Preek 6 Februari 2011

Gemeente,

Vanmorgen hebben we dus twee lezingen gehoord. Allereerst de lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de gemeente in Rome: een gedeelte uit een groter hoofdstuk waarboven in mijn vertaling staat: ‘Leef volgens de wil van God’! Toen ik dit gedeelte uit het evangelie van Paulus las in de voorbereiding op deze dienst, overkwam me eigenlijk al vrij snel een soort dubbele gedachte, en een dubbel gevoel. Aan de éne kant dacht ik: ‘zo eenvoudig kan het dus zijn’, kijkende en luisterende naar de woorden van Paulus, maar aan de àndere kant bekroop me ook het besef: ‘ maar dit gaat voor een groot gedeelte tegen mijn automatische en instinctieve handelen in!’ Ik ben me er daarentegen ook heel goed van bewust, dat één van mijn grootste uitdagingen in de wereld is om dat automatische en instinctieve handelen van mijzelf en, misschien ook dáárom wel dat primitieve en ondoordachte handelen van mijzelf, juist te leren beheersen. Dus probeerde ik er bij mezelf achter te komen wat mij nou zo in de weg zit gemeente: waarom die twéé kanten zo’n rol spelen. Toen bedacht ik me, dat je als je vanuit de woorden van Paulus leeft, je de veiligheid van je eigen automatische handelen als het ware òp moet geven voor een geheel nieuw handelen op basis van een nieuwe gedachte, een nieuw ideaal, dat van buiten jezelf komt! En om daartoe over te gaan, daar is moed voor nodig en durf en vertrouwen in dat nieuwe ideaal, dat realiseerde ik me! Dus: durf, moed en vertrouwen ìn iets dat van buiten jezelf komt! Dus: ter wille van iets nieuws en iets nieuws dat bovendien ànders is en dat bovendien ook nog van buiten onszèlf komt, moet je je eigen ‘drill’ zou je militair zeggen die je je van begin af aan hebt aangewend, ìnruilen voor een totaal nieuwe en een principieel àndere ‘drill’ waardoor je het onzekere gevoel krijgt dat jezelf en je omgeving niet meer zèlf beschermt maar dat dat door iemand ànders wordt gedaan en: door ìets anders wordt gedaan het vervolg!
Ja, gemeente: komt dat dan nog wel goed, hebben we daarin dan ook meteen zomaar vertrouwen, of komen er tegenwerpingen?
Een tegenwerping zou ten eerste kunnen zijn: maar, komt het dan altijd goed als je die verdediging zelf ter hand neemt; of is daar op àf te dingen? Bij een gevoel als ‘vertrouwen’ zou dat immers een rol kunnen spelen. Als je op die vraag ècht en òprecht ‘neen’ kunt antwoorden, ben je denk ik verder van huis ten opzichte van de inhoud van de lezing van vanmorgen, dan als je ‘ja’ antwoordt, want dan ben je waarschijnlijk over te halen tot het standpunt dat Paulus hanteert in naam van de Heer zelf! Want: in het omgaan met conflicten stelt Paulus, overigens op zéér goede gronden, een gematigde houding voor, die aan de positie van iemand die een conflict met een ander heeft, bijna tegelijkertijd een bemiddelende taak in dat conflict geeft! Bijna ook een dienende rol in dat conflict dus, zou je zeggen: zoekend naar alternatieven: afwachtend en beschouwend: vanuit een hoger inzicht in wat zich voordoet: bijna in een bemiddelende en adviserende rol, en die rol is dus niet alleen voor zichzelf maar óók voor de ander, met wie diegene ìn dat conflict is verbonden! Gemeente: dat is natuurlijk een bijzondere en een hele nieuwe positie: zeker in die tijd en in die wereld die zich in het rechtssysteem van toen liet kenmerken door: oog om oog, en tand om tand; een wereld die grote moeilijkheden had als het ging om grenzen te stellen tussen wraak en gerechtigheid; die gekenmerkt werd door ‘eigen richting’ ook al viel men onder het Romeinse recht. Een geheel nieuw standpunt dus neemt de apostel Paulus hier in, gemeente! Ook het idee, dat de uiteindelijke wraak, als er dus gewroken zou moet worden, bij God hoort, aan God is, en niet aan òns hier op deze aarde, is een volkomen nieuw en baanbrekend standpunt. Kennelijk is wraak zoiets dat in ònze samenleving principieel niet thuishoort: wij behoren die categorie kennelijk niet te bezigen in onze samenleving! Ik bedacht me toen ik dat las, in hoeveel conflicten tussen mensen en uiteindelijk ook volkeren ‘wraak’ wèl een rol speelt en hoeveel spanningen in de samenleving gebaat zouden zijn met het uitbannen van de gevoelens van wraak. Waar het, geloof ik, dus om gaat is dat je in een conflict de ruimte voor een ander schept om weer opnieuw met jou te kunnen beginnen, in het vertrouwen dat jij ook bij die ander weer de ruimte zult krijgen om er weer opnieuw te kunnen zijn: principieel dus, als uitgangspunt in het gesprek met elkaar.
