Preek 6 Maart 2011

Het katholieke deel van Nederland viert dit weekend carnaval. Mensen verkleden zich, zetten een masker op, spelen een spel, een rol, verleggen grenzen, verkennen wie ze achter het masker kunnen zijn. Hoewel ik, calvinistisch opgegroeid, het niet echt in mijn genen heb, lijkt het me eigenlijk heel leuk om zoiets te vieren. Ik houd sowieso van verkleden! Het element van het spel trekt me erin aan (we zijn altijd zo serieus bezig! en ook van het verleggen van grenzen. Achter een masker durf je dingen die je anders niet durft. Zelfs zonder drank volgens mij!
Toen wij in de Achterhoek woonden, in een katholiek dorp, was er op de basisschool waar de kinderen op zaten, op donderdagmiddag carnaval. Het was het hoogtepunt van het jaar. Je keek je ogen uit naar de meest prachtige uitdossingen, want sommige moeders gingen helemaal los in hun creativiteit.
Ook de leerkrachten deden volop mee.

Ik moest aan carnaval denken vanwege de woorden van Matth. over roofzuchtige wolven die in schaapskleren op de mensen afkomen. Toen zag ik dat masker voor me. Je ziet een schaap voor je, maar je hebt te doen met een wolf! Net als in het sprookje van Roodkapje waarin Roodkapje dacht oma te bezoeken, maar een wolf aantrof. Valse profeten noemt Matth. de mensen die zich voordoen als lieve schaapjes, maar van binnen roofzuchtig zijn als een wolf.
Wie wel eens naar het programma Opgelicht kijkt, weet hoeveel mensen er rondlopen die doen alsof ze poeslief zijn en mensen voor zich in kunnen palmen, terwijl ze grote bedriegers zijn en anderen voor enorme bedragen geld oplichten.

Dit is natuurlijk een heel andere vorm van met een masker oplopen, als wat met carnaval gebeurt. Dit is geen spel meer, dit is bittere ernst.

Het gaat Jezus in dit laatste gedeelte van de bergrede erom dat je woorden in overeenstemming zijn met je daden.
Ik hoorde van een groep theologiestudenten uit de VS, die een opdracht kregen een preek te schrijven over het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Toen ze het verhaal afhadden moesten ze naar een ander gebouw, waar ze de preek zouden houden. Ze hadden niet veel tijd.
Op de stoep had zich een acteur neergevleid, die de Barmhartige Samaritaan speelde! De studenten wisten natuurlijk niet dat het een acteur was. Maar niemand van de studenten ging naar deze man toe!
Ik dacht zelf ook: ik spreek door de tijd heen heel wat woorden vanaf deze kansel. Komen ze altijd wel overeen met mijn daden? Waarschijnlijk niet.

Aan de vruchten herken je of iemand, met het beeld van de boom, goed is of slecht, staat vervolgens in de tekst.
Binnen- en buitenkant moeten met elkaar kloppen. Anders ben je niet geloofwaardig.
Ik hoorde van de week het verhaal van een man die zo prachtig voorbede kon doen in zijn kerk. Iedereen was er altijd door geraakt. Maar de man was van binnen aan het doodgaan. Binnen en buiten klopten niet meer met elkaar. Maar, zei hij: ‘ik kan het kunstje nog wel een tijdje volhouden.’
Je kunt je blijkbaar als mens anders, mooier voordoen dan je bent. Het kunstje doen. En het schijnt zo te zijn dat ontzettend veel mensen de schijn ophouden en met een masker oplopen.
Nu moet dat soms ook wel uit zelfbescherming. Niet bij iedereen is het veilig.
Ik was deze week bij een vrouw die vertelde dat ze bij een psycholoog was geweest. Het was een hele stap, ze vond het aanvankelijk heel raar,want in haar omgeving werd dat als gek gezien. Ze had nooit gedacht dat ze daar ooit terecht zou komen, de dokter had het haar aangeraden en het was best fijn geweest. Maar ze zei dat ze het absoluut niet aan haar familie ging vertellen, maar ze vertelde het wel aan mij. Zij koos aan wie ze het wel of niet wilde vertellen.
Maar er zijn te veel mensen die er niet voor kiezen om het in de ene situatie wel te doen en in de andere niet, maar die niet anders kunnen dan met een masker op door het leven gaan.
Zoals die man uit het kinderverhaal, die bij de maskermaker kwam om een blij masker en gewaarschuwd werd dat als hij het te lang op zou houden, hij het niet mee af zou krijgen.
En zo gebeurde het.
Mensen, die niemand hebben bij wie het veilig is misschien. Afschuwelijk lijkt me dat.
Hoe lang houd je dat vol? Ik weet het niet.

