Preek 15 Mei 2011

God weet het niet meer. Zo begint het verhaal van Noach.
Wij hebben misschien een beeld van een alwetend God in ons hoofd.
Een God die niet twijfelt, maar hier heeft God hartenpijn. Hartenpijn om de mens die hij zo goed had geschapen.
Ooit bedwong God de oervloed, de chaos. Hij bracht orde aan, scheidde het licht van het duister, scheidde het water van het land, schiep de gewassen en de dieren en de mens. De mens als kroon op de schepping. En zie het was zeer goed.
De mens werd voor een keuze gesteld. Als hij zich zou richten op God als middelpunt van zijn bestaan, zou de aarde een paradijs zijn en zouden mensen zich niet schamen voor elkaar.
Ze geven zich bloot, stellen zich kwetsbaar op en vullen elkaar aan. Mensen hebben mensen nodig, niemand redt het alleen. Zo zijn we gemaakt.
Maar de mens ging een weg los van God. Vechtend voor het eigen gelijk gaan mensen over lijken. Het begon bij Kain en Abel en het is sindsdien doorgegaan tot op de dag van vandaag.

Met tranen in de ogen ziet God het aan. Het trieste tafereel van mensen die zichzelf opblazen tot goden. Maar God ziet ook Noach, een rechtvaardige. Hem zou hij het liefste in een doosje willen doen, zoals een lied van Donald Jones zegt. En hem en zijn gezin bewaren, heel goed bewaren. Noach betekent troost. Noach troost God met zijn manier van leven. Hij keert het tij van een totale vernietiging. Eén mens kan de wereld redden, het verschil maken.

Ik denk dat je het verhaal zo moet lezen. Als een verhaal over God die menselijke gevoelens heeft als spijt en verdriet. Maar dat hij uit is op redding, niet op vernietiging. En dat in Noach elk mens zich weerspiegeld mag zien.
Je kunt het natuurlijk omdraaien, Noach wordt gered en de rest kan stikken.
Deze week stond een column van Suurmond in Trouw, waarin hij een geestelijke citeert die vlakbij de Twin Towers stond toen die werden aangevallen door de vliegtuigen op 11 september. De man was God erg dankbaar dat hij was behouden door God i.t.t. anderen.
Hij ging er prat op dat hij beter was, zeg maar. Suurmond zegt dan ook: en al die anderen dan, die wel het leven lieten?
Er is een roman over Noach van Anton Koolhaas waarin staat dat de geliefde van Noachs zoon Cham, Jiska, weigert aan boord van de ark te gaan. ‘Cham, ik ga niet als jarig Jetje op die schuit met Gods elite zitten, terwijl alles en iedereen van wie ik houd, verzuipt. God wil blijkbaar tranen, goed, daar mogen jouw vader Noach en de zijnen dan op drijven. Mij niet gezien’.
En moet je zoals die Ruben blij zijn dat je als enige een vliegtuigramp overleeft (net een jaar geleden in Tripoli) en je hele gezin is omgekomen? Moet je blij zijn als joodse man of vrouw als je de oorlog wel hebt overleefd en je hele familie verder is omgekomen? Is dat omdat jij in de ogen van God dat wel verdiende en de anderen niet? Zo’n God moet je niet van God maken.

Al heeft de verhalenverteller er kennelijk geen moeite mee God zo te beschrijven als iemand die de sluizen van de hemel openzet. Als een film waarin de beelden a.h.w. worden teruggedraaid. De schepping die teniet wordt gedaan.
Zondvloedverhalen zijn trouwens van alle streken van de wereld. Overal en altijd voelen mensen zich door grote rampen bedreigd en bezweren zij hun angsten met verhalen van redding uit de nood. De vloed die je zomaar kan overspoelen, (in die tijd waren de ballingen in Babel), de golven van de haat waarin je ten onder gaat.
Het kopje onder dreigen te gaan door hoge golven die je leven bedreigen, is herkenbaar.
Het overkomt ons allemaal op gezette tijden, denk ik.

Maar dan is er God die je het liefste in een doosje zou willen doen.
Het doosje wordt een ark genoemd. Het is in het Hebreeuws precies hetzelfde woord als het woord dat voor het biezen mandje van Mozes wordt gebruikt. Het gaat in beide verhalen om gered leven door de dood heen. Ook beide kisten worden bestreken met pek om ze waterdicht te maken.

