Preek 30 Januari 2011

Ik las laatst dat depressies worden veroorzaakt door o.a. een obsessie naar geluk van de moderne mens. Door de welvaart waarin wij leven, is alles wat met tegenslag te maken heeft, min of meer een taboe geworden. Je hebt de plicht om gelukkig te zijn.
In tijdschriften, boeken en tv programma’s worden allerlei adviezen gegeven hoe je gelukkig kan worden. Geluk is maakbaar. Je kunt er zelf veel aan doen. Vooral de jongere generatie is daarmee opgegroeid.
Maar als je het omdraait, kun je zeggen: als je niet gelukkig bent, is dat je eigen schuld. En dan ligt een depressie zomaar op de loer.
Gelukkig betekent volgens de Van Dale ‘geluk genietend’ en ‘tevreden in het behaaglijke gevoel van bevredigde wensen.’
Maar lang niet al onze wensen worden bevredigd, toch? En dat geeft dan weer stress, dat het niet lukt om gelukkig te zijn en je wensen te bevredigen. Is het leven dan een soort verlanglijstje en moet je, wat je verlangt, dan ook krijgen?

Ergens anders las ik: Er moet natuurlijk wel aan enige randvoorwaarden zijn voldaan, om gelukkig te kunnen zijn, zoals voldoende eten, drinken, een huis om in te wonen en de afwezigheid van oorlog, ziekte, armoede e.d.
Als deze dingen ons ervaren van geluk kleuren, wat moet je dan in hemelsnaam met die zaligsprekingen en de tekst van Paulus beginnen?
Bij de mensen waar Jezus het over heeft hebben is er geen afwezigheid van armoede, ziekte, oorlog e.d. Integendeel. Zij zitten er middenin, en daaróm juist zijn zij gelukkig te prijzen, volgens Jezus.
Opmerkelijk vond ik dat in de oudejaarsconference van Guido Weijers werd gezegd: er is een onderzoek gedaan naar geluk onder mensen, die een grote prijs hebben gewonnen in een loterij en bij mensen die door een ongeluk invalide zijn geworden. De laatste groep bleek even gelukkig te zijn als de eerste.
Dus geluk heeft toch blijkbaar niet alleen met bevredigde wensen en voorspoed te maken.
Gelukkig maar!
Er is ook een prachtig gedicht dat dit uitdrukt. Waarin geen van de wensen bevredigd wordt en er toch geluk is.

Ik vroeg om kracht
en kreeg moeilijkheden om me sterk te maken.
Ik vroeg om wijsheid
en kreeg problemen om op te lossen.
Ik vroeg om voorspoed
en kreeg hersenen en spieren
om mee te werken.
Ik vroeg om moed
en kreeg gevaren om te trotseren.
Ik vroeg om liefde
en kreeg mensen in nood om te helpen.
Ik vroeg om gunsten
en kreeg kansen.
Ik ontving niets waarom ik had gevraagd,
maar ik ontving alles wat ik nodig had!

