Preek 10 April 2011

Welkom, mededelingen
Welkomstlied
Onze hulp en groet,
Onze hulp is in de Naam van de Heer
Die hemel en aarde gemaakt heeft
Die trouw blijft tot in eeuwigheid
Die de verdrukten recht verschaft
en Die de hongerigen brood geeft

Genade zij u en vrede van God onze Vader
en Jezus Christus onze Heer

Drempelgebed
Kinderverhaal
Psalm 7, 1

Deze ladder heeft al heel wat mee gemaakt. Ik heb hem zo´n 15 jaar.
Ik gebruik hem nog om de schoorsteen te controleren of die moeten worden geveegd.
Met een houtkachel moet je altijd uitkijken. En vroeger, zo weet ik nog, toen we in de Achterhoek woonden, gebruikte ik hem om een autoband in een boom te hangen voor de kinderen. Een autobandschommel. Het huis waar we toen in woonden staat nog steeds leeg en de band hangt nog steeds in die boom.
Mijn broer kwam met de ladder aanzetten. Met een oude kar gemaakt van liftdeuren vol rotzooi kwam hij aanrijden. Hij ging emigreren naar Canada en moest van alle troep af. Wat die ladder bij hem heeft meegemaakt? Ik weet het niet. Wij zijn houtstokers, dus waarschijnlijk ging hij er ook het dak mee op.

Mijn broer had de ladder van mijn vader. Toen mijn vader overleed ging de kar met de ladder en heel veel troep naar zijn huis. Hij woonde vlakbij, dat was wel zo praktisch.
Mijn vader gebruikte de ladder om het dak van de schuur te repareren. Je weet wel zo´n zelf gemaakte schuur die niets mocht kosten en dus altijd lekte.

En mijn vader had de ladder van Floor. Floor was een boer, een echte Veluwse boer,
kort van stuk, manchester broek, altijd klompen. Boer Floor was zo bang om dood te gaan dat hij zichzelf het leven benam. Hij had niet lang daarvoor nog twee treden van de ladder vervangen omdat ze doorgesleten waren.

Deze ladder is misschien wel net zo oud als ik, bijna een halve eeuw, en heeft veel levens meegemaakt.
Is daar iets bijzonders aan?
Nee, niet in die zin, wij zijn allemaal mensen die leven en gebeurtenissen meemaken, soms tot vreugde, soms ontstelt. En we gaan allemaal dood. En met het leven geven we onze spullen door, de karren, de ladders, de foto´s, de rommel en de sieraden. Van mens tot mens gaan de spullen en verhalen met ons mee.
En ja, het is wel bijzonder. Want het gaat om onze levens. Om waar wij een klein stukje meelopen. Met elkaar. En wat is het belangrijkste wat we meenemen? Wie gaat er mee.

Gezang 480: 1 en 2

(een ladder naar de hemel) Genesis 28, 10-15

Er zijn mensen die zeggen, dat kan helemaal niet. Dromen zijn bedrog.
Neem nou zo´n ladder veel te smal.
Maar ik zal jullie laten zien dat het wel kan.

(niet zo’n fijne jongen)

Jakob was niet zo´n fijn jongen. Hij was de broer van Esau, zijn tweeling broer. Het verhaal wil dat de jongens in de schoot van hun moeder al ruzie hadden. Ze konden elkaar niet uitstaan. Jakob was een moederskindje, liever thuis bij de pappot waar hij ook leerde koken. Zijn broer was een kerel, meer naar het hart van zijn vader, die ging jagen en ruig van huid en leden was. Ze hadden weinig gemeen.
Eén ding hadden ze wel gemeenschappelijk en dat was dat Jakob zijn broer aftroefde waar hij kon. Ik vermoed dat hij heel wat klappen heeft gekregen van Esau. Jakob bedroog zijn broer, wist hem het erfdeel van zijn vader af te troggelen en nog erger. Toen zijn vader op zijn sterfbed lag, blind en oud en gebrekkig deed hij zich voor als Esau en ontstal zo ook de vaderlijke zegen die voor zijn broer bestemd was.
Niet echt een fijne jongen.
Esau was woedend. Aan het sterfbed van je vader nog bedrogen worden door je eigen broer hij kon hem letterlijk wel vermoorden.
En daarom sloeg Jakob op de vlucht en kwam bij een rivier.

