Preek 13 Maart 2011

Veertig dagen de woestijn ingaan, wat bezielt een mens om zo’n tocht te maken?
Nu is het tegenwoordig wel zo, dat mensen die zwelgen in de luxe juist behoefte lijken te hebben aan ontberingen. Als je tenminste alle tv programma’s ziet, waar mensen in de wildernis allerlei opdrachten moeten uitvoeren. Al zit daar een groot competitie element in. Ook zijn er vele mensen die pelgrimeren, b.v. naar Santiago de Compostela. De verslagen gaan veelal over blaren, vermoeidheid, regen, te zware rugzakken, geen onderkomen voor de nacht kunnen vinden en toch voert dat juist blijkbaar naar de kern. Waar gaat het echt om in het leven?
Wat bezielde Jezus om zoiets te doen?

De Geest dreef Jezus naar de woestijn, staat er. Niet de satan, de splijter, die een wig probeert te drijven tussen Jezus en God, de Vader. Hij komt later in het verhaal voor. Het is blijkbaar een noodzakelijk, een geestelijk gebeuren dat Jezus de eenzaamheid opzoekt. Net daarvoor is hij gedoopt. Het was een godservaring. Hij zag de hemel open en hoorde een stem: ‘je bent mijn geliefde zoon, ik jou heb ik mijn welbehagen’.

Maar nog nauwelijks was de hemel opengegaan of de hel breekt los. De mensen zijn weg, Jezus is alleen, er is geen stem meer, de hemel niet open, de demonen liggen op de loer.
Is dat omdat de roeping van een mens altijd moet worden uitgezuiverd? Omdat bij roeping beproeving hoort?
Ik denk dat Matth. beseft dat Jezus mensen nooit van hun verscheurdheid en angst had kunnen genezen wanneer hij de boze geesten niet eerst in zijn eigen ziel had getemd. De aanvechting, de beproeving.. En die confrontatie aangaan, doe je niet vrijwillig, die gebeurt niet in je volle leven met alle afleiding, maar daar waar je compleet op jezelf wordt teruggeworpen. In de eenzaamheid, waar niets of niemand voorhanden is om je wat comfort te geven. Waar, als alles wegvalt, de stemmen van binnen levensgroot op je afkomen.

Jezus vast. Het vasten heeft dezelfde uitwerking als de woestijn ingaan. Anselm Grün heeft een boekje geschreven over het vasten. Hij zegt daarin: Als we vasten, hebben we niets meer waarmee we de leegte, die aan de oppervlakte komt, kunnen opvullen, en die de begeerten en behoeften die zich aandienen, kunnen verdringen. We worden op niets ontziende wijze geconfronteerd met de krachten die in ons binnenste strijden om de heerschappij. Het gaat er uiteindelijk om of we in ons hart plaats inruimen voor de heerschappij van God of van satan.’

Maar na 40 dagen kreeg Jezus honger. Gewoon honger. Jezus was niet verheven boven lichamelijke behoeftes. Wij geloven misschien dat Jezus een soort superman was, die kon wat wij niet kunnen. Ik geloof dat niet. Hij moest ervoor kiezen om de weg van de Vader te gaan. Door beproevingen heen. Diezelfde keuze hebben wij ook. In potentie hebben wij in ons wat Jezus leefde.

De ronde platte stenen in de woestijn doen hem onweerstaanbaar aan broden denken en na enige tijd kan hij aan niets anders meer dan aan brood denken. En dan is daar de duivel! Een stem die zegt: Je bent toch Gods Zoon, nou : zeg dan tot deze steen, dat hij brood worde. De duivel wil dat Jezus de honger van zijn hart opgeeft voor de honger van zijn maag. De splijter, de door-elkaar-gooier, die je tegen jezelf uitspeelt, hij brengt je in verwarring en doet je een oplossing aan de hand: exact dat waar je zelf op dat moment behoefte aan hebt.
Waarom zou Jezus niet van die steen daar een brood mogen maken, als hij dat zou kunnen ? Wat is daar eigenlijk verkeerd aan? Stel je voor: de honger voor¬bij! Dat zou toch een oplossing zijn, voor hemzelf, maar ook voor het wereldvoedselvraagstuk? Toverbrood vanuit de hemel en de honger is de wereld uit! Waarom heeft Jezus dat eigenlijk niet gedaan? Waarom doet God dat eigenlijk niet?
Omdat ik denk dat dan een heel wezenlijk punt wordt gemist. Is er een voedseltekort in de wereld? Nee, eigenlijk niet. Er is genoeg voedsel op aarde om iedereen van voldoende eten te voorzien. Toverbrood is daarvoor niet nodig. Het schort niet aan voedselproductie, maar aan de verdeling van wat voorhanden is. Het is geen kwestie van nog handiger vermenigvuldigen, maar van eindelijk eens leren delen.

