Preek 16 Januari 2011

Deze tekst in geschreven op inspiratie van de voordracht van Brené Brown, ´On vulnerability´. Deze voordracht kan hieronder bekeken worden.

het lied van wende snijders (bron: YouTube)

De clip van lifehouse (bron: YouTube)

Het was in de hof van Heden dat ik wat in mijn eentje rondliep.
Het leven was mooi, ik speelde met mijn vriendjes in het zand. Dat kon toen nog.
Er stonden geen hekken om een bouwplaats en wij met zandscheppen in de weer,
gangen graven, stenen stapelen. De dag was zo om.
Met smerige kleren kwam ik thuis, mijn moeder boos.

Ik kocht ook schoenen in de hof van Heden,
natuurlijk Adam en Eva shoes.
… paradijsslippers …
Alleen ze pasten me niet meer,
ik was groter geworden.
En toen werd ik nog groter
En groter.(omhoog kijken)
En groter.
Zo groot dat ik boven mij zelf uitsteeg.
Ik was mij zelf niet meer.
Alles deed ik om er bij te horen. Ik lachte met die lachten,
was stil, wachtte
als er werd gehuild.
Het enige wat telde, was, dat ik er maar bij hoorde.
Ik wilde gezien worden
gezien zijn.

En zo groeide ik maar door en door steeds verder van mij zelf vandaan.

Nauwkeurig keek ik naar mijzelf:
had ik wel de goede kleren aan?
de goede schoenen
geen foute tas
en mij agenda was die wel o.k.
Mijn haar bleef altijd vreselijk dwars zitten, daar moest het dan maar mee.

En zei iemand mij ´wat goed´, dan groeide ik, nog meer.
Nog verder van mij zelf vandaan, want ik wilde nog beter worden.
Waarom…
Eigenlijk, achteraf, om maar één reden: ik wilde er bij horen.
Ik wilde in de ogen van de ander mij zelf zien.
Groot en sterk en leuk en al die andere dingen meer.
En zo werd ik zonder dat ik het door had verdreven uit het paradijs van mijn kinderjaren.

Genesis 2, 21-25

21 Toen liet God, de HEER, de mens in een diepe slaap vallen,
en terwijl de mens sliep nam hij een van zijn ribben weg;
hij vulde die plaats weer met vlees.
22 Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen,
bouwde God, de HEER, een vrouw en hij bracht haar bij de mens.
23 Toen riep de mens uit:
‘Eindelijk een gelijk aan mij,
mijn eigen gebeente,
mijn eigen vlees,
een die zal heten: vrouw,
een uit een man gebouwd.’
24 Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder
en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt.
25 Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.

Psalm 139, 1 en 2

Het gebeurde op het eerste echte baantje wat ik had. Dat was in een restaurant.
Ik stond in de ´koude hoek´, daar waar de salades werden gemaakt.
En later achter de bar.
Dat leek mij beter.

Ze was mooi en had zo´n lieve stem en zo´n zacht gezicht.
Ik val voor zachte vrouwen.
De roze vlinders in mijn buik. Ik werd verliefd.
Echt, tot over mijn oren.
En ik schreef haar … ja, dat was vroeger wat, toen had je geen computers, geen hyves, geen msn, geen sms, ik schreef haar een brief, een liefdesbrief. (brief)
En deed hem op de post.

Toen begon het grote wachten.
Een brief had twee, soms drie dagen nodig om aan te komen.
Verschrikkelijke tijden waren dat….
En als er dan ook nog een brief terug moet komen.
Het duurde. En duurde.
Totdat de post er was. (brief)
En een brief: ik ook van jou.
(zwevend)
Ik zweefde, ik dreef op het geluk. Ik ook van jou, zij ook van mij.
Iemand die van mij hield.
…………………
Een nacht dicht tegen elkaar, samen op het strand, hand in hand op Ameland.

Een maand of acht later ging het uit.
Ik was verdoofd.
Ik was eenzaam.
Ik was verloren.
Ik was niet meer, niet minder dan een hoopje ellende.

´Het leven gaat niet altijd over rozen´ zullen we maar zeggen.

Genesis 3, 1-13

1 Van alle in het wild levende dieren die God, de HEER, gemaakt had,
was de slang het sluwst.
Dit dier vroeg aan de vrouw:
‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’ 2 ‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,’ antwoordde de vrouw,
3 ‘behalve die van de boom in het midden van de tuin.
God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’
4 ‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang.
5 ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet,
dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’
6 De vrouw keek naar de boom.
Zijn vruchten zagen er heerlijk uit,
ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken.
Ze plukte een paar vruchten en at ervan.
Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan.
7 Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren.
Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van.
8 Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen.
9 Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’
10 Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’
11 ‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent?
Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?’
12 De mens antwoordde: ‘De vrouw die u hebt gemaakt om mij terzijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’
13 ‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de HEER, aan de vrouw.
En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.