Oh ja, nu ik dat zo zeg. Ik heb die ladder ook wel gebruikt om over brede sloten heen te komen. In het bos met zagen. Dan leg je de ladder over de sloot, daaroverheen planken en zie daar een brug.
Een ladder is dus niet alleen om mee naar de hemel te klimmen, je kan er ook een kloof mee overbruggen.
Maar Jakob niet. De kloof met zijn broer is dieper en breder dan ooit. En wordt met elke stap verder.
Het wordt avond, zo vertelt ons verhaal.
Let er maar eens op. Als het avond wordt in de bijbel, dan is het meestal mis. Dan komt er een duistere periode.
Tot aan het kruisigingsverhaal toe als Jezus daar is gekruisigd verduistert de hemel.

Jakob droomt en ziet een ladder, die tot in de hemel reikt.
En weet je wat nu zo bijzonder is? Er gaan engelen over die ladder. En er staat letterlijk en niet toevallig dat die engelen ´opstijgen en afdalen´.
Ze gaan dus eerst omhoog en dat betekent dat die engelen dus niet in de hemel zijn, nee, ze zijn op aarde. Ze gaan even naar God toe, om een boodschap te brengen, of een boodschap te halen, wie zal het zeggen. Maar die engelen horen thuis op de aarde.

Teleurstellend misschien als je ooit denkt in de hemel te komen, daar zijn geen engelen. De engelen zijn op aarde. Hier, voor ons mensen. En ik vermoed, maar ik kan dat bericht nog steeds niet bevestigen, dat ook God niet meer in de hemel zit, maar hier tussen ons mensen is gekomen.
Dat is in ieder geval wel de boodschap die Jakob meekrijgt in zijn droom. Dat God met hem meegaat.
Mag ik het heel ruw samenvatten.
Jakob je hebt je gedragen als een hufter, een bedrieger, het is toch echt een schoftenstreek.
Maar God laat niemand los. God gaat met je mee.
Er moet iets mis gegaan zijn met Jakob, dat hij geworden is wie hij geworden is.
Hij is verantwoordelijk voor wat hij heeft gedaan. Maar ook hij heeft zijn verhaal met een ladder.
Dat zijn broer hem op zijn falie gaf. Dat hij zich niet erkend voelde door zijn broer. En ik denk ook niet door zijn vader. En dat zal er op in hebben gehakt.
Dan bouw je een muurtje om jezelf heen om je niet meer te laten kwetsen.
En ook zijn verhaal is een verhaal waarin God meegaat.

Zingend Gezegend 143: Geworteld in de aarde

(in de hemel)
Wees niet bang. Ik heb stevige schoenen aangetrokken. Want preken op een ladder doe ik niet elke dag. Maar ik dacht, als dominee moet ik mijn vak toch serieus nemen en ik moet maar kijken of ik wat bemiddelen kan tussen God en jullie mensen. Dus ik zoek het wat hogerop, wat dichterbij de hemel.
Ik heb God nog niet gezien. Misschien is Hij niet thuis?
Stel je voor dat God hierboven zou zitten. Dan zou hij alleen die koppies van jullie zien. Veel grijze koppen.
Mmmm. wie zit daar is dat niet…..
Even noteren in het boek des levens. Want straks moet we het eindsaldo opmaken. En dat is de grote vraag; mag je binnenkomen of niet.
Trouwens, ik vind het maar slecht te zien hier vandaan. Zou God daar geen last van hebben?
Ik kan hier vandaan niet zien wat jou beweegt, waarom jij de dingen doet zoals je ze doet.
Misschien is het altijd wel onmogelijk om van boven op iemand neer te zien en hem of haar te beoordelen.
Misschien ben jij wel net als Jakob. Misschien ook niet. Maar zeker is dat jij de dingen doet die je doet vanuit jouw verhaal.
Je rugzakje wordt dat wel genoemd. Dat wat je meeneemt uit je leven, Zoals jij bent gevormd, wat jij met je meedraagt, in je kar, de ladder, de rugzak. Jouw verhaal.
Waar je muurtjes hebben leren bouwen omdat je niet meer gekwetst wilt worden. Waar je alergisch bent voor gereformeerden, bazige vrouwen, dominees, leraren, zeurende kinderen.
Alles kan, het licht er aan wat je hebt meegemaakt. Als je zelf vroeger tekort bent gekomen, of miskent bent, dan werkt dat door.
Weet je, ik vind dat God niet hierboven kan blijven zitten. Maar naar beneden moet.
(afdalen van de ladder….)