Je maakt dus in een conflict met de ander, de weg naar elkaar niet zo kapot dat er geen omkeer mogelijk meer is, sterker: in je houding en je benadering in het conflict, bouw je de weg tot herstel van begin af aan direct al in!
De positie is dus principieel: er samen uit te komen, je bedenkend dat je allebei schepsel bent van dezelfde Schepper!
Ik geloof gemeente, dat het volgende advies van Paulus dan ook daar vandaan komt: ‘overwin het kwàde door het gòede in te brengen en niet het kwade te dienen door er nog meer kwaad tegenover te stellen’, kennelijk zoiets dus, want dat blijkt een heilloze weg, een weg zonder heil dus, zonder ‘heel-makende’ effecten, als we het kwade tegenover het kwade stellen!
Een wijdverbreid misverstand bij het Bijbelse begrip ‘vergeving’ is overigens het volgende beeld, dat het in de Bijbel er om zou gaan liever over jezelf héén te laten lopen dan je teweer te stellen tegen aangedaan onrecht en steeds maar nieuwe wangen toe te blijven keren, alsof we er niet maar twéé hebben gemeente!! De essentie van vergeven wordt zo immers belachelijk gemaakt! Juist in tegenstelling tot dat beeld, gaat het er juist om, met een àndere houding een conflict in te gaan, met meer alternatieven dan met geweld alleen: in jezelf en mèt die ander tegelijkertijd naar alternatieven te zoeken en dàt is iets nieuws! Maar het blijft iets lastigs en ‘een beetje van buiten mijzelf’: als in een soort leerproces, want het lijkt toch ècht voorlopig een stuk makkelijker om je eerste emotionele opwelling te volgen, dan om je, tijdens je eigen gevoelens en opwinding in een conflict óók nog eens in die ànder te moeten gaan verplaatsen: das een klus, dus!
Paulus schrijft in een brief aan zijn gemeente in Rome, en geloof me, die hadden het moeilijk in die tijd en wisten echt niet waar en hoe ze zich konden bewegen en ze werden aan alle kanten zwaar vervolgd: Als uw vijand honger heeft, geef hem te drinken: dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd! Je geeft dus in het conflict door je houding aan de ànder al de argumenten om, van haar of hèm uit, dat conflict met jou een andere en een positievere wending te geven door met een alternatief te komen!
Dat is dus helemáál niet over je heen laten lopen, en ook niet: over die ànder heen lopen, maar je kràcht gebruiken om tot een betere en werkzamer positie ten opzichte van elkaar te komen en zo de zaak op te lossen!
Goed, dan de tweede lezing van vanmorgen uit het evangelie van Matthaeus, die sluit er op het eerste gezicht niet helemaal bij aan zou je zeggen, maar: dat lijkt maar zo vind ik, gemeente! Allereerst die onreine man met die besmettelijke huidziekte: zo iemand werd dus standaard meteen uit de gemeenschap gezet. Contact met een onreine maakte je zelf ook meteen onrein en men paste er wel voor òp om te dicht bij zo iemand in de buurt te komen. Het weer opnieuw rein worden met alle rituelen die daarbij horen kostte veel tijd en was alleen daarom al af te raden, afgezien van de maatschappelijke schade die je eraan overhield door met zo iemand om te gaan: wegblijven dus! Bovendien verliep dat ziekteproces zo dramatisch en zo ingrijpend in iemands wezen, dat men er de straf van God in zag als iemand daarmee behept werd. En dan is er, opeens hoorden we, iemand in zo’n positie die zo graag weer rein wil worden dat hij naar Jezus toe komt en zich voor Hem neerwerpt, en Hem vraagt: ‘Heer, als u het wilt, kunt u mij rein maken’. Jezus zegt tegen hem: ‘wordt rein’ en: hij werd rein!