GvdL 531 Zijn alsof niet, hart blind geboren.

35 jaar later.
Wat heb ik geleerd?
Ik heb geleerd, door die eerste liefde,
hoe ontzettend belangrijk het is, als je iemand tegen komt die van je houdt.
dat klinkt zo oubollig als wat
maar toch is dat één van de meeste basale dingen in het leven:
je zoekt een mens die van je houdt, om wie je bent.
Wij zoeken verbinding.
Wij verlangen er naar dat iemand ons lief heeft, gewoon, daarom.

En daar doen we heel veel voor.
Je bent bijna – of misschien wel helemaal – bereid
om je ziel te verkopen, om er maar bij te horen
Daarom lachen mensen soms mee, terwijl ze van binnen doodeenzaam zijn.
Daarom doen we ons mooier voor dan we zijn.
Daarom willen we zo perfect mogelijk zijn.
En daarom schamen we ons.

Schaamte, dat is de angst dat je de verbinding verliest met de ander.
Dat je niet voldoet, dat je er niet bij hoort.
Daarom vinden we het zo moeilijk om een compliment werkelijk binnen te laten bij onszelf.
En als iemand ons vier complimenten geeft en één puntje van kritiek dan blijft dat ene punt hangen.
Omdat we beter willen zijn dan we zijn.

Wanneer voel je je goed genoeg?
Als je het gevoel hebt dat iemand werkelijk van je houdt, dat jij dierbaar bent voor een ander.

Wanneer voel je je niet goed genoeg?
Als je niet gelooft, niet werkelijk kan geloven dat je het waard bent dat de ander werkelijk van je houdt.
Dan hou je jezelf achter.
Je laat je niet werkelijk kennen.
Achter het vijgenblad van onze schaamte verbergen wij ons verlangen gekend te worden in wie wij werkelijk zijn.
Wat we verlangen, wat we wensen.
Ons kleine – imperfecte- ik. Wende Snijders Adem uit

Vaak proberen we de onzekerheid van ons bestaan te ontkennen.
Dat kan je op verschillende manier doen.
Je kan je leven volbouwen met werk, uitgaan en een hele boel dingen meer.
Je kan je leven volbouwen met andere mensen helpen, zodat je jezelf niet al te zeer onder ogen hoeft te komen. Je vindt dan waardering bij de ander, en daar leef je van.
Sommigen proberen alle onzekerheid om te zetten in zekerheid.
Een zekerheid waaraan niet te tornen is.
Soms in het geloof. Wat je gelooft is waar. Punt.
Ik heb altijd gelijk, en als ik niet gelijk heb, dan treedt regel één in werking: dan heb ik nog gelijk.
Of ik weiger mijn ongelijk te erkennen. Sorry te zeggen. Welgemeend sorry.
Je ziet het als mensen een oordeel over iets hebben.
Er is geen discussie, geen vraag, alleen maar verwijten. Buitenlanders, linkse intellectuelen, de rijken, de armen, de kerk. Maar nooit ik.
Je ziet het in relaties als partners ruzie hebben en gelijk tegenover gelijk komt te staan. En geen van twee is meer in staat voor de ander te buigen.
Je verliest de band en draai je om. Maar binnenin sterft iets, krimpt iets.

Of je ontkent gewoon dat wat jij doet echt invloed heeft op andere mensen
en doet gewoon wat jij belangrijk vindt.

Nog erger: we leggen het onze kinderen op.
Als je maar gelukkig bent.
Want als je kind gelukkig is, dan heb je toch maar mooi bereikt wat jezelf niet voor elkaar kreeg: geluk te vinden.
Alleen, het werkt niet.
Je moet je kind niet groot brengen met de opdracht ´als je maar gelukkig bent´ of ´jij bent perfect´.
Je kan je kind beter groot brengen met de boodschap ´niemand is perfect, ook jij niet, maar dat geeft niet, ook al ben je niet perfect, je bent het meer dan waard om te worden lief gehad. ´

Gebed

Het lef mijzelf te zijn.
Wat betekent dat?
´Lef´is een oud woord, het is een hebreeuws woord, het betekent letterlijk ´hart´.
Het hart hebben om mijzelf te zijn.
Wat betekent dat?

In de eerste plaats, dus niet de laatste, betekent dat dat je het lef moet hebben om niet volmaakt te zijn. En…, om je te laten zien zoals je bent, onvolledig, met rafelkantjes, schaduwkantjes, donkere zijdes, onaf, onvolledig mens.