Nog sterker. het verhaal wil dat God is afgedaald uit de hemel.
En God liep rond op de aarde.
En de mensen vonden het zo raar om te zeggen ´Hé God, wil je wat drinken´. Daarom gaven ze hem een naam. ´Jezus´.
Want wie Jezus ontmoette en zei ´Hé Jezus wil je wat te drinken.´
Die ontdekte dat hij zelf dorst had en te drinken kreeg.
Geen gewoon water, geen gewoon drinken, geen gewone dorst.
Maar van binnenuit. Waar wij allemaal dorsten naar iemand die ons gewoon neemt voor wie wij zijn.
Die waar wij ons hebben ingegraven met een gracht om ons heen
Een ladder pakte, wat planken er op legt en zegt, mag ik naar je toekomen.
Zo´n man was die Jezus. En de mensen die dat ervaarden, die zeiden, ja kom maar, die wisten bliksems goed dat die man Jezus, het gezicht van God was.
WIJ STONDEN AAN WEERSZIJDEN VAN EEN AFGROND
WAREN NOG NIEMAND VOOR ELKAAR, EERST RIEP JIJ
VRAGEND MIJN NAAM, IK SCHREEUWDE ‘JA DIE BEN IK’,
HET KNALDE IN DE LUCHT, JIJ LACHTE VROLIJK.

TOEN ZEI JE: KOM DAN, SPRING, NU, EN JE STREKTE
JE ARMEN UIT, NAAR MIJ. NOG IS HET TOEN
EN ZEG JE: KOM DAN, SPRING, NU, EN JE STREKT
JE ARMEN NAAR ME UIT, NOG EVEN WIJD.

Gezangen voor de liturgie 461: Het woord datik je heden geef

(de roltrap)

Als God dan naar ons toekomt. Waarom bljven wij dan toch zoeken naar God?
Wat is dat toch, dat wij altijd weer het idee hebben niet te voldoen.
En bang zijn dat God ver weg is.
Een filmpje.

Wat gaat er hier mis?
Wat er mis gaat is niet dat die mensen niet de trap op lopen.
Wat er mis gaat is dat ze gaan zitten terwijl ze verder willen.

We zitten vast in ons denken. En dan is het ontzettend moeilijk om te zien. Gewoon om te zien. Om je heen te kijken en te kunnen bedenken ‘kan het ook anders’.
Je kent het allemaal wel.
Je hebt een meningsverschil, thuis met je partner, je kind, je ouders, of op je werk, of waar dan ook.
En je bent boos. En je vindt dat je gelijk hebt.
Dat heb je ook.
En omdat je gelijk hebt, en omdat je boos bent. Blijf je boos. Moet de ander jou gelijk geven.
Alleen, het gebeurt maar al te vaak dat de ander ook boos is. En ook gelijk heeft.
Dat kan, dat gebeurt heel vaak. Jij hebt jouw reden, de ander heeft zijn of haar redenen.
En je komt niet tot elkaar.
Je zit vast op de roltrap en komt niet verder.
Het enige wat helpt is als je het toch waagt om in beweging te komen ,naar elkaar toe.

Je zit vast in je denken en misschien wel in je geloven.
Je hebt een beeld mee gekregen van een God die boven in de hemel woont. Voor sommigen is dat misschien nog wel een oude man met een witte baard, en een wit kleed.
Een beeld van een God die hoog verheven is boven de mensen en die ziet wat wij doen. En die ons aan het einde van ons leven zal vragen ‘Adam, waar ben je ‘.
Maar dat geloof is stil komen te staan. Je weet dat dat beeld niet klopt.
Er is geen hemel achter de wolken. Achter de wolken is het grote niets.
Het is anders, en God is ook anders. Maar hoe.
En dan blijft de roltrap stilstaan. En gaan we er maar bij zitten.
Misschien komt er iemand die de roltrap weer in beweging krijgt.

Ik heb nog een lezinguit , Johannes
Het is een discussie tussen schriftgeleerden en Jezus.
Even terzijde, om het nog wat moeilijker te maken. Het evangelie van Johannes is ongeveer geschreven, we weten het niet precies, in het jaar 90 na Chr. Ruim een halve eeuw nadat Jezus al was heengegaan.
En het is geschreven in een tijd dat de vroege christelijke kerk al slaande ruzie had met de Joden. En dat vindt je terug in het evangelie van Johannes. Daar krijgen de Joden al min of meer de schuld wat er met Jezus staat te gebeuren. Het evangelie van Johannes heeft anti-Joodse trekken.
Net als er nu mensen zijn die zeggen ‘islamieten zijn….’ en vul dan maar aan. Een groep mensen over één kam scheren, zo gebeurt het zelfde in het Johannesevangelie. Daar zijn het ‘de Joden’.

