Preek 13 Februari 2011

Woede is één van de zeven hoofdzondes. Naast traagheid, hebzucht, vraatzucht, lust, jaloezie en hoogmoed.
Om gelovigen toe te rusten tot een deugdzaam leven, zijn de kerkvaders al in de Middeleeuwen tot deze opsomming gekomen. Op grond van bijbelse gegevens en wat ze zagen bij de mensen.
Met deze dingen zou een mens het moeilijk hebben, ontdekten ze, om tot een deugdzaam leven te komen. De hoofdzondes vormen drijfveren van mensen die het mensen moeilijk maken goed te leven. Nog voor de psychologie haar intrede had gedaan, wisten de kerkvaders uitdrukking te geven aan waar mensen het te kwaad mee hebben.
Hoewel ik me nooit zo had beziggehouden met die zeven hoofdzondes, vond ik het heel aardig te ontdekken dat ze in het enneagram ook een belangrijke rol spelen. Ook hier worden de zeven hoofdzondes gezien als een belemmering om voluit te leven, om uit te groeien tot mens van God. En in dit systeem heeft ieder mens zijn eigen hoofdzonde, die eruit springt.
De woede hoort bij het type van de perfectionist. Mensen die een sterk plichtsbesef hebben, ergeren zich aan mensen die nonchalant en slordig zijn, terwijl de perfectionist zich zo uitslooft om orde op zaken te stellen. Iemand met een sterk plichtsbesef, staat zelf vaak onder druk om altijd maar te moeten. Hij/zij wordt boos of woedend, als dat niet voldoende lukt, boos op zichzelf of op een ander. Eronder zit een geschonden of verminderd gevoel van eigenwaarde. Dat geldt bij alle hoofdzondes zo.

Wat zegt de wet, als iemand in zijn kwaadheid het zo ver laat komen dat hij overgaat tot moord, tot doodslag? De wet zegt: dat mag niet, doodslag is strafbaar voor het gerecht. Maar wat zegt de wet nu over de binnenkant, over wat er aan de moord is voorafgegaan in het hart? Mag dat dan wel? Is dat dan wel gerechtvaardigd? Mag je je daarin maar laten gaan? Je opwinden over een ander, zitten broeien om een ander een hak te zetten, iemand dood wensen?Veel mensen dachten dat zij zich aan dit deel van Gods wet hielden, zolang zij niet daadwerkelijk een moord pleegden. Want de wet zegt daar niets over. Kun je dan toch zomaar je gang gaan.
Jezus zegt dat doodslag begint op de verborgen plaats in ons hart waar gedachten ontstaan die leiden tot moord. Op deze manier vervult hij de wet. Hij schaft ‘m niet af, dat verwijt krijgt hij vaak, maar hij radicaliseert de wet, vervult de wet.
De eigenlijke bedoeling van de wet wil Jezus blootleggen. Het gaat hem niet alleen om het uiterlijk naleven van de geboden, maar om de innerlijke gesteldheid, om het hart. Jezus wil zo de geboden verdiepen en aanscherpen. Jezus brengt ons de innerlijke waarheid van de wet, zou je kunnen zeggen.
Het gaat hem om de innerlijke gerechtigheid, de overtreffende gerechtigheid, een grotere gerechtigheid dan die van de Farizeeën en Schriftgeleerden.