Dan gaat verder in de evangelielezing om een centurio die naar Jezus toekomt in verband met een zeer zieke slaaf. Die centurio is dus een officier in het leger van de gehate en als onreine beleefde overheerser, van die vijand uit Rome! Volgens de joodse wet dus óók niet iemand om zomaar mee om te gaan: ook een onreine; voor velen onder u overigens een houding van het joodse volk die vast ook nog herkenbaar is vanuit onze eigen geschiedenis van zo’n zeventig jaar geleden. Toch komt ook deze man naar Jezus toe en zegt tegen Hem: Heer, ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt, u hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen! Een bijzondere manier van Jezus de eer geven die Hem toekomt, vond ik toen ik dat las: die houding van die romein is als overheerser wel opvallend ten opzichte van een rabbijn! Dan vergelijkt die militair op een gegeven moment het gezag van Jezus over die ziekte met zijn eigen hiërarchische militaire structuur: een hogergeplaatste geeft een bevel aan een lager gegradueerde en die volgt dat op, zo werkt dat,en dat gezag geeft de centurio ook aan Jezus.
Geen gedoe van tevoren of zo, maar: ‘Spreek en mijn slaaf zal genezen”: blindelings vertrouwen van die centurio in Jezus! Net zoiets als bij die man met die huidziekte: blindelings vertrouwen in de goede afloop van de zaak als je met Jezus spreekt. En dat valt Jezus ook op: Ik vond geen groter geloof in Israel dan bij deze man, deze centurio, zegt Hij! Tegelijkertijd verbindt Jezus daaraan de opmerking dat juist onder degenen waar Hij tussen woonde en leefde en werkte en vertelde en sprak, er velen waren die de echte inhoud van Zijn woorden nooit zouden kunnen oppakken en daardoor iets zeer waardevols zouden gaan mislopen.
Wat me opviel in die beide beelden, van de zieke man en van de centurio, is dat Jezus direct toegankelijk voor hen is, en verder dat Hij van die genezingen geen publiciteitsstunt maakt voor zichzelf, en dat Hij zonder enige voorwaarden, maar slechts op grond van de principiële bereidheid van deze mensen om zich aan Hem over te geven, hun verzoek inwilligt en gebreken en tekort opheft. Als je dat gegeven nou vertaalt naar onze andere houding in een conflict, dan zou je kunnen opmerken dat waar er sprake is van een tekort, of misschien wel van ‘een tekort schieten’ ten opzichte van elkaar, juist een ópen houding naar de ander helemaal in overeenstemming is met hoe Jezus zich opstelt ten opzichte van degenen die Hem om hulp vragen! Jezus gaat namelijk zonder die mensen eerst op hun mógelijk tekortschieten te wijzen, of ze er op aan te spreken, of allerlei andere eisen vooraf te stellen, direct in op hun hulpvraag! Hij zoekt niet de discussie of benoemt een mogelijk verschil in hun levenshouding en die van Hem, of bevraagt ze op hun geloof of iets dergelijks maar: Hij gaat in op hun vragen! Zou je dan in aansluiting hierop niet heel voorzichtig je kunnen afvragen of er ook in een conflict tussen mensen, en mensen en God net zo goed natuurlijk, niet ten diepste een hulpvraag verborgen zou kunnen liggen, gemeente? En zou dan in die huidziekte, of die ziekte van die slaaf, naast de feitelijkheid van die ziekten en de feitelijkheid van de hulpvraag om daaraan een eind te maken, eigenlijk niet ook een diepere hulpvraag aan Jezus kunnen verbergen en heeft Hij, Jezus dus, dáár aan dan eigenlijk niet beantwoordt?
Ik geloof van wel gemeente! Dáárom die voorzichtige houding van Jezus en die vraag om de genezing niet naar buiten te brengen, daarom Zijn verwondering over het geloof van die centurio en Jezus’ zorgen over degenen die Zijn antwoord aan een zieke wereld niet kunnen horen: het gaat niet om de buitenkant van Zijn woorden of Zijn daden, of zelfs ook maar om die wonderbare genezingen, neen: het gaat om waar het voor stáát en dàt moet je gaan zien, dàt moet je gaan geloven en dàn laat je je door het wonder van Zijn woorden aanraken!! Daarom ook steeds weer een aansporing tot navolging, zowel bij Jezus in Zijn woorden en daden als later bij Paulus: het kan ècht anders worden: jullie wereld is rijp voor mijn systeem van totaal nieuwe ideeën, luister goed en probeer verder en dieper te kijken dan je tot nu toe hebt gedaan!
Dus, zoals ik het zie, gemeente: de werkelijkheid van Jezus komt niet vanuit onszelf, is daarom totaal ànders en van een àndere orde, maar gemeente: die andere wereld is wel door Hem op ons toegesneden, voor ons voorbereid en is daarom voor ons bereikbaar en vandaar Zijn aansporingen om je in te zetten om iets van die andere wereld in de wereld van ons neer te zetten alleszins méér dan de moeite waard!!

Amen.