Geluk is toch wel maakbaar omdat het nooit alleen de omstandigheden zijn, die een mens gelukkig of ongelukkig maken. Er zijn mensen die heel veel hebben meegemaakt en toch dankbaar zijn. Neem nou de mensen die door een ongeluk invalide zijn geworden en toch gelukkig zijn. Zij nemen een andere houding aan t.o.v. wat ze meemaken, dan andere mensen die alleen maar kunnen kijken naar wat hen aan negatiefs overkwam.
Bij de één is het glas altijd halfvol, bij de ander is het halfleeg.
Op mijn 50e verjaardag kreeg ik van een vriend (Dirk Jan Lagerweij, die hier wel eens preekt) een boek getiteld: Wijze vrouwen. Toen hij zelf twee maanden later 50 werd, heb ik hem het boek Wijze Mannen gegeven! De schrijfster Susan Smit heeft oudere vrouwen en mannen geinterviewd, die volgens haar door hun levenservaring wijsheid hebben opgedaan. Waar wij veel van kunnen leren.
Wat me opviel in de verhalen is dat wijsheid vooral werd ervaren als het vermogen om de tegenslag in je leven te aanvaarden. Je er niet tegen te verzetten, niet te vechten met de realiteit waarin je verkeert, maar om die te leren omarmen. Dat geeft vrede van binnen en dus geluk. Dat is natuurlijk een weg van vallen en opstaan, maar dat is de uitdaging in ons leven.
Als je dat aangaat, val je niet ten prooi aan negativisme en doemdenken.
Vecht niet tegen je omstandigheden, maar probeer je ermee te verzoenen. (Wat iets anders is dan passief blijven!)
Ik stel me voor dat de armen van geest, de treurenden, zachtmoedigen en barmhartigen, de reinen van hart, de vredestichters, waar Jezus het over heeft, zulke mensen zijn.
Hun omstandigheden zijn niet al te best. In de ogen van de wereld zijn ze dwaas. Ze hebben geen succes, geen macht, ze presteren niet. Ze zijn niet wijs naar het vlees, niet welgeboren.
Maar dat is nu net het geheim van God. Dat kracht ligt in zwakheid en dat wij een gekruisigde Christus prediken, zegt Paulus. Voor de wereld een looser, maar voor hen die het verstaan kracht en wijsheid van God.
Dat is toch wat Jezus deed: tegenslag omarmen, zijn kruis op zich nemen. En dat gaf innerlijke vrijheid en vrede en mededogen naar anderen.
Dat doen zachtmoedigen en barmhartigen. Zij zijn niet uit op aanzien en macht. Zij zijn van het mededogen, van de zachte krachten. Zij hebben ontdekt wat voor de wereld dwaas is, wijs is voor God.
‘Wat arm geboren is in de wereld en wat verachtelijk is, heeft God uitverkoren’, zegt Paulus. God kan vooral toegang krijgen bij mensen die niks te verliezen hebben, aan status en invloed en zo. De mensen die weten dat in hun kwetsbaarheid wijsheid en kracht ligt. Die weten dat je het leven nooit in de hand hebt, maar dat je het elke dag weer mag ontvangen uit Gods hand.
Ook in moeilijke tijden. Dat je je leven niet zelf kan dragen, maar dat je gedragen wordt.
Dat is het echte geluk, geloof ik. Niet dat het je voor de wind gaat en dat je succes hebt en alles meezit, maar dat je door de dingen heen durft te gaan en dat je dan ontdekt dat je alles krijg wat je nodig hebt. Dat al je wensen vervuld worden, maar niet op de manier die je zelf in je hoofd had.
Rene zei het twee weken geleden zo in de dienst, die ging over kwetsbaarheid:
Weten dat je kwetsbaar bent.
Niet dat dat leuk is. Dat je daar op zit te wachten.
Maar omdat het nu eenmaal zo is.
Het vraagt heel veel om te leren beseffen dat je kwetsbaarheid ook je schoonheid is.
Je zachte kant, je milde kant.

Kwetsbaar zijn is niet leuk.
Het maakt dat wij ons schamen voor wie wij zijn, of voor de donkere kanten van ons zelf.
Het is de bron van onze gevecht met ons zelf, onze gevoelens, van afwijzing, depressie,.
Maar het is ook de geboorteplaats van onze vreugde, ons verlangen, onze liefde.

Of: om met een lied van Marijke de Bruijne te spreken:
Behouden zijn zij,
die durven verdrietig te zijn,
die het zwart van het leed, het gemis,
de wanhoop van toekomst verloren
in het gezicht durven zien.

Zij, die ons troost, de Geest van God
Is om ons heen en ademt ons ten leven.

Gezegend zijn zij
Die durven verdwalen in pijn
En zichzelf zo terug kunnen zien,
dan heelt hen de zege der tranen,
daar is de plaats van de troost.

Gelukkig zijn zij, gerijpt en gesterkt door de kracht
die het leed heeft gewekt in de ziel
veranderd, voorgoed wordt het leven
dieper intenser beleefd.

Zij die ons troost, de geest van God
is om ons heen en ademt ons ten leven.