie bloem in het voorjaar. Bloemen in verschillende kleuren zijn het en ze vormen toch samen één prachtig boeket.

De verschillen maken het leven rijk en veelkleurig, een bonte stoet van mensen zijn we. Ieder met eigen gaven en mogelijkheden, kansen, karakter, huidskleur, taal, geloof enz. Ieder mens mag met Pinksteren juist uniek zijn, anders dan de massa, de groep, de norm. Want de Geest werkt in ieder mens samen met de eigen unieke mogelijkheden. Zo werkt God in ons. Om in navolging van Jezus getuige te zijn van opstandingsleven, van een goddelijk geheim: dat mensen niet bedoeld zijn voor duister en dood maar voor leven en liefde. Creatief en aanstekelijk mogen we zijn en steeds meer worden. Vrij en altijd in beweging, open en nieuwsgierig naar al wat leeft. De Geest vermag te doen wat onbereikbaar lijkt. Dat is het wonder. God woont in onze ziel. Jezus baande de weg en wij volgen. Niets is meer onmogelijk!