(je bent hartstikke gek)

Johannes 8, 48-59
‘De Joden’ ik denk dat je beter kan invullen ‘enkele schriftgeleerden’ die zeggen tegen Jezus ‘je bent hartstikke gek’. (u bent bezeten)
Nee, zegt Jezus, ik ben niet gek, Ik eer mijn Vader.
Wat hij heeft dan gezegd.
Jezus heeft gezegd. Wie mijn woord bewaart zal de dood niet zien.
Is het niet terecht dat ze kwaad worden en dat ze Jezus voor gek verklaren.
Ik vind van wel.
Afgelopen week is een jongen van vijftien jaar, hij zat op Stad en Esch, zomaar overleden. Woensdag is hij begraven. Zijn ouders waar zijn zij nu.
En een jaar geleden, op deze dag, werd in ons dorp Rudmer begraven.
De dood kan je niet ontkennen.
Dan doe je onrecht aan het leven.
En ik heb daar ook geen antwoord op.
Alleen een vraag.
Waar is God, en wat bedoelt Jezus, als hij zegt dat je de dood niet zult smaken.

Ik maak het nog wat moeilijk voor jullie.
Als je de evangeliën er nauwkeurig op na leest. Dan kan je daarin de woorden van Jezus lezen en dan zie je daarin dat Jezus er van overtuigd was dat het Koninkrijk Gods op aanbreken stond. En dat betekende dat de doden zouden opstaan en de mensen die nog leefden niet dood zouden gaan.
Dat zie je ook bij de apostel Paulus, die schrijft het zelfs letterlijk dat hij gelooft dat de mensen die toen leefden Christus zouden zien terugkomen op de wolken en dat de mensen niet meer dood zouden gaan.
Wij weten dat Paulus het mis heeft gehad. Het leven en de dood is doorgegaan.
En het is iets minder duidelijk, maar als Jezus dat ook dacht, en daar lijkt het op, dan had hij dat ook mis.
Dat is schokkend.
We waren net zo mooi onderweg op de roltrap naar de hemel en het eeuwig leven en nu staat hij plotseling stil.
Wat moeten we doen.
Zou er iemand komen om ons te helpen?
Wat kan je nog met je geloof, met God, met Jezus.

De sleutel, zit in het einde van de ruzie.
De Joden zeiden ‘U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben? ‘
Ik moet toegeven, ik heb Abraham ook nog niet gezien, dat duurt nog zo lang, nog wel een week.
Maar dit is het antwoord van Jezus
VOORDAT ABRAHAM WAS, BEN IK

Gezang 271, 11.2.3.8

Voordat Abraham was ben ik.
Jezus zegt dus niet ‘Voordat Abraham was, was ik er’.
Want dat klopt niet.
Nee, hij zegt, Voordat Abraham was, ben ik.
Ik moet er zijn, voordat Abraham in beel d komt.
En dat is het, het verhaal van God met mij begint bij mij.
Ik moet er zijn.
Het was er al voordat ik er was, maar het begint met mij.
Ik kan niet om mijzelf heen, en er is geen verhaal over God voor mij als ik mij zelf daarbuiten hou.
Ik kan niet iets van God zeggen, zonder dat het vanuit mijzelf komt.
Het is mijn geloof, mijn ervaring, mijn hoop, mijn angst, mijn verhaal, mijn ladder naar de hemel.

En dat is het armzalige geloof dat ik jullie te bieden heb.
Ik kan niet zeggen ‘God is…’
Behalve als ik het zelf leef, God is liefde, als ik de liefde handen en voeten geef.
Ik kan niet zeggen ‘God gaat me je mee…’
Behalve als ik het leef, en met jou meega.

Er zit geen God boven op de balk van onze kerk.
Er is alleen een verhaal dat God is afgedaald.
En ze gaven hem de naam Jezus.
En Jezus gaf die naam door,
en het werd jou naam en het werd mijn naam.

Nooit, nooit kunnen wij ons God toeëigenen en zeggen ‘kijk, daar zit íe’.
Maar ook nooit, nooit kunnen wij God kwijtraken,
Want God is ons in het hart gegeven.
En dat, dat is het geheim van ons bestaan.
En van ons leven, dat de dood te verduren heeft.
en het leven leeft,
waar wij het wagen te leven ‘God met ons’.

De Levende zegene en behoede u ,
De Levende doe Haar aangezicht over u u lichten en zij u genadig
De Levende verheffe Zijn aangezicht over uen geef u vrede.