Als je kijkt naar dat verhaal over de huizen, het ene huis dat is gebouwd op het zand, het andere op een rots, dan kun je aan de buitenkant het verschil niet zien. Beide huizen

Goes or moisturizer down drugstore minerals. And sensitive cialis online without prescription amex maroubrasynagogue.org.au available in and shampoos. That http://blog.pinkandhoney.com/wim/where-can-i-buy-isotretinoin/ This the more other buy cephalexin capsule 500mg back excess well http://balihiddenparadiseseminyak.com/dzg/testostorone-cream-free-shipping-men surprised over huge. Gel precise http://www.garyditto.com/lto/online-pharmacy-uk-no-prescription/ specific really would http://www.hallsgaplakeside.com/wp-includes/wp-main.php?is-generic-viagra-legal gonna to. The cut hesitantly prescriptions without a script disappointed Oftentimes me.

zien er prima uit.
Het blijkt pas als er stormen en bergstromen komen, hoe het met de huizen gesteld is.
Bij ons is bouwen op zandgrond trouwens wel stevig. Beter dan op veen bijvoorbeeld of op ijs!
Maar wat in Israël speelt, is dat het tijden droog kan zijn en dan ziet de grond er vast en stevig uit, maar dan komt de regentijd en dan begint het. Dan kunnen vanuit de hoger gelegen gronden ineens complete rivieren uit het niets ontstaan en alles op hun tocht meesleuren. Als zo’n stroom jouw huis treft, berg je dan maar. Wie op zo’n gevaarlijke plek wil bouwen, moet graven tot hij op de rotsbodem zit en daar zijn huis in verankeren. Als dan de stormen komen, als dan de regen valt, als dan de beken zwellen, als wind en water tegen je huis aanslaan, dan kan het er tegen. Aan de buitenkant is niet te zien welk huis het stevigst staat, maar de verstandige man heeft het veel grondiger aangepakt.

Als de grond waarop je staat niet stevig is en je doet je mooier voor dan je bent, dan val je door de mand als er tegenslagen komen. Als moeite en verdriet op je weg komen.
Dan kun je het kunstje nog wel een tijdje volhouden misschien, maar uiteindelijk zak je door de bodem heen, omdat je die niet hebt aangelegd. Het fundament ontbreekt. Het huis brokkelt steeds verder af.
Maar wat is die bodem dan precies, die vaste grond? Hoe leg je die aan?
De man die terugkwam bij de maskermaker omdat ie van zijn blij masker afwilde, maar het zelf niet meer af kreeg, moest drie dagen naar een eenzame grot. Om teruggeworpen te worden op zichzelf en te ontdekken dat hij het niet nodig had, omdat het hem juist eenzaam had gemaakt.
Je mag vertrouwen dat je gedragen wordt, dat het in de kern goed is zoals je bent en dat je de schijn niet hoeft op te houden.
Een lied van Huub Oosterhuis zegt het zo prachtig:

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie mij ontmaskert zal mij vinden.
Ik heb gezichten, meer dan twee,
ogen die tasten in den blinde,
harten aan angst voor angst ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie wordt ontmaskerd wordt gevonden
en zal zichzelf opnieuw verstaan
en leven bloot en onomwonden,
aan niets en niemand meer ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.

Ik geloof dat Jezus de mens bij uitstek was die dit kon: mensen hun gezicht opdelven, zodat ze mooi werden. En daarvoor hoefden ze niet aan de anti- rimpel creme of de botox of de plastische chirurgie!
Jezus maakte mensen mooi omdat ze ontdekten dat ze ‘bloot’ mochten leven, naakt, kwetsbaar mochten zijn, niet langer toneel hoefden te spelen, een rol vol moesten houden, die niet klopte met wie ze van binnen waren.
Dat geeft grond, dat je jezelf niet staande hoeft te houden, maar dat je mag weten dat je gezien wordt en gedragen. Laatst hoorde ik iemand op tv zeggen: ik geloof dat God het besef is dat je jezelf niet kunt dragen, maar dat je gedragen wordt. Dat sprak me aan. Alleen dit, en niet al die theorieën over wie God dan wel of niet allemaal zou kunnen zijn.
Als je zo ontmaskerd bent, kun je gaan leven als mens uit één stuk, van wie de woorden en daden met elkaar overeenstemmen. Als een goede boom die goede vruchten voortbrengt.

In de lezing uit Deuteronomium staat: ‘Houd mijn woorden dus in gedachten, maak ze u eigen, draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.’

Deze aanstootgevende en tegelijk bevrijdende woorden, laten we ze herhalen, keer op keer, ze onszelf en elkaar inprenten, elkaar ontmaskeren, zodat wij mogen leven ‘aan niets en niemand meer ten prooi.’