Wij mensen zijn niet af
alleen de gladjanussen die zichzelf mooier voor doen dan ze zijn
die laf zichzelf verbergen achter glimlachende vriendelijkheid
waarvan je voelt, ja voelt, dat is niet echt
die mensen
zijn er zo veel
en zo verloren.
Wie heeft het niet gedaan,
zichzelf zo verloren
uit verlangen om…
ja om.
Dat is dus één: de moed om niet volmaakt te zijn

Twee
Het vermogen om goedhartig te zijn voor je zelf in de eerste plaats en dan ook voor anderen.
Want zo werkt het: als je niet lief kan zijn voor jezelf, als je jezelf consequent te kort doet, dan kan je ook niet vriendelijk zijn voor anderen.
Wie zichzef aan de voordeur steeds opoffert voor een ander, komt bij de achterdeur de rekening vereffenen.
Staat ook in de bijbel, God lief hebben boven alles, je naaste als je zelf.

Drie
Jezelf onder ogen komen en daarvoor kiezen.
Dat betekent de illusie opgeven wie je denkt te zijn.
(pauwenloop, macholoop)
Je hebt het meteen door als iemand niet zichzelf is, maar zichzelf loopt te presenteren.
Jezelf zijn betekent niet anders zijn dan je bent, je niet mooier voor doen dat je bent.
Je bent iemand met rafels en gebreken, ´t is nu eenmaal zo.
Alleen je moet niet punt twee vergeten.
Jezelf liefhebben, de ander. Want anders wordt je wel een erg onaangenaam persoon.
Maar om werkelijk verbinding te hebben met de ander moet je wel jezelf durven zijn.

En het laatste punt, voor vandaag.
Weten dat je kwetsbaar bent.
Niet dat dat leuk is. Dat je daar op zit te wachten.
Maar omdat het nu eenmaal zo is.
Het vraagt heel veel om te leren beseffen dat je kwetsbaarheid ook je schoonheid is.
Je zachte kant, je milde kant.

Kwetsbaar zijn is niet leuk.
Het maakt dat wij ons schamen voor wie wij zijn, of voor de donkere kanten van ons zelf.
Het is de bron van onze gevecht met ons zelf, onze gevoelens, van afwijzing, depressie,.
Maar het is ook de geboorteplaats van onze vreugde, ons verlangen, onze liefde.
En leg dat maar eens uit.

Lied: uit vuur en ijzer zuur en zout

Je bent kwetsbaar en dat is niet leuk.
– Het maakt dat wij ons schamen voor wie wij zijn, of voor de donkere kanten van ons zelf.
– Het is de bron van onze gevecht met ons zelf, onze gevoelens, van afwijzing, depressie,.
– Maar het is ook de geboorteplaats van onze vreugde, ons verlangen, onze liefde.
En dat zal ik je nu uitleggen.

De kunst van het leven is: (geloof ik, hoop ik)
je zelf te laten zien, zoals je bent.
Wat je verlangt. Werkelijk verlangt.
Dat betekent: de eerste zijn die durft te zeggen ´ik hou van jou´
Dat is kwetsbaar, want stel je voor dat je een brief terug krijg ´ik niet van jou´.
Met andere woorden,
de eerste zijn dat is doen zonder de garantie dat het wordt zoals jij hoopt, jij verlangt, jij wenst, wie jij liefhebt.
Jij, doe de eerste stap naar voren. Van binnen uit, geen schone schijn.
En dan is het ademloos wachten….

Je laat je zelf zien, je binnenkant.
Dat vraagt heel veel zorgvuldigheid, dat kan je niet naar iedereen.
En zelfs naar de mensen die jou lief zijn is dat niet vanzelfsprekend.
Zelfs niet in liefdesrelaties, dat we laten zien wat we ten diepste verlangen.

Jezelf laten zien, maakt je kwetsbaar, dat is niet leuk.
Maar waar je het lef hebt, het hart hebt om dat te doen.
Daar zal je ook ontvangen.
En daar is de geboorteplaats van je vreugde, van je blijdschap, van je verlangen, van je liefde.
Want wie je daar ontmoet komt als een geschenk je tegemoet.
Daar is de verbinding.

Wat is het meest belangrijke?
Dat je geloven mag dat je genoeg bent.
Dat jij genoeg bent, niet mooier, niet beter hoeft te zijn.
Je rafelige randen, dan ben je, mag je onder ogen zien.

Geloven, is niet geloven in een meneer met een baard daarboven
op een wolk
geloven is ten diepste
je zelf aanvaarden als een geschenk van God
dat jou leven jou gegeven is als een geschenk
om het te genieten
te delen

En waar jij je zelf laat zien
kan de ander jou in de ogen kijken
kan vreugde en vriendschap bloeien
en de liefde,
De liefde boven al.

Wij zingen ´hoe glanst bij Gods kinderen´
een moeiljke melodie met een wonderschone tekst