Noach krijgt exacte instructie hoe hij de ark moet bouwen, de afmetingen, de werkwijze.
Ik hoorde dat Johan Huibers, de man die de ark van Noach heeft nagebouwd, die ook in Meppel heeft gelegen, nu bezig is met een veel grotere boot, precies volgens deze bijbelse afmetingen.
123 m lang, 29 m breed en 23 m hoog, geloof ik. Het schijnt een stabiele vorm te zijn, een mammoettanker is zo gebouwd.
Noach doet het, zwijgend. Je hoort hem niet onderhandelen met God, zoals Abraham deed bij de verwoesting van Sodom en Gomorra.
Dan kondigt God zijn verbond aan. Noach moet de ark ingaan, met zijn vrouw, zonen en vrouwen van zijn zonen. Van alle dieren twee, een mannetje en een vrouwtje. En genoeg eten.
En later staat er nog: van alle reine dieren en vogels zeven paren, van de onreine dieren een paar. Zeven is het getal van de volheid, er zal leven in volheid zijn na de vloed. Rein, zuiver leven, als het aan God ligt.

Niet alleen de rechtvaardige Noach wórdt gered, hij redt ook zelf. Ik zei het al. Hij maakt het verschil door zijn manier van leven. Eén mens kan de wereld redden.
Hij is een tsaddiek, een rechtvaardige. Noach wandelde met God. Wat is dat, hoe moet je dan leven?
Het volgende joodse verhaaltje zegt het zo:
Een aantal leerlingen van de Ba’al Shem Tov stelden een vraag aan de rabbijn. “Wij komen elk jaar hier naar toe om van u te leren. Niets houdt ons tegen dit te doen. Maar we hebben in ons eigen stadje een man die zegt dat hij een tsaddiek is, een rechtvaardige.
Als hij een werkelijke tsaddiek is, dan willen wij graag zijn wijsheden leren. Maar hoe weten wij of hij een echte tsaddiek is misschien is hij dat helemaal niet?”
De Ba’al Shem Tov keek zijn leerlingen ernstig aan. “Jullie moeten hem op de proef stellen door hem een vraag te stellen.”
Hij dacht even na en zei de vraag die jullie hem moeten stellen is: “Heeft u ooit problemen gehad dat u zich niet kunt concentreren tijden het bidden?”
“Ja” zeiden de leerlingen enthousiast. “Wij proberen altijd goede gedachten te hebben als wij bidden, maar er komen toch allerlei andere gedachten in ons op. We hebben allerlei methoden uitgeprobeerd om ons te concentreren.”
“Goed” zei de Ba’al Shem Tov. “Vraag hem de methode om ervoor te zorgen dat vreemde gedachten niet in je opkomen als je bidt.”
De Ba’al Shem Tov glimlachte en zei: “Als hij een antwoord op deze vraag heeft, dan is hij geen echte tsaddiek.”

Om een rechtvaardige te zijn, hoef je niet volmaakt te zijn. Het is beter dat je vragen hebt als antwoorden, zegt het joodse verhaaltje. Want als je vragen hebt, blijf je open, open naar de ander, nieuwsgierig. Met antwoorden in je zak, ga je zomaar oordelen over anderen, schrijf je mensen af.
Als je zo durft te leven, met vragen, oprecht, zal God je bewaren, hoe dan ook. In zijn doosje.
Want het is God te doen om de redding van mensen. En het geeft hem hartenpijn als we er een zootje van maken. Ons eigen belang volgen, over lijken gaan. Gelijk willen hebben, als god willen zijn, oordelen over elkaar.

Noach troost God door zijn manier van leven.
Ik had een buurman in Lunteren die geloofde dat God al voor de grondlegging van de wereld had besloten wie hij wel en niet had uitverkoren. Dubbele predestinatie heet dat met een moeilijk theologisch begrip. God had niet alleen besloten wie hij had uitverkoren, maar ook wie hij zou verdoemen.
Daar gaat het in het verhaal van Noach gelukkig niet over. Geen namen van verdoemden. Zo is God niet. Het maakte dus voor mijn buurman niet uit hoe hij leefde, het was allemaal toch al voorbeschikt. Het klonk wel vroom, maar eigenlijk is het erg gemakkelijk je ervan af maken. Al wist hij waarschijnlijk niet beter, het was hem zo geleerd.

Het is Pasen geweest. Wij zijn volgelingen van Jezus Messias, die het verschil durfde maken. Hij vertrouwde erop dat God de Vader hem ondanks alles in een doosje zou bewaren.
Wij hebben een keuze tussen leven gevangen in angst en eigenbelang óf te leven bevrijd door Liefde die groter is dan ons hart. Laten we God troosten door te leven in de geest van Noach, in de geest van Jezus Messias.
En God zal ons altijd in zijn doosje bewaren.