Hoe zit het dan precies? Mag je dan nooit boos zijn?
Jawel. Het kan heel goed zijn om boos te worden en niet alles te slikken b.v. wat iemand tegen je zegt. Of wat je is aangedaan of overkomen. Als je alles maar passief ondergaat, maak je jezelf tot slaaf. Boosheid is goed om jezelf en je bezittingen te beschermen.
Ik zou zelf b.v. vaker boos moeten worden, niet altijd maar incasseren zonder iets terug te geven van wat het mij doet. Door boosheid voel je je ook sterker worden.
Ze brengt allerlei lichamelijke processen op gang. Onze adrenaline begint te stromen, onze honger verdwijnt, we kunnen helderder en scherper zien, er wordt testosteron aangemaakt en er komt glucose vrij uit onze lever.
Maarten Luther schreef, ook een perfectionist overigens : ‘Als ik boos ben, kan ik goed schrijven, bidden en preken, want dan wordt mijn hele temperament versneld, mijn verstand gescherpt en alle wereldse ergernissen en verleidingen verdwijnen.’
En we spreken ook wel over heilige woede, woede die onrecht blootlegt. Zoals Jezus met zijn zweep de handelaars op het tempelplein wegjoeg.
We kunnen dus ook op een positieve manier gebruik maken van boosheid.
Boosheid of woede kan een natuurlijke reflex bij gevaar zijn, maar woede kan ook een destructieve emotie zijn. Woede die de geest verduistert en tot wraak leidt, tot blijvende wrok.
Zelfonderzoek is dus belangrijk. In woede ontsteken uit haatgevoelens geeft alleen maar verliezers. Het helpt degene die woedend is ook niet verder. Het lucht niet op, want er is teveel schade aangericht bij de ander. Er zijn grenzen overgegaan, die niet overgegaan hadden mogen worden.
Woede is b.v. de hoofdoorzaak van huiselijk geweld.
Maar hoe voorkom je dat het zover komt?
Zelfbeheersing is de weg niet, zegt het boekje ‘Bijbelse verhalen als spiegel van de ziel, Over de zeven hoofdzonden als hulp tot heelwording’. In het Boeddhisme is oefening in tegengestelde emoties een beproefde weg tegen de woede.
Zoals Jezus zegt: heb je vijanden lief. Het lijkt een onmogelijke opdracht waarbij je jezelf geweld moet aandoen. Maar het is vooral een uitnodiging om andere, zachtere emoties toe te laten.
Martin Luther King begreep dit. Hij zei: ‘Tegen onze bitterste vijanden zeggen we: We zullen uw vermogen om lijden te veroorzaken pareren met ons vermogen om lijden te ondergaan.
Wij kunnen niet in goed geweten uw onrechtvaardige wetten gehoorzamen. Ons keren tegen het kwaad is onze morele verplichting. Stuur uw gemaskerde werkers van het kwaad te middernacht in onze gemeenschappen en laat ons halfdood liggen, we zullen u toch liefhebben. Maar wees ervan verzekerd dat we u uit zullen putten met ons vermogen tot lijden. De dag komt dat wij de vrijheid zullen winnen, maar niet enkel voor onszelf. We zullen zo’n krachtig beroep doen op uw hart en geweten, dat we u stap voor stap voor ons zullen winnen. Dan zal onze overwinning een dubbele overwinning zijn.’ Eigenlijk zag je de afgelopen weken hetzelfde in Egypte gebeuren. Niet door geweld, maar door standvastigheid, werd een omwenteling tot stand gebracht.

Hiermee zijn we ook bij het volgende stukje beland, waar Jezus zegt dat als iemand iets tegen je heeft, je je eerst met die ander moet verzoenen, voordat je naar het altaar gaat.
Het gaat erover dat een ander iets tegen míj heeft. Dus niet ík die iets tegen een ander heeft! ‘Je herinnert je dat je broeder of zuster je iets verwijt.’ Als zo iemand naar de tempel gaat, naar het altaar, waar normaal gesproken de relatie tussen God en de mens wordt hersteld, zou zo iemand dan de verstoorde verhouding met een ander kunnen laten voor wat die is? Nee, zegt Jezus. Dat lijkt weer de omgekeerde wereld, maar Jezus zet steeds alles op zijn kop.
Iemand heeft iets tegen mij en toch word ik geacht de eerste stap te zetten.
Ook hier geldt: zet zelf de eerste stap naar je zogenaamde vijand.
Hoe moeilijk het is zelf de eerste stap te zetten, weten we. We hoeven alleen maar naar een programma als ‘Het Familiediner’ te kijken. Mensen voelen zich te gekwetst, boos naar die ander. Ze zetten geen eerst stap. Bijna niemand doet dat.
Het lijkt te hoog gegrepen, teveel gevraagd, die bergrede ethiek van Jezus. Het gaat tegen onze natuur in, onze emoties. Toch moet je er blijkbaar ook tegenin gaan om bij God uit te kunnen komen, en bij de ander.
We moeten ons oefenen in tegengestelde emoties, de ander liefhebben, tot mededogen komen.
Het is wel mogelijk. Jezus ging ons er in voor en anderen, zoals Martin Luther King.
In Deuteronomium wordt het ook al gezegd: Je hebt als mens de keus tussen leven en dood, tussen zegen en vloek. Kies voor het leven en buig niet voor andere goden. Dan zul je gelukkig zijn en bevrijd van haat en woede en andere destructieve krachten. De keus voor het leven en de zegen maakt ons tot mens van God, tot dienaar van mensen. Zo is het bedoeld.