Als Jezus zijn maag had gevuld, zou zijn lichamelijke honger gestild zijn, maar hij zou geen stap verder zijn gekomen op weg zijn naar Gods Koninkrijk. Want dat koninkrijk heeft niets met massaproductie en consumptie te maken, maar met leren danken voor het dagelijks brood en het leren delen ervan. Het gedeelde brood is niet voor niets het eerste teken en zegel van een nieuw verbond. We zullen het zodadelijk hier met elkaar delen.
Jezus besefte dat de mens uiteindelijk niet leeft van brood alleen, dat de honger van zijn ziel groter is dan de honger van zijn maag.
Jezus heeft gelukkig de stem als een vreemde stem herkend. Het was niet de stem die hij bij de doop uit de hemel hoorde, niet de stem van God die zijn volk in de woestijn met manna spijzigde. En zo antwoordt Jezus: Er staat geschreven: de mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.

De tweede beproeving, op het hoogste punt van de tempel, betreft het misbruik van bijbelteksten, van religie. Jezus citeert de schrift en de duivel denkt: dat kan ik ook.
De duivel zegt: Als u de Zoon van God bent, spring dan naar beneden, want er staat geschreven: ‘Zijn engelen zal hij opdracht geven om u op hun handen te dragen…’. Woorden uit Psalm 91, we hebben ze gezongen. Bijbelteksten worden vaak misbruikt, te pas en te onpas aangehaald om het eigen belang en gelijk te bevestigen. In naam van God worden oorlogen gevoerd en met bijbelteksten vallen mensen elkaar aan. Maar het gaat nooit om de uiterlijke tekst alleen, maar om de binnenkant ervan.
God zal zijn geliefde zoon niet laten vallen. Dat is zeker. Jezus wist dat de sterke armen van zijn Vader onder hem waren. Natuurlijk was er de verleiding om zich te bewijzen. Om de duivel de mond te snoeren en van hem af te zijn. Maar Jezus wil zijn Vader niet op de proef stellen. Zijn Vader hoeft zich niet te bewijzen. Hij weet dat de liefde van zijn Vader voor hem is, ook zonder teken uit de hemel. Het is een groter vertrouwen om zich niet te laten vallen.
Daarom een ander woord uit de Schrift: Je zult de Heer je God niet verzoeken.

De derde verzoeking; voor Jezus Er zit een duidelijke opklimming in de verzoekingen, letterlijk en figuurlijk. Nu brengt de duivel Jezus naar een nog hogere plaats. Hij laat hem in een helicopterview de pracht van alle aardse koninkrijken zien. Hij biedt die Jezus aan: alles is voor hem, als hij maar één keer voor de duivel neervalt en hem aanbidt. Macht is altijd een verleiding. Kijk naar de leiders van het Midden Oosten, naar Kadafi. Hij is bezeten van macht en blind voor de nood van zijn volk. Macht: de klassieke verzoeking voor een ieder die koning wil zijn. De droom is niemand vreemd, leven als God, i.p.v. vóór God.
Maar Jezus ziet in dat als de macht hem in de greep zou krijgen, hij zijn vrijheid en liefde zou verliezen en zijn ziel zou sterven. Hij stuurt de duivel weg. En engelen komen om voor hem te zorgen. Als de beproeving is doorstaan, is daar het paradijs. De engelen hoeft hij niet uit te dagen, ze komen als hij blijft vertrouwen.

Jezus heeft het karwei geklaard dat ieder mens in dit leven moet zien te klaren. Hij heeft zijn grootheidsfantasieën beteugeld en zijn verlangen naar lustbevrediging en macht gebreideld en dienstbaar gemaakt aan een groter doel.
Hij kan aan zijn weg beginnen.
Deze tijd voor Pasen roept ons op zelf naar binnen te kijken, de leegte op te zoeken, de woestijn in te gaan te vasten en je af te vragen: welke stemmen gehoorzaam ik?
Kies ik de weg van de minste weerstand, de lustbevrediging of volg ik de honger van mijn ziel, moet ik mijzelf laten gelden, opblazen in macht en grootheid om iemand te mogen zijn, of durf ik te vertrouwen dat engelen mij op handen dragen.
De woestijn is kaal en grimmig, verlaten en lijkt dood te lopen.
Maar zie de roos van Jericho, die aan het begin van de dienst een dorre dode bol leek, is open gegaan en wordt groen. Ook de woestijn zal bloeien als een roos.
Door de woestijn zijn we op weg naar het land van belofte, op weg naar Pasen.